Hands down
Een punt waarop Limburg het van de rest van het land wint (hands down, echt waar) is de nabijheid van zeer fijne landen zoals Belgi? en Duitsland. Die ik vandaag allebei bezocht. Zomaar. Opeens.'Het sneeuwt,' zei mijn vader carnavalsdindag, 'Misschien moeten we aan het eind van de week eens naar de Ardennen gaan of zo.'
'Yaay,' zei ik, 'yaay!'
Zo gezegd zo gedaan. We tuften door Zuid-Limburg, de Voerstreek op weg naar de Ardennen. We kwamen uiteindelijk uit in het Belgische deel van de Eifel, de Hoge Venen. Dat rare stukje Belgi? waar als je er een caf? binnenstapt, je Frans, Duits, Nederlands, Vlaams, Limburgs en Luxemburgs kan horen. Raar stukje wereld, klein Babel. Mijn ouders en ik ploeterden door de sneeuw, maar over het algemeen toch nog iets handiger en sneller dan de meeste mensen die zich op en naast de loipes op langlaufski's voortsleepten. Ik maakte een bal van sneeuw, ik maakte een hart van sneeuw. Ik zakte tot over mijn enkels weg en gilde dat ik dit zelfs nog nooit in Oostenrijk had gezien. Jodelahiti. Geef mij wat sneeuw en ik ben gelukkig.
Later die middag reden we door naar Duitsland, naar het gezellige plaatsje Monschau, waar het lekker rustig was en waar we regelrecht een Grimm sprookje in leken te stappen. Of een Hans Christian Andersen sprookje, want het meisje met de zwavelstokjes zou er zeker niet misstaan hebben. We gaven ons over aan een goede familietraditie (Kaffee und Kuchen verorberen! Sachertorte, hmmm!) en liepen nog wat door het plaatsje zelf.
Echt mensen, Limburg wint het. Hands down. Ik moet hier niet te lang blijven, anders ga ik nevernooitjamaismeer terug naar Nijmegen...