Plop. En weg was ze...
Hoe Anne-Floor eigenlijk precies aan haar einde kwam weet niemand. Op een ochtend werd zij gevonden in haar overwegend roze kamer. Ze zat op de bank met de rode foulard en naast haar op de bank stond een grote jaren '70 pan die best nog wel eens van haar tante geweest zou kunnen zijn. De pan zweeg veelbetekenend zoals alleen dit soort pannen dat kan. Onder gewone omstandigheden kletsen ze de mensheid de oren van de kop, maar nu werd er vreemd genoeg gezwegen. De situatie zag er donker uit, want ook Anne-Floor zei bijster weinig. Temidden van de pannen en andere pratende objecten zat zij stil voor zich uit te staren.'Anne-Floor,' zei ik, 'Ben je er nog?'
'Mwoh,' zei Anne-Floor, 'Er is niet veel meer van mij over. Te veel roze, denk ik. Te veel van hetzelfde. Ik heb er eigenlijk niet zoveel zin meer in. Ik wil gewoon weg of zo. Naar Parijs, denk ik.'
'Nou, dan ga je toch naar Parijs,' zei ik schouderophalend, 'Verblijven in Parijs kunnen zeer verhelderend werken en vaak op meer dan ??n manier.'
'Ik boek de Thalys wel,' zei Anne-Floor en weg was ze.
Anne-Floor, met wie ik dik anderhalf jaar een computer gedeeld had, was opeens verdwenen. Het was een beetje stil, want Anne-Floor was altijd heel druk (net als ik, alleen heb je er in je eentje nooit zoveel aan om druk te zijn) en de spullen om ons heen besloten om er dan ook maar het zwijgen toe te doen.
Een paar keer belde ze nog, Anne-Floor. Iets over Limburg, een vriesvak en nog wat dingetjes.
Op 28 maart ging de telefoon voor het laatst. Ik stelde me voor hoe ze zat te bellen vanuit de Jardin du Luxembourg, zittend op een klein groen stoeltje, haar voeten op de rand van de grote fontein in het midden. Kinderen speelden er met bootjes en het eerste lentezonnetje scheen door de nog kale takken van de bomen om haar heen. Nog net geen April in Paris, helaas.
'Hee E.,' zei Anne-Floor opgewekt.
'Hee A-F,' zei ik, 'Hoe is het in Parijs?'
Het was even stil aan de andere kant.
'Ja, wel okee. Ik denk dat ik maar wat blijf of zo,' zei Anne-Floor, 'maar eh ... ja. Ik vroeg me eigenlijk af hoe het nou eh ... ja.'
'Hoe het nou met jou verder moet?'
'Ja, precies!'
'Tja,' zei ik, 'Wat wil je zelf?'
'Een vervroegd pensioen?' klonk het grinnikend aan de andere kant, 'Laten we eerlijk zijn, dat heb ik wel verdiend. Je hebt me af en toe als een totaal gestoorde afgeschilderd.'
'Lul niet, A-F,' zei ik, 'Af en toe ben je dat ook.'
'Maar goed,' zei Anne-Floor zakelijk, 'Ik ga dus weg. Kun je me laten verdwijnen?'
'Mais oui,' zei ik, 'Roept u maar.'
'Ik wil wel gewoon oplossen in het niets. Met een plopje, zo in een wolkje van roze rook. Maar je moet me wel wat beloven!'
'En dat is?'
'Blijf wel schrijven, ja! Je bent al met zoveel dingen gestopt waar je goed in was. Probeer ze allemaal terug te vinden, stuk voor stuk. Beloof je dat?'
'Ja, dat is goed,' zei ik, 'Dat had ik zelf ook al bedacht.'
'Wij lijken toch meer op elkaar dan we zelf toe willen geven,' plaagde Anne-Floor me.
Het was even stil.
'Doei,' zei ik uiteindelijk dan maar.
Partir est mourir un peu, dat moet je nooit te lang uitstellen.
'Hajje,' zei Anne-Floor, die daarna hoogstwaarschijnlijk opstond en langs de Fontaine des Medicis de Jardin du Luxembourg uitliep, richting de Boulevard Saint Michel. Ter hoogte van de Sorbonne kwam ze in een relletje terecht en keek grinnikend om zich heen. In Nijmegen werd het even stil en ik zuchtte. Dag Anne-Floor, het was gezellig. Plop. En weg was ze. Het wolkje van roze rook bleef nog behoorlijk lange tijd hangen, zoals later ook op de Franse tv te zien was. Tot in de lengte van dagen zal de mensheid denken dat een of andere terecht boze Franse relstudent een roze rookbom gooide in de richting van de Franse ME die net vanaf de Boulevard Saint Germain was komen oprukken. Maar wij weten wel beter. Het was Anne-Floor die van ons heenging op een manier die Anne-Floor waardig is.
Treur niet, lieve lezer. Roze rook heeft de eigenschap dat hij behoorlijk lang blijft hangen en overal in gaat zitten. Misschien komt u ooit nog wel eens iets tegen dat verdacht veel op Anne-Floor lijkt. Dat zou kunnen, in de wereld van de schrijverij kan immers alles en tegelijkertijd niets. Zwaait u dan maar even naar wat er van Anne-Floor over is. Dat zal haar blij maken, waar ze ook gebleven mag zijn.