Hartkloppingen en Triviant
De lente lijkt eindelijk te beginnen, dus toen ik gisteren T. tegenkwam en hij vroeg of ik zin had even een terrasje te pikken, zei ik daar geen nee tegen. Eenmaal op het terrasje gezeten met een drankje in ons hand, kwam T. met het voorstel te gaan trivianten. Ook daar zei ik geen nee tegen. U moet weten dat ik namelijk fan ben van ?ouderwetse? bordspellen. Spellen zonder de vetste nieuwe graphics en zonder een relaxt soundsysteem met megabooster. Nee, op het gebied van spel & ontspanning zijn de moderne technologie?n niet aan mij besteed. Niet alleen omdat ik de lol niet inzie van pure schiet- en/of vechtspelletjes, ook al zien ze er mega-gaaf uit en is het geluid super-relaxt. Nee, het is vooral niet aan mij besteed omdat ik een te hoog inlevingsvermogen heb. Dit bleek al snel bij mijn eerste schreden op het pad der ?moderne? computerspellen met Tomb Raider 4. Het puzzel-element in het spel bevalt me prima en het bewegen met Lara amuseert me, maar het vechten met vijanden, daar ben ik gewoon niet geschikt voor. Mijn bloeddruk schiet omhoog en ik krijg al hartkloppingen als ik alleen nog maar het muziekje hoor dat aangeeft dat er mummies aan zitten te komen. Wegens gezondsheidsredenen ben ik toen dus maar gestopt. Ik voelde me nog lang niet oud genoeg om het risico te nemen achter de computer aan een hartaanval te moeten sterven. Sindsdien hou ik het dus maar bij die goede oude (puzzel- ) platformspellen of bij de nog ouder en vertrouwdere bordspellen.Dat brengt ons weer terug naar het potje triviant. We waren aan elkaar gewaagd en ik had niet anders verwacht. Ik speel namelijk wel vaker een quizje met T., ook al spelen we dan eigenlijk altijd in hetzelfde team en niet tegen elkaar. Nu werd dan ook al snel duidelijk waarom we veel beter in een team kunnen zitten; zijn slechtste categorieen zijn mijn beste en vice versa. Maar goed, het spelletje verliep mooi gelijk op en al snel hadden we allebei vier triviantjes. Ik was echter enigszins in het voordeel; ik had mijn slechte categorieen al gehaald (meer geluk en een goede kennis van het Engels dan wijsheid, maar gehaald is gehaald), terwijl T. juist nog zijn slechte categorie-triviantjes moest weten binnen te halen. Met nog een beetje meer geluk met de dobbelsteen had ik dan ook zes triviantjes in mijn bezit voor ik er erg in had en kon ik doorstomen naar het midden.
Voor diegenen die triviant mogelijkerwijs met andere regels spelen, zal ik even uitleggen dat een van ons pas gewonnen zou hebben, wanneer we in het midden aangekomen nog een aantal vragen van 1 kaartje goed beantwoord zouden hebben. De eerste ronde alle 6 de vragen, de tweede ronde 5 vragen goed en de derde ronde en verder 4 vragen.
Terwijl T. dus nog bezig was zijn laatste triviantjes binnen te halen, mocht ik een poging wagen een kaartje helemaal goed te beantwoorden. Nu werd het spel spannend.
Mijn poging faalt.
T. haalt een triviantje binnen.
Mijn tweede poging faalt.
T. mag zijn volgende en laatste triviantje welkom heten.
Mijn derde poging. Als ik nu vier vragen goed weet te beantwoorden, is T. zijn inhaalrace voor niets geweest. De spanning is te snijden. Althans, bij T. Zelf blijf ik er natuurlijk erg koel onder. Uiteindelijk draait het om de volgende vraag: ?Wat brengt schrijfster Connie Palmen uit op CD?? Ik antwoord met vrij grote zekerheid: ?Boeken, voorgelezen boeken?.
In de verte hoor ik tromgeroffel. Als ik deze vraag goed heb, ben ik de winnaar. Stilletjes begin ik mezelf al te feliciteren, totdat T. ineens het vernietigende woordje ?Fout!? roept. De verbazing is op mijn gezicht af te lezen als ik vraag wat dan wel het goede antwoord is. ?Luisterboeken,? zegt T. met een brede grijns op zijn gezicht, nu hij ineens toch nog kans maakt te winnen. De op mijn gezicht te schetsen verbazing wordt nog groter: ?Maar dat is toch hetzelfde?? Helaas is T., als mijn enige tegenspeler ook mijn enige jurylid. Na een korte discussie besluit ik dan ook maar gewoon verder te spelen. Twee rondes verder weet T. dan ook zijn 4 vragen goed te beantwoorden, waarna ik voor de eer in dezelfde ronde die prestatie evenaar.
T. is dus uitgeroepen tot winnaar van het spelletje. In onze vriendengroep zeg ik dan ook braaf dat ik van hem verloren heb, wanneer hij met die brede grijns vertelt dat hij gewonnen heeft. Als hij daar gelukkig van wordt, wie ben ik dan om hem dat niet te gunnen? Ik weet toch wel dat ik eigenlijk al lang gewonnen had?
Ik moet eerlijk toegeven dat T. gelijk heeft. Luisteren is iets heel anders dan voorgelezen worden…