Histoires de Paris: L'Espagnol inintelligible
Toen ik een tijdje geleden bij Zezunja een stukje las over Spanjaarden die de Franse taal geweld aandoen, moest ik opeens weer aan P. denken. P., l'espagnol inintelligible, die bij mijn in huis woonde toen ik een aantal jaar geleden voor een aantal maanden in Parijs studeerde. Ik woonde daar in een huis op een campus voor buitenlandse studenten, net binnen de p?riph?rique. In dat huis woonden ongeveer 150 mensen van meer dan 50 verschillende nationaliteiten. Het zal u niet verbazen dat er naast P. ook nog andere interessante entiteiten rondliepen. Zoals B., le senegalais bizarre, of M., le libanais emb?tant, maar goed. Daarover misschien later meer. Laten we ons voor nu even concentreren op P., want die is in zijn eentje al interessant genoeg.Eigenlijk weet ik niet meer helemaal zeker of P. ook echt P. heette. (U denkt nu, wat maakt dat nou uit? Nou, dat maakt zeker uit. Later in het verhaal krijgen we namelijk ook nog P., le libanais sympathique, en ik heb zo'n vermoeden dat dit ingewikkeld gaat worden.) P. was echt zo'n typisch mannetje van wie je meteen vergeet of ie P., G. of J. heet. P. zag eruit als een oppernerd en daarnaast liep hij altijd achter V., l'espagnol qui ressemble Gianne Romme, aan, dus heel veel eigen initiatief had P. niet. Maar P. had een geheim wapen. Als P. namelijk zijn mond open deed om Frans te praten, dan moest je wel naar hem luisteren. Het was gewoon ongelofelijk wat die jongen voor een klanken kon voortbrengen. Misschien was het wel grammaticaal zeer correct Frans, maar het leek er allesbehalve op. Die gast was echt onverstaanbaar, daarom heb ik hem ook P., l'espagnol inintelligible, gedoopt.
En zoals dat dan gaat (en ik ben al zoooo goed in het spreken van iets anders dan Limburgs), werd ik aan P. gekoppeld om samen boodschappen te gaan doen voor een op handen zijnde huisborrel. En dus liep Rosalie met P. naar de Champion in de Avenue G?n?ral Leclerc, wat toch wel zo'n goede twintig minuten heen en twintig minuten terug was. En P. reutelde maar en Rosalie knikte maar en het was allemaal hartstikke apart. Ik vroeg mij de hele tijd af of P.'s Frans op zich nou slecht was, maar ik kon uit de stroom van klanken nou niet bepaald opmaken of dit het geval was. Soms keek P. mij van opzij aan en zweeg. Ik denk dat dit de momenten waren waarop hij van mij een antwoord verwachtte.
'Mais oui, bien sur' zei ik dan, terwijl ik vurig hoopte dat P. een goed antwoord op zijn vraag kreeg.
Als hij ?berhaupt al iets vroeg, want tja. Dat was dus vrij moeilijk te peilen bij hem.
Na een klein uur akoestisch geweld van zijn kant en minstens vijfendertig keer 'Mais oui, bien sur' van mijn kant, kwamen we bij P.'s kamer aan. We legden de spullen in de kast en P. maakte nog wat geluiden in mijn richting toen hij mij uitliet. Dit was het moment waarop P., le libanais sympathique, voorbij kwam lopen.
'Salut Rosalie,' zei P. met wie ik nogal veel optrok en die wel verstaanbaar was.
'Salut P.,' zei ik, '?a va?'
Waarop zich een levendige conversatie tussen P. en P. ontstond, die ik vanaf de zijlijn vol jaloezie gadesloeg. P. kon P. wel verstaan! Vraiment bizarre.
Toen P. (de verstaanbare versie) en ik even later samen wegliepen, stootte ik hem aan.
'Hee P.,' zei ik, 'Versta jij wel wat P. allemaal zegt?'
'Neuh,' zei P. toen grinnikend, 'Natuurlijk niet. Heb je wel eens goed geluisterd naar wat ie allemaal uitkraamt? Onverstaanbaar, echt waar. Niet te geloven dat je zo'n geluiden kunt voortbrengen. Nee joh, ik lul ook altijd maar wat, hopelijk heeft hij het niet door. Kun jij hem wel verstaan dan?'
Ik trok veelbetekenend mijn wenkbrauwen op en keek hem hoofdschuddend aan.
'Mais P., qu'est-ce que tu penses?' zei ik droog, waarop we allebei in een daverende lach schoten.
Ja ja, er is geen beter vermaak dan leedvermaak.
Bijnamen in het Frans geven er echt nog een extra dimensie aan.