De mooie dingen des levens
Soms heb je zo van die dingen waarvan je denkt: Nee, dat kan echt niet. Nee, ik ben gek. Man, mijn ogen bedriegen me. Ik ben in een woestijn en ik zie een Fata Morgana. Ik had zo'n moment toen ik afgelopen vrijdagavond in de Berliner Philharmonie rondwaarde. Amiek en ik hadden besloten om een aan ons concert van zaterdag gerelateerd project te bezoeken en dus hadden wij ons in de foyer van de Philharmonie op een trap ge?nstalleerd, klaar voor een stel Berlijnse middelbare scholieren die mee hadden gedaan aan een project rondom het stuk 'Die sieben Tods?nden' van Kurt Weill. Een goede voorbereiding op het eigenlijke concert, natuurlijk.Al snel stelden wij vast dat het een nogal vaaaaag project was, maar links en rechts herkenden we toch wel wat elementen uit het stuk. Dat is altijd mooi, iets tastbaars ontdekken in iets vaaaaags. Of beter nog: denken dat je iets tastbaars ontdekt in iets vaaaaags. De middelbare scholieren denderden door de foyer en over de vele trappen die op de foyer uitkomen. Er was een contrabassist, een accordeonist, een groepje trompettisten en een soort koor. En alles speelde, zong en rende door elkaar. Erg apart. Het deed me een beetje denken aan het Neuri?nde Lambadahoofd dat ik ooit in Centre Pompidou zag, samen met mijn zus. Maar daarover later meer, want dat is weer een heel logje op zich, dat Neuri?nde Lambadahoofd.
Wat het grappige is aan een vaaaaage voorstelling waarbij de deelnemers uit alle hoeken komen, is dat je gewoon ogen tekort komt. Dus ik zat vrolijk om me heen te kijken tot ik opeens naast mij een hoofd zag dat mij wel heel bekend voorkwam. En toen begon de hele litanie: Nee, dat kan echt niet. Nee, ik ben gek. Man, mijn ogen bedriegen me. Ik ben in een woestijn en ik zie een Fata Morgana. Ik knipperde nog eens met mijn ogen en schudde mijn hoofd. Nee, ik wist gewoon niet zeker of dat hoofd dat ik zag ook toebehoorde aan degene waarvan ik dacht dat hij een dergelijk hoofd had. Dus zei ik niks, zo ben ik dan ook wel weer. Stel je voor zeg, dat ik Annemiek aan zou stoten en een veelbetekenenende hoofdknik in de richting van de persoon in kwestie zou maken en Annemiek mij daarna als een botsauto aan zou gaan zitten staren. Leg dan die veelbetekenende hoofdknik maar eens uit. Neen, daar begint Rosalie niet aan. En daarnaast was ik te zeer in shock van de eventuele mogelijkheid dat ik misschien toch niet zo gek was als ik dacht.
's Avonds in de tapasbar op de hoek van de straat waar ons appartement was, durfde ik het eindelijk in de groep te gooien.
'Annemiek, Simon Rattle stond naast ons op de trap in de foyer van de Philharmonie,' zei ik, 'Althans, dat denk ik.'
'Huh?!' grinnikte Annemiek.
'Ja, ik wist niet zeker of het hem was en eigenlijk weet ik dat nog niet zeker,' zei ik schouderophalend.
'Het kan best,' zei Annemiek, 'Ik bedoel, je zou toch verwachten dat hij zijn hoofd laat zien bij zo'n project.'
'Vaaaaag,' vond ik.
'Nou ja,' was Annemiek van mening, 'Morgen zullen we het weten.'
En toen was het concert. En kwam een van de grootste dirigenten van deze tijd doodleuk het podium opgewandeld.
'En?' zei Annemiek grinnikend.
'Het was hem,' zei ik met glinsterende oogjes.
En dat, lieve menschen, zijn nou de mooie dingen des levens.
E?n van de. Maar er was meer, daar in Berlijn. Maar daarover later meer!
Pff, niets bijzonders hoor, ik heb Sir Simon al vaker vanaf een halve meter afstand gezien…. op de TV