Het jaar in de fijne wijk B. te N. #1
Gisteren werd ik door vriendin R. ontvangen voor een etentje. R. woon in de fijne wijk B. en aan de fijne wijk B. het ik al even zo fijne herinneringen. Nou ja, fijn. Bizar is eigenlijk het beste woord om mijn ervaring met wijk B. te beschrijven. Toen ik pakweg 9 jaar geleden werd ingeloot voor de studie tandheelkunde moest er hals over kop een kamer gezocht worden in Nijmegen. Dus stapte ik met mijn ouders in de auto en reed naar Nijmegen om me daar in te schrijven bij de studentenhuisvesting. Maar u raadt het al: de studentenhuisvesting was vol en dus moest ik om te beginnen iets anders verzinnen.Een paar uur later zat ik met mijn ouders aan de koffie bij het echtpaar Van den D. die in een rijtjehuis in de fijne wijk B. woonden. Meneer en mevrouw Van den D. waren nogal oud en ik vond hen een beetje raar. Maar ik hield mijn mond maar, want dat deed ik nog toen ik achttien was. Mijn ouders waren duidelijk van mening dat ik een kamer nodig had en deinsden daarbij niet terug voor het verschijnsel 'hospita'. Ik voelde daar natuurlijk geen ene bal voor, maar met enig gevoel voor drama zei mijnheer mijn vader: 'Oh? Maar wat wil je dan? Elke dag op en neer reizen tussen Sittard en Nijmegen?!'
Nou, mijnheer mijn vader, als ik van tevoren geweten had wat me te wachten stond, dan had ik daar hoogstwaarschijnlijk voor geopteerd. Maar goed, omdat niemand in de toekomst kan kijken en ik toen nog niet wist dat onbestemde voorgevoelens bij mij meestal een teken zijn, was het al gebeurd. Voor dat ik het door had, was de zaak beklonken en mocht ik op de zolderkamer van het huis van het echtpaar Van den D. wonen.
Het huis van het echtpaar Van den D. was erg mooi, ahem. Overal zaten van die neppe bakstenen sierpleistermuren en waar deze niet zaten daar zaten donkerbruine schrootjes. Op de vloer lag een olijfgroenige vloerbedekking en waar die niet zat daar was een leistenen vloer of iets anders ondefinieerbaars. Ook hadden meneer en mevrouw Van den D. een klok die om het kwartier op Big Ben-achtige wijze een deuntje dreunde, erg aangenaam. In de keuken stond altijd zachtjes een keteltje op het gasfornuis te koken. Want de warmwaterkraan in de keuken deed het niet. Dus als je wilde afwassen dan moest je maar iets uit het keteltje nemen, het keteltje weer vullen en terugzetten op het vuur. Dat altijd aanstond. Bloedlink, ik zeg het u. En hoogstwaarschijnlijk al operationeel sinds midden jaren '70.
Wat ook bloedlink was, was het trapje naar de zolderkamer. Die overigens gemeubileerd was. U begrijpt uit de beschrijving van het interieur van het echtpaar Van den D. dat ik liever niet wil praten over de meubels die er in die kamer stonden. Het was vreselijk. Ik probeerde nog te redden wat er te redden viel met wat grand foulards van de Leen Bakker, wat eigen spulletjes en heul veul posters tegen het wonderschone piepschuimen plafond. Piepschuim ja ja, u leest het goed. De schrootjes waren zeker op tegen de tijd dat ze op de zolder aankwamen. En ik had ook zo'n zielig klein zolderraampje. Waar per dag maar liefst vier schattige zonnestraaltjes door naar binnen schenen. En dat lekte als het regende. Maar goed, het trapje. Dat was dus een door meneer Van den D. zelf in elkaar getimmerd geval. Want meneer Van den D., die was aannemer geweest. Huhuh. Het eerste wat mijn pa deed was een blokje tegen het zoldergat slaan, zodat het trapje niet kon verschuiven als ik mijzelf door het zoldergat naar boven hees. Ik heb zelden zo'n duidelijk geval gezien van 'Leuker kunnen we het niet maken, wel veiliger'.
Nadat mijn pa links en rechts wat electriciteitskabels had vervangen (je zag de gekleurde draadjes en dergelijke bij de schakelaars zitten) vertrokken mijn ouders terug naar Sittard, mij achterlatend in mijn nieuwe hol. Echt, ik hoop dat hun hart gebloed heeft. Minstens. Wie oh wie laat hun dochter nou achter in de jaren veertig, in een met schrootjes beslagen pand met een piepschuimen dak en waar dag en nacht een viezig keteltje op het fornuis stond te pruttelen?! De onmenschen! Maar goed, ik ben geen mietje, dus ik staarde naar mijn piepschuimen plafond, zette Sky Radio aan en vroeg me af wanneer ik voor het eerst een bad zou gaan nemen in de fijne met donkerbruine tegels beklede badkamer die bestond uit, u raadt het al, alleen een bad. Ik zou niet eens durven zeggen of er wel een douchekop was. Maar goed, dat kan ook de bedriegelijkheid van het menselijk geheugen zijn. Voor je het weet was er ook geen verwarming, kon je op heldere nachten tussen het piepschuim door naar de sterren kijken en liepen de muizen in cirkeltjes over de olijfgroene vloerbedekking en zo erg was het volgens mij nou ook weer niet.
Maar weet u? Als het bij deze ontberingen gebleven was, dan was mijn verblijf in de fijne wijk B. nog tot daar en toe geweest. Maar u vermoedt hoogstwaarschijnlijk al wat ik nu ga zeggen: Neuh, daar bleef het dus niet bij. Het verhaal wordt zelfs nogal mythisch, ja ja. Gaat u er dus maar eens goed voor zitten, want dit kan even gaan duren.
acht reacties
Ik zat in de W. van Wijchen. Hartstikke gezellig, met huisgenoten die je kamer openbreken en een prima aansluitende openbaar-vervoerverbinding naar de uni. Terugfietsen na het stappen, waardoor je tenminste nuchter was als je thuiskwam.
Maarreh, even voor mij: met B. bedoel je toch niet de schitterende wijk waar ik heb gewoond? Gisteren daar nog lekker in de kroeg gezeten!
Octavie: Het wordt echt heel erg, geloof me.
Misschien niet zo erg als een messentrekkende Turkse huisbaas, maar desalniettemin interessant genoeg voor een serie van tenminste drie delen. Hoe langer ik erover nadenk, hoe meer ik me herinner van mijn fijne jaar in B. ![]()
Wodan: Nee man, daar woon ik nu. Ik heb het over B. achter de uni.
O Rosalie, ik had je woonst in B. alweer helemaal verdrongen….ja, daar kan je wel een feuilleton van maken. Eigenlijk raar dat in een fijne wijk als B. zo’n raar huis kan staan….
Heej Leni Saris Meisje! Inderdaad, nu je het zegt! Jij hebt de dubieuze eer om deel uit te maken van mijn zeer selecte groep Nimweegse vrinden die kennis heeft genomen van mijn woonst in B. Koester deze herinnering en hou hem levend! ![]()
En dan heb je nog vriendin P., die heeft de al helemaal dubieuze eer gehad om ook in die woonst te wonen nadat de rust was wedergekeerd. Daar kan ik nog wel een mooie epiloog van brouwen…
Zo zie je maar weer: hoe langer ik erover nadenk, hoe meer er terugkomt. Ik kan het bijna integraal documenteren, boh…
Je achterhuis lag misschien dan wel back in de 40ties, je woonde maar mooi wel in B. Enig idee waar ik mijn eerste jaar door heb gebracht? Nou? In W. W. van Willemskwartier welteverstaan. Met messentrekkende Turkse huisbazen voor mijn kamerdeur. En dat is geen grapje.