Het jaar in de fijne wijk B. te N. #2

Zeker zo interessant als hun interieur waren ook meneer en mevrouw Van den D. zelf. Hij droeg altijd een hoed en bretels en zij noemde hem altijd 'pappie', ook als ze tegen mij over hem sprak.
'Pappie heeft zelf dat trapje naar de zolder gemaakt,' zei ze dan bijvoorbeeld.
'Zo, boh' zei ik dan, want ik word altijd ontzettend eloquent van oude mensen, zeker als ze hun echtgenoot 'pappie' gaan noemen.
Meneer Van den D. maakte altijd grapjes. Althans, ik denk dat zijn uitspraken daar voor door moesten gaan. Dan vertelde hij iets raars en vervolgens keek ik hem als een botsauto aan.
'Zo, boh,' zei ik dan maar weer.
Ik ben zo goed met oude mensen, u wilt het niet weten. Al mijn oratorische kwaliteiten komen bovendrijven zo gauw ik oog in oog sta met een oude van dagen, ja ja.

Ze zeggen wel eens 'Hoe ouder hoe gekker' en dat gold zeker voor meneer Van den D., die niet alleen van rare grapjes hield, maar soms ook echt hele vreemde acties tentoon spreidde. De woonst in B. werd naast mij namelijk nog bewoond door twee andere studentes. Ten eerste had je F., met wie ik niet meer dan een hoi-relatie had. En ten tweede had je C. die tegen de zin van mevrouw Van den D. in door meneer Van den D. in het hok van zes vierkante meter was geduwd. Meneer Van den D. hield zogezegd duidelijk niet alleen van grapjes, maar ook van centjes. Ik kende C. van de middelbare school, ze zat op het atheneum en ik op het gymnasium. C. had altijd tussenuur met mij en ik geloof dat ze samen met mij op scheikundebijles zat. Ik had haar nooit gesproken, maar C. had een nogal typische lach en dus kende ik C. als 'C., het mens met de rare lach'. Het was dan ook nogal surrealistisch om C. opeens in mijn met schrootjes betimmerde huis aan te treffen. Maar C. was een stukje Limburg en stukjes Limburg zijn altijd goed, dus stiekem was ik wel blij dat C. haar intrede had gedaan in mijn woonst.

'E.,' siste C. op een dag tegen mij, toen we in de keuken stonden de koken, 'Wat ik nou weer had!'
'Vertel, vertel,' grinnikte ik.
'Nou, die vent kwam laatst mijn kamer binnen zonder de kloppen,' C. trok haar wenkbrauwen op.
'Dat meen je niet!' ik keek haar verbaasd aan.
'En weet je wat hij zei?' C. roerde onverstoorbaar verder in haar pannetje, 'Jij studeert toch biologie? Weet je ook iets van aambeien?'
'Wat?!' echode ik.
'Ssssst,' zei C., 'En ik dus: neuh. Ik weet alleen maar dingen over dieren en plantjes. En toen vertrok hij weer.'
'Ach, het is vast weer een van zijn gekke grapjes,' zei ik schouderophalend.
'Ja, jij hebt makkelijk praten,' zei C., 'Hij komt heus niet dat gammele trapje op om jouw allemaal dubieuze vragen te stellen!'
'Ja, daar heb je dan ook wel weer gelijk in,' moest ik toegeven.

Het aambeienverhaal had mij moeten alarmeren, maar dat deed het dus niet. Want achteraf gezien hing het natuurlijk samen met het mosterdgroene toilet dat steeds vaker verstopt begon te raken. Op een dag werd ik er zelfs op aangesproken door ??n van de bezoekende kinderen van meneer en mevrouw Van den D., die het waagde om een nogal aanmatigend toontje tegen mij aan te slaan. En dat moet je tegen mij dus niet doen, een aanmatigend toontje aanslaan. Daar word ik echt bijzonder pissig van, moet u weten.
'Wil je geen maandverband in het toilet gooien?' sprak de dochter Van den D. tegen mij, vanaf superieure hoogte.
'Pardon?' zei ik, 'Waarom zou ik maandverband in het toilet gooien? Hoe komt u daarbij?'
'Nou, het toilet is verstopt,' zei dochter Van den D. tegen mij, terwijl ze me aankeek met een blik waaruit sprak dat het wel logisch was dat C., F. en ik daar schuldig aan waren.
Dat komt hoogstens omdat die vader van jou 35 keer per dag naar de pot rent, had ik willen zeggen. Maar hee, ik ben goed opgevoed dus ik zei: 'Nou, dat komt niet door mijn maandverband, hoor. Maandverband in een toilet gooien is echt uiterst onbeschoft en ook nog eens vies, ook. Dat zou ik nooit doen. Waarom zou ik willen dat het toilet van uw ouders verstopt raakt?'
Dochter Van den D. keek mij even aan, stelde blijkbaar vast dat ik te rationeel met de zaak omging en besloot om de aftocht te blazen.

Het toilet werd al snel een rode draad in huize Van den D., want omdat meneer Van den D. echt 35 keer op een dag naar de plee ging, werd de hygi?ne van het geheel er niet veel beter op.
'Ik heb schoonmaakspul op het toilet gezet,' zei F. op een dag tegen mij, 'Dan kun je de bril schoonmaken voordat je zelf gaat.'
Meer woorden waren niet nodig. Het toilet was tussen ons een beetje een 'hij die niet genoemd mag worden', omdat je als fatsoenlijke mensch nou eenmaal niet in geuren en kleuren met elkaar bespreekt wat je op een specifiek mosterdgroen jaren '70 toilet in de fijne wijk B. zoal aan kunt treffen. En dat, lieve lezer, was niet lollig. En slechts het begin van een aantal interessante maanden.
admin Maandag 08 Oktober 2007 at 2:17 pm | | Rosalie

vier reacties

marije

Ha.. een fijn verhaal! Ik wacht met spanning.

marije, (URL) - 08-10-’07 16:16
Virginie

Heb jij even geluk dat hij blijkbaar nooit kiespijn heeft gehad in de periode dat jij er zat, anders was ie vast zijn eigen trapje naar je woonstee opgeklommen…

Virginie, - 08-10-’07 21:42
Wodan

Virginie, misschien komt dat nog…

Wodan, - 09-10-’07 07:47
Octavie

Oooh dit verhaal begint heel erg te lijken op het verhaal van mijn studievriendin E. (jou welbekend). Die woonde in huis bij een enge vent waarvan verhalen de ronde deden dat hij doorkijkspiegels in de studentenkamers had hangen. Hij verhuurde dan ook alleen aan meisjes.

Octavie, (E-mail) (URL) - 10-10-’07 09:20
Emoticons
Om automatische spam te voorkomen, vragen Virginie en Rosalie u om deze enigszins achterlijke vraag te beantwoorden...
Persoonlijke info onthouden?
Kattebel
Verberg e-mail
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.