Het jaar in de fijne wijk B. te N. #4
'Het is mooi geweest met jou,' zeiden vriendinnen R. en M. op een goede dag tegen mij, 'Jij komt mooi maar eens bij ??n van ons slapen, dan doe je misschien nog een oog dicht zo af en toe. Want met die kreunende man in de buurt gaat dat echt niet gebeuren!'En dus stapte ik met mijn spulletjes op mijn fietsje en reed naar R. toe, die niet zo heel ver bij mij uit de buurt woonde. Er was echter ??n probleem: het was donker en ik was maar ??n keer eerder bij R. geweest. Doelloos fietste ik wat in het donker rond tot ik op gegeven moment een kruising zag die me vaag bekend voorkwam.
'Eureka!' dacht ik moedeloos bij mezelf en stopte voor het rode stoplicht.
Ik voelde dat er ergens iets mis ging gaan op dit kruispunt, want het was een beetje een raar kruispunt. Op het moment dat het licht op groen sprong, stak ik mijn arm uit om linksaf te slaan en werd vrijwel meteen geschept door de auto die achter me reed. Het was alsof het lot ermee speelde. Ik geloof dat dit de eerste en tegelijkertijd de laatste keer is geweest dat ik mijn arm uitstak om aan te geven dat ik af wilde slaan. In slow motion ging ik onderuit en kwakte tegen het wegdek.
'Ja, dat kan er ook nog wel bij,' dacht ik bij mezelf.
Wat er toen volgde was vaag. Een tierend wijf sprong uit de auto en begon tegen mij te schelden.
'Doe even rustig, mevrouwtje,' zei een meneer die zich ook tegen de situatie begon aan te bemoeien.
De mevrouw had niks aan haar auto, mijn fiets deed het ook nog. Behalve de schaafwond op mijn hand was er weinig aan mijn hand. De vrouw sleepte mij zowat haar auto in en bestookte mij met vragen. Veel meer dan 'ja', 'nee' en 'weet ik niet' kwam er niet uit. Nadat de vrouw mijn adresgegevens genoteerd had, zette ze me weer uit de auto. En daar stond ik dan, met mijn fietsje en mijn schaafwond. Net op het moment dat ik de weg naar R. gevonden had. Soms wil je de werkelijkheid gewoon en keiharde schop onder z'n kont verkopen omdat ie op dat moment gewoon echt te wreed voor je is. Dit was zo'n moment.
'Mam,' even later stond ik bibberend bij de telefoon in de hal van het tandheelkundige betonblok waar ik overdag mijn colleges en practica volgde (het was immers in het premobieltijdperk), 'Ik ging bij R. slapen en toen ben ik ondersteboven gereden. Ik heb niks, hoor. Maar ik word er zo godsgruwelijk gestoord van. Kunnen dingen nou nooit eens normaal gaan?!'
Mijn arme, bezorgde moeder praatte wat tegen mij aan, stak mij een hart onder de riem en ik wentelde mij in zelfmedelijden. Een doodzieke huisbaas, een studie die niet liep, een kutdispuut dat mij terroriseerde (een logreeks op zich) en nu was ik ook nog eens ondersteboven gereden ook nog, verdulleme! Nadat ik mijn hart had uitgestort bij mijn lieve moeder, belde ik R. op.
'Niet schrikken, maar ik was onderweg naar jou en toen ben ik geschept door een hysterisch wijf,' zei ik, 'Ik spoel even mijn schaafwond schoon en dan kom ik naar je toe. Ik ben nu op de uni, verder ben ik in orde. Ik ben alleen heel erg geschrokken.'
'Ik heb wel iets om op je wond te doen,' zei R. meteen, 'Doe rustig aan, ik zie je wel komen.'
En zo belandde ik uiteindelijk toch nog bij vriendin R. om eens een nacht goed door te kunnen slapen. Weer een drama rijker, maar wat zouden we moeten zonder drama's? Geen weblog zonder drama's, zoveel is wel weer duidelijk.
elf reacties
Virg: Dat wijf had mij gewoon niet gezien want ze zei nog: ‘Je moet ook niet zonder licht fietsen!’, terwijl ik dat toentertijd vreemd genoeg ook gewoon aanhad. Dus de condities om veilig over te steken waren wat mij betreft in orde, kon ik weten dat die automobilist een schele drol was? ![]()
Wodan: ‘t Zou zomaar kunnen, ware het niet dat de drol jonger is dan ik ben en toen hoogstwaarschijnlijk nog geen rijbewijs had. Maar goed, dat kan dan weer de aanrijding verklaren.
Of ik moet gewoon ophouden met iedereen ‘drol’ noemen, want voor je het weet, raakt iedereen hevig in de war…
Het verschil is toch duidelijk? Je hebt DE drol, en je hebt de schele drol. Zo kunnen er nog een heleboel andere drollen komen, maar er blijft altijd maar 1 DE drol
Nu moet ik toch even interrumperen hoor. Dispuut? Heb jij bij een dispuut gezeten? Meid, je hebt een verleden waar ik nisk van weet. En een terroriserend dispuut ook nog. Jekkerdejek.
ook weten! ook weten! ik wil alles van dat k*tdispuut weten…
(en die niet lopende studie ook!-tell me more, tell me more, tell me more)
F., meiske. Niet te veel creme de cassis drinken (Ha! Dat ga ik nemen!): je gaat nog aardige dingen zeggen over de drol.
En ik zie de hele dag niks anders dan drollen. Ik zie meer drollen dan dat ik niet-drollen zie, durf ik zelfs wel te zeggen.
roosje: Daar was jij toch allemaal bij?! Of wil je het herlezen? ![]()
Octavie: Ik ga niet praten over het kutdispuut, hoor. Ik blijf trouw aan mijn zwijgplicht.
Maar ik wil wel even zeggen dat ze 500 gulden van me gejat hebben, de lieve meisjes in de gestreepte truitjes! (En nu allemaal in pure verontwaardiging: ‘Ooooooooh, wat vals!’)
En ik maar denken dat het richting aangeven door het uitsteken van de hand het fietsen veiliger hoorde te maken…