Paaltje

Daar stond ik dus in Belgie, midden in M., op een parkeerplaats die ik net had uitgeroepen tot de allervervelendste parkeerplaats ter wereld, maar dan in iets minder nette bewoordingen. Hey, u kunt na mijn eerste boete niet verwachten dat ik objectief blijf, dus M., en vooral die ene parkeerplaats te M. mogen wat mij betreft voor de rest van mijn leven op het dak gaan zitten roesten.

Eigenlijk had ik ook gewoon beter naar mijn instinct moeten luisteren. Toen ik namelijk de parkeerplaats in eerste instantie opreed en mijn plekje uitkoos, voelde ik al dat het geen idee was. Of eigenlijk was het meer een kwestie van zien. U moet namelijk weten dat alle parkeerplekjes op de desbetreffende parkeerplaats van elkaar worden gescheiden door een boompje. En ik zag bij het oprijden al meteen, dat elk boompje op zijn beurt weer werd beschermd door zo'n ijzeren ring er omheen. Goed idee voor het boompje, slecht idee voor parkeerders. Zo'n ring is namelijk niet te zien in uw spiegels. Ze zouden er eigenlijk van die domme, levensgevaarlijk zwiepende oranje vlaggetjes op moeten steken, zoals ook bij kleine kinderen op een fietsje wordt gedaan. Maar goed, dat was natuurlijk niet gebeurd. Dus ik bekeek het geheel maar eens goed, prevelde snel een schietgebedje en liet vervolgens een staaltje van perfect file-parkeren zien. Echt, mijn rij-instructeur zou trots zijn geweest op me.

Want het wegrijden, ach, daar zat ik eigenlijk niet over in. Tuurlijk, het was geen erg ruime parkeerplaats, maar keren op de weg, dat is mijn specialiteit! Dat is ook niet zo raar, wanneer u bedenkt dat ik in een doodlopende straat woon en ik dus iedere les vanaf dag 1 met keren op de weg moest beginnen.

Maar toen de tijd van het wegrijden was gekomen, had ik net een boete gekregen. Toen het cruciale moment dus daar was, bekeek ik niet even goed de situatie, maar stapte ik meteen mijn auto in, terwijl ik in bepaald geen zachtzinnige bewoordingen bezig was de parkeerplaats naar een ander universum te wensen. Terwijl dus ook het schietgebedje erbij inschiet, begin ik op de automatische piloot te keren op het parkeerplaatsje. Ik kijk waar en wanneer ik hoor te kijken, ik draai aan het stuur wanneer ik hoor te draaien, alles gaat eigenlijk goed, tot ik ineens al achteruit rijdend een knal hoor en niet meer verder kan. Mijn toch al niet zo nette gedachten werden nog een graadje onfatsoenlijker, terwijl ik me afvroeg wat er was gebeurd. Die lantaarnpaal recht achter me, die had ik immers gezien. Die was ik in de gaten aan het houden, daar kon ik echt nog niet tegenaan zitten. Dat kon gewoon niet. Ik dacht dat die nog zeker een halve meter van me vandaan was. Hoe kon ik me zo vergist hebben?

Nou, ik had me dus niet vergist. De lantaarnpaal was ook nog een halve meter van me verwijderd. Het gebogen paaltje ter bescherming van de lantaarnpaal, was dat echter niet. Die stomme ringen en paaltjes, waarbij ik dus al vanaf het begin een slecht gevoel had, hebben zichzelf weer eens bewezen. Gelukkig hadden zowel ik, de auto en het paaltje geen (zichtbare) schade.

Mijn eerste bekeuring en mijn eerste botsing binnen het uur op een troosteloze parkeerplaats in Belgie. Ach M., daar moet ik echt nog eens naar toe, wordt geheid leuk...
Virginie Donderdag 01 November 2007 at 11:08 am | | Virginie

drie reacties

Rosalie

Arme jij, welk een treurigheid. Gevalletje wet van Murphy, denk ik… ;-)

Rosalie, - 01-11-’07 11:16
Wodan

Ik leef met je mee!

Wodan, - 01-11-’07 11:58
Ruud

Ik was een van de gelukkigen ZONDER bekeuring, omdat er in mijn auto iemand zat te Rubikken!

Ruud, - 09-11-’07 19:49
Emoticons
Om automatische spam te voorkomen, vragen Virginie en Rosalie u om deze enigszins achterlijke vraag te beantwoorden...
Persoonlijke info onthouden?
Kattebel
Verberg e-mail
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.