De Nieuwe Grote Drie
'Ik heb besloten dat ik een boek ga schrijven,' deelde J. afgelopen vrijdag tussen twee tapasgangen mee, 'Ik heb zo eens een beetje op sites van uitgevers zitten kijken en ik denk dat ik weet hoe ik dit aan ga pakken.'Kijk, daarom ben ik blij dat ik J. ken. J. en ik zitten duidelijk op ??n lijn. J. vraagt zich nooit af of ze iets kan, maar gaat meteen over tot de uitvoering. En dat vind ik wel aangenaam. Valse bescheidenheid is echt de gesel van dit land en zijn bevolking, vraag maar aan Harry het Fossiel.
'En als ik nou ook eens een boek schrijf?,' zei F. na J.'s mededeling, 'Zou dat een plan zijn?'
Vol verwachting keken mijn twee vriendinnen mij aan. Rosalie moest er duidelijk iets van vinden.
'Wel ja,' zei ik, terwijl ik een dramatisch gebaar maakte, 'Dan worden we toch gewoon De Nieuwe Grote Drie?'
'Dan wil ik geen Harry Mulisch zijn, hoor,' zei F. grinnikend.
Op dat moment brulden J. en ik synchroon: 'Dan ben ik Harry Mulisch.'
'Nou ja,' zeiden we weer tegelijkertijd, terwijl we elkaar nog net niet pissig aanstaarden.
Harry Mulisch was duidelijk in trek, da's ook wel eens interessant. Meestal is ie toch een beetje het pispaaltje.
'Dan ben ik wel Hugo Claus,' zei J. coulant, terwijl ik net met een dramatische zucht mededeelde dat ik dan 'die Belg' wel wilde zijn.
'Eij!' J. begon ondertussen behoorlijk link te worden. Van buiten zag ze er nog aardig uit, maar ondertussen... amaai.
Ik merk het wel weer. Onze literaire kwaliteiten zullen worden overschaduwd door ordinaire chickfights. Dit is dus waarom vrouwen zo weinig topfuncties bekleden, ik zeg het u maar even. Vrouwen neuzelen altijd zo. Over wie er dan Harry mag zijn, bijvoorbeeld. Of Hugo. Want wie er nou wie wordt bij De Nieuwe Grote Drie, dat hebben we uiteindelijk nog niet besloten. Daar draaiden we gewoon een beetje omheen. ('Oh trouwens, even iets anders: heb je nieuwe schoenen? Ja? Leuk, joh!'). De 'Wie-o-wie-is-er-hier-de-Harry-kwestie' duikt wel weer op als niemand het meer verwacht, want zo gaat dat nou eenmaal met vrouwen: 'Weet je nog dat wij negen maanden en 17 dagen geleden allebei Harry wilden zijn? Ja? Hahaha ja, dat was hilarisch indeed. Maar nu even serieus en voor de duidelijkheid: ik ben potdomme Harry, ja!'
En dan begint het gezeik weer van voren af aan, deze keer komt er echter ook wat bijt- en krabgedrag bij kijken. Minstens.
Arme J., arme ik. Weer een prachtig initiatief in de kiem gesmoord.
En da's natuurlijk allemaal de schuld van Harry Mulisch, want als je mannen ergens de schuld van kan geven dan doe je dat natuurlijk gewoon en zonder gewetensbezwaren.
22 reacties
Nou R., dat jij dat niet weet! Wat ben jij dom, zeg. (Ik oefen alvast wat Harry M., auwieje).
Ik heb een stuk in dit verhaal overgeslagen. F. zei namelijk: Dan ben ik Hermans wel, want ik wil Mulisch niet zijn.
Toen zeiden J. en ik: Ik wil Mulisch zijn!
En toen bedachten we dat eigenlijk gewoon niemand Reve wilde zijn en toen besloten we dat Claus dan maar een van de grote drie was.
Vandaar.
Allemaal leuk en aardig, maar nu even praktisch: ik heb nog twee Bol.com-waardebonnen die tot maart 2009 geldig zijn. Moet ik die bewaren of kan ik ze beter toch maar nu inzetten voor de aanbieding van het boek van Char Het Medium?
De Grote Drie, dat zijn toch gewoon De Uitvreter, Titaantjes en Dichtertje?
Of ben ik nu gek?
TafelDertien, ik voel een C. Maar het kan ook een N. zijn.
TafelDertien: Ik zou voor Char gaan. Ik vermoed dat 2009 het jaar van de scriptie gaat worden, ik wil niet zo’n gefrustreerde idioot zonder diploma worden (zoals Harry M., dat dan weer wel). Ik zou mijn geld zetten op 2011. Maar misschien zijn J. en F. sneller.
Cyriel: Ik voel een E.
Octavie: Je moet eens met Vriend R. praten, ik zie een nieuwe Harryfanclub ontstaan. En allee, daar wil ik dan ook nog wel bij, maar dat heeft meer te maken met mijn adoratie voor clubjes. ![]()
Kan ik hier solliciteren naar de positie van Reve? Onvoorstelbaar dat geen van jullie hem wil zijn! Ter lering ende vermaak hieronder twee citaatjes. – Willem Frederik Hermans, Harry Mulisch, Gerard Reve, u bent de grote literatoren van na de oorlog.
Ik vind dat het werk van Mulisch niets te maken heeft met mijn werk en niets te maken met dat van Hermans. Dat van Hermans en van mij is van een bepaalde categorie, dat is vergelijkbaar. Het is anders, ik ben een romantisch-decadent en hij gedeeltelijk een surrealist en een manifestant en dat allemaal. Maar dat stelt helemaal niets voor. Ik bedoel, ik heb geprobeerd het werk van Mulisch te lezen, maar ik kom er niet door. Het kan aan mij liggen. Een groot, groot schrijver, als ik hem maar niet hoef te lezen. Heel simpel. (TV-interview Maartje van Weegen / 1995)
Ik vind bij Mulisch zo gek dat eigenlijk de zelfspot bij hem ontbreekt. (…) het is een soort ijdelheid en een soort opschepperij die toch met veel voorbehoud geschiedt, vind ik altijd. Het is weinig absoluut. Hij kan wel schrijven en de taal gebruiken, maar zijn probleemstelling is mij helemaal vreemd. Daar begrijp ik niets van. (Gerard Reve in Gesprek, Interviews / 56)
Cyriel, doel je nu op De Dag Dat Ik Met Harry Praatte?
(Ik praatte met Harry ja. Of meer: Harry praatte met mij. Ik zei geen stom woord terug.)
Toen was ik een beetje gek ja.
Uhm, nee, maar je had het wel altijd over Harry. Harry voor, Harry na, enzovoort. Ik snap niks van zulke heldenverering. (Heb ik trouwens al gezegd dat iedereen Nescio gelezen moet hebben?)
Lb: Joh, Reve schrijft geheid beter dan Mulisch. Daar gaat het J. en mij helemaal niet om. Mulisch is gewoon grootheidswaanzinnig en dat vinden wij hilarisch. Van mij mag die man echt elke dag 10 minuten zendtijd, waarin hij dan bij voorkeur vertelt over die ene keer dat hij met Octavie praatte.
(Octavie, wanneer praatte jij dan met Harry het Fossiel?! Mèn!)
Iemand die genoemd is naar Mulisch’ octaviteitsprincipe, MOET wel ooit met hem gepraat hebben!
En iemand die beweert dat Reve beter schrijft dan Mulisch, moet toch eens een doktersbezoek overwegen…
Eens met R. over het doktersbezoek. Reve is boooring.
En Mulisch praatte ooit met mij over mijn naam, die hij voorin een van zijn boeken had zien staan (ik schrijf altijd mijn naam in mijn boeken, plus datum en plaats waar ik ze kocht). ‘Wat een prachtige naam heb je,’ zo zei Hij. En ik knikte en wist niet hoe snel ik weg moest komen. Mensenlief, wat stupide. Ik was op dat moment nota bene bezig met mijn scriptie en had net ‘De compositie van de wereld’ binnenste buiten gekeerd. Het boek, ik zal het even uitleggen voor de dommeriken onder ons, dat volledig gewijd is aan Mulisch’ theorie over de octaviteit.
Gedverdemme, ik dacht gisteren nog letterlijk: amaai, die Claus, da’s ook al een ouwe kerel ondertussen.
Harry niet, die wordt namelijk 130. Die raken we nooit kwijt… ![]()
Foei, Rosalie, je moet zo’n arme man ook niet laten schrikken! Bombardeer jij ‘m ineens tot een van de grote drie, vind je het gek dat hij dan spontaan euthanasie pleegt! Je moet ook niet zo’n druk op mensen leggen, daar komt alleen maar narigheid van, dat zie je nu wel weer!
Rosalie heeft behoorlijk wat trekjes van Harry Mulisch, dus zij zou er zeker voor in aanmerking komen.
Maar sinds wanneer hoort Hugo Claus bij De Grote Drie?