Recalcitrante Rosalie
Terwijl ik afgelopen nacht/vanochtend over mijn artikelen en boeken gebogen zat en niet zo heel fris en fruitig mooie termen als 'pragma-dialectiek', 'institutionele sociologie' en 'Zuordenungsvoraussetzungen' zat te scanderen, schreef zich in mijn hoofd een soort van lijkrede. Want zo gaat dat dan in mijn kupke. Daar worden de hele dag dingen geschreven. Van 's morgens vroeg tot 's avonds laat. Van betogen over Zuordenungsvoraussetzungen (gotta love those Germans!) tot rare geschiedenissen over mannen die struikelen over een rondslingerende zak potgrond. Ja, een rondslingerende zak potgrond. Dat verzin je toch niet, zoiets? Na doch. Rosalie wel, hoor. Potgrond, geraniummest... ik draai nergens mijn hand voor om. 't Is net de Intratuin in die kop van mij.Maar goed, terwijl ik zat te vloeken en te tieren en met de moed der wanhoop in mijn kopi?n zat te graaien, schreef ik in mijn hoofd een lijkrede.
Ik was er namelijk vast van overtuigd dat ik zou gaan sterven.
Dat ik gewoon dood zou gaan aan het studeren.
Ja hee. Hallo. Zo voelde het wel. In m'n pyamaatje en m'n fleecedekentje.
Om kwart voor vier 's ochtends.
Met m'n kop in een of andere onbegrijpelijke Duitse tekst.
In mijn lijkrede zei ik onder andere iets over dat mensen tevergeefs hadden geprobeerd om mij te veranderen.
Maar dat dat niet gelukt was en man, nu was ik opeens hartstikke dood.
En dat dat op zich natuurlijk wel een radicale verandering was.
Maar dat dat dus niet door die mensen kwam, maar door het studeren.
Ook zei ik iets over dat mensen niet zo naar anderen moeten staren.
Want dat vind ik dan, h??
Naar anderen staren is namelijk totaal zinloos.
En zeker naar mij staren.
Want ik ga toch niet doen wat je wilt.
Recalcitrante Rosalie.
Dan denk je: nu heb ik 'r zover, nu doet ze wat ik zeg.
En dan sterft ze 's nachts aan zoiets banaals als studeren.
Zal je altijd zien.
Maar goed, ik stierf dus niet.
Wat betekende dat ik toch echt naar de uni moest gaan en een mondeling moest gaan doen.
Met de moed der wanhoop pakte ik mijn paarse jasje van de kapstok, trok het aan en met lood in mijn al evenzo paarse laarsjes vertrok ik richting universiteit.
Fritsje speelde 'Ne me quitte pas', de blaadjes dwarrelden in het rond en ik dacht: 'Nu kun je erop gaan zitten wachten, nu val ik om. Midden op de Sint Anna.'
Maar hee.
Er gebeurde helemaal niks.
Sloffend vervolgde ik mijn weg naar de uni.
En stapte daar de kamer van de docent in.
En ging even later naar buiten met een 7 voor mijn mondeling.
Nou, ik zeg het u.
Gekker moet het niet worden.
Dadelijk haal ik nog een diploma voordat ik aan het studeren sterf.
En dan heb ik me al die jaren voor niks aan zitten stellen, nondeten?r.
zes reacties
Als je dan ooit eens gaat sterven aan studeren, doe dat dan niet aan de vooravond van het vage Duitse plaatsje zeg…
Virg: Maak je geen zorgen, volgend jaar rond deze tijd studeer ik niet meer.
Dus dan kan ik in ieder geval niet meer aan de vooravond van het vage Duitse plaatsje sterven. Wel eerder, maar in ieder geval niet op de vooravond.
Dan is het goed.
Niet leuk natuurlijk, mocht je te komen sterven, maar allee, het leven is niet voor de leuk ![]()
En daar is het stukje! Even lezen…