Raad-het-dialect
Vorige week zondag legden Prosper, Virginie en ik even aan vriendin J. uit dat Algemeen Beschaafd Limburgs een utopie van jewelste is.
'Kijk,' zeiden wij, 'Het zit dus zo: elk turp heeft z'n eigen variant van het taaltje.'
En vervolgens zeiden wij een voor een onze versie van het woord 'oud' om dit te illustreren.
'Alt,' zei Virginie (Venlo).
'Aad,' zei Prosper (Roermond).
'Oud,' zei ik (Sittard).
Ja, dat vindt u raar, hè. Dat mijn versie 't meest op ABN lijkt. U denkt namelijk dat hoe zuidelijker je komt, hoe groter de negorij wordt. Nou, dat is ook zo. Maar Sittard is natuurlijk de parel van de provincie, het baken van beschaving. Het laatste veilige toevluchtsoord voor Heerlen, zeg maar.
Maar goed, dialecten dus. De afgelopen paar dagen kruist dialect regelmatig mijn pad, want door een spoorwegonderbreking in Arnhem reis ik deze weken noodgedongen via Den Bosch naar mijn werk. En in die trein van Utrecht naar Den Bosch kom ik allemaal Limburgers tegen. En dat is lollig, want dan kan ik het spel 'Raad-het-dialect' spelen. Dan zet ik mijn iPod uit, beweeg vervolgens een beetje alsof ik zit te swingen op mijn muziek, maar eigenlijk luister ik stiekem de Limburgse mensen in kwestie af.
Zo zaten er gisteren twee dames tegenover mij, die even gezellig de hele familie doorspraken.
'Jao jao, Charlot van Marie is gesjlaag, wah.' (Ja ja, Charlot van Marie is geslaagd, hè).
Het 'wah' was voor mij een inkopper, want bij 'wah' denk ik meteen 'Oostelijke Mijnstreek'.
En dan denk ik meteen: Heerlen, Kerkrade, de buurt van Vaals.
Voor Kerkrade en Vaals was het dialect van de dames te verstaanbaar. Want Kerkrade en Vaals, mensen. Daar spreken ze een taaltje dat taalkundig officieel onder de Duitse dialecten valt. Benrather linie, hè. Die moesten weer zo nodig een klankverschuiving meer doen dan de rest van Nederland.
'Wao zaot Charlot op sjool den?' vroeg de een op gegeven moment. (Waar zat Charlot op school dan?)
'Op 't Bernardinus,' zei de ander.
Bernardinus.
School in Heerlen.
100 punten voor Rosalie.
Vandaag zat er een Limburgse familie in de coupé naast mij. Een vader, een moeder, een zoon en een oma.
Oma zat driftig te bellen.
Een rollende r, jongen. U wil het niet weten.
Een rollende r is ook altijd een inkopper. Rollende r betekent: Maasdorp. Dat zijn dorpen (de naam zegt het al) die aan de Maas liggen en niet al te ver van Sittard, als ik me niet vergis.
'Waorrrrrr gaot geerrrrrr den eate?' vroeg oma op gegeven moment. (Waar gaan jullie dan eten?).
Het was even stil toen haar gesprekspartner haar vraag beantwoordde.
'Aoh,' zei oma, 'Bie de Hafenstube!' (Oh, bij de Hafenstube).
Hafenstube.
Vreetschuur in Grevenbicht.
Grevenbicht = Maasdorp.
200 punten voor Rosalie.
Ik ben goehoed. Al zeg ik het zelf.
Maar ja. Het kunnen duiden van Limburgse dialecten is een talent waar je dus werkelijk geen ene fuck aan hebt.
Heb ik weer, hoor.
vijftien reacties
In Sittard zeggen we echt bijna nooit ‘wah’. Voor mij is dat echt gerelateerd aan die Joepies in Oost-Zuid-Limburg. ![]()
Hier wordt ‘wah’ gezien als een Brabants verschijnsel… Hoewle het stiekem toch ook wel gebruikt wordt… Hmmz.
Maar goed, misschien moet je gewoon zorgen dat dat talent wel ergens goed voor gaat zijn. Ga ermee op de kermis staan ofzo ![]()
:)
Ik kan me sowieso erg verbazen over het Limburgs.
Maar ik ben dan ook eentje van boven-de-rivieren die die verschillen toch niet hoort. Hoewel ik dan wel weer Boxtels, Bests en Oirschots uit elkaar kan houden, maar dat is Brabant.
Hoezo, deze vaardigheid zal nog eens van onschatbare waarde blijken. Als er bijvoorbeeld oorlog komt in die regio kun je het leger helpen de goejen van de kwajen te onderscheiden. Of tolken tussen de verschillende dorpsdialecten.
Ik herken überhaupt net Limburgers aan hun accent. Dialectonderscheiding is mij te moeilijk. Hoewel, die halve Duitsers pik je er inderdaad wel uit.
even los van het postje maar over het jasje. waar is de zo kenmerkende nostalgie gebleven? is dit de nieuwe neutraliteit? (na de nieuwe niksigheid die pauline cornellissen tentoonspreidt als vervolg op de nieuwe tuttigheid van long ago?)
Roosje: Neuh. Ik snap het nieuwe systeempje (nog) niet en ik heb geen tijd om een nieuwe layout te maken. En ook geen zin, als ik eerlijk ben. En wie is die Paulien eigenlijk? Van dat niksige boekje, toch? Die zag ik zondag op twitter ook al langskomen en iedereen vond haar irritant.
Heel knap, maar ik het nut van dialecten zie ik ook nog niet zo één twee drie.
‘Wao zaot Charlot op sjool den?’ Waar zat Charlot op school dan? Ja hallo, waar slaat dat op? Wao sleejt det op? Dat verstaat toch iedere Hollander? Dan heeft het ook geen nut hoor, een dialect als iedereen het verstaat. Dan is het gewoon een beetje interessantdoenerij, alsof je in het Gooy ( La Goi) woont. Kijk, bij ons op de Veluwe, daar heb je tenminste fatsoenlijke dialecten. Woarumme mujje henne in de strill’n buut’n dan? Kijk, daar maak je niks van. Ik ook niet.
Lieve schatten… het is AOD!
En Cyriel… ooit hebben wij samen toch nog eens een prachtig onderzoeksverslag geproduceerd over de verschillen tussen het Weerts en het Sittards… die zouden je bekend voor moeten komen!
R.: Is dat dat onderzoek waarvoor ik mijn oma nog heb moeten bellen omdat Cyriel een import-Limburger is en dus met allerlei vraagstukken zat? ![]()
Heel herkenbaar, Rosalie, wat je hier schrijft! Het is trouwens best goed te horen wanneer Limburgers gewoon Nederlands spreken waar ze vandaan komen. Maastrichtenaren praten bijvoorbeeld heel typisch zangerig met langgerekte klanken. En Parkstedelingen spreken de L en de N op z’n Duits uit. Zij spreken het woord telefoon bijvoorbeeld als tèllefoon uit, waarbij de klemtoon op de eerste lettergreep ligt. Onmiskenbaar.
Wij zeggen hier ook Wah. Ik wilde daar nog eens een stukje over schrijven want volgens mij is dat woord aan syntaxis onderhevig. We zeggen namelijk als we het tegen meer mensen hebben ‘Wahrdt’ en tegen 1: ‘Wah’. Dat is toch vreemd, of niet?