Over taarten, bruggen en schijtluizen
'Dan kunt u het beste vlak voor het kasteel aan de linkerkant het zandweggetje ingaan, dan komt u bij een brug en als u dan even belt, maken we de deur voor u open, direct de keuken in.'
'Zandweggetje zegt u? Is dat weggetje wel een beetje goed berijdbaar dan? Met een taart in de auto ga ik liever niet oefenen voor Parijs-Dakar...'
'Oh, dat gaat prima hoor. Alle leveranciers komen via die weg.'
Zo gezegd, zo gedaan. Virginie reist met een bruidstaart in de kofferbak naar kasteel H, te H. Ziet een zandweggetje en rijdt het alweer voorbij onder het mom: dat kan nooit dat zandweggetje zijn... Maar een telefoontje later bevestigt, dat het toch heusch het bedoelde zandweggetje is. Parijs-Dakar, here I come!
Nu moet u weten, dat ik een schijtluis ben. Amai, echt! Steile afdalinkjes, bewegende opstapjes, smalle loopplanken; het maakt niet uit - ik krijg er hartkloppingen van. Ook al stelt het meestal niet veel voor, dat weet ik rationeel gezien echt wel, maar ja, ik ben nou eenmaal een schijtluis...
Terug dus naar het zandweggetje, waar ik -dankzij een slakkentempo en kunstige stuurbewegingen- de taart heelhuids doorheen weet te loodsen en waar ik zoals beloofd uitkom bij een brug. Althans, ik kom uit bij iets waarvan ik best begrijp dat de kasteelmedewerkers het een brug noemen, maar bij het woordje 'brug' denk ik toch aan iets heel anders. Een stevige constructie met aan weerszijden een degelijke reling bijvoorbeeld...
Waar ik niet aan denk, is dit:

Ik blijf even in de auto zitten, besluit dat de taart toch echt naar binnen moet, verzamel wat moed, stap uit, pak de grote doos (en ja, vraag maar aan Rosalie, het is echt een GROTE doos) voorzichtig uit de kofferbak en begeef mij richting het excuus-van-een-brug.
Daar wachtte mij de volgende verrassing. Een gat tussen brug en kant. Om echter te voorkomen dat mensen tussen wal en schip zouden belanden, was er een stukje metaalplaat overheen geschroefd. Die een geheel nieuw gat tussen kant en metaalplaat opleverde, maar dan in verticale richting:

Ik haalde wederom diep adem, zette me schrap, en zette voorzichtig 1 voet op de metalen plaat, die zich richting aarde bewoog en waarbij ik de gehele brug zag en voelde wiebelen... Hoort u mij goed? Het bewoog! Jaiks! Op dat moment heb ik mij resoluut omgekeerd, de taart teruggezet in de auto, mij wederom bij elkaar gepakt en voorzichtig, de reling vastgrijpend en mijn eigen leven riskerend, me naar de overkant van de brug gesleept.
Alwaar ik inderdaad in de keuken uitkwam en de eerste de beste levende ziel heb aangesproken met de woorden: 'Ik heb de bruidstaart bij me, maar ik ben een schijtluis en weiger ermee over die brug te lopen'.
Waarop de man rustig antwoorde: 'Tja, ik doe het ook niet, want ik werk hier eigenlijk niet, dus ik ben niet verzekerd als ik eraf mieter...' Daar stonden we dus. Ik als ware 'damsel in distress' op een kasteel en nergens een koene ridder te bekennen! Pfff, emancipatie is ook niet alles.
Maar goed. Uiteindelijk werd er natuurlijk toch iemand gevonden die bereid was de taart naar binnen te dragen (gelukkig zonder hem in het water te laten vallen; anders hadden we voor het bruidspaar een nieuw Oud-Hollands-spel kunnen introduceren: koekduiken!) en zo werd het toch nog eind goed, al goed en kon het bruidspaar met een groot sabel de taart aansnijden!

zes reacties
Verdomd, ik herken dat kasteel en die loopbrug, ik heb daar eens gespeeld met de band (inderdaad op een bruiloft). Waar was dat nou ook alweer?
Ik zou dat ook weigeren met zo’n grote doos. Gatsie zeg. Het is wel wildwest, hoor. Met jou en je taarten.
Zo lijkt taartbezorgen wel bijna geocachen! Mooi verhaal!