Een bericht uit de Tandheelkundebunker

Zo af en toe kruisen vreemde en onverklaarbare zaken je pad. Sinds een jaar ontvang ik opeens mysterieuze mailtjes uit de Tandheelkundebunker, terwijl ik die toch echt al sinds 1999 verlaten heb. Meestal gaan die mailtjes over spreekuren bij docenten of borrels en feestjes die op stapel staan. Maar zo af en toe komt er iets langs waarvan ik denk: 'H??!' en dan ga ik daar weer twee dagen over denken, want zo ben ik dan ook wel weer.

(Voor de lieve lezers die het nog niet wisten: ik heb vroeger het onzalige idee gehad om tandarts te worden. Iemand zei ooit tegen mij daarover: 'Eh A-F, jij bent echt een beetje raar. Normale mensen weten al dat tandartsen niet okee zijn wanneer ze hun eerste voet bij hen over de drempel zetten, maar jij moet zo nodig weer een jaar met die mensen gaan socializen om tot dezelfde conclusie te komen.'
'Je hebt helemaal gelijk,' zei ik toen, 'maar je kent me, h?? Stronteigenwijs!')

Op de Nijmeegse universitaire campus staan een boel deprimerende gebouwen, maar geen enkel gebouw is zo erg als het Tandheelkundige Betonblok. Een soort bunker waarin je eigenlijk ook niets anders kan verwachten dan honderden tandartsen en lange rijen aaneengesloten tandartsenstoelen. Er lopen bijna alleen maar mensen in witte jassen en als je niet beter zou weten dan zou je denken dat je in een of ander geheim lab rond aan het lopen bent. Een lab waar men onderzoek doet naar een neergestortte UFO en de daarin gevonden aliens die al sinds jaar en dag op sterk water staan. (Ik weet het, ik heb te vaak Indepedendence Day gezien.) Maar goed, in dat jaar dat ik bij tandheelkunde rondgelopen heb, heb ik nooit iets van die aard kunnen ontwaren in de Tandheelkundebunker, dus geef ik ze het voordeel van de twijfel.

Maar zoals dat gaat met twijfel: het komt in vlagen. En ik zit weer middenin zo'n aan twijfel onderhevige vlaag.
'Pling!' deed mijn gmail-notifier eerder deze week. Al snel zag ik dat de Ongrijpbare Goden der Tandheelkundebunker tot mij spraken. Hoera! Een bericht uit de Tandheelkundebunker! Zoals altijd was het direct feest in huize Anne-Floor.
Naam van het bericht: Schedels (en nog wat, maar dat doet er niet toe).
Bericht: 'Hallo. U kunt de schedels op komen halen. Ze zijn eindelijk aangekomen uit China. Voor leden is de prijs 17,50 euro, voor niet-leden 25 euro. Wees er snel bij want op is op.'

Ahem? Schedels? China? Dan begin je toch dingen af te vragen. U kent het wel. 'Hoe zit dat?' en nog meer van dat soort zinnige vragen. Maar ja, probeer maar eens een tandarts te doorgronden, laat staan een hele bunker vol. Daarom besloot ik na vele uren denkwerk en analyse van de diepere betekenis van dit mailtje dat ik niet eens wil weten hoe dit zit. Ze hakken en boren maar een eind weg, daar in die bunker. Stelletje koppensnellers...

admin Vrijdag 18 November 2005 at 5:41 pm | | Rosalie |

Het Johann Nepomuk Hummelgenootschap

Fr?her, wenn als wir noch jung und sch?n waren* had ik met een aantal koorgenoten een dubieus gezelschap. Nou moet u weten dat mijn hele studietijd van dubieuze gezelschappen aan elkaar hangt. Van vijftien kleine tot minder kleine radicale anti-disputen tot splintergroeperingen die als logo een wc-rol met daarop het woord REET voerden. Maar het dubieuze koorgezelschap dat was toch werkelijk een van de mooiste. Dit gezelschap ontstond op een avond in de kroeg. We waren aan de praat geraakt over de componist Johann Nepomuk Hummel, een tijdgenoot van Mozart. Natuurlijk kende weer bijna niemand Johann Nepomuk Hummel en daarom was het zeer interessant om iets over hem te vernemen van de mensen die zich reeds in zijn levenswandel verdiept hadden. Een man met zo'n naam moest wel interessant zijn, waren we uiteindelijk allemaal van mening.

De volgende dag was ik op de universiteit en daar googlede ik op Johann Nepomuk Hummel. Gewoon om eens een plaatje van die man te zien. Nou, dat was schrikken. Johann Nepomuk bleek op z'n zachtst gezegd niet moeder mooiste; klik. Ik lag helemaal in een deuk achter mijn computer en mailde het plaatje rond aan alle in Johann Nepomuk ge?nteresseerde lieden.

Tien minuten later kreeg ik een eerste mailtje terug.
'Eh A-F, waarom stuur jij mij een plaatje van Johann Nepomuk Hummel? Wie is dat eigenlijk? Waar gaat dit over?'
'Johann Nepomuk Hummel!' typte ik driftig terug, 'Weet je wel, daar hebben we het gisteren na de repetitie over gehad!'
Al snel bleek dat ik het mailtje met de enge foto erin naar een aantal mensen verstuurd had die helemaal niet bij het hele gesprek aanwezig waren geweest. Al snel ontstond er een driftige mailcorrespondentie over ons nieuwe idool. Er ontstonden schuilnamen en de taal waarin gecorrespondeerd werd, sloeg al gauw om in een soort interessante variant van het negentiende eeuwse Nederlands.
Het Johann Nepomuk Hummel Genootschap was een feit.

Het genootschap kende een paar grote wapenfeiten die ik hier voor u uit de doeken zal doen. Op de eerste plaats schreef Alois von Estherhazy een biografie die ook nog in verschillende delen in het koorblad verscheen. Niemand begreep er iets van, maar dat mocht de pret niet drukken. Het genootschap had lol en daar waren de koorleden die geen lid waren van het genootschap de dupe van, omdat een aantal leden van het genootschap in de redactie van het koorblad zaten. Al snel werd er een bijeenkomst belegd waarbij Appolonia D. en Geertruida Monkelbaen apfelstrudel bakten en we naar muziek van Johann Nepomuk Hummel luisterden (uiteraard vanaf een langspeelplaat, zoveel was duidelijk). Zuster Philomeen (de non in het gezelschap) deed nog verslag van haar onderzoek naar de invloed van Johann Nepomuks horrelvoet (eerder al beschreven door Alois von Estherhazy in zijn befaamde biografie) op zijn latere werk. Alois vergastte ons op zijn beurt weer op enige fijne biedermaierpo?zie uit het betreffende tijdvak. Mooi was dat. Helaas bleef het bij slechts een bijeenkomst. Een bijna mythische bijeenkomst. Dat dan weer wel.

'Weet je nog?' zei ik vandaag tegen vriendin F. op MSN, 'Het Johann Nepomuk Hummelgenootschap?'
'Ja, met al die belachelijke namen,' grinnikte F., 'God, hoe heette ik ook alweer?'
'Ja, verdorie!' ik moest ook lachen, 'Ik weet de mijne ook niet meer. En dat is jammer, want natuurlijk was ik degene die begon met dat achterlijke namengedoe.'
'Stom zeg,' vond F.
'Ja, ik weet een heleboel andere namen wel nog,' zei ik, 'Alois bijvoorbeeld.'
'Von Estherhazy!' zei F.
'Precies,' zei ik, 'Dat was het. En Geertruida Monkelbaan. Appolonia D. En A. die was non. God, wat was haar naam ook alweer?'
'Dat weet ik niet meer,' zei F.
'Zuster Philomeen!' typte ik.
'Hahahahaha,' lachte F.
'Hahahahaha,' lachte ik, 'maar mijn eigen naam, h?? Wat irritant! Ik weet het echt niet meer.'
'Ja, irritant!' was F. het met mij eens.
'Weet je wat?' zei ik, 'Ik vraag het wel op mijn log. Daar hangen tegenwoordig toch mensen rond die onze namen vast nog wel weten.'

*Eh F., is dit goed Duits?! Ik word toch wel een beetje paranoia nu ik weet dat er specialisten meelezen...

admin Donderdag 03 November 2005 at 3:58 pm | | Rosalie |