Robbie W.

Een tijdje geleden vlijde mijn zusje zich in de vroege ochtendstond neder voor de ingang van het Sittardse postkantoor. Ene Robbie W. zou twee avonden Amsterdam of zo aandoen en daar wilde de jonge logop?din maar al te graag bij zijn. Robbie W. en mijn zusje. A. zag het al helemaal voor zich. Helaas lukte het haar op deze vroege ochtend niet om kaartjes te bemachtigen voor het o zo interessante Robbie W. festijn. Ze belde ondertussen wat met een andere A. die in Nijmegen voor de GWK lag en daar bijna stond te knokken met een voordringende dame. A. lukte het wel om plaatsen te bemachtigen. Zij blij, mijn zusje bozig.

Maar mijn zusje zou mijn zusje niet zijn als ze dat niet eens even zou gaan fixen. Dus surfte ze wat over het internet, trok haar creditcard en kocht kaartjes voor het Robbie W. festival op de Hockenheimring in Duitsland. Vanuit mijn ouderlijk huis tussen de drie en vier uur rijden, dus geen probleem voor een doorgewinterde Robbie W. fan die in het bezit is van een auto en niet onbelangrijk: een salaris.
'Yeuy!' mijn zus stuiterde door de kamer toen ze de kaarten voor het concert in Duitsland besteld had, 'Ik ga naar Hockenheim, ik ga naar Hockenheim!'
Toch mooi als er twee passies van zo'n meisje samenkomen: Robbie W. en Formule 1. Ik was oprecht blij voor haar.

Gisteren reed ik met haar naar Eindhoven om de kaartjes op te gaan halen bij een internationaal koeriersbedrijf. Ze waren bij mijn zus aan de deur geweest om de kaartjes af te geven, maar A. was in Duitsland allochtone kindjes fatsoenlijk Duits aan het leren (rare baan, die baan van haar) en dus gingen de kaartjes retour afzender.
Gewapend met een adres van het internationale koeriersbedrijf reden A. en ik gisteren naar een industrieterrein ten noorden van Eindhoven. Ik ging daar al eens eerder een geocache zoeken met vriend R., dus ik had wel zo'n idee waar we moesten zijn. Ongeveer een half uur later (mijn idee was een beetje t? vaag geweest) werden we naar een andere vestiging gestuurd.
'Neen,' zei de man achter de balie, 'Dat pakketje ligt niet hier. Daarvoor moet je naar onze vestiging bij Eindhoven Airport.'
'Grrrr,' zei mijn zus.
'Grrrr,' zei ik.
Het was een beetje zoals met die reclame met die paarse krokodil, maar dan anders.
Gek eigenlijk, dat het toch een beetje eng kan zijn als je voor 140 euro aan kaartjes hebt uitgegeven en het er een beetje op lijkt alsof ze kwijt zijn.
'Ik vind dit niks,' zei mijn zus, toen een mannetje op Eindhoven Airport in het magazijn van het internationale koeriersbedrijf was verdwenen en toch wel verdacht lang weg bleef.
'Iets bestellen bij bol.com is echt het hipste wat ik nog op het internet ga doen, hoor!' bibberde ik.
Maar daar kwam het mannetje al. Met de kaartjes. Dat was mooi, mijn zus was blij en ik was opgelucht dat ik nooit naar enge internationale koeriersbedrijven hoef voor mijn eigen hachjes. Een leven zonder een Robbie W. adoratie is een stuk eenvoudiger...

admin Donderdag 29 December 2005 at 08:14 am | | Rosalie | Geen reacties

In de Middeleeuwen hadden ze ook geen mixer!

'Als ik volgende week een feestje ga geven,' zei ik tegen mijn zusje, 'Dan ga ik taarten maken! Nou is alleen het probleem dat ik nog nooit een taart heb gemaakt!'
U moet weten, ik heb een pesthekel aan mensen die goed kunnen bakken. Nou ja, pesthekel. Het is eigenlijk meer een vorm van jaloezie. Bakken past helegaar niet bij mij, maar door een of andere rare conventie (vrouwen moeten kunnen bakken, dat is) loop ik nog steeds met het waanidee rond dat ik een taart moet kunnen maken.
'Dan koop je toch zo'n Oetkerpak,' zei mijn zus, 'Voor een kwarktaart.'
'Oh, en is dat voor mensen die eigenlijk niet kunnen bakken?' wilde ik weten.
'Yo, dat is schijtsimpel,' antwoordde A., 'Bodempje maken, kwarkje mixen, dat erop pleuren, in de koelkast. Klaar!'
Ik heb het al vaker gedacht, maar op dit soort momenten weet ik het altijd zeker: mijn zus leeft in een simpelere wereld dan ik...

Dus kocht ik gisteren twee pakken om taart te maken. Een voor bosvruchtenkwarktaart en een voor appeltaart. Ik zette ze in de kast en dacht: 'Dat doe ik morgenvroeg wel! Stomme rottaarten! Ik ga even wat grotpapier om de voet van mijn kerstboom doen zodat Maria, Jozef, Jezus en de rest van de kerststal ook een soort huisje hebben.'
Toen ik naar bed ging, begonnen de taarten te spoken.
'Wat als je dat nou niet redt morgen?' zei het boskvruchtenkwarkduiveltje, 'Je hebt namelijk een mixer nodig en die heb je niet! Die kun je dan misschien wel van een van je huisgenoten lenen, of van P. of Aderyn, maar die moeten nog maar net iets te leen hebben en ook nog eens thuis zijn. En dan?'
'Pleur op,' zei ik nadat het bosvruchtenkwarkduiveltje voor de vijftigste keer over die mixer begon te zagen, 'In de Middeleeuwen had men ook geen mixers en toen lukte het de mensen ook om brood te maken.'
Maar toch ging ik even op het pak kijken en kwam tot de conclusie dat ik met ??n springvorm natuurlijk wel na moest gaan denken over wat eerst en hoe dat dan zat. Ik ging weer in bed liggen en staarde naar het plafond.
Toen ik na een kwartier ook overvallen werd door het appeltaartduiveltje besloot ik om op de staan en alvast een bosvruchtenkwarktaart te gaan maken. Zonder mixer.

Dus daar stond ik dan. Met m'n bakje, daarin het bosvruchten drapje en een vork. Mijn arm een beetje uit de kom te kloppen.
'Middeleeuwen,' zei ik de hele tijd, 'Focus. Middeleeuwen.'
Na twintig minuten in de bak rammelen zag het goedje er mijns inziens prima uit.
'Kijk,' zei ik, 'Who needs a mixer?'
Ondertussen was het al vier uur en ik zette de taart in de koelkast om op te stijven.

En raad eens: het geheel ziet er wunderbar uit en het ruikt ook nog eens goed.
Appeltaart, here I come!

admin Donderdag 22 December 2005 at 11:22 am | | Rosalie |

Het schemergebied tussen de lach en de traan

Vandaag vierden mijn oom en tante hun vijfentwintig jarig huwelijk.
'Bah,' zei ik gisteren tegen mijn zus, 'Het wordt vast gezellig, maar ook een beetje naar, want ome H. is er dan gewoon niet bij, weet je.'
Een beetje stil staarden A. en ik voor ons uit over de tafel vol logop?dinnen (we zaten namelijk bij een Weinachtsfressen van mijn zusjes werk).
'Kut,' zei mijn zus.
'Kut,' zei ik.
Er zijn zo van die dagen dat ik niet meer nadenk over die klote dag in juni, nu bijna een half jaar geleden. Waarop om zeven uur 's ochtends de telefoon ging, ik mijn ouders hoorde gillen en huilen en dacht: 'Kut, er is iemand dood! Kut! Kut! Wie? Wie?' om vervolgens de trap te nemen in twee of drie stappen. Momenten die ik mijn hele leven al vrees. Een telefoon die gaat. De tranen. Het onbegrip. Momenten die wanneer ze je werkelijk overkomen je bij je keel grijpen en je aan je familieleden doen vastklampen.
Op die ochtend in juni was het mijn oom. Mijn oom van wie niemand op deze aardbol had verwacht dat ie er tussenuit zou piepen. Mijn oom, op wie ik werkelijk dol was, ook al zag ik hem niet wekelijks. Mijn oom, op wie ik op dat moment ontzettend kwaad werd. Waarom? De stomste vraag die je je op dat moment kunt stellen, want het antwoord op het 'waarom' achter het wegvallen van bijzondere personen zal je nooit kunnen achterhalen.
Een paar dagen later begroeven we mijn oom. Er was een stoet door het geboortedorp van mijn moeder, een mooie mis en veel witte balonnen.
Mijn ouders huilden. Roos huilde. Ik huilde.
'Je ruikt naar vuile was,' snufte mijn lieve, kleine zusje tegen mijn schouder, waarop we ons allebei direct in het schemergebeid tussen de lach en de traan bevonden.
Ik had 's ochtends namelijk een wit bloesje uit de vuile was gevist. In de voorafgaande hectische dagen had ik niet echt aan zoiets banaals als wassen gedacht en dus stond ik daar in mijn witte, muffe bloesje en rokje de ogen uit mijn kop te huilen en mij nog beroerder dan beroerd te voelen, mede door het feit dat ik ook nog eens geteisterd werd door een fijne allergische reactie op een antibioticakuur die ik slikte vanwege een nog fijnere tekenbeet.

Duizenden keren analyseerde ik die bloedhete en emotionele dag in juni. Zo ook vandaag, tijdens het diner op het feest van mijn oom en tante. Ik zag mijn moeders en haar twee broers, maar het was vooral de afwezige derde broer die ik duidelijker zag dan ooit.
'Godverdomme,' dacht ik aan de lopende band, 'Waarom nou toch?'
'Dit had H. geweldig gevonden,' zei iedereen maar de hele tijd.
'Weet je nog, toen met H.?'
U kent het vast wel. De herinneringen. Die lief en ontroerend zijn en gaandeweg de tijd vordert alleen maar mooier worden en minder pijn gaan doen.

'Wat doe je nou, P.?' vroeg mijn moeder aan mijn vader toen we zojuist de autoweg opdraaiden richting Nijmegen, 'Als je rechtdoor was gereden dan was je al praktisch in Lent geweest!'
'Da's helegaar niet waar!' zei mijn immer eigenwijze vader, 'Via de autoweg is het veel sneller!'
'Kom nou,' zei mijn moeder, 'Wie is er hier opgegroeid? Jij of ik?'
'Ja papa,' zei ik zachtjes, 'Ome H. zei mij ook een keer dat je binnendoor sneller in Nijmegen bent toen we samen mijn tafel van zijn huis naar mijn kamer hebben gebracht.'
Het is een gekke paradox. Mensen kunnen dan misschien wel voorgoed weg zijn, maar zo lang er nog mensen zijn die hun doden met zich meedragen, zal er toch altijd nog een klein stukje van hen blijven leven. En dan vaak ook nog het stukje dat ieder van hen het dierbaarst is.

admin Maandag 19 December 2005 at 12:53 am | | Rosalie |

Kipfiletdialogen

Ik weet niet hoe we erop kwamen, vriendin L. en ik, maar opeens raakten we tijdens het koken van een Thaise wokschotel in dialoog met een kipfilet. Of beter gezegd: ik raakte in dialoog met een kipfilet. L. niet, die hoorde de kipfilet in kwestie natuurlijk weer niet. De aanleiding van de dialoog weet ik niet meer, maar het ging ongeveer zo:

'Hallo kipfilet,' zei ik, 'Ik stop je nu in een zakje, okee?'
'Neen,' zei de kipfilet, 'Dat wil ik niet. Ik ben een vervelende en dwarse kipfilet!'
Het zou ook eens een keer niet zo zijn, tsjongejongejonge.
'Praat jij altijd tegen kipfilets?' wilde L. van mij weten.
Dit was het moment geweest om mijn omgeving op de hoogte te stellen van het feit dat het nou juist de spullen in mijn omgeving zijn die tegen mij praten, maar natuurlijk besloot ik om daar maar niet op in te gaan.
'Ja, dialoog met een kipfilet,' zei ik, 'Heb jij nooit dialogen met kipfilets, dan?'
'Hahahaha!' zei vriendin L., 'De kipfiletdialogen! Vaginamonologen. Kipfiletdialogen. Waarom niet?'
'Het is wel een beetje eenzijdige communicatie,' loog ik, 'Ik praat tegen de kipfilet, maar denk maar niet dat ie wat terug zegt. Er is niet echt sprake van een dialoog, eigenlijk.'
Ondertussen gooide de kipfilet mij allerlei schunnigheden naar het hoofd die zelfs ik hier niet neer durf te zetten. Ik denk dat het een Gilles de la Tourette kipfilet was. Echt. Een Gilles de la Tourette kipfilet.
'We kunnen ook in dialoog gaan over de kipfilet,' zei L. grinnikend, 'Als hij niet terugpraat is dat best een goede optie!'
'Technisch gezien doen we dat al,' antwoordde ik, 'Al is het meer een soort van roddelen waar de kipfilet bij is!'
Ik sloot het zakje en hoorde nog net hoe de Gilles de la Tourette kipfilet zijn laatste schuttingtaal uitsloeg.

Zonet keek ik even in de koelkast.
Ik denk dat ik de Gilles de la Tourette kipfilet vermoord heb. Hij is gestikt in het zakje.
Gelukkig zijn kipfilets technisch gezien al hartstikke dood, anders zat ik nu geheid opgescheept met een ernstig en hardnekkig 'help-ik-heb-een-gilles-de-la-tourette-kipfilet-vermoord-evil-ben-ik-zeg' complex.

admin Donderdag 08 December 2005 at 01:06 am | | Rosalie |