Vandaag ging ik even een nieuwe telefoon fixen.
'Wat zoek je dan voor een telefoon?' vroeg het Primafoon-mannetje nadat ik hem van mijn voornemen op de hoogte gesteld had.
Eigenlijk wou ik stiekem zo'n ladyfoon, zo'n roze. U heeft ze misschien wel eens gezien. Zo'n ding met zo'n klepje, een klok er voor op, een camera erin en nog een heleboel andere handige faciliteiten.
Zoals bijvoorbeeld de mogelijkheid tot het opslaan van een boodschappenlijstje. Handig zeg. Ahem. In de tijd dat ik dan in mijn ?berhippe telefoon een boodschappenlijstje op zou moeten slaan, kan ik wel 15 boodschappenlijstjes uitschrijven. Lekker ouderwets. Met een pen. Of wat dacht u van een bioritme-klok die aangeeft wanneer ik ovuleer? Erg handig als ik op een ochtend wakker word en bedenk dan ik maar eens een kind moet nemen. Om aan dat kind te komen moet ik natuurlijk eerst nog allerlei interessante stadia doorlopen, maar dat doet er niet zoveel toe. Ik weet dan wel wanneer ik ovuleer en dat schijnt handig te zijn als je een kind wil nemen.
Wer-ke-lijk.
Het was vooral die ingebouwde bioritme klok die ervoor zorgde dat ik eigenlijk niet direct naar de ladyfoon durfde te vragen. Stel je voor dat die kerel denkt dat ik een of andere huppelkut ben. Ik vind het doorgaans helemaal niet boeiend wat andere mensen over mij denken, maar ik wil wel ten alle tijden zien te voorkomen dat mensen mij als een huppelkut zien. Onafhankelijk denken is een groot goed, maar er zitten toch grenzen aan, denk ik dan.
'Je wil toch niet zo'n ladyfoon?' gilde iemand in mijn omgeving (ik weet even niet meer wie, volgens mij was het een familielid) laatst al, 'Werkelijk, A-F! Heb je soms een bioritme klok nodig, of zo?'
'Nee,' zei ik, 'en eerlijk gezegd vind ik zo'n ingebouwde bioritme klok te fout voor woorden, maar het betreft hier een roze telefoon en dan kom je wat mij betreft toch echt in een schemergebied.'
Maar goed, terug naar de Primafoon.
'Moet ie een klepje hebben?' zei het Primafoon-mannetje.
'Ja.'
'Moet ie klein zijn?'
'Ja.'
'Moet ie een camera hebben?'
'Nee, niet per se. Liever niet zelfs...'
(Ja, kom op zeg. Telefoons zijn om mee te bellen!)
'Wat van kleur moet ie hebben?'
(Nou moest ik roze zeggen, maar ik deed het met de bioritme klok in mijn achterhoofd toch maar niet.)
'Maakt niks uit.'
'Ook niet als ie knalrood is?'
'Nee, ook niet als ie knalrood is,' zei ik, blij dat het Primafoon-mannetje en ik op een lijn zaten.
Rood. Roze. Dat zal voor mannen wel hetzelfde zijn, denk ik dan.
'Wacht even,' zei hij, 'Ik ben zo terug.'
En terug kwam ie. Met een knalrode telefoon.
'Yay!' zei ik na een halve seconde blij, 'Die wil ik!'
Een knalrode telefoon met een klepje, zonder camera en veel belangrijker nog: zonder bioritme klok.
'Het is een iets anders,' zei ik, terwijl ik de telefoon bekeek.
Het Primafoon-mannetje zweeg beleefd.
'Het is niet zo saai,' zei ik, 'Al dat grijs altijd. Ik houd helegaar niet van grijs.'
'Het is een limited edition,' zei het Primafoon-mannetje, 'De fabrikant heeft blijkbaar bedacht dat er mensen zijn die eens wat anders willen.'
'Zoals ik! Ik neem hem,' zei ik opgetogen.
En nu zit ik hier met mijn nieuwe rode telefoon. Ik heb jarenlang een Nokia gehad en dit is een Samsung. Ik weet bij God niet hoe ie werkt, maar maakt dat wat uit? Het is rood en het belt!
Ik ben voor mijn studie een stuk uit aan het typen waarin nogal vaak het woord Europa voorkomt. Dat is echt enig, u zou het ook eens moeten proberen. Eu-ro-pa. En dat 254 keer of zo. Oh Joy! Quelle f?te!
Maar toen! Gebeurde het! Argh! Ik wist opeens niet meer hoe ik een bewoner van het continent Europa moest noemen! Acute woordblindheid! Paniek in de tent! Peeuw!
'Europeling' typte ik voorzichtig.
Word sabelde de Europeling met een genadeloos rood kringeltje neer.
'Neuh,' zei ik, enigszins verslagen, 'Dat is het dus niet.'
Ik wist dat het niet mijn beste gok was, want ergens zei een stemmetje dat er toch echt wel een 'a' in het woord voor moest komen. Dat is het vervelende van acute woordblindheid. Je weet vaak wel ongeveer hoe de vork in de steel zit, maar niet precies.
'Europaling' typte ik dus nog voorzichtiger.
Geen rood kringeltje deze keer, maar iets zei me dat Europaling zowaar nog grotere onzin moest zijn dan Europeling en omdat ik het even echt niet meer zag zitten, ging ik even een ouderwetse google-check doen. Al snel kwam ik er achter dat iemand die in Europa woont zeer zeker geen Europaling is (
Klik!), wat op zich natuurlijk niet zo'n heel erg verrassende conclusie is.
Versuft staarde ik naar het beeldscherm. H?! Europuhuhuh...uh?!
Pas na twintig seconden drong het tot me door dat een inwoner van Europa natuurlijk gewoon een Europeaan is.
Ik ga maar eens slapen, dat lijkt me beter voor mijn eigen veiligheid..
We schrijven het jaar des Heren 2006. Het is 3 januari, ongeveer kwart over zes 's avonds.
Ik had net wat boeken die rondom mijn computer opgestapeld lagen in mijn slaapkamer gelegd en kwam vervolgens weer in de woonkamer. Daar zag ik 'm staan: de Noorzee FM Labello, gekregen toen ik ooit eens met mijn zus A. naar een schaatswedstrijd in Thialf ging kijken. Die trouwens vies tegenviel, die schaatswedstrijd, want het was een week na Carnaval en mijn zus en ik dachten dat we wel mooi even door konden feesten tussen de Friezen. Nou, mooi niet, h?? Friezen kunnen helegaar niet Carnavallen! E?n grote deceptie, mensen. Ik ben er nog stil van en dat is heel wat voor mij, want ik mag dan over vele kwaliteiten beschikken, maar stil zijn is er daar niet een van...
Maar goed, de Noordzee FM Labello dus.
Ik pakte hem om 'm te gebruiken en toen deed ik iets lomps.
(Soms denk ik wel eens dat ik spastisch ben en dat ik dat zelf niet doorheb en dat anderen het me niet durven te vertellen omdat ze het zo zielig voor me vinden...)
De Noordzee FM Labello vloog door de lucht.
'Wel alle...!!!' zei ik, nog net niet ziedend.
De Noordzee FM Labello viel voor mijn voeten op de grond neer, maar zonder het stickje erin. Een stickje dat nog ongeveer vier tot vijf centimeter lang was.
'Niemand de deur uit, waar is het stickje?' riep ik uit.
Maar ho maar. Niks geen stickje.
'Stickje!' zei ik gebiedend.
Gek genoeg verliezen alle spullen in mijn huis hun vermogen tot communicatie als ik ze kwijt ben. Dan houden ze zich zwijgend op in een spleet of een kier en dan gniffelen ze in iets dat soms wel en soms niet voor een vuistje door kan gaan. Of het stickje spreekt Fries (dat kan ook, duh) en verstaat mij niet. Want ik riep 'Stickje!' natuurlijk in het Limburgs, waarin 'stickje' overigens ook 'stickje' is, maar dan uitgesproken zoals Andr? Rieu dat zou doen...
We schrijven het jaar des Heren 2006. Het is negen januari, ongeveer een uur of acht 's ochtends.
Ik schrijf een warrig stukje over een Labello. Het stickje is nog steeds in geen velden of wegen te bekennen. Ik verheug me nu al op het moment dat ik het terug ga vinden. Helemaal uitgedroogd en onder de haartjes, kruimeltjes en het stof. Yuk! En misschien is dat pas in het jaar des Heren 2011, al hoop ik eigenlijk wel dat ik dit hok tegen die tijd eindelijk es verlaten heb...
En soms zie je al MSN-end het doel van je leven in...
Amiek: Hee, aangezien ik theoretisch gezien weer student ben, kunnen we samen auditie doen voor het
Nesko. Wat zou je daar van denken?
A-F: Ja, dat zou hilarisch zijn. Maar eh... ja. Tijdgebrek h??
Amiek: Ja, hier ook. Maar bekijk die auditiepartijen eens. Wat een saaie harppartij, het lijkt wel een baspartij.
A-F: Oh kijk, dat is wel te spelen. Ik heb moeilijkere dingen op mijn lessenaar gehad. Maar tijdgebrek h?? Dan moet je toch op tournee naar het buitenland?
Amiek: Nee, dat is met het NSO (Nederlands Studenten Orkest). Dat lijkt me wel heftig. Een maand met 100 idioten optrekken.
A-F: Dat is niet zo moeilijk, hoor! Als je een leven met idioten gewend bent, tenminste. Ik bedoel, je hebt mijn zus gezien op mijn verjaardag, dus tja...
Amiek: Eh ja...
A-F: Ja, het NSO dat zou gaaf zijn geweest. Dat had ik nog wel graag willen doen, maar niet desperate genoeg denk ik.
Amiek: Ja, ik ook.
A-F: Daar baal ik eigenlijk heel erg van. Ik heb tijdens mijn studententijd wel zo'n beetje alles gedaan waar ik zin in had, maar dat nou net niet.
A-F: Ik ben mislukt.
En daar zit je dan. Om kwart voor een 's nachts mislukt te zijn.
|
|