Het ziekenhuis in V. heeft een flinke opknapbeurt gehad. De ingang is compleet vernieuwd en na maanden van telkens weer andere omleidingen en routes naar de tijdelijke parkeerplaatsen en telkens weer zoeken naar de verplaatste tijdelijke hoofdingang, is het nu dan eindelijk klaar. Onze ogen uitkijkend liepen we voor eerst door de nieuwe ingang naar binnen.
Onze eerste reactie was dat het duidelijk een aardige cent gekost had. Onze tweede reactie was dat al dat stilstaande water (dat zich zowel binnen als buiten het gebouw bevind), toch wel een enorm zorgenkindje moest zijn. Stilstaand water wil namelijk nogal eens gaan stinken... En een mooie broedplaats zijn voor muggen... Allemaal heel prettig bij een ziekenhuis dus. Ons afvragend wat precies het eindoordeel over de mozaiekpatronen op de vloer werd (dat niet alleen levensgevaarlijk glad is, maar dus ook nog eens zou kunnen getuigen van een slechte smaak), liepen we door de oude, vertrouwde en vooral degelijke gangen zonder gladde oppervlakken naar onze bestemming.
Op de weg terug door de oude en vertrouwde, degelijke gangen konden we al van verre genieten van het uitzicht op de nieuwe hoofdingang. Terwijl ik nog eens langzaam de majestueuze hal in me opnam, viel ineens mijn blik op een kunstwerk dat in een van de vele koele meren des doods is geplaatst. Wow, dat was eigenlijk nog best mooi. "Kijk daar eens," zeg ik, "dat kunstwerk is eigenlijk nog best mooi. Ik heb in ieder geval al heel veel lelijkere dingen gezien op rotondes." A. ziet nog niet meteen welk kunstwerk ik bedoel. "Die donkergrijze pilaar, met al die vloeiende lijnen, een beetje links van het midden daar. Het lijkt bijna stof, zo mooi lopen die lijnen plooiend in elkaar over." A. knikt instemmend en al doorlopend komen we steeds dichterbij. "Zeg Virginie," zegt A. opeens "weet je zeker dat het wel kunst is?" Ik bekijk de pilaar nog eens goed: "Wat zet je anders midden in zo'n vijver neer? Hoewel ik moet toegeven dat het nu toch wel verdacht veel op stof begint te lijken..." Terwijl we nog dichterbij komen, kunnen we niet anders concluderen, dan dat het echt stof is en er niet uitziet als een bedoeld kunstwerk. Langzaam begint er iets bij me te dagen. "Zeg A." vraag ik twijfelend, "is deze hal al officieel in gebruik genomen? Anders denk ik eigenlijk dat het echte kunstwerk zich nog onder die stofdoek bevindt." A. kijkt me vragend aan: "Je bedoelt dat het kunstwerk nog onthuld moet worden? Dat zou eigenlijk best eens kunnen. Volgens mij is deze hal wel al in gebruik genomen, maar nog niet geopend."
Inmiddels zijn we bij de vijver met het beruchte 'kunstwerk' gearriveerd, en kunnen we duidelijk zien dat de stofdoek slechts een tijdelijke zaak is. Het trieste is nu, dat het kunstwerk dat zich onder de stofdoek bevindt, waarschijnlijk lelijker is dan het samenspel van donkergrijze plooiende en stromende lijnen... Het volgende ziekenhuisbezoek zal dus het uur van de waarheid zijn.
Grammatica is, op zijn zachtst gezegd, niet mijn sterkste punt. De praktijk levert over het algemeen geen problemen op. Ook de theorie kan ik zonder al te veel problemen bevatten. Maar zodra de theorie op de praktijk toegepast moet worden, krijgen mijn hersencellen het zwaar. Plaats vervolgens de grammatica (en de bijbehorende praktische voorbeelden) een eeuw of vier terug in de tijd en mijn hersenen beginnen op hol te slaan. Na een dag lang zwoegen op de meest onmogelijke en/of onwaarschijnlijke verbuigingen van ieder denkbare woordsoort, verschijnt het woordje 'tilt' in Virginie's ogen op de plek waar normalerwijs pupillen horen te zitten. Aan het einde van zo'n dag, krijg ik bijna spijt van mijn verzet tegen een Dag van Algehele Apathie.
De enige troost die ik had terwijl ik mijn intrek in de UB had genomen, was het continue gekletter van regen en hagel tegen de ruiten. Het weer had duidelijk besloten zich aan mijn gemoedstoestand aan te passen. Ik was dan ook niet verbaasd dat naarmate de dag vorderde, de regen harder viel, de wind harder waaide en de lucht werd opgeschrikt met verblindende lichtflitsen en oorverdovend gedonder. Na het doorspitten van de zoveelste grammatica uit de zestiende eeuw, bestond er in mijn hoofd immers ook niets anders meer dan lichtflitsen en gedonder.
Aangezien er verder dus toch geen zinnige bijdragen meer van mijn kleine grijze cellen te verwachten waren, besloot ik de paar kopien te maken die ik nodig had en een einde aan mijn werkdag te breien. Het kopieerapparaat was het natuurlijk niet met mij eens. Ik had het kunnen verwachten. Ik had het moeten verwachten. Aangezien nog steeds alle electrische apparaten in mijn omgeving, zich houden aan een geheim verbond mij zoveel mogelijk dwars te zitten. Terwijl het dus nog een graadje harder ging donderen, ging ik een graadje harder schelden tegen het stomme apparaatje dat mijn kopieerkaart niet terug wilde geven en zo het hele kopieerapparaat blokkeerde. Uiteindelijk heb ik maar weer de toevlucht genomen tot de enige methode die ook met mijn computer werkt; met een enorm gevoel van voldoening heb ik de stekker eruit getrokken...
Terwijl al mijn persoonlijke frustratie zich in deze daad ontlaadde, hield ook de hemel op met ontladen. Tegen de tijd dat ik de deur van de UB uitliep, kon ik dus genietend van een paar stralen goddelijke zonneschijn, de heerlijke frisse geur opsnuiven die in de lucht hangt na zo'n fikse regendag. Meteen lieten mijn hersenen alle zo zorgvuldige verzamelde verbuigingen weer los, waar ik voor geen moment over kan inzitten. Tot ik me er morgenochtend weer opnieuw over moet buigen natuurlijk, maar dat zien we dan wel weer. Nu wil ik nog even nagenieten van de vredige rust in zowel de natuur als mijn hersenen...
Ik weet niet of u het al gemerkt hebt, maar vandaag is het De Dag van de Algehele Apathie. Op De Dag van de Algehele Apathie moet je als mens vanalles, maar je doet niks en sterker nog: het interesseert je ook helemaal niks dat je niks doet. Je registreert het feit dat je niets doet wel maar je wordt er verder niet warm of koud van dat je geen klap uitvoert. Je hangt maar een beetje te hangen als het ware en dat is alles wat er eigenlijk over je toestand te zeggen valt. Je zit gewoon te zijn en verder niks. Daar draait het om bij het verschijnsel Algehele Apathie. Je bent er gewoon en dat is lekker makkelijk. Of eigenlijk is het helemaal niks, niet eens makkelijk. Je ademt een beetje, knippert af en toe eens met je ogen, de endoplasmatische reticula in je lijf doen volop hun werk en als je naar de plee moet dan ga je. Want tja, er zijn zo van die dingen die zelfs niet door De Dag van de Algehele Apathie ondermijnd kunnen worden. En zo gaat dat dan. Op De Dag van de Algehele Apathie.
Oh? Dat interesseert u allemaal helemaal niets? Ja, dat dacht ik al.
Over een kwartiertje komt Virginie bij mij op bezoek en dan gaan wij knutselen. Ouderwets knippen en plakken, ATC's en journal spreads maken (klikt u hierboven eens op de linkjes die ergens rechtsboven Virg en mij zweven voor meer van dat soort meuk) en wie weet wat nog meer. En daar mag u vandaag live van meegenieten. Als iets af is dan gooien we het hier en dan kunt u er naar kijken. De eerste ronde wordt rond een uur of een verwacht, dus nog even geduld, a.u.b.!
Update 12.30: Er is natuurlijk nog niks af, maar we hebben wel een achterbuurvrouw die erg van opera's houdt. Nou is daar op zich niks mis mee, maar wel als je als operaliefhebster mee gaat zitten brullen, zo ongeveer een kwarttoon te laag. Ik bedoel, wij (Virg en ik) brullen ook graag mee met opera's, maar dan doen we ten eerste de deur dicht en ten tweede, als we de toon niet halen dan houden we gewoon onze kop. Dat is wel zo sociaal...
Update 14.20: Mijn strovrouwtjes zijn af! Yay! Op naar de lunch nu. Virginie wil even melden dat Mozarts levensloop al een begin en einde heeft gevonden. Later meer...
Update 15.50: Virginie is 'm gepeerd richting de trein, ze gaat vanavond bij haar ouders eten. Haar Journal spread over Mozart was helaas nog niet af dus daar moet u nog maar eens voor terug komen...
Update 0.21: Ik was na het vertrek van Virginie zo duf dat ik op de bank in slaap gevallen ben. Amaai, wat een crea-dag. Ik heb nog niet de helft gedaan van wat ik van plan was. Werken is niet bevorderlijk voor je creativiteit...
Omdat ik alweer een tijdje niet over mijn computer gelogd heb, lijkt het me weer eens de hoogste tijd worden. U zoudt anders nog eens kunnen gaan denken dat de computer en ik alle problemen achter ons gelaten hebben. Maar nee, niets is minder het geval. Gisteren heb ik uit wanhoop zelfs gedreigd hem te verlaten! Waarop hij het prompt weer braaf en netjes deed natuurlijk. Het enige wat er nog aan ontbreekt is dat 'ie niet met een bosje bloemen, doosje bonbons en een kaartje op de proppen komt. Of erger nog, dat Caroline Tensen ineens met een bosje bloemen op mijn stoep staat namens mijn computer, in een speciale revival-aflevering van 'Het spijt me'...
Eerlijk gezegd vind ik het bijna eng dit op mijn computer te typen, voor hetzelfde geld breng ik hem op idee? Ik hoor u nu allemaal denken: 'Maar een computer heeft helemaal geen eigen idee?' Dan kent u mijn computer duidelijk nog niet. Niets anders dan demonische krachten kan de grilligheid van dit apparaat verklaren. Ik ben er dus alleen nog niet achter welke demonische krachten dit zijn. Nog steeds niet, na al die maanden dat dit probleem zich voortsleept. Ik hoor u alweer denken: 'Neem toch gewoon een nieuwe!' Maar ja, ondanks alles, ben ik toch wel aan hem gehecht natuurlijk. We hebben in een vrij korte tijd toch maar vanalles meegemaakt. Ik weet nog de eerste keer dat ik hem opstarte, hij maakte zo'n schattig zacht ruisend geluidje... En ik weet nog als de dag van gisteren dat ik hier het eerste logje voor Nuit Blanche heb geschreven. Niet te vergeten dat 'ie een groot deel van mijn beliefde muziek-databank in zich heeft. Hoe kan ik dat allemaal zomaar ineens achter me laten en hem verlaten voor een ander? Goed, we hebben onze problemen, maar die zijn er in iedere relatie, toch?
Evengoed denk ik dat onze relatie nog maar op ? manier gered kan worden. Het is tijd voor een make-over! Van binnen en van buiten. Tijd om ons over te geven aan de ziekte van deze tijd. Ik ben gewoon te hip met mijn all-in-one printer, webcam en Ipod. Het is tijd dat 'ie beseft dat 'ie met zijn tijd meemoet. Dus als ik nou zijn saaie grijze uiterlijk 'pimp' (waar blijft overigens het programma 'pimp my computer'? Gat in de markt lijkt me zo...) en zijn karakter wat bijschaaf en upgrade (lees: van windows '98 (jahaa, u leest het goed, '98 nog steeds) overstap op XP), dan komt het vast weer helemaal goed tussen ons en leven we nog lang en gelukkig. Voor zover dat kan in computerland...
Vandaag ga ik eens even loggen over
Amiek. Gisteren kwam Amiek namelijk bij mij op bezoek en sprak de historische woorden: 'Jij logt nooit over mij!'
'Maar Annemiek,' zei ik, 'Dan brengen we daar toch verandering in?'
Bij dezen.
Annemiek is de blogvriendin die ik het langst ken. Ik bedacht namelijk op een blauwe maandag dat ik wel eens even mijn leven op internet ging gooien en ik opende een webstreepjelog met een franse naam (nee, geen nuit blanche, dat had ik toen niet bedacht). Ik surfte wat op webstreepjeslogs rond en opeens belandde ik bij Annemiek die een logje had geschreven over Kurt Weill.
Nee! Kurt Weill! Als iemand Kurt Weill cool vindt dan kan hij of zij al niet meer stuk bij mij, ook al zou ie een eenoog zijn die de hele dag vervaarlijk met een drietand loopt te zwaaien. Als jij bekend bent met Kurtjes hele repertoire van voor tot achter en van links naar rechts dan ben je een vriend van mij. Later ontdekte ik ook nog dat Amiek ook erg van Piazzolla hield en van Stravinsky en het hele eerste pianoconcert van Tschaikovsky mee kan zingen en ja, wat moet je dan als Rosalie zijnde? Juist, dan ga je met zo'n persoon afspreken en dat is dan erg okee. Natuurlijk hield ik mijn carri?re op webstreepjelog niet langer dan een week vol en vol goede moed kocht ik een domein en webruimte en begon te bloggen onder een enge dubbele naam die sommige mensen denk ik deed vermoeden dat ik op hockey zat of zo. (Ieuw, hockey!) Ook Annemiek verhuisde naar een grotemensensite et voil?: daar zitten we dan.
Wat ook erg fijn aan Annemiek is, is dat zij dus wel een schroevendraaier heeft. Dus kwam ze gisteren even mijn kitschy kroonluchter aansluiten. Ik blij natuurlijk! Want nu kan ik hem in theorie gebruiken, ware het niet dat ik nog steeds geen lampjes heb gekocht (Ja hee, hallo. Reken even uit zeg, 8 keer 2 euro 27. Dat kan ik echt niet in een keer betalen van mijn hongerloontje bij F.) Annemiek sprong op mijn eettafel en begon allerlei intelligente dingen te doen met de schroevendraaier. Ik leerde dat het blauwe draadje bij het blauwe draadje moest en het bruine bij het bruine en dat het eigenlijk heel makkelijk was. Ik geloof dat mijn vader ook zoiets gezegd had, maar het is toch gek dat als Annemiek het zegt dat het dan wel aankomt...
Na het kroonluchteravontuur gingen Annemiek en ik nog eten bij de vermaarde Nijmeegse Chinees CD. die vooral bij vriend R. en mij een bijzondere cultstatus geniet. De koikarpers zwommen, de chinezen wokten en teriyakiden en Annemiek en ik vroegen ons af of we nou een 'Spa lood' gingen bestellen of niet.
Het was een memorabele dag.
(Zo goed, Annemiek?)
Ik had vanochtend al kunnen weten dat het meisje met het roze t-shirt een Zeurmeisje was, maar ik negeerde het natuurlijk weer. Domme ik. Want wat gebeurt er doorgaans met Rosalie als een Zeurmeisje in de buurt komt? Juist ja, alle stoppen slaan door, alarmbellen gaan af en het Zeurmeisje wordt afgevoerd. Tsjongejongejonge. Wat heb ik een hekel aan Zeurmeisjes. Weet u wel, van die meisjes die eigenlijk alles hebben (hersenen, een goede gezondheid en w?l geld om hun huur te betalen) maar desondanks de wereld bekijken met een dedain waarvan ik persoonlijk echt veertien kleuren ga schijten.
Ik reed vanmorgen naar F. om lekker de hele dag doosjes in dozen te gaan stoppen. Studiegenote M. zat naast me en het Zeurmeisje zat achterin. Opgewekt reden wij over het Keizer Karelplein, met afstand 's Neerlands linkste rotonde.
'Ik houd altijd maar zoveel mogelijk rechts,' vertrouwde ik M. toe, 'Dan heb ik tenminste een goed uitgangspunt om goed uit te komen bij de afslag die ik moet hebben.'
'Ja, dat doe ik ook altijd,' zei M., 'Maar dat wordt je vaak niet in dank afgenomen.'
'Liever een boze automobilist door mijn toedoen dan een dode automobilist door mijn toedoen,' grinnikte ik, terwijl ik de grijze Opel Corsa vakkundig het Keizer Karelplein afmanouvreerde.
'Hahaha,' zei M.
'Hahaha,' zei ik.
'Kijk maar uit dat je geen fietser aanrijdt want dan heb je geen poot om op te staan,' klonk het vanaf de achterbank, 'Want strict genomen zijn fieters in 80% van de gevallen niet aansprakelijk. En zeker niet als ze jonger zijn dan veertien.'
Zo precies zei het Zeurmeisje het niet. Helaas kan ik niet woordelijk herhalen wat ze zei, maar de manier waarop ze het formuleerde was vrij interessant. Ik zeg dan altijd: 'Je moet vooral geen fietser ondersteboven rijden, want dan heb je een vet probleem', maar ja verschil moet er nu eenmaal wezen.
'Lekker is dat,' zei ik.
'Ja, heel lekker,' zei M., die zich hoogstwaarschijnlijk net als mij af zat te vragen waarom we het nu opeens over fietsers hadden.
Afijn. Toen we eenmaal bij F. aangekomen waren moest ik de sleutel van mijn kluisje delen met het Zeurmeisje. Nou ja, ik heb een groot hart en F. heeft grote kluisjes dus dat vond ik op zich nog niet zo'n probleem. Tot de eerste pauze. Al zeker vijf minuten zat ik te springen op mijn stoel, omdat ik graag terug wilde naar mijn dozen. Bij F. zijn ze namelijk heel flauw. Voor elke vijf minuten die je extra neemt trekken ze een kwartier van je werktijd af. Jahaa. Maar liefst anderhalve euro. Da's verdomme een pakje chemische roze aardbeienveters! Maar goed, het Zeurmeisje zat lekker van haar boterhammetje te smullen en wie ben ik dan om 'Hey trol, kan dat niet sneller? Vreten, mens!' naar haar kop te slingeren. Dus ik trommelde met mijn vingers op de tafel en keek veelbetekenend in de richting van de klok.
'Moeten we nog niet terug?' vroeg het Zeurmeisje opeens.
'Eh ja,' zei ik, 'Al vijf minuten. Dat gaat ons een kwartier kosten, vrees ik.'
'Nou, dat had je ook wel eens eerder kunnen zeggen,' beet het zeurmeisje mij toe, 'Nou kost het mij een kwartier!'
'...'
Ja hee! Godverdomme! Kutsnol! Ik doe hier aardig en nu heb ik het gedaan?! Rot even een eind op. Trol!
Uiteraard zei ik dit niet en dat is misschien nog wel het ergste van alles.
'Daar hangt toch een klok?' zei ik stotterend, 'Ik bedoel, ik wil alleen maar aardig zijn en jou rustig je brood op laten eten!'
Het Zeurmeisje zond mij een vernietigende blik.
Ja, stik er dan maar in, troela. Ik besloot om haar eens even de silent treatment te geven. The silent treatment is al jaren mijn sterkste wapen. Lever je mij iets? Nou dan kan je gaan raden wat er aan de hand is, want ik ga er zeer zeker niet over communiceren. Slechte karaktereigenschap? Ja, een heel slechte karaktereigenschap. Maar je doet het er maar mee. Tot je de haren uit je hoofd trekt, de wanhoop nabij. Je kunt zelfs voor mijn deur komen staan en naar de oorzaak van mijn stilzwijgen informeren, ik geef geen krimp. 'Is er wat? Nee, tuurlijk niet. Hoe kom je erbij?' En dan lekker verdergaan met de silent treatment natuurlijk. Wachten op een 'Mea Culpa' wat dan meestal niet komt. Nee, met de silent treatment maak je doorgaans geen vrienden. Kwaad stond ik op en stampte de kantine uit, de trap af. Ik hoorde het Zeurmeisje nog iets zeuren in de trant van 'Had ik dat geweten...' en vroeg me kwaad af of ik soms 'Moeder Overste' of iets dergelijks op mijn hoofd had staan: 'Meisjes, het is tijd om uw lunchtrommeltje bij elkaar te pakken, we gaan nu ons gebed voor de noen... eh verder met dozen plakken!'
Toen ik een uurtje later weer een beetje bij mijn positieven was gekomen (oh, wat kun je toch lekker met schoenendozen smijten) had ik twee conclusies getrokken. De eerste was dat het Zeurmeisje wat mij betrof eens goed de pot op kon en de tweede was dat ik toch echt eens op moest gaan houden met altijd aardig zijn. De rest van de dag tolereerde ik het Zeurmeisje om mij heen en probeerde maar niet te veel op haar te letten, want anders had ik geheid een paar gouden Nike Air Max naar haar kop geslingerd. En zoals het elke dag ook weer ochtend werd, zo werd het ook voor mij en het Zeurmeisje weer vijf uur en tijd om terug te keren naar Nijmegen. In de auto nam het Zeurmeisje naast mij plaats en ik draaide met mijn ogen. Kon die trol niet gewoon achterin gaan zitten?!
Tussen F. en Malden hield het meisje een lange zeurmonoloog over hoe stom het wel niet bij F. was en hoe weinig we wel niet betaald kregen, wat allemaal hartstikke waar is, maar dat hoefde ik op dat moment in ieder geval niet van h??r te horen.
'Oh, ik rijd te hard,' onderbrak ik vlak voor Malden haar monoloog.
'Ja,' zei het Zeurmeisje, terwijl ze een spiedende blik op de kilometerteller wierp, 'Ik weet natuurlijk niet in hoeverre je een eventuele boete zou moeten betalen, maar strict genomen is het zo dat tot een bepaald aantal overschreden kilometers je werkgever de boete dient te betalen. Op juridische gronden zou je kunnen concluderen...'
Bladibladibladibla.
Ternauwernood wist ik mijn lachen in te houden. Mijn kuthumeur verdween als donderslag bij heldere hemel.
'Studeer jij soms rechten?' wilde ik weten.
'Ja,' antwoordde het Zeurmeisje.
Hahahahaha. Rechten! Hahahahaha.
Ik had het kunnen weten.
Gisteravond stuurde vriend R. mij via MSN een aantal IJslandse filmpjes.
Ik zag bergen. Ik zag een hobbelweg. Met daarop schapen. Veel schapen.
Opeens zag ik een blauw geverfde deur. Ik zag een hand die die deur opende. Op de achtergrond klonk een orgel dat een melodie begon te spelen die mij zeer bekend voorkwam. Ik keek naar de titel van het filmpje. 'The Final Countdown' luidde die titel. 'The Final Countdown'? De blauwe deur was inmiddels geopend en ik zag het interieur van een klein kerkje. Witte muren, banken, een witte spreekstoel en jawel (u gaat dit niet geloven) een Heilig Hartbeeld. Ik knipperde even met mijn ogen. Inmiddels herkende ik de melodie. 'It's The Fiiiiiiiiinal Countdown, tudududu, tududududu'. Afijn u kent het wel. 'The Final Countdown in een kerk?!' dacht ik nog 'H??! What the...?!' Hippe jongens die IJslanders. Misschien zagen ze het wel als een soort apocalyptisch gezang of zo. Aftellen tot het einde der tijden, weet ik het. Als het constant -10 is en je de hele dag alleen maar schapen ziet dan kan ik me zo voorstellen dat dat een interessant effect heeft op de manier waarop je bepaalde dingen beleeft, zoiets raars als een geloof voorop natuurlijk.
Langzaam draaide de camera in de richting van het orgel. Niks apocalyptisch gezang! Ik had dit kunnen weten. Achter het orgel zat R. (van wie ik tot nog toe gedacht had dat hij aan het filmen was). Prinsheerlijk. Bloedserieus. 'The Final Countdown' te spelen alsof zijn leven ervan afhing. Toen ik vriend R. zo droog bezig zag, kwam het moment dat ik echt letterlijk bijna van mijn stoel viel van het lachen.
'Whahahahahaha,' brulde ik, 'Hoei! Whahahahahaha. Neeeee!'
Gelukkig was ik alleen thuis, want anders was deze uitbarsting van pure vreugde mij vast niet in dank afgenomen. Ik zeg heel vaak dat ik bijna van mijn stoel gevallen ben van het lachen, maar deze keer was het echt zo. Gierend van de lach hing ik over mijn bureau heen. Als u erbij was geweest dan had u zich geschaamd in mijn plaats, daar kunt u zeker van zijn.
'Hee E.,' zei R. na een poosje tegen mij op MSN, 'Ben je er nog?'
Ik krabbelde op, veegde de tranen uit mijn ogen en begon te typen.
'Hahahahahahahahahaha,' typte ik, 'Hahahahahahahahahaha!'
Eigenlijk is het jammer dat al mijn vrienden in een bepaalde mate toch een vorm van burgerlijkheid nastreven. Ook als is het dan een zeer vreemde soort van burgerlijkheid. Anders zouden we het misschien best goed gedaan hebben als een of andere vage op dada?stische gedachtengangen gestoelde beweging. Die zich met name gespecialiseerd heeft in het maken van filmpjes over 'Jaren '80 Hits In IJslandsche Gebedshuizen' of 'Het Open WK Dode Boomstammen Werpen in Duitsche Wouden' (want daar zijn ook filmpjes van). Soms is het zo jammer dat de maatschappij is zoals ie is. Hadden ze ons maar wild gelaten, denk ik dan. Dan zouden we elke dag knakworsten in de Waal kunnen gooien dat het een aard heeft (en nee, daar zijn geen filmpjes van, maar dat het niet op film is vastgelegd wil niet zeggen dat het nooit tot de mogelijkheden heeft behoord).
'Zo,' zei mijn vader toen ie zondagavond bij mij binnen kwam stappen en zijn niets ontziende blik door mijn kamer liet dwalen, 'Wat heb je nou weer gekocht?'
Hij keek daarbij kritisch naar mijn kroonluchter.
'Da's mijn kroonluchter,' zei ik, 'Dat heb ik je toch verteld?'
'Wat een kitschding,' grinnikte mijn moeder.
'Bij welke Turk heb je die gekocht?' ging mijn vader verder.
'Turk? Turk? Gewoon bij de Xenos, hoor,' zei ik enigszins verontwaardigd.
'De Xenos?' mijn vader trok een wenkbrauw op en ging zitten.
'Ja, bij de Xenos,' zei ik.
'Doet ie 't ook?' wilde mijn vader weten.
'Weet ik het,' zei ik, 'Je ziet toch dat er nog geen lampjes inzitten, die moet ik nog aanschaffen. En het ding is nog niet aangesloten, ik weet niet hoe dat moet met die kroonsteentjes en zo.'
'Weet jij dat niet?' zei mijn vader verbaasd, 'Dat is toch makkelijk?'
Waarop een voor mij totaal onbegrijpelijk relaas volgde. Nou ja, totaal onbegrijpelijk was het niet als ik eerlijk moet zijn. Maar ik heb natuurlijk zo mijn principes. Sommige dingen hoef je als vrouw niet te kunnen en het aansluiten van een lamp is daar een van. Waar moet het anders naartoe met onze Oostindische ge?mancipeerdheid als wij alles maar kunnen? Ik kan al een band plakken en plinten leggen en dat vind ik wel weer meer dan genoeg. Misschien dat ik over tien jaar nog eens ga leren hoe je een gat in de muur moet boren, maar meer consessies ga ik echt niet doen. Kom nou. Dus ik leunde achterover en hoorde gelaten het relaas van mijn pa aan.
'En dan schroef je die kroonsteentjes eraf,' hoorde ik mijn vader ergens middenin zijn uiteenzetting zeggen.
'Waarmee dat dan?' zei ik, 'Je denkt toch niet dat ik een schroevendraaier heb, h??!'
Het werd even stil.
'Tja, dan houdt het op,' zei mijn vader.
'Ja, dan houdt het inderdaad op,' zei ik opgewekt, 'Misschien moet je het de volgende keer maar eens fiksen als je langs komt. Dan kun je het voordoen.'
Voordoen. Hahaha. Ik vond mezelf echt heel goed.
'Je kunt ook een schroevendraaier kopen,' ging mijn vader verder.
'Pahap,' zuchtte ik.
'Zo eentje waarmee je kan controleren of er spanning op zo'n draadje staat,' mijn vader was vastbesloten om mij de edele kunst van het aansluiten van lampen bij te brengen, 'Want als je per ongeluk de verkeerde draadjes op elkaar aansluit dan komt dat hele ding onder stroom te staan.'
'Gezellig, zeg,' gruwelde ik, 'Nu durf ik al helemaal niet meer.'
'Heb je geen vrienden die dat kunnen?' mijn vader begon het op te geven, merkte ik.
Een voor een zag ik mijn mannelijke vrienden met een schroevendraaiertje mijn lamp te lijf gaan, waarop zij allen een voor een vakkundig ge?lektrocuteerd werden. Na afloop was het om mijn kroonluchter heen ??n groot festijn van gefrituurde vrienden.
'Nee,' zei ik dan ook, 'Ik heb geen vrienden die dat kunnen.'
'Tja,' zei mijn vader met een zucht.
'Tja,' zei ik ook.
Ja, kom nou. Hallo. Moet ie maar niet zo'n lelijke dingen over mijn mooie kroonluchter zeggen!
Eigenlijk wilde ik hier een amusant stukje schrijven over de Italiaanse camperkaravaan die per abuis het Nijmeegse station opreed. Of over het tasjesoffensief waar ik onder leed in New York. Maar nee, niets van dit alles. Mij stond namelijk een 'leuke' verrassing te wachten toen ik vandaag mijn kamer weer betrad na een weekje bij mijn ouders.
Het eerst was er de geur. De onmiskenbare geur van bedorven voedsel kwam mijn neus tegemoet bij het openen van mijn deur... Deze geur komt zeer zelden voor in mijn keuken, maar ik kan hem nog maar al te goed herinneren van mijn vorige woonstee. Maar goed, het moge dus duidelijk zijn dat ik mij verwonderde over de bron van deze geur. Zou ik vergeten zijn de vuilniszak weg te gooien voor ik wegging? Een snelle controle van de vuilnisbak leerde mij dat dat niet het geval was. Waar kwam het dan vandaan? Zou het op een heel vreemde manier bij de buren vandaan komen? Bij het sluiten van mijn deur werd het raadsel echter opgelost. Een grote donkere vlek liep van mijn koelkast vandaan...
Het gebrek aan licht in de gang naar mijn kamer toe leek mij ineens een onheilspellend omen. Ze zouden wegens het verbouwen van enkele woningen toch niet de stroom eraf hebben gehad? Ik haalde eens diep adem en bereidde me voor op het ergste terwijl ik de koelkastdeur opende. Dit was duidelijk de boosdoener. En er was ook heel duidelijk een stroomonderbreking geweest. Sappen van inmiddels bedorven etensrestjes hadden zich vermengd met smeltwater en de hele koelkast omgetoverd in een vies donkerbruin schimmel-walhalla, terwijl de hele inhoud van het ijsvak na het ontdooien was veranderd in een grote ijsklomp. Ineens kon ik me levendig voorstellen wat de ontdekkers van Otzi voor zich zagen toen ze het lijk in het ijs vonden. Het enige verschil is dat ik geen goed-gepreserveerde oermens sta uit te hakken in dienst van de wetenschap, maar bedorven pakjes diepvriesgroente en kipfiletjes probeer te bevrijden in dienst van mijn reukorgaan.
Ik heb zojuist met bezwaard hart mijn hele koelkast- en diepvriesinhoud in de vuilniscontainer gegooid. Nu hoef ik alleen nog maar de hele koelkast te poetsen (en het liefst ook nog te ontsmetten), de rest van het ijs eruit te hakken (hoef ik de koelkast in ieder geval voorlopig niet meer te ontdooien, is er tenminste nog een klein lichtpuntje) en de geur uit mijn keuken en kamer zien te verdrijven... -zucht- Leuk hoor, zo'n dagje thuis...
Ik heb sinds kort last van iets raars. Nou ja, het is niet geheel nieuw voor me, want ik heb er namelijk wel vaker last van, maar de laatste tijd wordt het echt alarmend vaak: ik heb last van Ally McBeal visioenen. Voor de mensen die deze tv-serie nog nooit hebben gezien: Ally is een totaal neurotisch wijf dat overal rare dingen ziet, erg grappig allemaal. Maar goed, Ally McBeal visioenen dus. Rosy McBeal. En dat dan vooral als ik bij F. werk.
'Zusje,' zei ik afgelopen week tegen A., mijn zus, 'Ik heb Ally McBeal ervaringen als ik bij F. werk! Echt waar. Dan stel ik mij zo opeens voor dat die dit en dat gaat doen en dan zie ik dat zo levendig voor me als gebeurde het werkelijk, zeg maar...'
'Zus,' zei A. wijs, 'Jij bent Ally McBeal. Fijn dat je het ook eindelijk zelf doorhebt.'
'Ik ben helegaar Ally McBeal niet!' zei ik ge?rriteerd, 'Ik ben veel aardiger!'
'Huhuh,' zei mijn zus die zich weer tot de tv wendde.
Maar de Ally McBeal visoenen dus. Bij F. werkt een vrouw die verdacht veel op Shirley Bassey lijkt. Ik zat samen met haar aan tafel tijdens de pauze en ik dacht steeds opnieuw bij mijzelf: 'Verdomd, wat lijkt zij op Shirley Bassey, zeg'. Met als gevolg dat ik mij de rest van de dag zo voorstel hoe zij op de lopende band staat en heel hard 'This is my life' zingt. Of ze komt opeens langs de pack-out gestuiterd, terwijl ze keihard 'I am what I am' zingt. Of ze springt tijdens de pauze op de tafel, waarbij ze 'Goldfinger' ten gehore brengt. Tja. Wat moet je daarover zeggen? Ik kom er maar niet vanaf. Steeds als ik haar tegenkom, galmt de halve Gay Top Honderd door mijn hoofd...
Dan heb je nog het visioen met The Andrews Sisters. De dames hebben besloten om mij erop te wijzen dat ik bij F. werk omdat ik daar geld voor krijg. Ja, Andrews Sisters, eh...duh? Ze doen dat aan de lopende band wanneer ik dus bezig ben om schoenendozen in te pakken. Aan de hand van een heel erg irritant liedje dat 'Rum and Coca Cola' heet:
Klik (3,8 MB). Om de drie minuten dansen de dames voorbij, waarbij ze elkaar in de arm nemen en hun benen in de lucht gooien op een manier waar de kunsten van de gemiddelde Moulin Rouge danseres bij verbleken, dat kunt u gerust van mij aannemen. Zoooo vermoeiend dit alles. 'Woooorking for the Yankeeheee Dollaaahaaar!'
'Pleur op,' sis ik als ik zeker weet dat niemand het kan horen, 'Hier in Europa hebben we de Euro, ja?!'
Nadat prinses M?xima mij vandaag bij de lopende band weg kwam halen ('Jij bent toch viel te sliem voor diet werk'), ik dansende obscene tuinkabouters op hun kont tussen de schoendozen zag vallen en ik geheel ende al expres het waterreservoir liet exploderen, vond ik het wel weer mooi geweest en besloot om deze visioenen eens met wortel en al uit te gaan roeien. Ik stookte de obscene tuinkabouters op om achter Shirley Bassey en The Andrew Sisters aan te gaan rennen. Mijn plannetje werkte, want Shirley en de zusjes vonden de obscene tuinkabouters maar wat aanstootgevend. Vervolgens ging ik natuurlijk wel gewoon met M?xima mee (Ja, weet ik veel. Misschien levert het wat op, weet ik het?!), maar niet voordat hare koninklijke hoogheid met haar hippe rode schoenen middenin de grote plas water die zich rond het ontplofte waterreservoir had gevormd, was gesprongen.
Tja. Of het is echt heel saai bij F. of ik moet geloof ik eens goed uitslapen.
Of naar de sjrink, dat kan ook.
Een paar schoenen was eigenlijk wel het laatste wat ik verwachtte uit New York mee te nemen als 'souvenir', maar dit paar schreeuwde simpelweg mijn naam. Ik kon hun lokroep met geen mogelijkheid weerstaan... en daar ben ik nu ontzettend blij om. Want mensen, wat voel ik me ongelofelijk gelukkig met mijn 'groovy' schoenen!
Laat ik er maar meteen voor uitkomen: ik heb een hekel aan tuinkabouters. Waar deze afkeer vandaan komt? Ik heb geen flauw idee. Het is geen afkeer van beeldjes of poppen op zich; een babuschka bijvoorbeeld vind ik een geweldig ding. Voor de duidelijk wil ik wel even zeggen dat ik geen hekel heb aan kabouters op zich. Ik heb helemaal niets, echt absoluut niets tegen kabouters. Toegegeven, ik vind het wel een beetje vervelend wanneer ze weer eens een sok stelen. Want vreemd genoeg hangen namelijk na een wasbeurt altijd een oneven aantal sokken op mijn wasrekje te drogen. Dat moeten de kaboutertjes dus wel zijn. Ik hoop voor de kabouters dat ze inmiddels erachter zijn wat stap 2 moet zijn, anders hebben ze nog steeds niets aan al die sokken... (Voor de duidelijkheid: stap 1 is het stelen van sokken, stap 3 is rijk worden. Diegenen voor wie het nu nog niet duidelijk is verwijs ik naar Southpark).
Maar goed terug naar de kabouters waar ik een hekel aan heb. Ik heb een grondige afschuw aan die schijtlelijke, kleurrijk glimmende beeldjes met een onverwoestbare grijns en allerhande 'leuke' accessoires zoals een kruiwagen, een bosje bloemen of een gieter. Let op het gebruik van woord afschuw hier. Het is echt een allerdiepste en grondige hekel, waar mijn reactie op het zien van Piet Paulusma bij verbleekt. Tot nu toe ken ik slechts twee coole tuinkabouters. Duidelijk de uitzonderingen die de regel bevestigen dat tuinkabouters verschrikkelijke dingen zijn.
Ten eerste is er de tuinkabouter uit 'le fabuleux destin d'Amelie Poulain'. Hier is het eigenlijk niet zozeer de tuinkabouter zelf die cool is, als wel wat ermee wordt gedaan. Deze tuinkabouter staat zogezegd in dienst van een groter doel. En dat maakt hem cool.
Nee, de enige echte coole tuinkabouter staat in het pittoreske Limburgse plaatsje waar ik ben opgegroeid. Deze coole tuinkabouter bevindt zich in een tuin langs de rijksweg die het dorp door midden splitst. Duidelijk dus DE doorgangsweg voor het dorp. Toch zijn volgens mij maar weinigen die deze weg berijden, zich ervan bewust dat ze langs een van de weinige coole tuinkabouters ter wereld rijden. Ik heb er ook jaren voor nodig gehad om het te ontdekken. Niet die kabouter op zich, ik wist wel dat die er stond. Ik had verder geen idee wie in het bijbehorende huis woonde, maar vanwege de tuinkabouter konden het hoe dan ook eigenlijk geen mensen zijn waarmee ik het goed zou kunnen vinden. In ieder geval geen mensen wiens smaak ik goed zou vinden. Tot ik op een dag erlangs fietste en zag dat het niet zomaar een standaard huis-, tuin- en keuken-tuinkabouter was. Nee, dit was een rebellerende tuinkabouter. Deze kabouter had lak aan zichzelf en de rest van de tuinkabouterwereld en dat maakte hij kenbaar ook! Niks geen 'leuke' accessoires voor dit beeldje, wel een enorme opgestoken middelvinger. En voila, de obscene tuinkabouter was in mijn vocabulaire geboren en tot bezienswaardigheid voor de ingewijden geworden...
Sinds een jaar of drie maak ik in de zomervakantie een tripje met mijn oma. Dan nemen we haar auto en dan rijden we ergens in Zuid-Limburg de grens over. In de afgelopen jaren bezochten we steeds Belgi?. Brugge, Mechelen en Leuven waren onze bestemmingen. De eerste keer dat we gingen was Brugge aan de beurt.
Oma: 'Eh kind, weet jij hoe je daar komt?'
Rosalie: 'Ja, ik ben er wel eens geweest met de auto. Dan moeten we trouwens wel over de ring van Brussel, durft u dat aan?'
Oma: 'Ja, als jij zegt waar ik moet rijden, dan durf ik dat best.'
Rosalie: 'Okee, dan moeten we alleen nog even een kaart van Belgi? kopen.'
Et voil?. Mijn neefje op de achterbank, mijn oma achter het stuur en ik ernaast met de kaart.
Vrolijk tuften we naar Brussel, de ring op.
'Oma,' zei ik op een of ander druk vierbaansstuk, 'Ga langzaam maar eens naar rechts, want dadelijk komt de afslag Gent.'
Mijn oma voegde daad bij woord en we verlieten zonder kleerscheuren de ring. Mijn grootmoeder is een cool vrouwmens, zogezegd.
Woensdagochtend kwam ze me ophalen, hip in het spijkerpak. Ze had er duidelijk zin in.
'Ha oma,' zei ik, 'Bent u er klaar voor?'
'Ja hoor,' zei mijn oma opgewekt, 'Waar gaan we heen?'
'Binnendoor door de Ardennen en dan kijken of we Luxemburg halen?' stelde ik voor.
'Ik vind alles prima,' zei mijn oma, 'Als jij mij maar vertelt waar ik moet rijden.'
Na wat geslinger door de Ardennen kwamen we in Luxemburg aan. Echt zo'n land waar een natuurlijke orde heerst. In Scandinavi? heb je dat ook. Of in Zwitserland. Zonder problemen reden we van Clervaux naar Vianden en liepen daar wat rond en waanden ons in Nederland. Nederlanders houden jammergenoeg blijkbaar van landen waar een natuurlijke orde heerst. Toen we Luxemburg weer verlieten (na eerst getankt te hebben voor 1 euro 18 per liter) viel de Belgische chaos dan ook nogal koud op ons dak. Stelt u zich eens voor: twee neurotische vrouwen in een auto en dat in combinatie met het aparte systeem van bewegwijzering dat onze Zuiderburen bezigen. U ziet de bui al hangen, denk ik.
'Hey!' zeg ik kwaad, 'Waarom staat aan het begin van deze weg La Roche aangegeven en na tien kilometer opeens niet meer?!'
'Ik moet plassen,' piept mijn oma, 'Ik hou het niet meer.'
Na een mislukte poging om een oprit voor de autoweg naar Luik te vinden, besluit mijn oma om resoluut de auto in de berm te parkeren en om een plasje te gaan plegen in de bosjes. Mij kon men ondertussen opvegen, ik lag echt helemaal dubbel in de auto. U had erbij moeten zijn en Limburgs moeten verstaan, want het was een klassiek geval van een erg komische situatie.
'Die Belsje auch altied,' zegt mijn oma, voordat ze de auto verlaat, 'Ich zet mich in 't veldj. Ich haup det ich neit in mijn ongerboks plas.'
Grinnikend verlaat ze de auto, terwijl ik bijna van mijn stoel afval van het lachen.
'Zo,' zegt mijn oma als ze weer naast me komt zitten, 'Nou heb ik toch een van mijn broekspijpen nat, maar dat komt omdat ik met mijn domme kop in een regenplas ging staan. Niet dat je denkt dat ik niet kan mikken.'
'Hahahahaha,' hik ik, 'Hahahaha.'
Met mijn oma valt altijd wel wat te beleven. Of ze nou opeens achterstevoren staat op de Brennerpas, haar sleutel in het contact laat steken en het autoportier op slot doet en dan bibberend mijn vader opbelt (die dan natuurlijk weer boos wordt) of dat ze met carnaval haar been in haar nek gooit en daarna twee weken overal pijn heeft, vervelen zul je je met haar nooit. En dat willen we voorlopig ook nog graag zo houden, natuurlijk.
Ben ik na drie weken afwezigheid eindelijk terug, vol spannende verhalen over bijna-huwelijken, honden die op een drukke kruising besluiten een spelletje te gaan spelen met de baas ('pak me dan, als je kan'), idiote toegansprijzen, tasjesoffensieven en de meest ?ntastische schoenen ooit en dan begeeft mijn computer het natuurlijk weer. Ben ik toch maar liefst een hele maand een beetje trots op mezelf geweest, dat ik mijn computer zelf weer aan de praat had gekregen, blijkt het allemaal maar een illusie te zijn... -snif snif-
Dan toch maar eens opzoeken wat de garantieterijm was/is en de procedures die ik zou moeten doorlopen om het ding te laten repareren. Maar ja, hoe doe je dat zonder computer? Niet dus. Wachten tot je bij je ouders achter de computer kunt gaan zitten, om daar vervolgens geconfronteerd te worden met een site die eruit ligt. En niet zomaar een site natuurlijk. Nee, DE site waarop alle voor jou op dat moment belangrijke informatie staat... Ale sites werken natuurlijk prima, behalve die ene. Het is een complot zeg ik u! Een duister complot waarvan ik de diepere betekenis nog niet achterhaald heb. Zijn er krachten in het universum die vinden dat ik mijn computergebruik danig moet verminderen? Zijn het de amerikanen die willen beletten dat ik hier iets over ze schrijf? Misschien moet ik dan toch maar eens gaan kijken of ik straks op straat gevolgd wordt door een zwarte 'onopvallende' FBI-wagen met geblindeerde ruiten...
Wat de reden ook is, nu is het dus eigenlijk wachten tot deze computer (op mijn werk) het ook begeeft. Want dan weet ik het echt zeker; het is allemaal één groot complot!
|
|