Het is verdomd fijn om zonder zorgen te kunnen leven. En als je dan een zorg hebt dat dit zich beperkt tot een enkele pietluttige zorg, als u begrijpt wat ik bedoel. Een paar jaar geleden studeerde ik in Parijs. Ik had geld achter de hand, ik hoefde niks en ik woonde in de mooiste stad van Europa. Kortom: ik had geen enkele zorg aan mijn kop. Ik stond op, liep over de gang, keek uit het raam en zag de Eiffeltoren en bij helder weer zelfs de Sacr? Coeur. Ik sprak dagelijks met Esten, Russen, Senegalezen, Libanezen en mensen van rare kleine Franse eilandjes ten oosten van Afrika, van wie ik veel leerde. Over hen, maar ook over mezelf. Ik ging naar de Jardin du Luxembourg met een boekje, bezocht het Louvre op tijdstippen dat er echt he-le-maal niemand was, volgde interessante colleges over Franse literatuur en het beste van alles was: er was helemaal niets aan de hand. Nada noppes niks. Dat was erg vreemd, want dat had ik eigenlijk nog nooit gehad. Mijn eigen pietluttige probleem was eigenlijk (en dat was het al vanaf de eerste dag dat ik voet zette op Franse bodem) dat er na een half jaar een einde aan zou komen en ik weer terug zou moeten naar Nederland, rotland.
Toen ik eenmaal terug was in Nederland (ergens was ik wel blij dat ik terug was, want Fransen worden op den duur ook irritant en sommige mensen in mijn beperkte Parijse kringetje had ik in dat half jaar in Frankrijk echt te vaak gezien) kwamen alle spoken weer in volle hevigheid op mij af. Met als absoluut hoogtepunt het afgelopen jaar, waarin ik menigmaal tegen Virginie of huisgenoot F. verzuchtte dat het wel leek alsof het vooropgezet spel was om te kijken hoeveel gedoe ik aan zou kunnen. Maar toen werd het opeens 31 januari, de datum waarop de Drol haar sleutel inleverde bij de woningstichting en ik het bericht kreeg dat
Aderyn haar operatie goed had doorstaan. Morgen zet ik met vier van Aderyns vriendinnen de kamer van de Drol in de verf, een kamer die voortaan bekend zal staan als Aderyns kamer en dat is maar goed ook! Wat een heerlijkheid!
En zo leek het vandaag wel een beetje op een Parijs dagje. Zo'n dagje waarop allerlei spoken als sneeuw voor de zon verdwijnen en ik voor het eerst sinds hele lange tijd gewoon echt heel erg blij ben. Ik wist niet dat ik er nog toe in staat was, eerlijk gezegd.
Laten we het maar weer eens over de Drol hebben. (Ja, ik weet het. Daar gaan we weer. Maar geloof me, het is voor mij erger dan voor u. U woont immers niet met een gek in huis. Tenminste, dat hoop ik dan voor u). De Drol haar kamer is tegenwoordig leeg. Sinds vandaag eigenlijk. Maar u raadt het al: de Drol is er nog. En leuk dat ze het vindt om in een lege kamer te zitten. Gelukkig heeft ze haar vriend de voetbal nog, de enige vriend die ze heeft. Ik word hier half mijn kamer uitgebeukt en om eerlijk te zijn: ik kan gewoon niet meer de energie opbrengen om op te staan en tegen haar te zeggen: 'Wil je daar alsjeblieft, alsjeblieft, alsjeblieft mee ophouden?' want ik denk dat ik dan ga janken en dat gun ik haar niet.
'Je moet gewoon keihard Mahler draaien,' zei
Amiek tegen mij.
'Of Stravinsky,' antwoordde ik moedeloos.
Maar toen opeens toen wist ik het. Niks Mahler. Niks Stravinksy. Het mooiste wat ik namelijk in huis heb is de Carnavalsceedee en de Carnavalsceedee is denk ik precies datgene wat ik nodig heb om de Drol echt helemaal gek te maken. Sorry huisgenoot F., sorry buren en onderburen. Maar dit vraagt om harde maatregelen. Dit vraagt om liederen die in mijn familie van generatie op generatie worden doorgegeven. Liederen die vreselijk zijn als je ze niet met de paplepel ingegoten hebt gekregen. En al helemaal als je ze de hele dag moet aanhoren. Ik zie het maar als een aanloop naar de Drie Dolle Dagen. Een aanloop die donderdag aanstaande op zal houden. Want dan wordt
Aderyn mijn nieuwe huisgenoot. God zij geloofd! Hallelujah, we heffen het aan etc.
Het is aftellen met de Drol, hoor. Uiterlijk de 31ste gaat ze weg en zo niet dan weet ik
nu dus zeker dat ze haar eruit gaan gooien. Ha! Het is misschien heel slecht van mij, maar dat lijkt mij dus echt geweldig. Dat de Drol denkt: 'Mij hebben ze hier nog niet weg' of 'Ik vertrek stiekem en ze bekijken het allemaal maar' en dat er dan van die grote stoere mannen komen, die de deur intrappen, haar zooi naar buiten dragen en in een vuilniswagen gooien en dat dan allemaal op haar kosten. Gnagnagna. En dat ze dat dan niet kan betalen, niet naar het buitenland kan, haar ouders weigeren haar liefdevol op te vangen en dat ze vervolgens in de goot verdwijnt. Want de Drol menschen, daar heb ik geen medelijden meer mee. Aan barmhartigheid komt een keer een eind.
De Drol voetbalt. En dat doet ze in haar kamer. De eerste keer dat ze het deed (nu zo'n anderhalve maand geleden) schrok ik mij echt helemaal de tering. Meestal schrik ik mij een hoedje, maar dit was duidelijk van een andere orde. Ik dacht dat ze toch wel minstens met haar kop tegen de muur aan het rammen was. Ieuw. Maar gaan kijken? Nee, dat doe je dan ook weer niet. Het is de Drol en de Drol, tja. Die kun je maar beter de Drol laten.
Soms staat de Drol onder de douche. Dat doet ze verdacht weinig, maar daar wil ik dan ook liever niet over nadenken. Ik ga er maar vanuit dat ze vaak doucht op het sportcentrum, na het sporten. Maar als de Drol dan onder de douche staat dan begint ze soms echt keihard te lachen. Gewoon zomaar. Echt zo'n lach waarbij je dan denkt: 'Sowhee, hier is echt sprake van een Jane Eyre situatie! We hebben een gek op zolder!'. Zo unheimisch allemaal. Gisteren ook weer. Huisgenoot F. en ik staan in de gang en horen het aan.
'Helemaal wacko,' zeggen wij en wapperen met onze handen voor ons hoofd langs.
Maar het mooiste komt nog. Dinsdagavond was ik met Virginie naar Die Entf?hrung aus dem Serail van Mozart geweest en toen ik rond kwart over elf thuiskwam, besloot ik nog even wat te gaan computeren. De Drol rent van boven naar beneden door het huis, de deuren piepen en ik onderdruk een zucht. Iets meer dan een week nog, Roos. Dan plotseling hoor ik haar een sleutel in mijn slot steken en eraan morrelen. Nou, bestond het vermoeden al dat zij in een grijs verleden op een of andere duistere wijze een sleutel van mijn kamer heeft weten te bemachtigen en dat ze op zoek is naar haar coaxkabel, die door mijn kamer loopt. De televisieaansluiting van het huis zit immers in mijn kamer.
'Godverdomme!' brul ik, blij dat ik altijd mijn deur op slot heb, 'Wat ben jij nou aan het doen? Wat is daar nou weer de bedoeling van?'
'Ohohoh,' klinkt het jammerend op de gang en mevrouw spurt de trap op.
E?n ding heb ik ondertussen wel geleerd met de Drol. Rustig je tijd uitzitten met haar behoort echt niet tot de mogelijkheden. Als je denkt dat je alles gehad hebt dan verzint ze wel weer iets nieuws. En zo zal het vanzelf wel donderdag worden. Want dan zijn we echt van haar af, hoe dan ook...
Kunt u niet tegen naalden? Wordt u misselijk bij de gedachte aan bloed? Bent u bang voor het ziekenhuis of doktoren? Lees dit stukje dan vooral even niet. Sla een dagje over. Echt. Heeft u echter met alle voorgaande dingen geen problemen, lees dan gerust verder voor een beetje leedvermaak.
Want gisteren zat ik ineens weer in het ziekenhuis. In de wachtruimte bij de gyneacoloog nog wel. Nu ben ik over het algemeen niet bang voor doktoren of aanverwante personen. Tandarts? Pff, ik lach erom. Internist? Pff, geen probleem. Maar voor de gyneacoloog was ik toch wel een beetje zenuwachtig. De gyneacoloog beschikt mij namelijk over te veel enge apparaten, waar ik het liefst nooit mee te maken wil krijgen. Ik had dan ook niet de intentie ooit bij de gyneacoloog te komen, totdat ik eventueel zwanger zou worden. Zwanger ben ik niet, maar toch moest ik gisteren bij de gyneacoloog zijn.
Het ging ook al meteen fout toen ik het ziekenhuis binnenkwam en het routenummer wilde opzoeken. Want bij de afdeling van de -G stond geen gyneacologie. Dan maar vooraan beginnen in het lijstje van de afdelingen, om natuurlijk bijna helemaal achteraan pas dat te vinden waar ik dan denk te moeten zijn, bij de -V van de charmante naam 'vrouwenziekten'. Terwijl ik in de bijna lege wachtruimte zit te wachten, vraag ik me af welke gruwelijke apparaten hij allemaal op me los zal laten, maar ik maakte me druk om niks; het bleef deze keer bij een gesprek. Natuurlijk, het is slechts uitstel van executie, maar dat is beter dan niks. Toch?
Ik hoefde dus alleen nog maar even bloed te laten prikken. Altijd feest. Niet omdat ik bang ben voor naalden of bloed ofzo, nee, helemaal niet, een keertje meer of minder bloed prikken zal mij worst wezen, net zo goed als een buisje meer of minder bloed dat ze nodig hebben. Ik heb echter wel medelijden met diegene die mij moet prikken. Dat gaat namelijk meestal niet zo soepel. Mijn vaten houden zich graag verscholen, dus meestal moet er een paar keer geprikt worden voor het raak is. Ik ging dus maar meteen zitten met de mooie woorden: 'De linker- of de rechterarm? Ze zijn allebei even moeilijk te prikken.' Terwijl ze eerst links en vervolgens rechts op zoek gaat, concludeert ze dat ik gelijk heb en gaat het toch maar links proberen, daar meende ze er eentje gevonden te hebben. Terwijl ik braaf mijn hand tot een vuist maak, prikt ze de naald erin en zowaar, er komt een druppel bloed in het buisje. Helaas bleef het bij die druppel. Ik ontspan mijn hand een keer en maak weer een vuist en er komt een tweede druppel uit. Dat schiet lekker op. Dus begint zij met het buisje wat te draaien en te wiebelen: Wiebelwiebel- spurt -draaiwiebel - spurtspurt - wiebeldraai - spetterspetter - wiebelwiebel - drupdrup. Ja, het ging echt in een recordtempo mensen. terwijl ze nog even doorwiebelt, kijkt ze naar de tests die allemaal met mijn bloed gedaan moeten worden. Het waren er nogal wat, dus helaas, alle buisjes moest toch echt wel vol. Wiebelwiebel - spurtspetter - eindelijk was het eerste buisje vol, op naar nummer twee om verder te gaan met het wiebelen en draaien. Dat wordt trouwens wel best pijnlijk en terwijl eindelijk buisje nummer drie (van de vier) aangesloten werd, dacht ik terug aan de meest mislukte keer dat er bij mij bloed geprikt werd...
Ik was pas 11 en ging met spoed de O.K. in. Ik was niet eens bang voor de operatie, simpelweg omdat ik geen tijd had gehad er bang voor te worden. Terwijl ze de voorbereidingen treffen, komt er een jonge zuster een poging doen bloed te prikken. Na drie mislukte pogingen in allebei mijn armen, wordt er een andere zuster bij geroepen, die eveneens mijn armen voor een speldenkussen aanziet en er vrolijk op los prikt. Wanneer ook zij merkt dat het een vrij hopeloze zaak is, pakt ze een vinger, prikt erin en verzamelt 1 druppel bloed. 1 druppel, dat was alles! Ik was 11 en lekgeprikt terwijl ze maar 1 druppel bloed nodig hadden? Dat kon ik toen echt nog niet begrijpen. Nu weet ik natuurlijk wel beter, maar tijdens het wiebelen en draaien, moest ik er toch weer even aan terugdenken. Gelukkig was na deze korte terugblik ook het laatste buisje vol en kon ik weer terug naar huis. Nu kan ik nog iets meer dan een week genieten van het feit, nog nooit onder handen te zijn genomen door een gyneacoloog.
In mijn Duits klaslokaal hing de spreuk: 'Die Frauen haben es von Zeit zu Zeit auch nicht leicht, aber wir M?nner m?ssen uns jeden tag rasieren.' Geloof me, ik had het er graag voor over, me iedere dag te moeten scheren, als ik dan nooit last kreeg van 'vrouwenziekten'.
Vandaag moest ik op mijn werk een zekere mevrouw Hak mailen, maar mevrouw Hak had het verkeerde e-mailadres doorgegeven, dus mailde ik een collega of zij nog een oplossing voor dit 'Hakkie'-geval had.
'Hakkiehakkie,' zei ik opgewekt tegen mijzelf, zoals ik wel vaker opgewekt rare dingen tegen mijzelf zeg.
En toen begon het. 'Hakkiehakkie' dat was niet zomaar een reeks van wat klanken achter elkaar, het was meer. Het was geen nieuw woord, neen. Hakkiehakkie was een voor mij reeds bekend begrip, maar ik kon mij niet meer helemaal herinneren waar ik het eerder had gehoord. Dus pijnigde ik mijn brein. Tot opeens het kwartje viel.
Toen ik vroeger op straat speelde, had je daar van die kinderen die het leuk vonden om belletje te trekken. Ik vond belletje trekken helegaar niet leuk, want uiteraard durfde ik het niet. Ik was veul te schijterig om belletje te gaan trekken en dus deed ik wat alle schijterds doen: ik zei tegen anderen: 'Heuj, ga jij eens belletje trekken!' en dan deden die anderen dat. Ik zou eigenlijk minister-president moeten worden, echt waar. Delegeren zit mij in het bloed. Waarom zelf iets doen als een ander dat ook voor je kan doen?
En dus ging degene die door mij gesommeerd was om belletje te gaan trekken naar een voordeur. Ik stond dan achter een struikje bijna in mijn broek te pissen. Van het lachen welteverstaan. Want belletje trekken was stiekem best wel heel jofel, zo lang ik het maar zelf niet hoefde te doen. Er werd aan het belletje getrokken, mijn hulpje rende weg en vervolgens deed er iemand open. Of er deed niemand open. En soms als je geluk had, dan deed 'Hakkie' open. Hakkie was een man bij mij in de straat en die had bij een vorig belletjetrekoffensief een keer heel hard geroepen: 'Pas maar op! Dadelijk doe ik je in de Hakkiehakkie!'
Heb ik mij laten vertellen, hoor. Want zoals anderen zo onnozel waren om zich door mij dingen op te laten dringen, geloofde ik werkelijk alles wat iedereen tegen mij zei. Ook het Hakkiehakkieverhaal. En daar zit je dan. Op je werk. En kom je er eindelijk achter dat die hele Hakkiehakkie hoogstwaarschijnlijk een hersenspinsel was van iemand die jou terug wilde pakken omdat jij hem of haar altijd voor je karretje spande. En terecht, eigenlijk.
Catering nodig? Bel Rosalie en Virginie! Gisteren verzorgden wij samen een heusch tapasfeest. Bijna de hele middag stonden we in de keuken en maakten vullingen voor champignons, frituurden filodeegzakjes en wokten stukken artisjok en chorizo. Een guacamole zag het daglicht en Virginie presenteerde een verzameling mini quichjes. En goed dat het was, amaai!
Het enige jammere waren de scones. Nu was het idee om scones te maken op een tapasfeest sowieso eigenlijk best jammer, maar we dachten dat het misschien toch wel leuk zou zijn om scones te hebben bij de thee, omdat tapas bij de thee op zijn minst een beetje curieus is. Scones dus. Vol goede moed begon ik aan dit Engelse gebak, nog voor Virginie in mijn woonst arriveerde. Ik ben geen bakvrouwtje, maar scones had ik al vaker gemaakt en ze waren nog nooit mislukt, dus ik zag het leven positief in. Ik kneedde het deeg, maakte bolletjes en pleurde die in de oven. Deze
oven is er een met een gebruiksaanwijzing. Toen ik vijftien minuten later mijn scones wilde pakken, waren het nog steeds kleine dunne pakketjes maar nu erg donkerbruin en ze waren zo hard geworden dat je er iemand mee dood kon gooien (zoals de Drol bijvoorbeeld). Ik zuchtte. Het werd nu echt tijd dat Virginie (de banketbakker van het gezelschap) ging arriveren om de scones in goede banen te leiden.
Virginie kwam, maakte nieuwe bolletjes en zette ze in de oven.
'Shit!' klonk het een kleine vijftien minuten later.
De bolletjes waren wel gerezen deze keer, maar net zo zwart en hard als mijn misbaksels. Onder begeleiding van het brandalarm flikkerden we de zwarte bolletjes in de groenbak en deden een nieuwe poging.
'Dit is geen oven om in te bakken,' concludeerde Virginie die de oven nu nauwlettend in de gaten hield.
Een kleine 15 minuten later haalde Virginie een aantal perfecte bolletjes uit de oven en opgewekt keken we elkaar aan.
Net toen het moment aangebroken was om een triomfantelijk 'De aanhouder wint!' de wereld in te slingeren, stelden we vast dat de scones van binnen nog niet gaar waren.
En toen was het deeg op.
En hadden we een heusch tapasfeest zonder Engelse invloeden.
Met de laatste spellingswijziging, zijn er aardig wat streepjes, tremaatjes, accentjes en apostrofjes uit onze officiële schrijftaal verdwenen. Deze wijziging, die enkele zeer belachelijke gevolgen kent, is volgens mij niets meer, dan een omslachtige wijze om het gezondheidspeil van het leger wat op te krikken. In plaats van een muzikale aankondiging van de ochtend en de avond, hebben zij nu immers de verplichte ochtend- en avondappel. Zo krijgt iedere militair netjes iedere dag twee stuks fruit binnen.
Het moge duidelijk zijn, ik heb meer op met de alternatieve witte spelling. Maar eigenlijk zou ik blij moeten zijn, met die nieuwe groene spelling, want het zal u vast wel al eens opgevallen zijn, dat mijn stukjes nogal eens geteisterd worden door vreemde tekentjes. Deze vreemde tekentjes verschijnen op de plekken, waar ik streepjes, tremaatjes, accentjes of apostrofjes heb getypt. Een punt blijft een punt en een komma blijft een komma, maar de andere leestekens ondergaan een vreemde metamorfose tijdens het plaatsen van mijn berichtje. Waarschijnlijk een geintje van de heks van Sierkonfleks. Ik probeer ze er altijd wel weer uit te vissen en te veranderen, maar soms floept er toch nog eentje door. Want er zitten veel tekentjes in onze taal. Hoewel er een paar woorden natuurlijk met kop en schouder bovenuit steken.
De typische dictee-woorden zogezegd. Ik zal me dus nooit wagen aan dergelijke clichés als een idyllisch tête-à-tête of een receptje voor een soufflé, pâté of overheerlijke ragoût. Ook uitroepen als ‘hé’ en ‘hè’ zijn uit den boze, evenals direct aangehaalde spraak; Drs. P zei; “Met a’s en o’s zag men F16’s overvliegen!” Verder houd ik mij natuurlijk ook verre van afkortingen als ‘t, ’n en zo’n. U ziet wel waarom.
Misschien dat mijn leestekens milder behandeld zullen worden door de heks, nadat ik, in de onsterfelijke woorden van dezelfde Drs. P, duidelijk heb gemaakt, hoe na dergelijke leestekens me aan het hart staan:
O apostrof
Hoe vaak heb ik je niet geschreven
Jij bent een lichtpunt in mijn leven
Een geurig bloempje in mijn hof
En goede conversatiestof
Nu maar hopen dat het helpt. Of dat u goed bent in ontcijferen, want in dit stukje, heb ik niet een teken aangepast…
Vandaag vond ik wederom een paar enveloppen van de Informatie BeheerGroep in mijn brievenbus. En zoals altijd wanneer ik onverwacht een brief van de IBG in mijn brievenbus vind, moest ik even diep zuchten. Wat nu weer... Het is namelijk altijd feest met de IBG; dan weer geld teveel, dan weer geld te weinig en dan weer veranderingen die uiteindelijk helemaal geen invloed hebben op je situatie. Maar waar ze je natuurlijk wel in drievoud van op de hoogte moeten/willen brengen. Er moet toch al een enorme hoeveelheid bomen nodeloos voor de IBG gekapt zijn, vooral voor de extreme hoeveelheid enveloppen. Want het is geen uitozndering om van de IBG op dezelfde dag of binnen een week een stuk of drie, vier enveloppen in de bus te vinden. Dat had natuurlijk met een beetje interne communicatie en logistiek bij elkaar in het envelopje gekund, maar dat is blijkbaar te moeilijk. Net zoals rekenen blijkbaar ook te moeilijk is. Kreeg ik vorige week een brief, dat ik maar liefst ? 7,68 teveel beurs had ontvangen, vandaag kreeg ik maar liefst drie brieven. Eerst heb ik ? 575 te weinig ontvangen (yippie!), in de volgende brief heb ik ? 340 teveel beurs ontvangen (bummer) en het nut van de derde brief heb ik nog niet weten te ontcijferen.
Maar goed, nu wil ik dan toch echt voorstellen om de naam van de IBG officieel te veranderen in de IWBG; Informatie WanBeheerGroep.
Nu is er nog maar een dingetje waar ik me een beetje zorgen om maak. De volgnummers van de brieven zijn 3, 4 en 7. Nu zijn ze bij de IWBG ofwel nog slechter in rekenen en tellen dan ik al dacht, of ik mag mij deze week op nog minstens twee brieven verheugen. Weet er iemand nog ergens een paar bomen die voor de IWBG omgekapt kunnen worden?
Hoe Rosalie zich afvroeg hoe er opeens een poepje op het stoepje voor haar huis terecht was gekomen
Hoe de Drol in mijn huis gekomen is, valt nog te traceren, maar hoe het mysterieuze poepje op mijn stoepje terecht is gekomen, blijft natuurlijk een interessante kwestie.
Heeft de Drol hem daar soms neergelegd? Is dit een klassieke geval van soort zoekt soort? Of was het gisteren de Nationale 'Er vallen Spontaan uitwerpselen uit de Hemel'-dag? Zaak is echter dat het poepje verdwijnt en daar het vandaag echt heul erg hard regent denk ik dat ik bij thuiskomst met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid vast kan stellen dat het poepje weggedreven is.
Hoe Rosalie een ICT-collega verwees naar zijn eigen Helpdesk
Toen een ICT-collega mij belde om te melden dat hij niet op een helpdesksite op intranet kon komen, gingen Amiek en ik daar natuurlijk een onderzoek naar doen. Al snel concludeerden wij (als nerds) dat het geen autorisatieprobleem was, maar dat het toch echt een probleem was van het intranet zelf. 'Weet je wat?' zeiden wij, 'Bel even met je eigen Helpdesk zodat die ervoor kunnen zorgen dat je de Helpdesk kan bezoeken.' Nerdhumor, altijd lachen.
Hoe Amiek en Rosalie in woede ontstaken toen zij ontdekten dat het officieel 'de sjabloon' is in plaats van 'het sjabloon'
Amiek: Belachelijk!
Rosalie: Ja, dat moeten ze dus veranderen, h??! Wat een onzin!
Na een rondje collega's (die allemaal 'het sjabloon' zeiden) sprak collega J. het verlossende woord: 'Het is gewoon
een sjabloon!'
Dus dan weet u dat.
'Heb jij woensdag 14 februari wat te doen?' vroeg huisgenoot F. mij gisteren.
'Ehm ja, ik moet werken,' zei ik.
'Kun je geen vrij nemen?' wilde F. van mij weten.
'Ehm nee,' zei ik, 'Want ik neem de hele daarop volgende week al vrij in verband met het Carnaval. Hoezo? Ga je iets spannends doen?'
'Ja, ik ga een heilige bezoeken in de buurt van Breda,' zei F. opgewekt, 'en ik dacht dat jij wel mee zou willen.'
'Een heilige?!' grinnik ik.
Voor zover ik weet doen protestanten niet aan heiligen, dus F.'s voorstel komt mij enigzins curieus voor. Heiligen en beelden daarvan zijn meer iets voor rare Limburgse katholieken zoals ik.
'Ja, een heilige,' zegt F., 'Sint Anneke. Die gaat over het gezinsleven.'
'Hahaha!' zeg ik, terwijl mij vaag iets begint te dagen.
Sint Anneke. Ja, daar heb ik natuurlijk wel eens iets over gehoord. Daar moet je dan als vrijgezelle vrouw naartoe en dan zorgt Sint Anneke ervoor dan je een vent krijgt.
'Als ik tegen Sint Anneke wil praten dan doe ik wel tegen het beeldje dat mijn oma van haar heeft,' zeg ik tegen F., terwijl ik haar eigenwijs aankijk.
Want dat is natuurlijk de basis van het Limburgse katholiek zijn. Je gebruikt zo?n beeld liever als kapstok dan dat je er naartoe gaat om om een gunst te vragen. Een gunst vragen aan een beeld. Amaai. Ik ben op zijn minst verbaasd over F.?s voorstel. Is ze soms van plan om toe te treden tot het Katholieke geloof? Want tja, stel nu dat het werkt. Dan sta je daar met als je protestantse denkbeelden. Dat is een beetje het linke met die rare katholieke dingen. Soms werkt het namelijk en dan kun je wel heel hard 'Toeval!' roepen, maar stiekem weet je het dan toch niet helemaal zeker.
Neen. Ik ga zelf niet mee naar Sint Anneke natuurlijk. Dan moet ik namelijk vrij nemen en dat kost mij te veel vrije dagen, want ik wil deze zomer ook nog weg. En twee keer achter elkaar vrij nemen voor een katholieke traditie vind ik toch echt een beetje te ver gaan. Ik houd echt heel erg van lelijke beelden en rare katholieke tradities, maar ik ga echt echt echt niet tegen zo'n beeld praten. Dat heb ik in Lourdes niet gedaan en dan zal ik van mijn leven ook nooit gaan doen. Gezonde scepsis noemen we dat en gezonde scepsis is goed.
Maar u begrijpt natuurlijk dat als F. binnen een jaar een vent vindt, ik echt heel erg hard met mijn hoofd tegen de muur ga rammen.
Wie zegt dat zappen vervelend is, heeft ongelijk. Niet alleen is het een goede snelheidsoefening (zowel motorisch voor de duim, als voor de hersenen in het herkennen van onderwerpen), je komt ook nog eens bij programma's uit, die je anders nooit en te nimmer gezien zou hebben. Zo kwam ik vanavond ineens terecht bij het Duitse pareltje: "Was Denkt Deutschland". Een quizshow met amusementsfactor. Ik bleef bij het zappen steken, door de stelling die de quizteams compleet moesten maken: 77% van de Duitse mannen ontvlucht een one-night-stand wanneer ze een ......... ontdekken bij de vrouw.
Dit intrigeerde mij toch. Niet alleen mogelijk nuttige informatie voor de toekomst (je weet het immers maar nooit... Of nou ja, eigenlijk wel, maar ach, nuttige informatie misschien dan om door te geven), maar ook gewoon bijzonder interessant. Want we hebben het wel over 77%, das bepaald geen kattenpis. Van alles passeerde de revue; van kinderen (leek mij een goede kanshebber) tot wratten, en van nepborsten tot rughaar. Maar nee, geen van allen. Terwijl ik me bedacht dat 77% waarschijnlijk nog aan de lage kant is voor wegvluchtende mannen, die ontdekken dat ze eigenlijk een man hebben opgepikt, kwam dan toch eindelijk het goede antwoord: 'ein Intimpiercing'. Hoewel ik het een prachtig woord vind voor een piercing door een of ander geslachtsdeel in de onderste regionen, na alle opties die al langsgekomen waren, leek deze ineens dan zo erg nog niet. Maar hoe dan ook, ik was wel bij het programma blijven hangen.
En ik bleef hangen. Stelling na stelling, raakte ik toch net genoeg geïnteresseerd om niet weg te zappen. Zo leer je toch nog eens wat op een avond. Niet alleen dat 77% van de Duitse mannen wegvlucht voor een 'Intimpiercing', maar ook dat 25% van de Duitsers onder de 30 jaloers is op ons. U leest het goed, een kwart van de Duitse bevolking onder de 30, is jaloers op de Nederlanders. Nu mag u mij proberen te vertellen, waarop ze dan eigenlijk jaloers zijn.
Een tip, het is niet het Nederlandse voetbalteam...
Eens in de zoveel tijd is het niet te vermijden; dan moet ik toch echt naar het postkantoor. Dit doe ik niet voor mijn plezier. In een postkantoor speelt zich namelijk altijd iets vreemds af, alsof het een soort eigen entiteit is. Alsof je op het moment dat je naar binnen gaat, eigenlijk door een 'wormhole' stapt. Hoe het ook zij, een postkantoor heeft daardoor altijd zijn eigen natuurwetten. Ze verschillen nauwelijks van de natuurwetten in de 'gewone' wereld, maar ze zijn toch net even anders. Zo gaat de tijd er bijvoorbeeld altijd langzamer en blijkt de rij mensen voor de balie altijd uit meer mensen te bestaan, dan je kon zien staan. Ook hebben de befaamde baliemiepen (met overigens altijd een eeuwigdurende slechte haardag), de termen 'druk', 'haast', 'efficient werken' of 'extra balie openen' niet in hun iktionaire opgenomen.
Mijn stulpje bevindt zich trouwens ook in een vreemd soort postkantoorvacuüm. In mijn directe omgeving zit er geen postkantoor, maar in een cirkel rondom mijn stulpje liggen er wel zo'n 4 a 5, allemaal zo'n beetje even ver van mij verwijderd. Daar begint het avontuur altijd al. Want het is altijd weer een verrassing, naar welk postkantoor ik word gestuurd, om een pakketje o.i.d. op te halen. De ene keer hierheen, de volgende keer daarheen en de keer daarop voor de afwisseling naar nog een andere.
Ook gisteren moest ik een pakketje ophalen (overigens ook een van die vreemde natuurwetten: de postbode komt altijd langs met een pakketje wanneer je niet thuis bent), deze keer in het gelukkig makkelijk bereikbare postkantoor te H. Terwijl ik de vreemde dimensie van het postkantoor binnenstap, zakt de moed me al meteen in de schoenen. Hoopte ik eigenlijk nog even snel mijn pakketje op te kunnen halen, een rij van minstens 13 mensen maakt daar snel een einde aan. Wanneer ook nog eens het tempo van de enige aanwezige baliemiep nog verder beneden standaard ligt dan normaal, begin ik bijna te wanhopen, evenals velen anderen met mij in de zuchtende en steunende rij, die alleen maar langer en langer wordt. Wanneer ik weer eens achterom kijk, zie ik dat we nog maar 2 extra mensen (of 1 moeder met kinderwagen) nodig hebben, om de rij officieel buiten de winkel voort te zetten. Dit ging duidelijk nog wel even duren. Terwijl ik me geestelijk voorbereidde op de lange wachttijd (uiteindelijk 55 minuten), dacht ik bijna met weemoed terug aan mijn vorige bezoek aan een postkantoor.
Want de vreemde postkantoorwetten veroorzaakten eind vorig jaar ook al een kleine postkantoor-episode, toen ik mijn OV wilde ophalen. Met mijn jas al aan en de sleutels in mijn hand, liep ik naar mijn fiets om op weg te gaan naar het postkantoor voor mijn OV. Met in mijn hoofd als bestemming hetzelfde postkantoor waar ik vorig jaar mijn OV op moest halen. Logisch, nietwaar? Ja, heel logisch, maar ook dom. Want op het moment dat ik het ophaalbewijs vastpak, dat ik netjes bij de deur had klaargelegd, valt mijn oog op de locatie die daarop vermeld staat. U raadt het al, dat was niet de locatie die ik voor ogen had. Op zich geen probleem, ware het niet dat het postkantoor waar ik dus bleek te moeten zijn, een aanzienlijk vroegere sluitingstijd heeft. Dat ging dus niet meer lukken die dag. Dan maar de volgende ochtend. Dat was dan wel de laatste kans die ik zou hebben, om mijn OV nog voor het jaarseinde op te halen. Aangezien ik de volgende ochtend ook weer om 10.30 terug moest zijn in het lieflijke V. voor een afspraak met de huisarts, was het wel van belang dat ik de volgende ochtend meteen na openingstijd (8 uur) mijn OV zou ophalen. Dan zou het allemaal net gaan...
Zo gezegd, zo gedaan. Ik sta de volgende ochtend vroeg op, en begeef mij naar het juiste postkantoor, waar ik netjes 1 minuut over 8 de deur binnenloop. Waar ik tot mijn stomme verbazing al 7 mensen in de rij zie staan voor de balie. Terwijl ik een beetje ontredderd achteraan sluit (tja, weinig keuze) en me lichtelijk zorgen begin te maken over de haalbaarheid van mijn strakke planning, vraag ik me af hoe ik er dan wel voor had kunnen zorgen 's ochtends meteen aan de beurt te zijn.
Ik denk dat ik volgend jaar dus maar de avond van tevoren in mijn slaapzak klaar ga liggen voor de deur.
Gisteren dweilde ik op zeer onorthodoxe wijze de keukenvloer. Of beter gezegd: de reden waarom ik de keukenvloer dweilde was zeer onorthodox. U moet weten: ik kan echt niet tegen regen. En als ik dan nog boodschappen moet doen en het regent zo hard als het gisteren deed dan schiet ik echt helemaal in de stress.
'Ieuw,' dacht ik, in gedachten al helemaal bij het onvermijdelijke natte pak.
Ik besloot dan ook om de tocht der tochten nog maar even uit te stellen en de afwas te gaan doen. Terwijl ik het water in de wasbak liet lopen, liep ik terug naar mijn computer waar ik op MSN aan
Amiek vroeg waar ik het buienkaartje van Nederland kon vinden om even te kijken of er nog verandering in de situatie ging komen.
Klets klets, bla bla. Hihaho. Een kletsje over courgettesoep en apple crumble. Gezellig zeg. Ik leun genoeglijk achterover en kijk de keuken in.
'Fuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuck!' gil ik, 'Het balkon stroom over door die kutregen!'.
Uhum Rosalie, ja het balkon stroomt over. Het balkon met spleten aan de onderkant en een afvoerputje. En dat water gaat dan over de minstens 15 centimeter hoge drempel heen en zet je keuken onder water. Oelewapper! Je hebt het water aan laten staan!
Een echte Rosalie-actie dus. Ik spetter door het water heen en draai de kraan uit. Even kijk ik ontredderd om mij heen. Maar ontreddering is niet echt een normale zijnstoestand voor mij, dus ik haal wat oude thee- en handdoeken en begin de boel op te soppen.
'Mijn keuken staat blank,' zeg ik tussendoor tegen Amiek op MSN.
'Hahahaha, sorry,' zegt Amiek.
Yeah, eat your heart out. Ik ga verder met soppen en ben blij dat de Drol er niet is, want die had dat natuurlijk op zijn minst amusant gevonden. Die arme F., nu is ze bijna van de Drol af, heeft ze een huisgenoot die kranen open laat staan. Misschien is het toch maar beter om deze actie een onverwachte en zeer aardige dweilactie van mijn kant te noemen. Want schoon is ie nu, mijn keukenvloer!
En waarom internet zo geweldig is
Het is weer tijd voor een potje jeugdsentiment! Een beetje luguber jeugdsentiment welteverstaan... Want zoals u misschien wel in de vorige logjes hebt gelezen, is ons Rosalieke de laatste tijd lichtelijk gefrustreerd door een Drol. Een frustratie die zich soms uit in het beramen van moordplannen. En wie had nou gedacht dat een 'onschuldig' kinderliedje met het ideale moordwapen zou komen? Namelijk een gordijnenkoord! Een gordijnenkoord? Ja, een gordijnenkoord. Snel bij de hand, makkelijk te hanteren en de politie gelooft je toch niet wanneer je opbelt om de moord te melden. Gelooft u mij niet? Dan heeft u vroeger niet vaak genoeg handje-klap gespeeld op het schoolplein. Want terwijl ik met Rosalie onder het genot van een wijntje op de bank zit bij te kletsen, komen wij ineens uit bij de moord met het gordijnenkoord. Maar hoe ging het nu ook alweer precies? Na een paar pogingen komen we niet verder dan:
Er is een vrouw vermoord, met een gordijnenkoord
Ik heb het zelf gezien, het was op nummer tien
Het bloed liep langs de trap, 't leek net tomatensap
Tja, wat nu? Wat was er verder met de vrouw gebeurd? Handig om te weten, voor het geval Rosalie in een vlaag van waanzin daadwerkelijk de drol te lijf gaat met het gordijnenkoord, als een soort kruising tussen een wraakengel en Maria von Trapp. Godzijdank bestaat het internet, waar er altijd wel iemand gek genoeg geweest is om dergelijke liedjes erop te zetten. Dus even googelen en hupsakee, er blijkt zelfs een wikipedia-artikel gewijd te zijn aan moordliederen, met op de kinderafdeling de tekst van het door ons met smacht gezochte liedje. Eindelijk konden we verder klappen, onder een paar uitroepen als 'Ohja!' en 'Dat was het!':
Ik nam er een likje van, ik werd er misselijk van
Ik belde de politie op, ik zei mijn naam hardop
Mijn naam is eja Thea, Dikke dikke Thea
Olle bolle whiskie, elastiek !
Toen werd het tijd voor discussie. De laatste twee regels komen namelijk niet voor in ons collectief geheugen, maar wat hadden we dan wel? We weten het niet. We komen er niet uit. Wie kan ons helpen?
Als u trouwens binnenkort door Rosalie uitgenodigd wordt voor een etentje, moet u even goed opletten of er niet ineens een heleboel lege flessen Curry-, Bessen- of Tomatensap in de gang staan (als dekmantel), want dan heeft u kans op een wel heel bijzonder hoofdgerecht, getuige deze extra regel:
Haar hoofd lag in de pan, ik kreeg er honger van
Smakelijk!
De Drol snapt er echt helemaal niks van. In plaats van dat ze rustig en relaxed de tijd uit gaat zitten tot het 1 februari is, besluit ze om nog een beetje moeilijk te gaan zitten doen door:
- A. De stookkosten nog niet te betalen en ik me genoodzaakt zie om mijn advocado (die zeer bekend is met het kantongerecht) te gaan raadplegen om te kijken wat de mogelijkheden zijn. Ik heb natuurlijk geen advocado, maar wel jeugdvriendin F. die advocado is. Voordat u dadelijk denkt dat ik iedereen loop te sue-en.
- B. Toch nog vieze mannetjes bij ons thuis te ontvangen, ondanks dat de woningstichting haar dat ten strengste verboden heeft (huisgenoot F. belde mij namelijk net in alle staten op) en wij onszelf dus genoodzaakt zien om diezelfde woningstichting maar weer op haar dak te sturen.
Daarnaast bedenk ik allemaal hele vieze plannetjes, die ik hoogstwaarschijnlijk ook nog ga uitvoeren, ook. Te weten:
- De kliklijn van de belastingdienst bellen om haar als zwartwerker aan te geven.
- Het roddelcircuit van mijn studie in gang zetten (waar zij tegenwoordig ook rond schijnt te lopen).
- Elke keer als ik haar zie, vragen: 'Ben je nou nog niet opgerot?'
- Een hoeren- en pooiersfeest geven met een echte hoer als hoofdattractie.
- Daarnaast denk ik eraan om een soort adventkalender te maken in de keuken die dan heet: 'Het aantal dagen dat de maand januari nog telt voordat de Drol oprot'.
En dan alles wat u nog hieronder neer gaat zetten.
Let wel: ik wil geen fysiek contact met haar (dan word ik vies), er hoeft ook niemand dood (al dat bloed tegen de muur geeft zoveel schoonmaakwerk) of lichamelijk gehandicapt door het leven te gaan (dus niet beginnen over het afzagen van ledematen, dadelijk word ik nog ge-sued) en haar kamer hoeft ook niet kapot, want dan wordt
Aderyn boos. Bij voorkeur acties die geen aantoonbaar bewijs tegen mij en F. opleveren en die origineel ende hilarisch van aard zijn.
Gaat uw gang...
Toen ik gisteren een stukje typte over mijn browserfrustraties (met daarin veul spellingsfouten, waarvoor excuses) speelde zich in mijn huis een waar drama af. Ik heb u wel eens verteld over
de Drol, weet u nog? Ik was toentertijd vast van plan om een serie te gaan maken over de Drol, maar toen hield mijn internet er plotseling mee op en daarnaast werd ik zo doodziek van de Drol dat ik besloot dat zij het niet verdiende om op dit eerbiedwaardige log te verschijnen. Maar daar denk ik nu opeens helemaal anders over.
De Drol hield namelijk een escortbedrijf aan huis. Ja ja. Menig wazige man heeft ons pand het afgelopen jaar bezocht. Niet echt fijn, kan ik u vertellen. In het begin denk je: 'Nee, dat kan toch niet?! Dat doe je toch niet?!', maar dan wordt het steeds vager en vager en ga je op onderzoek op internet. Je typt telefoonnummers in op google en dan is het plotseling zo klaar als een klontje: het lijk kwam direct bovendrijven. Mevrouw adverteerde voor zichzelf op internet onder de valse namen die we de enge mannen aan de deur ook vaker hadden horen noemen. Nou hup, woningstichting erbij. Gesprek tussen de woningstichting en de Drol en voil?: er kwam een einde aan het mannenbezoek in onze woonst. Ik vind het eigenlijk ronduit beledigend dat sommige mensen denken dat huisgenoot F. en ik zo onnozel zijn dat we ons laten bedonderen en gebruiken. Wie denkt ze wel dat ze voor zich heeft? Tssssk.
Nu heeft het lot ons een handje geholpen en gaat de Drol voor een half jaar naar het buitenland. Omdat ze haar kamer niet mag onderverhuren moet ze hem opzeggen. Ha! Per 1 februari vertrekt mijn grote vriendin die met stip is binnengekomen in mijn top drie van 'Vreselijk Menschen uit het Leven van Rosalie' (de moeder van mijn ex staat nog onaangetast op 1). Fijn zou je denken. Opgeruimd staat netjes. Maar nu zit ze ons weer te bedonderen met de stookkosten van de afgelopen drie maanden door te doen of ze die al betaald heeft, terwijl dat niet het geval is. Rosalie ziet een rechtszaak! Ha!
Maar goed, wat ik dus eigenlijk wou zeggen: gisteren waren de ouders van de Drol op bezoek om haar spullen te komen halen, maar ze waren 'het karretje' (ik neem aan een Boedelbak) vergeten, waarover mevrouw hun dochter hen echt helemaal verrot begon te schelden:
'Jullie zijn zo dom, wie vergeet godverdomme nou dat karretje?!'
Moeder van de Drol: 'Ssssssht!'
De Drol: 'Wat nou, ssssssht?! Je had gewoon dat karretje mee moeten brengen! Kutzooi!'
En schreeuwen, menschen. De honden lustten er geen brood van. Blijkbaar heeft de Drol erg grote haast om weg te komen, denkend dat ze zo aan betaling kan ontsnappen. Hahaha. Onnozele trien. See you in court!
Gisteravond vond mijn computer dat het tijd werd voor een nieuwe Internet Explorer.
'Whatever,' dacht ik, 'Ik gebruik dat ding toch niet, behalve voor het intranet van mijn werk, maar baat het niet dan schaadt het niet. Erger dan versie 6 kan het toch niet worden.'
En dus downloadde ik de nieuwe versie van Internet Exploder. Die opeens tabjes had, net als Firefox.
'Amaai,' zei ik, 'Wat goed van hen, zeg. En zo origineel ook.'
Cynisch klikte ik verder.
'Ik ga eens zien of dat rare en onverklaarbare pizzaboxje nog steeds te zien is aan de onderzijde van Nuit Blanche!' dacht ik.
Verdomd, het pizzaboxje was weg! Yaay! Ik blij, natuurlijk.
'En nu zien of de lay-out niet verschrikkelijk verspringt als je de art journal pagina bezoekt!' bedacht ik.
En toen. Zag ik mijn linkenmenuutje niet meer.
Boe!
Dus dit is uw straf voor het surfen met de nieuwe Internet Exploder. U zult wanneer u met deze browser surft mijn art journals en atc's niet meer kunnen zien (voor zover daar ?berhaupt nog wat bij gaat komen op korte termijn, maar da's weer een ander verhaal...)
Nu het 2 januari is en we allemaal het vuurwerk overleefd hebben, vind ik het tijd worden om eens iets te vertellen over mijn kerststal. Dat had ik natuurlijk al eerder willen doen, maar op mijn werk was het voor de kerstdagen te druk om te loggen en thuis lag het internet er weer eens uit. Werkethiek in combinatie met een waardeloze internetverbinding brengt weinig moois voort, dus zo kon het stukje over de kerststal in mijn brein liggen rijpen, zodat het er nu uit kan komen als een mooi rond en compleet vruchtje. Hoop ik dan maar weer, tenminste.
Toen ik een paar weken geleden met mijn familie Sinterklaas vierde, kwamen mijn ouders aanzetten met een enorm cadeau. Het pakket in blij Sinterklaaspapier was vierkant met een spitse punt. Nou was het zo dat mijn vader zich een week eerder aan de telefoon al had laten ontvallen dat hij een nieuwe kerststal had gekocht, dus toen ik het pakket zag dacht ik meteen: 'Verrek, daar zit de kerststal in!'
De kerststal, mensen! Mijn kerststal! Yaay!
Toen ik iets meer dan 27 jaar geleden deze fijne wereld op geslingerd werd, waren mijn ouders blij verrast. Ik werd namelijk pas in januari verwacht, maar besloot om toch nog net in de jaren '70 mijn hoofd om het hoekje te steken.
'Hallo, daar ben ik dan!' zou ik gezegd hebben als ik de Nederlandse taal al machtig was geweest, maar dat was ik niet en dus schreeuwde ik maar wat.
'En bijna kerstkind!' zei mijn overgrootmoeder opgetogen, 'Zij krijgt een kerststal van mij!'
En dus toog mijn pa met zijn oma naar Duitsland (het kerststallenland bij uitstek) om zo'n ding te gaan confisqueren. Ik zie het helemaal voor me.
'Hallo, ich und meine Gro?mutter m?chten eine Weihnachtskrippe kaufen!' sprak mijn vader eloquent.
'Na klar,' zei het Weihnachtskrippenmannetje en van blijdschap liet hij spontaan een van de herders uit zijn poten vallen. Onthoofd. Kop eraf.
Mijn overgrootmoeder en vader maakten een Hollands dealtje met het Weihnachtskrippenmannetje. De herder werd gratis en mijn overgrootmoeder en mijn vader vertrokken met de kerststal onder hun arm terug naar Nederland, waar mijn moeder lag bij te komen van mijn geschreeuw.
Mijn pa plakte het hoofd weer op de herder en toen had ik een kerststal. Pardon, hadden mijn ouders een kerststal. Want voor mij bleef er weinig anders over dan er dan maar met kerstmis naar te gaan zitten staren. Ik legde er hooi en andere zooi in en als mijn ouders niet keken dan deed ik soms alsof ik Mr. Bean was en sleepte ik andere entiteiten erbij voor een geheel nieuw kerstverhaal in moderne stijl. Helaas had ik geen dino's, tanks en vrachtwagens waar ik de schapen in kon laden, maar dat mocht de pret niet drukken. Onterecht kerststalloos, het zal je maar overkomen. Er zijn mensen die van minder een trauma hebben opgelopen.
Totdat ik dus met Sinterklaas opeens het grote pakket zag. Er zat een gedichtje van mijn lieve mama bij en dat ging zo:
'Beste Rosalie
Na 9855 dagen en nachten
Beloont de Sint nu eindelijk jouw wachten.
Groet, Sint Nicolaas'
Ik moest stiekem bijna huilen en liet van blijdschap de 27 jaar geleden onthoofde herder vallen: voeten eraf.
Als dat nou geen gevalletje van 'De Cirkel is Rond' is dan weet ik het ook niet meer...
|
|