Snobisme is een kunst op zich

Gisteren gingen Amiek en ik (ook wel bekend als de Siamese blogtweeling) voor cultuurpodium naar de voorstelling 'Tango per dos' in het RAI-theater. Correctie: Annemiek ging voor cultuurpodium naar 'Tango per dos' en ik mocht mee als aanhangsel. Met z'n tweetjes stapten we in Driebergen in Annemieks rode postautootje en reden naar Amsterdam.

We kwamen aan bij de RAI.
Uitrijkaart: 20 euro. KutRAI.
'Amsterdam is kut,' was mijn eloquente commentaar nadat we onze kaarten bij de persbalie opgehaald hadden.
'Ja, zo kan ie wel weer, Limbo,' zei Annemiek, 'Amsterdam is helemaal niet kut.'
'Nou ja, allee dan,' zei ik grinnikend, 'De RAI is kut. Kun je daar mee leven?'

In de RAI was ook de autoRAI bezig en ja, daar liepen allemaal van die mensen die beursstandjes bemannen. Ik kan boekwerken schrijven over mensen die beursstandjes bemannen, maar dat ga ik natuurlijk niet doen, want dan is dat weer zo langdradig enzo en dit logje gaat over snobisme en niet over mensen die beursstandjes bemannen.
'Ik wil ook zo'n jurkje!' zei ik tegen Annemiek.
'Tssssk,' zei Annemiek.
'Kijk nou toch, Star Trek pakjes!' kirde ik opgewekt.
'Lelijk zeg,' was mijn collega van mening.
'Ik denk niet dat ik met die meisjes in die pakjes op kan schieten,' meende ik even later mee te moeten delen.
'Eh nee,' zei Annemiek, 'Ze lijken me vooral nogal dom.'
'Hihihihi,' giechelde ik.

Even later verplaatsen wij ons met onze recentelijk aangeschafte pindarotsjes naar de zaal van het mooie RAI-theater.
'Yaay! Wat een mooie jaren '70 inrichting!' riepen wij met gevoel voor understatement, terwijl we in afschuw naar het grote oranje gordijn keken.
De zaal vulde zich met enigszins interessant uitziende mensen, die op de een of andere manier wel bij het oranje gordijn pasten.
'Wat een interessante mensen,' zei ik tegen Annemiek, 'Heul anders dan in het Concertgebouw.'
Want stiekem zijn wij best wel snobs, natuurlijk.

Twee uur lang staarden wij naar mensen die toffe kleding aanhadden en vervaarlijk met hun benen zwengelden. En dit alles op de tonen van een tango-orkest dat buitenproportioneel versterkt werd.
'Ik weet waarom dat orkest zo hard staat,' zei Annemiek in de pauze tegen mij, 'Dat is om ervoor te zorgen dat ik niet zo'n last heb van mijn buren die de hele tijd zitten te beppen.'
Beppende mensen tijdens concerten en voorstellingen zijn zooooo irritant. Echt, ik heb al eens iemand voor minder vermoord, moet u weten.
'Ik zei je toch: wat een interessante mensen,' sprak ik wijs.

Toen er even later op het podium getango'd werd op Elvis' hitje 'Hound Dog' en de mensen bijna op de banken stonden van enthousiasme, keken Annemiek en ik elkaar meewarig aan.
'Ja, je gaat naar een tangoavond en dan ga je echt helemaal uit je dak van Elvis,' zei Annemiek, 'Zeer logisch, natuurlijk.'
Wij schudden onze hoofden en leken heul even op de mannetjes van de muppetshow. Maar niet te lang natuurlijk, want wij hebben geen bakkebaarden.

Snobisme, kan ik u vertellen, is een kunst op zich. En ik beheers 'm. Tot in de finesses.

admin Vrijdag 30 Maart 2007 at 4:53 pm | | Rosalie | Zes reacties

2007, 2052 en 2076

Misschien heeft u het meegekregen, misschien ook niet. Feit is, dat 'we' met zijn allen 'vieren' dat Jan Wolkers 50 jaar schrijver is. Let daarbij op mijn gebruik van aanhalingstekens. Ik reken mezelf namelijk liever niet onder die 'we'. Dat staat los van mijn mening over Wolkers zijn schrijftalenten. Of ik hem nou goed of slecht vind, of misschien daar eigenlijk helemaal geen mening over heb, ik vind het hoe dan ook een beetje raar om te gaan vieren dat iemand 50 jaar schrijver is. 50 boeken schrijven; dat is iets. 50 prijzen winnen; dat is iets. Maar 50 jaar schrijver zijn, is dat niet. 50 jaar schrijver zijn, is geen verdienste. Het betekent alleen maar dat je vroeg bent begonnen en vervolgens oud bent geworden, meer niet.

Maar ja, herdenken en vieren is in de mode. Want zeg nou zelf, wie zat er op een Michiel de Ruyter-jaar te wachten? Wederom heeft dat niks met mijn mening over Michiel de Ruyter zelf te maken, ik word gewoon een beetje moe van al dat herdenken. Want is het niet 400 jaar geleden dat Michiel de Ruyter werd geboren, dan is het wel de honderste verjaardag van Ot en Sien of van de Miljoenennota. En als we eens geen passend geboortejaar kunnen vinden, dan is het wel het sterfjaar van iemand. Ik kijk dan ook al uit naar 2076, wanneer het derde Michiel de Ruyter-jaar zal zijn; dan is Michiel de Ruyter namelijk al 400 jaar niet meer in ons midden. U kijkt nu overigens misschien een beetje verrast: het derde Michiel de Ruyter-jaar? Inderdaad, het derde. In 2052 verwacht ik namelijk het tweede Michiel de Ruyter-jaar, wanneer het 400 jaar geleden is dat hij de zeeslag won die hem eeuwige roem bracht.

Ook wat een simpele dag lijkt, is meestal niet meer een simpele dag. Neem bijvoorbeeld 21 maart; de dag dat dit jaar de lente begon. Maar niet alleen dat maakte 21 maart dit jaar tot een bijzondere dag. Het was immers ook de nationale boomplantdag en de internationale anti-racismedag. We hebben 365 dagen in het jaar en nog zijn ze overbezet. Op zich zijn het prima initiatieven, maar zo verliest het wel een beetje zijn kracht. Iedere herdenkings- of vieringsdag wordt gewoon de zoveelste in de rij.

Aangezien de dagen het dus al druk genoeg hebben, stel ik voor, dat we de jaren maar gewoon met rust laten. Ik denk echt niet dat Michiel de Ruyter er een nachtje slechter om zal slapen.

Virginie Donderdag 29 Maart 2007 at 1:27 pm | | Virginie | Drie reacties

De foute Italiaan

Bij het bedrijf waar ik werk, gebruiken ze sinds een paar maanden een nieuw informatiesysteem met een nogal interessante naam. Deze naam doet je, als je 'm ziet, meteen aan een foute Italiaan denken, of je nu wilt of niet. Vanaf het eerste moment dat ik de naam zag, vloog de tagliatelle en de pepperoni mij om de oren. En ik was blijkbaar niet de enige, want op gegeven moment werd besloten om achter op het personeelsblad een plaatje te zetten met daarop een foute Italiaan. En zoals dat gaat met foute plaatjes, kwamen we al snel uit bij een ?berkitscherig Bouquetreeksplaatje, waarop een donkerharige man zijn geliefde in zijn armen houdt, terwijl zij hem smachtende blikken toewerpt. Het welluidende onderschrift 'Oooooh G.!' maakte het geheel perfect af. Gevolg was wel dat enkele personeelsleden het blad niet meer wensten te ontvangen, maar dat was bijzaak: G. het fenomeen en de lieveling van de communicatieafdeling was geboren! En zoals dat gaat met fenomenen: ze worden nu eenmaal niet door iedereen even goed begrepen.

Na een tijdje werd het tijd om de invoering van systeem G. in het personeelsblad te gaan bespreken. Een aantal collega's regelde dat het Bouquetreeksplaatje van foute Italiaan G. uitvergroot werd en op een soort van hardboard geplakt werd. Fotograaf M. kreeg de mega-Italiaan mee naar huis om door het hele land foto's te gaan maken van onze lieveling en medewerkers van ons bedrijf. Een week of twee geleden kwam fotograaf M. op de afdeling langs om G. terug te brengen.
'Tja,' zei ze, 'Ondanks dat ik G. erg graag mag, kom ik hem toch hier neerzetten. Hij is namelijk een beetje groot!'
En sindsdien wonen G. en zijn vriendinnetje op onze afdeling, liefdevol opgenomen door G.'s trouwe schare fans. En tot groot vermaak van vriend en vijand, natuurlijk.

admin Woensdag 28 Maart 2007 at 3:52 pm | | Rosalie | Vier reacties

Kleine dingen

Soms beleef ik zomaar uit het niets ineens een intens gelukkig moment. Nou ja, meestal niet helemaal uit het niets, maar wel om hele rare dingen. Hele kleine dingen. Het zijn immers niet voor niets de kleine dingen die het doen.
Soms is het omdat ineens een bepaald liedje voorbij komt op de radio.
Soms omdat er ineens de allerschattigste onbekende kleine blauwe bloemetjes langs de straat groeien.
Soms zijn het regenboog-teensokken of een doosje met glitterkraaltjes.

Maar afgelopen zaterdag waren het BIC-pennen. De oude, vertrouwde, doodnormale, alledaagse BIC-balpennen, maar dan net niet helemaal dezelfde als altijd. Want ik gebruik ze veel, de BIC-pennen. Ze zijn natuurlijk al van jongs af aan een deel van mijn leven (wie heeft er nou niet minstens een BIC-balpen in huis), maar sinds ik bij E. werk, zijn ze niet meer weg te denken. Bij E. moet er namelijk nogal eens wat opgeschreven worden en (u raadt het al), bij E. wordt er geschreven met de BIC-balpen. Er staat altijd wel een doosje BIC-pennen in de voorraadkast, op elk bureau ligt minstens een zo'n pen en iedere zaterdagmorgen heeft de BIC-pen een vaste en prominente plaats op mijn werkshirt. Ik zou niet weten wat ik zonder deze trouwe, donkerblauwe pen zou moeten.

Maar zaterdag was het dus anders. Zaterdag was het tijd voor iets nieuws. Op een van de tafels lag namelijk niet zomaar een BIC-pen, nee, er lag een lichtblauwe BIC-pen. Een vrolijke, lichtblauw gekleurde pen. Niet al mijn collega's konden de pen even goed waarderen (de kleur werd niet bepaald macho genoeg bevonden), maar ik vond het zeer 'cool'. Toch was dat nog niet het intense geluksmoment, nee, dat was slechts nog de aanloop. Het geluksmoment kwam bij het openen van de voorraadkast. Want terwijl ik in het doosje BIC-pennen kijk, zie ik dat er niet alleen een lichtblauwe variant is, maar ook turquoise, paarse, ja zelfs roze BIC-pennen! Ik heb natuurlijk meteen mijn slag geslagen. Voor mij geen donkerblauwe BIC-pen meer, nee, nu loop ik voortaan iedere week met een prachtige roze BIC-pen op mijn shirt. En daar word ik nou gelukkig van.

Virginie Maandag 26 Maart 2007 at 11:47 pm | | Virginie | Vijftien reacties

Naar Berlijn, hihaho!

'Het is uitverkocht!' mailde mijn dierbare collega Amiek mij, 'Balen!'
Ik klikte op de link die zij mij toegestuurd had en staarde naar het scherm. Uitverkocht? Ik zag toch wel degelijk een paar kaarten staan op zaterdag 2 juni. Ik sprong op van mijn stoel, liep naar de andere kamer van onze afdeling en tikte op Annemieks rug.
'Eij Annemiek,' zei ik, 'Het is helegaar niet uitverkocht. Kiek es bij 2 juni!'
En zo geschiedde.
'Ik ga reserveren!' zei Annemiek.
'En ik ga verder met werken,' grinnikte ik, 'Ik hoor wel of het wat wordt.'
Even later kwam Annemiek mijn kamer binnen en legde zwijgend aan A4-tje op mijn bureau.
'Samstag 2. Juni 2007. Berliner Philharmoniker. 70 Euro,' of iets van die strekking stond er op het papiertje.
'Aaaaaaaargh!' zei ik.
'Aaaaaaaargh!' zei Annemiek.

's Avonds zat ik maar liefst drie kwartier bij de NS Internationaal balie op het station in Arnhem. Annemiek en ik hadden een trein bedacht en ik zou dat even gaan fixen. Uiteindelijk was ik aan de beurt, regelde een trein vanuit Deventer en toog opgewekt naar de trein naar Nijmegen, twee tickets voor de trein naar Berlijn in mijn recentelijk aangeschafte Oilily tas. Op 30 mei heen, op 3 juni terug. Amaai. Wat een impulsaankoop, wat een feest. 'Die sieben Tods?nden' van Kurt Weill, favoriet stuk nummer 1 van ons alletwee. In Berlijn. De Berliner Philharmoniker onder leiding van Sir Simon Rattle. Ieeeeeee! Ik kan nu al amper slapen bij het vooruitzicht.
'Er zit alleen een minpuntje aan,' waarschuwde Annemiek me, 'We moeten ook een pianoconcert van Brahms uitzitten.'
'Ieuw! Brahms!' zei ik, 'Nou ja, Weill gaat dat zeker goed maken!'

'Eh E.,' zei Annemiek 's avonds op MSN tegen mij, 'Weet je wie dat pianoconcert van Brahms gaat spelen?'
'Nou eh, nee,' zei ik.
'Daniel Barenboim,' antwoordde Annemiek.
'Aaaaaaaargh!' zei ik.
'Aaaaaaaargh!' zei Annemiek.

Ik ga dus naar Berlijn. Om grootheden te zien, hoe decadent. Dat ik daarnaast ook al die coole dingen in Berlijn ga bezoeken, dringt voorlopig nog niet echt tot mij door. Weill, Rattle, Barenboim. En Brahms. Tralalalala. Een kinderhand is snel gevuld.
'Waarom gaan jullie niet meteen een week?' vroeg collega E. aan ons, toen we hem op de hoogte stelde van onze plannen.
'Dan slaan we elkaar vast de koppen in,' grinnikte Annemiek.
Hmmm, mijn reputatie is mij volgens mij vooruitgesneld. Op vakantie met Rosalie, altijd lachen. Maar volgens mij kan Annemiek mij wel aan en zo niet, dan laat ze maar ergens in mijn eentje op een station achter of zo, dan heb ik dat blijkbaar verdiend...

Ik ga naar Berlijn, hihaho!

admin Maandag 26 Maart 2007 at 12:07 pm | | Rosalie | Vijftien reacties

Hmpf

Ik begreep net dat er van mij en Virginie een speech wordt verwacht omdat we de aanmoedigingsprijs hebben gewonnen bij de Dutch Bloggies (mocht u dat ontgaan zijn). Hmpf. Een speech. Rosalie houdt niet zo van speechen en heeft het idee dat hetzelfde voor Virginie geldt, maar dat moet Virginie u dan zelf maar melden. Uiteraard zijn wij wel heel blij met de eer die ons ten deel is gevallen, maar het is natuurlijk wel een bietje gek allemaal. Opeens komen de bezoekers van alle kanten, kijken wie die rare meiden nu weer zijn en eerlijk gezegd hebben we ons helemaal bescheurd. En dat doen we nog steeds. Een weblog hebben, met z'n twee?n 10 stukjes per maand schrijven omdat je echt wel betere dingen te doen hebt en dan een aanmoedigingsprijs winnen? Hoe groot kan de hint zijn? Er zijn momenten in mijn leven geweest dat ik maar wat graag zo'n bloggie had willen hebben, maar sinds ik een beetje in de marge zit te klooien en ik helemaal niet meer aan loggen denk, valt het ding opeens op onze deurmat. Tssssk. Het zal wel karma zijn of zo, anders snap ik er echt geen bal van.

Deze prijs heeft een aantal gevolgen voor mij persoonlijk:

- Mijn pa belt steeds op om te vragen wat ik nou gewonnen heb. (Volgens mij wil ie geld zien).
- Mijn collega's zeggen al twee dagen 'Ieuw! Ieuw! Ieuw! Ik koop nooit meer snoep bij de Whizzl in Driebergen!'
- Ik probeer nou heel hard om niet grootheidswaanzinnig te worden, iets wat (zeg ik met zelfkennis) voor mij sowieso al heel moeilijk is...

Eigenlijk wilde ik deze week nog schrijven over de volgende zaken:

- Ik ga naar Berlijn, Daniel Barenboim is daar ook en er is een aantoonbaar verband tussen ons!
- U moet naar museum De Pont in Tilburg, er staat daar een boel koel kunstwerk!
- Ik heb een heusch virtueel gala in cyberspace georganiseerd en weet u wel hoe vaag dat is?
- Recentelijk heb ik een obsessie voor Viktor en Rolf ontwikkeld en daar moet ik met u over praten...
- Ik had een grappig verhaaltje over een vage Spanjaard die bij mij in huis woonde toen ik in Parijs studeerde.

Maar dat moet dan allemaal maar wachten, zeg. Zo'n speech is natuureluurlijk veel belangrijker...

admin Zaterdag 24 Maart 2007 at 1:29 pm | | Rosalie | Vier reacties

Rittbergers en driedubbele Axels

Kunstschaatsen lijkt me heerlijk. In fantasie dan, niet echt. In het echt ben ik compleet ongeschikt ervoor, met een onder-ontwikkeld evenwicht en val-vrees. Nee, schaatsen en ik zijn geen vriendjes. Maar als we vriendjes waren, oh dan! Dan zou ik natuurlijk zonder problemen sierlijk over het ijs glijden, met pirouettes als mijn echte specialiteit, gekleed in de allermooiste glitterende en schitterende jurkjes (want ik zou natuurlijk ook hetzelfde perfecte lichaam hebben als alle andere kunstschaatsters). En ik zou natuurlijk moeiteloos de ene na de andere driedubbele sprong maken. De axels, loops en cherry-flips zouden het uitbundige publiek om de oren vliegen, om nog maar te zwijgen over de flips, salchows en lutzen die ik erachteraan spring...

maar ja, dat is maar fantasie. Vooral het stukje over de moeiteloze sprongen. De meeste problemen zijn overkoombaar: de prachtige pakjes is natuurlijk aan te komen (misschien zelfs inclusief bijpassend figuur). Mijn evenwichtsgevoel kan verder ontwikkeld worden. Ik kan al redelijk pirouettes draaien op de dansvloer (en zonder misselijk te worden), dus dat hoeft alleen nog maar vertaald te worden naar de ijsvloer. Misschien kan ik zelfs wel over mijn val-vrees heen komen (ook al betwijfel ik dat ten zeerste). Tot nu toe, is het allemaal dus nog best te doen, mijn schaatscarriere kan best nog beginnen ;-)

Maar het uitvoeren van al die verschillende sprongen, dat wordt nog een heel karweitje. Niet alleen vanwege de benodigde massaverplaatsing de lucht in, nee vooral omdat ik het niet zie. Ik zie het niet. Na al die jaren trouw, iedere keer weer aan de buis gekluisterd te zitten, zie ik het nog steeds niet; ik herken de verschillende sprongen niet. Het is bijna een soort bingo geworden: de schaatser laat een sprong zien, ik roep een naam van een sprong en als ik geluk heb, zegt de sportpresentator een seconde later dezelfde naam. Kans van 1 op 6.

Maar denk nu niet dat ik na al die jaren schaatskijken niets geleerd heb! Het heeft even geduurd, maar ik kan wel zien of het om een enkele, dubbele, driedubbele of zelfs vierdubbele sprong gaat! Zo. Dat is toch al wat. Sterker nog, de kans dat ik de goede naam naar mijn t.v. roep is aanzienlijk vergroot (tot 1 op 5), sinds ik de axel er in 90% van de gevallen wel uit weet te halen. Dit is niet zo bijzonder als het lijkt, wanneer ik u vertel dat de axel namelijk de enige sprong is waar men voorwaarts aan begint...

Inmiddels probeer ik me er maar bij neer te leggen dat ik het verschil waarschijnlijk nooit zal gaan zien. En ergens vind ik dat zo erg niet. Nu kan ik door blijven gaan met mijn schaats-sprongen-bingo en kan ik heerlijk rustig zittend op de bank, genieten van al het moois dat op de ijsvloer gedaan wordt, zonder zelf nog aan de slag te moeten. Ik hoef me dus ook niet schuldig te voelen over het feit dat ik me niet inzet voor iets dat een prachtige carriere had kunnen worden, want tja, ik zie het verschil gewoon niet, dus ik kan er simpelweg helemaal niks aan doen...


PS. Laat ik alvast even heel duidelijk maken dat ik alleen aan de buis gekluisterd zit bij ECHTE kunstschaats-evenementen en niet wanneer eens stel 'bekende Nederlanders' op een stel schaatsen gaat staan wiebelen!

Virginie Donderdag 22 Maart 2007 at 4:56 pm | | Virginie | Acht reacties

Groen met roze polkadotjes

Zo. En nu over tot de orde van de dag.

Toen ik zonet in Driebergen op de trein stond te wachten, had ik een zeer vreemde ervaring. De ervaring was zelfs zo vreemd dat ik met een gerust hart durf te zeggen dat niemand van u ooit hetzelfde heeft meegemaakt. Bizar. Echt. En vies ook nog eens. Toen ik het perron opgelopen kwam, hoorde ik dat mijn trein vertraging had en ik besloot om een bescheiden voorraadje chemisch snoep te gaan halen bij de plaatselijke Whizzl. Chemisch snoep is een van mijn grote liefdes. Het kan mij niet appeltjesgroen genoeg zijn, bij wijze van spreken. Ik zeg altijd maar: 'Mocht ik ooit nog een vlaag van verstandsverbijstering krijgen en mijn lichaam na mijn dood ter beschikking van de wetenschap stellen dan schrikken de dokters in sp? zich helemaal de tering als ze mij opensnijden. Helemaal groen van binnen. Met roze polkadotjes!'

Maar goed, opgewekt stak ik mijn schep in de snoepbak en koos een voor mij bescheiden hoeveelheid chemish snoep. Ik rekende af, verliet de plaatselijke Whizzl en installeerde mij op een bankje, 'The Shadow of the Wind' in mijn ene hand, de net verworven zak snoep in mijn andere hand. Nietsvermoedend deed ik een greep in de zak en stak een snoepje in mijn mond. Een geel snoepje. Even snel als ik het in mijn mond had gestopt, spuugde ik het weer uit.

En weet u wat het was? Echt, u raadt het nooit! Het was een oordopje...
Zo'n geel dopje dat je in je oren stopt als je bijvoorbeeld bij een Drol in huis woont die te veel herrie maakt als jij wilt slapen.
Of zo'n dopje dat je in een vliegtuig in je oren stopt omdat je geen zin hebt in al die geluiden van al die rottige mensen om je heen.
Een oordopje. Ieuw. Ik keek in mijn zak en zag daar het tweede oordopje. Met twee vingers viste ik het uit de zak en mieterde het in de dichtsbijzijnde prullenbak.

Er zijn veel dingen in het leven die ik niet begrijp, maar waarom je oordopjes in een bak met snoep gooit, is echt een van de grootste raadselen die ik ooit heb moeten ontrafelen.

admin Woensdag 21 Maart 2007 at 7:32 pm | | Rosalie | Vijf reacties

Op bedevaart

Gisteren ging ik op bedevaart naar Sint Anneke, samen met L., F. en R. Het was lang geleden sinds ik op bedevaart was geweest. Een jaar of drie geleden was ik nog in Lourdes, maar dat was geen bedevaart. Dat was meer een soort constant verkeren in een verbouwereerde toestand. Nee, voor de echte bedevaarten moest ik toch dieper graven. Bedevaarten van een schattig karakter, samen met mijn oma. Naar Sint Gerardus in Wittem of naar Maria in Heppeneert, bij Maaseik in Belgi?, aka Onze Lieve Vrouw van Rust. Laatst droomde ik nog dat ik met de bus naar Kevelaer in Duitsland ging, maar dat zal wel de stress zijn geweest die veroorzaakt werd door mijn op handen zijnde bedevaart naar Molenschot, vermoed ik.

Bedevaarten zijn rare dingen. Je gaat naar een beeld, je steekt een kaarsje op, je prevelt wat voor jezelf en vervolgens ga je koffie drinken. Geheel in de goede katholieke traditie van 'Baat het niet dan schaadt het niet'. Maar soms is het ook heel stressvol. Als je bijvoorbeeld vergeet je gulden in het bakje bij Sint Gerardus te gooien, maar je toch een kaarsje opgestoken hebt.
'Oma,' piepte ik een keer in paniek in de auto tussen Wittem en Eys (ik was denk ik een jaar of acht), toen ik de gulden in mijn hand vond, 'Ik ben vergeten om Sint Gerardus mijn centje te geven!'
Echt mensen, ik zag mijzelf al in de hel belanden.
'Maak je niet druk,' zei mijn oma grinnikend, 'Dat vindt Sint Gerardus echt niet erg.'
Nou, daar had ik wat aan. Die Sint Gerardus had anders mooi een doodshoofd aan zijn voeten liggen. Zeker het vorige slachtoffer dat was vergeten te betalen.
'Ja maar, oma,' zei ik bibberend, 'Kunnen we niet beter even terugrijden?'
'E.,' zei mijn oma, 'Ik heb ook al heel vaak te veel geld in dat bakje gedaan, dus het is echt niet erg dat je je centje vergeten bent. Stop dat maar in je spaarpot.'
'Okee,' zei ik, maar toch was ik er niet gerust op getuigende het feit dat ik mij deze conversatie bijna twintig jaar na dato nog letterlijk kan herinneren.

Gisteren ging ik voor een manneke naar Sint Anneke. Ik stak wat kaarsjes aan, prevelde wat en vlijde mij toen neder om wat mooi proza in het schriftje van Sint Anna te schrijven. En da's nog niet zo makkelijk, kan ik u vertellen. Eerst dacht ik: 'Ik doe het niet! Ik ben een hoogopgeleid persoon die van Gustav Mahler, Emile Zola en Jugendstil houdt (ziet u het tijdvak ook?) en ik ga een beeld echt niet om een man vragen!', maar toen dacht ik aan Sint Gerardus en aan mijn centje en toen leek het me beter om het toch maar wel te doen. We weten immers maar weinig zeker in dit leven en daarom is het misschien toch beter om niets aan het toeval over te laten. Ik hield het dan ook zo kort mogelijk, ervan uitgaande dat Sint Anneke wel betere dingen te doen heeft dan een vent te zoeken die aan mijn uitgebreide eisenpakket voldoet. Ik beperkte mij tot de eigenschap 'lief', vroeg haar om ook voor wat andere vrijgezelle dames te zorgen en op mijn familie te letten en eerlijk gezegd: als ze dat laatste al doet dan heb ik een geslaagde bedevaart gehad.

En de volgende bedevaart? Ach. Ik wil wel weer eens naar Heppeneert. Een kaarsje aansteken voor een beetje rust. Want rust, dat zou ook wat zijn, zeg. Misschien nog wel aangenamer dan zo'n kerel die zich overal tegenaan bemoeit...

admin Maandag 19 Maart 2007 at 7:09 pm | | Rosalie | Zeven reacties

Openingszinnen...

"Hee, ken ik jou niet ergens van?"
"Kom je hier wel eens vaker?"
"Ben je niet ontzettend moe? Je hebt de hele nacht in mijn dromen rondgerend..."

Stuk voor stuk absolute klassiekers. Iedereen kent ze. Iedereen kan er waarschijnlijk nog wel een paar zo oplepelen. Klassiekers die geen kans van slagen hebben, omdat openingszinnen nou eenmaal ongelofelijk fout zijn, maar goed, deze hebben dan nog een soort cult-status weten te bereiken. Dat geldt lang niet voor alle openingszinnen en geloof me, ik hoor er nogal wat. Niet in de kroeg hoor. Nee, dat moet u vooral niet denken. Nee, ik hoor ze op mijn werk. Daar word ik meestal omringd door mannen. Je zou haast denken dat het feit dat ik in de metaalindustrie werk, daar een rol in speelt...

Maar goed ik dwaal een beetje af. Openingszinnen, daar ging het me om. Want op zo'n zaterdagochtend, hoor ik er nogal wat voorbij komen, wanneer de laatste 'veroveringen' besproken moeten worden. Dat ik daar bij zit en het allemaal hoor (van binnen gniffelend wegens het hoge amusementsgehalte) daar kan ik natuurlijk ook niks aan doen. Soms sta ik versteld van mezelf, dat ik mijn lach in weet te houden: "Ik heb niet het lichaam van Sean Connery, niet de spieren van Rambo, maar ik kan wel likken als Lassie". Iemand die daadwerkelijk de hoop heeft hiermee een vrouw te versieren, moet toch al wel heel wat glaasjes achterover geslagen hebben. Gelukkig zijn ook mijn mannelijke collega's zich hiervan bewust (en hopelijk niet door ervaring wijs geworden).

Nee, dan weet C. (de jongste) een veel betere, gehoord van zijn wiskundeleraar nog wel! Je moet op een meisje aflopen, en vragen wat ze weegt. Wanneer ze dan vraagt waarom je dat wil weten, kun je antwoorden: "Dan kan ik onze aantrekkingskracht berekenen." Als b?ta-persoon zie ik hier de (wiskunde-)humor nog wel van in. Ik zou echter geen enkele man aan willen raden, wildvreemde vrouwen hun gewicht te gaan vragen. Dit wil nogal eens een gevoelig onderwerp zijn...

Maar goed, als deze zinnen dan allemaal hopeloos zijn, hoe moet het dan wel? Gelukkig, er is hulp! In boekvorm zelfs, lees ik in de krant. Een soort gids om single-af te raken. Met daarin de zeer nuttige opmerking, dat openingszinnen averechts werken. Eindelijk, nog iemand die het licht heeft gezien en haar visie ook nog eens in boekvorm bekend maakt. Maar dan komt de aap uit de mouw. Niet alle openingszinnen blijken fout. Nee, het gaat erom de 'foute' openingszinnen (zoals: ken ik jou niet ergens van) te vermijden, maar 'goede' openingszinnen mogen best gebruikt worden. Een voorbeeld van zo'n 'goede' openingszin wilde ze ook nog wel geven: tijdens het joggen voor iemand gaan lopen, je omdraaien en vragen: "Waarom achtervolg je mij?" Mij lijkt het een schoolvoorbeeld van een foute openingszin...

Het is zonde dat ik mij niet meer de titel, noch de schrijver van dit boekje kan herinneren. Niet voor de zogenaamde 'nuttige' openingszinnen, wel om een middagje te kunnen lachen. Dit boekje past denk ik namelijk helemaal in het thema van deze boekenweek: humor & satire...

Virginie Vrijdag 16 Maart 2007 at 5:21 pm | | Virginie | Vier reacties

De onverklaarbare spierpijn

Toen ik vanochtend met de trein over de brug bij Arnhem reed, las ik mijn horoscoop in de Spits!:

'Wanneer je bent geboren onder het sterrenbeeld Steenbok, dan kun je deze week een onverklaarbare spierpijn krijgen. Zo erg zelfs dat je niet in staat zult zijn om te werken. Maar zo snel als de pijn is gekomen, zo snel zal deze ook weer verdwijnen.'

Verdwaasd staarde ik uit het raampje naar de dampende mist die boven de Rijn hing.
'Amaai,' zei ik tegen mezelf en draaide mijn hoofd voorzichtig van links naar rechts. Voelde ik daar soms al wat? Wat een beroerd vooruitzicht, zo'n onverklaarbare doch kortstondige spierpijn.

In gedachten zag ik mij in een of andere spasme schieten achter de computer op mijn werk.
'Wat doe jij nou?' zegt ??n van mijn collega's.
'Oh, ik zou deze week volgens mijn horoscoop een onverklaarbare doch kortstondige spierpijn krijgen. Volgens mij is dit het!' antwoord ik met mijn elleboog in mijn nek, 'Het gaat zo wel over, tenminste als mijn horoscoop klopt.'
'Dat is geen spierpijn, dat is een spasme,' klinkt het droog.
'Oh kut man, dan moet de spierpijn nog komen,' kreun ik, mij er opeens pijnlijk van bewust dat dit spasme misschien niet van kortstondige aard is.

Ik heb echt best wel respect voor mensen die horoscopen schrijven. Het is namelijk niet appeltje eitje om zomaar iets te verzinnen wat voor veel mensen zo te interpreteren is dat ze zich erin herkennen. Maar dit gaat te ver. Dit is voorspellen dat alle mensen die tussen eind december en begin januari geboren zijn en op deze aard rondlopen ergens deze week een onverklaarbare spierpijn krijgen. Die net zo snel gaat als hij gekomen is. Lijkt me sterk. Echt echt echt heel sterk.

Mocht ik toch nog iets voelen, dan laat ik het u weten...

admin Woensdag 14 Maart 2007 at 6:07 pm | | Rosalie | Vijf reacties

Raadseltje

Het zal vast met mijn studie te maken hebben, maar dit raadseltje vond ik redelijk briljant!

Het heeft 14 letters en geen klinkers. Wat is het?

Breekt u zich hier maar eens het hoofd over....

Virginie Dinsdag 13 Maart 2007 at 3:57 pm | | Virginie | Tien reacties

Volver

Eindelijk is het dan zover! Al weken zat ik op mijn vriend Bol te koekeloeren of ik misschien al een glimpje op kon vangen van een bestelmogelijkheid voor de coolste film die ik afgelopen jaar gezien heb: Volver van de Spaanse regisseur Pedro Almod?var. En zie: opeens stond het er: Levertijd 2 tot 4 dagen. Oeh! Ik bedacht dat het sneller zou zijn om dan maar meteen op mijn fietsje te springen en naar de Nijmeegse binnenstad te fietsen, want ik moest toch nog een cadeau voor vriendin R. kopen, dus daar kon dan mooi een Volver-koopactie aan gekoppeld worden. Ik stapte binnen bij zaak K. en tikte daar Volver op de kop, liefst 5 euro goedkoper dan bij mijn vriend Bol. Ik helemaal in mijn nopjes, natuurlijk. Want Volver, mensen, Volver heeft het gewoon allemaal!

Volver gaat ergens over.
Volver laat je steeds glimlachen, ondanks dat het ergens over gaat.
Volver is een explosie van fijne kleurtjes.
Volver heeft nog fijnere muziekjes.

Waaaaaay back, toen de Drol nog in mijn huis woonde, cre?erde ik een nieuwe hobby: het in mijn eentje naar de bioscoop gaan wanneer ik geen zin had om alleen met de Drol in het pand te zitten. En daar zat ik dan, een beetje te snuffen en te sniffen in de bioscoop, want ja, zo'n Drol in je huis, daar word je natuurlijk emotioneel ook niet bepaald sterker van. Zo bezocht ik op een verregende zondagmiddag op aanraden van Amiek Volver in de Nijmeegse filmtempel en nestelde me in het pluche. Om te genieten van een gek, maar eigenlijk doodserieus verhaal. En om stiekem een traantje weg te pinken wanneer P?nelope Cruz (uiteraard met geleende stem) het lied 'Volver' ten gehore bracht. Zucht. Als u dit meesterwerk nog niet gezien heeft dan moet u dat nog maar snel eventjes gaan doen!



(P.S. Dat youtube dat is trouwens echt geniaal, daar staat echt alles op! Zo ook Jaap Aap, zoals ik laatst ontdekte. Tssssk. Jaap Aap!)

admin Zondag 04 Maart 2007 at 7:13 pm | | Rosalie | Twee reacties