Typisch Westerse problematiek - appendix

Ik wil even terugkomen op mijn logje van gisteren, typisch Westerse problemen houden mij nou eenmaal bezig. Typisch Westerse problemen zijn namelijk ook problemen, ook al lijkt dat soms niet zo. Maar als je dan even verder denkt dan kan zo'n typisch Westers probleem echt van grote invloed zijn op weet ik veel wat. Neem bijvoorbeeld het feit dat ik geen plaatjes kan zien op de site van Ikea. De Klippanbank ziet er in mijn beleving dus zo uit:



En nu heb ik het geluk dat ik redelijk intelligent ben en de Ikea al eens bezocht heb. Ik weet dus dat ze daar geen lucht verkopen. Maar wat als je nou dom bent? En opeens heel veel van die domme mensen dit probleem krijgen? Ik bedoel maar, wie gaat er nou naar een winkel die lucht verkoopt? Niemand toch? In dit hypothetische geval zou de Ikea zeker driekwart van haar cli?nt?le (want laten we eerlijk zijn, u kent vast ook meer domme dan slimme mensen) verliezen! En wat gebeurt er dan? Het marktaandeel Ikea zakt en juist, de helft van de Zweedse beroepsbevolking komt op straat te staan. Want die worden dan te duur. Gelukkig voor Zweden werkt de andere helft van de Zweden bij H&M en doet die site het nog wel, anders was heel Zweden de pineut. Denk daar maar eens over na.

Dit alles om maar even aan te geven dat typische Westerse problemen ook problemen zijn waar de mensch rekening mee dient te houden. Want voor je het weet heb je een half land op je nek en ja, wie wil dat nou?!

Op het moment dat deze website dit logje automatisch publiceert, vertrekt er in Deventer een trein naar Berlijn met mij erin.
De techniek staat voor niks, tegenwoordig.
Dat dan weer wel.
Maar plaatjes op de site van Ikea?!
Dat dan weer niet.

admin Woensdag 30 Mei 2007 at 12:20 pm | | Rosalie | Vijf reacties

Typisch Westerse problematiek

Ik heb last van een gevalletje typisch Westerse problematiek. 'Typisch Westerse problematiek? Wasda? Kennedaetuh?' hoor ik u denken. Nou, ik zal u even uitleggen wat dat is. Typisch Westerse problematiek doet zich voor wanneer je denkt dat je een probleem hebt. Maar als je dan opeens na gaat denken over AIDS, honger ende meer van dat soort naars dan moet je uiteindelijk vol schaamte tot de conclusie komen dat je gewoon een ouderwetse zeikerd bent. Ik ben extreem goed in het verzinnen van typisch Westerse problemen. Ja. Ik ben echt zesvoudig wereldkampioen typisch Westerse problematiek en dan met name op het onderdeel 'typisch Westerse problemen in en rondom het huis'. Hier een paar voorbeelden van zaken die mij momenteel kwellen:

-Om de een of andere vage reden kan ik geen plaatjes kijken op de site van Ikea. Drama! Weet u wel hoe vaak ik op de site van Ikea kijk?
-Mijn vloer is kaal bij mijn bureau en dat is lelijk, jongen. Maar schuren, ha! Echt niet! Dan moet ik met meubels gaan sjouwen. Groot dilemma natuurlijk.
-Als ik een DVD kijk, dan valt zo ongeveer in 10% van de gevallen het beeld weg en dat komt omdat het kabeltje van de TV naar de DVD-speler los zit. En ja, dan moet ik opstaan om dat kabeltje terug te duwen. Zooooo irritant.

Mijn nieuwe, typisch Westerse probleem is als volgt: ik wil een nieuwe bank, maar ze hebben hem niet in de kleur die ik wil. Op zich vind ik het niet slecht van mezelf dat ik een nieuwe bank wil, laten we dat even voorop stellen. En het mag ook wel, want ik heb twee losse eenpersoonsbankjes die mijn ouders in 1974 gekocht hebben toen ze trouwden en ja: na 33 jaar hebben die dingen echt hun beste tijd wel gehad. Ze zitten ronduit kut en dus bedacht ik dat ik maar mooi eens naar de Ikea ging gaan om een nieuwe bank te kopen. Ik hoor u al cynisch denken: 'Zo Rosalie, lever jij de ene bank die kut zit in voor een andere bank die kut zit? Hoe slim van je!' maar ik zal u eens wat vertellen. Ik wil iets nieuws en dat betekent niet van de kringloop en daar zit ik wel ongeveer wat budget betreft. En ik wil iets limegroen-achtigs. Iets limegroen-achtigs zou namelijk perfect zijn in mijn interieur. En dus besloot ik voor de Klippan te gaan, want vriendin F. heeft ook een Klippan en ik zit daar best goed op en yeuy, hij kan in het limegroen, want F. heeft zelf ook een limegroene.

Dus toen ik laatst met mijn zus in de Ikea was om twee Billy Boekenkasten te kopen (in ieder geval ??n typisch Westers probleem uit de wereld geholpen: ik kon mijn boeken en cd's niet meer kwijt) besloot ik om maar meteen even een Klippanori?nterend onderzoek te doen. En oh, horror! Toen ik eenmaal in de bankenhoek beland was, ging mijn limegroene droom in rook op, verdween mijn decoratief verantwoorde idee als sneeuw voor de zon, bleek mijn puike plan niet haalbaar en nog meer van dit soort fijns.
'Kut!' sprak ik eloquent toen mijn nieuwe typisch Westerse probleem als een berg voor me opdoemde, 'Ze hebben die limegroene hoes niet meer!'
'Dan pak je toch die rode,' zei mijn zus nuchter.
Mijn zus heeft zogezegd geen gevoel voor typische Westerse problematiek.
'Ja maar, ja maar,' zei ik stotterend en helemaal van mijn a propos, 'Die is echt te rood! Dat vloekt met mijn bordeauxrode muur!'
'Heb je niet vantevoren op de site gekeken dan?' wilde mijn zus weten.
'Ja maar, ja maar,' hakkelde ik verslagen, 'Ik kan geen plaatjes kijken op de site van de Ikea!'
Mijn zus fronste haar wenkbrauwen en ik zag het haar denken: Wat een debiel. En laten we eerlijk zijn: hoe ontzettend terecht van mijn zus dat ze dat dacht, zeg.
'Dan neem je toch dit groene jaren '70 patroontje?' stelde ze voor, terwijl ze een andere hoes aanwees.
'Maedje, ik wil geen jaren '70 patroontje,' zei ik, nog steeds helemaal verbouwereerd, 'Jaren '70 patroontjes zijn lelijk. En trouwens, een jaren '70 bank heb ik al!'
En dus verlieten we onverrichter zake de Ikea.
(Nou ja, ik had natuurlijk die Billy Boekenkasten gekocht, maar onverrichter zake is zo'n mooie zinssnede. Net als zinssnede zelf, trouwens.)

'F., hoor mijn leed aan!' sprak ik vorige week plechtig toen ik bij vriendin F. met de limegroenachtige Klippan op bezoek was, 'Ze hebben de limegroenachtige hoes voor de Klippan niet meer!'
'Nee!' zei F., 'Wat erg voor je!'
Kijk. F. begrijpt mij en mijn problemen tenminste.

admin Dinsdag 29 Mei 2007 at 1:53 pm | | Rosalie | Vijftien reacties

Innerlijke strijd

Afgelopen week vond ik het weer eens tijd voor een grote lente schoonmaakbeurt. Mijn lente schoonmaakbeurten draaien echter niet om poetsen, maar om het weggooien van alle 'rotzooi' die niet meer bewaard hoeft te worden. Die spulletjes waarvan je denkt, dat ze misschien nog wel eens van pas zouden kunnen komen. Die spulletjes, waarvan je zo snel nog niet weet, of je ze nou eigenlijk moet bewaren of niet. Kortom al die spulletjes, die in de grote ladenkast verdwijnen om meestal het daglicht nooit meer te zien. Want uiteindelijk blijkt dat je de spulletjes toch niet meer nodig hebt.

Nu is weggooien niet mijn sterkste punt, want tja, stel dat je toch nog eens een keer een doosje nodig hebt van net die afmetingen, ook al is het niet zo heel mooi? Het zou zomaar eens kunnen gebeuren. Of die sleutelhanger, die je nooit van je leven aan een sleutelbos zult hangen, maar die je nou eenmaal gekregen hebt? Stuk voor stuk waardige dilemma's. Maar deze keer was ik heel resoluut; alles wat ook maar enigszins in de categorie rotzooi viel, ging de vuilniszak in. Lag het al minstens een jaar in de kast zonder gebruikt te zijn? Ook dat ging linea recta de vuilniszak in. Lag het al zo lang in de kast, dat ik was vergeten dat ik het had? Weg ermee. Niet erover gaan nadenken en gaan wikken en wegen. Nee, niet twijfelen, maar weggooien; dat was mijn nieuwe motto.

En dat ging goed. Ik leek wel een bezetene, het ene na het andere voorwerp belandde in de vuilniszak en het voelde goed. Tot ik ineens het boek in mijn handen had. Het boek, dat ik verschrikkelijk vond. Nou heb ik wel meer verschrikkelijke boeken gelezen, maar deze vond ik echt heul erg verschrikkelijk. Dit was tenenkrommend, plaatsvervangende schaamte verschrikkelijk. Het is het boek, waarvan ik niet zou willen dat iemand het in mijn bezit zou vinden. Nooit van mijn leven, zou ik dit boek in mijn boekenkast zetten, waar iedereen het zou kunnen zien staan, ook al ben ik aanhanger van het gezegde: 'Hoe meer boeken, hoe beter'. Nee, dit boek was gewoon echt te erg. Ook al vonden hele volksstammen het boek geweldig, ik kon er echt drie keer niks mee. Vandaar ook natuurlijk dat het in de ladenkast lag, tussen de rest van mijn rotzooi.

Al snel hing het boek dan ook boven de vuilniszak, maar ik kon niet loslaten. Ik kon het niet. Het hoorde (in mijn ogen) heel zeker in de categorie rotzooi. Ook lag het al minstens een jaar in de kast, zonder het daglicht te hebben gezien. En eigenlijk was ik ook vergeten dat ik het had; ik had heel begrijpelijk de herinnering eraan verdrongen. Duidelijk een gevalletje om weg te gooien dus. Maar het ging niet. Ik kon het simpelweg niet. Hoe slecht ook, het was toch een boek, en een boek, dat gooi je toch niet weg? Een boek, dat is iets moois, het heeft bijna iets magisch. Een boek is iets bijzonders. Op boeken moet je zuinig zijn. Als ik een boek zomaar weggooi, kan ik net zo goed boeken gaan verbranden, en dat kan niet, dat mag niet.

Nu ben ik dus al enige dagen het slachtoffer van een heftige innerlijke strijd; gooi ik het boek alsnog weg, of bewaar ik het toch maar, omdat het nou eenmaal een boek is? Ik weet het niet. Eigenlijk is weggooien geen optie, maar bewaren ook niet. Misschien moet ik het dus maar aan iemand cadeau doen, dan ben ik er tenminste vanaf. Maar ja, aan wie kan ik nou met goed fatsoen zo'n verschrikkelijk boek geven?

Virginie Maandag 28 Mei 2007 at 12:14 pm | | Virginie | Vijftien reacties

De schwung van de swing

Vroeger toen Rosalie nog een klein Rosalietje was, speelde haar vader saxofoon in een big band. En nee, dat was geen kattenpis. De big band waar mijn pa (en mijn oom ook, trouwens) in speelde, bestond uit professionele musici of mensen die eigenlijk stiekem professioneel musicus waren, maar toevallig geen zin of tijd hadden om van muziek hun beroep te maken. Ik zat tijdens de concerten van de big band altijd ergens in de zaal met mijn moeder en mijn zusje. Meestal aan een tafeltje met iets te drinken voor mijn neus. Mijn beentjes, die net de grond niet raakten, zwaaiden en zwiepten vrolijk mee op het ritme van de muziek. De trompetten schetterden en ik keek vol interesse toe hoe de leden van de schuiftrombonesectie (waaronder ook mijn oom) met uiterste precisie en buitengewoon synchroon hun instrument bewogen. Stilzitten is nooit mijn sterkste kant geweest, maar bij de concerten van de big band was het niet zo erg dat ik het niet kon. Stilzitten was eigenlijk gewoon onmogelijk tijdens de swingende concerten. De big band, daar zat immers schwung in. Iets wat niet bepaald gezegd kon worden van mijn vaders andere muzikale bezigheden, ahem.

De muzikale bezigheden van mijnheer mijn vader waren legio. Zo had je op de eerste plaats het accordeonorkest. Als mijn vader een concert had met het accordeonorkest dan dacht ik: ieuw. Ooit als een veertig accordeons samen horen spelen? Juist ja. Op de tweede plaats had je de fanfare. Als mijn vader een concert had met de fanfare dan dacht ik: ieuw ieuw. Vooral als de drumband erbij kwam, ik haat drumbands. En op de derde en laatste plaats had je het koor. Als mijn vader een concert had met zijn koor dan dacht ik: ieuw ieuw ieuw. Koren zijn namelijk dodelijk saai voor kleine kinderen. Behalve wanneer ze operettewalsjes gaan zingen natuurlijk. Zoals toen die ene keer, ergens in de tweede helft van de jaren tachtig. Mijn vader stond voor zijn koor te zwaaien, ik probeerde zo ge?nteresseerd mogelijk naar het schouwspel te kijken en mijn zus zat zich stierlijk te vervelen, haar ogen overal op gericht behalve op het koor van mijn vader. Het duurde lang, dat concert. Verrekte lang, mag ik zelfs wel zeggen. Tot het koor opeens uit het niets een operettewalsje inzette dat ongeveer zo ging: 'Maske in Blau. Tralalalala. Maske in Blau'. Mijn zus (die het echt goed zat was) begon naast me zachtjes mee te neuri?n: 'Maske in Rood. Tralalalala. Maske in Groen. Tralalalala.'
En zo kwamen we het concert wel door, mijn kleine zusje en ik. Gniffelend om mijn zusjes artistieke uiting.

Maar bij de big band was dat soort ongein helemaal niet nodig. Ik zat met schitterende oogjes op mijn stoeltje te swingen bij elk nieuw Glenn Miller geluid dat mijn richting opgedenderd kwam. Want dat was het: denderen. Big bands zijn niet subtiel, ze slaan je met ritme om de oren. De schwung van de swing werd er zo dus op vroege leeftijd bij mij ingeramd. Toen de big band van mijn pa ermee ophield (het werd namelijk te moeilijk om gratis en voor niks goede musici te vinden) swingde ik gewoon door. Ik luisterde naar de big band cd's van mijn vader, draaide zijn bandje van Count Basie helemaal naar de knoppen en kocht cd's van Frank Sinatra en Ella Fitzgerald. Ik ontdekte nieuwe liedjes (onder andere dankzij Virginie die Cole Porter onder mijn aandacht bracht), danste met diezelfde blogkameraad door de regen over de Waalkade, Gene Kelly imiterend, en leerde het hele repertoire van Kurt Weill van buiten. En het mooie van al deze muziek is dat er zoveel melodie in zit. Ik word daar gewoon helemaal blij van in mijn hartje.

De laatste tijd ga ik weer helemaal los en dat is de schuld van youtube. Voor mij is youtube namelijk swingsgewijs helemaal het paradijs. Van het ene liedje hop ik naar het andere. En toen stuitte ik daar opeens op een pareltje: Ysabella Brave. En man, Ysabella doet gewoon wat ik ook wil! Ze zingt liedjes, neemt ze op en zet ze op youtube. Zodat ik ze kan zien en vast kan stellen dat zij aan de andere kant van de plas ook helemaal blij in haar hartje wordt van al die liedjes. En weet u wat? Ik wil ook liedjes zingen! Maar dan niet op youtube, zeg. Gewoon thuis of op een podium of zo. Een heel repertoire wil ik dan zingen. Een repertoire dat begint met het lied 'Willkommen' van de musical Cabaret, zonder moeite overgaat in 'Padam Padam' van Edith Piaf, nog even kort 'Ich bin die Fesche Lola' van Marlene Dietrich aandoet en dan uiteindelijk eindigt met een mopje van Jacques Brel zoals 'Au Suivant' of 'Vesoul'. Opgevuld met klassiekers van Frank Sinatra, Ella Fitzgerald en Louis Armstrong, geschreven door Cole Porter, Kurt Weill of George Gershwin. En dan misschien links of rechts ook nog wat fado. Of een tangootje.

U ziet, enige ambitie is mij niet vreemd als het op muziek aankomt. En fantasie heb ik ook al veel te veel. Wat een last, wat een last als je denkt je voortdurend te moeten uiten. Voorlopig kijk ik dus nog maar even naar hoe Ysabella de zaken aanpakt. Even op het videootje klikken, want Ysabella wil liever dat we haar fillempje op youtube zelf bekijken, vermoed ik.

admin Zondag 27 Mei 2007 at 08:55 am | | Rosalie | Zes reacties

De tweuro en zijn jong

Eerder deze avond stond ik op het station om naar Tommy de Musical te gaan (met als sterbassist Amiek!). Het was zoals gewoonlijk allemaal weer haastwerk (en niet omdat ik geen tijd heb, hoor. Nee, ik kan gewoon niet plannen), dus met een frietje ketchup in mijn ene hand en een frikandel in mijn andere hand stond ik op het perron op de trein te wachten. Toen mijn frikandel plotseling verdwenen was (ik denk dat ik hem opgegeten heb), bedacht ik mij dat ik eigenlijk wel even een cola uit de automaat kon scoren.

Nu moet u weten dat ik eigenlijk in het algemeen tegen het kopen van cola ben, maar tegen cola kopen op het station in het bijzonder. Ik vind cola op het station namelijk veel te duur. Maar de automaat staarde mij aan en ik staarde terug en zo gauw iets naar mij begint te staren dan is het einde zoek, kan ik u vertellen. Dus duikelde ik een tweuro op uit mijn portemonnee en dumpte de tweuro in de starende automaat. En zoals dat altijd gaat met tweuro's: de tweuro viel. Recht door het apparaat. Om vervolgens weer in het bakje voor het wisselgeld terecht te komen. Ik draaide met mijn ogen en bukte me op de tweuro dan nog maar een tweede kans te geven.

Maar wat zag mijn oog? Op zijn weg naar beneden had de tweuro een jong geproduceerd. Ja nee, echt! Mijn tweuro had een kind gebaard en opeens had ik twee tweuro's! Opeens ging mijn brein iets doen wat mijn brein helemaal nooit doet: mijn brein begon te rekenen.
'Potverdikkie,' zei ik, 'Misschien verdubbelt ie zich wel. Twee. Vier. Acht. Zestien. Twee?ndertig! Hmmm, laten we eens even kijken. De tijdspanne die een tweuro nodig heeft om een jong te werpen is ongeveer tien seconden. De tijd die ik nodig heb om te bukken en de tweuro en zijn jong uit de automaat te pakken behelst ongeveer evenveel seconden. Dat wil dus zeggen dat ik de handeling drie keer per minuut kan volbrengen. Ik heb nog zes minuten. Hmmmm, 18 keer een tweuro tot de macht weet ik hoeveel (wat ik ging er wel vanuit dat de tweuro zich kwadratisch zou gaan vermenigvuldigen): dat zijn veel tweuro's!'
Terwijl ik in gedachten ergens bij de 1024 zat (want laten we eerlijk zijn, daarna wordt het te moeilijk voor mij), besloot ik het er maar op te wagen. Verwachtingsvol gooide ik ??n van de tweuro's opnieuw door de gleuf. Rinkel de kinkel, weer viel de tweuro keihard door de automaat heen. Maar nu had hij geen kind gebaard. Kut. Dit was een onvruchtbare tweuro.

En wat deed ik na deze deceptie? Ik nam een wijs besluit. Ooit won ik eens tien gulden in een casino toen ik voor de gein een gulden in een automaat mieterde. Ik besloot om toen stante pede te stoppen met gokken en ik moet zeggen dat dat tot op de dag van vandaag ??n van mijn betere besluiten was. Daarom stopte ik de twee tweuro's weg, negeerde de starende blik van de automaat en stapte in mijn trein.

Amaai, wat een gewaarwording. Ik was bijna vergeten dat ik tot 1024 kon tellen....

admin Vrijdag 25 Mei 2007 at 01:16 am | | Rosalie | Acht reacties

Driedubbele aanval

Mijn vijand nummer 1 op dit moment is niet Osama, niet Ernst Stavro Blofeld en ook niet Darth Vader. Mijn vijand nummer 1 is veel kleiner, ook al zijn ze met meer. Ze zijn veel minder gevaarlijk (eigenlijk zelfs behoorlijk onschadelijk), dan de personen in bovengenoemd trio. Toch jagen ze mij de stuipen op het lijf. Ik heb echt een gruwelijke hekel aan ze. Het is geen geheim dat ik uberhaupt niet zo'n fan ben van de kruipende wezentjes op deze planeet, maar deze tak staat momenteel met kop en schouders boven aan de lijst van gruwels: het zilvervisje.

Het zilvervisje doet niets. Echt he-le-maal niets. Het heeft geen aanvals- noch verdedigingssysteem. Het enige wat het doet is kruipen, maar dat doet het dan ook op een heel enge manier; het glibbert namelijk. Het glibbert razendsnel. En daar kan ik niet tegen. Vooral niet als ze het op mijn kamer doen. Al twee jaar lang probeer ik me te verzoenen met het feit, dat ik in een kamer gelegen in een flat aan een groot park, met niet perfect sluitende deuren, last zal hebben van enkele kruipende medebewoners. En dat lukt op zich vrij aardig. Op de enkele grote, enge sprinkhanen na die me ook de stuipen op het lijf jagen, vang ik braaf de torretjes en spinnetjes en nog meer van dat kruipend grut, om het met een groot zelfvoldaan gevoel buiten te zetten.

Alleen die zilvervisjes, daar heb ik het dus echt niet op begrepen. Eerst heb ik ze natuurlijk vriendelijk gevraagd weg te gaan; je moet alles een kans geven. Ik heb geprobeerd ze uit te leggen, dat deze kamer gewoon niet groot genoeg is voor ons beiden, maar dat er vast ergens een beloofd zilvervisjesland ligt. Het mocht niet baten. Toen heb ik ze erop gewezen, dat ze zich illegaal in mijn woning ophielden, aangezien ze geen huur betaalden, maar ook daar waren ze niet van onder de indruk. Zelfs het dooddrukken en opzuigen van enkele leiderfiguren in de familie, bracht ze er niet toe, mijn kamer te verlaten.

Dus nu is de emmer vol. Ik kan niet langer met ze samenleven. De aanval is geopend. Met behulp van massa-zilvervisjes-vernietigingswapens nog wel: de zilvervisjes-lijmval.

"Door de doolhofwerking in de lijmval kunnen de visjes makkelijk naar binnen maar moeilijk terug, de trechter vormige ingangen zorgen voor een makkelijke inloop en een moeilijke terug keer. Bovendoen houd de lijmvel de visjes vast. De lijmvel onttrekt vocht van het visje waardoor ze eerder uitdrogen. Als de visjes van de lokstof gegeten hebben raken de darmen verstopt en sterft alsnog. Kortom een driedubbele aanval met een doosje."

Klinkt prachtig in iets minder prachtig Nederlands, maar dat mag de pret niet drukken. Zolang het maar werkt, dan vind ik het allemaal prima. Jammer alleen dat ik over de werking ga twijfelen na de laatste zin van de gebruiksaanwijzing:

"Het product is 100% gifvrij en niet schadelijk voor mens of dier."

Virginie Woensdag 23 Mei 2007 at 1:31 pm | | Virginie | Twintig reacties

Geheime identiteit

Er zijn geloof ik nogal veel kinderen, ja zelfs volwassenen, die ervan dromen om een superheld te zijn of te worden. Mij lijkt dat dus verschrikkelijk. Dat is mij veel te veel gedoe. Niet het redden van de mensheid overigens, dat vind ik geen probleem; ik ben de beroerdste niet. Een paar wereldrampen voorkomen en wat mensen uit brandende gebouwen redden is een fluitje van een cent, daar ben je immers superheld voor. Nee, wat ik niet zie zitten aan het bestaan als superheld, zijn de vele praktische problemen die het met zich meebrengt, omdat je je ware identiteit moet verbergen.

Ten eerste moet je nogal handig zijn met een naaimachine. Een superheld heeft immers een superheldenpak nodig en dat kun je niet zomaar even bij de kleermaker op de hoek laten maken, want dat valt nogal op. Vervolgens zul je ook altijd zelf je pakken moeten wassen, want je kunt het moeilijk bij de plaatselijke wasserette afgeven. Nou klinkt dat misschien niet als heel veel extra werk, maar het wassen van een superheldenpak is zo makkelijk nog niet. De meest vreemde vlekken tref je erop aan; van nog vrij simpele bloedspetters en moddervlekken, tot olieplekken, giftige chemicalien of kryptonietstofdeeltjes, om maar eens wat te noemen. Daar gaan heel wat uurtjes aandachtig schrobben in zitten. En vind tegenwoordig, in het mobiele tijdperk, nog maar eens overal snel een telefooncel om je onopvallend in om te kleden. Nee, het leven van een superheld gaat duidelijk niet over rozen...

Maar het lastigste vind ik nog, dat je zo op moet passen met wat je allemaal zegt. Voor je het weet praat je je mond voorbij. Even gezellig vertellen over je dag is er niet meer bij: "Toen ik vanmiddag nog even in China was...", terwijl iedereen die luistert 'weet' dat je de hele dag 'gewoon' in Lutjebroek zat, zal immers voor de nodige vragen zorgen. De meest simpele opmerkingen kunnen al verdacht zijn. Zo heb ik iemand zijn ware identiteit weten te achterhalen aan de hand van een onschuldige opmerking over kwarktaart. "Een taart is pas een taart als er kwark in zit," en voila, de identiteit was weggegeven. Toegegeven, geen ultrageheime superheldenidentiteit in dit geval, maar toch, het laat zien hoe snel het kan gaan. Ik heb er natuurlijk wel voor moeten boeten. Je kunt niet zomaar geheime identiteiten achterhalen, dat moet gevolgen hebben. In dit geval gelukkig niets al te ernstigs; met het maken van een kwarktaart zou ik vergeven worden. Dat heb ik deze week dan ook maar gedaan, voordat er de rest van het jaar nog mysterieuze opmerkingen over kwarktaart onder mijn stukjes blijven verschijnen. Bij dezen het bewijs:

Kwarktaart!


Hoe dan ook, ik ben in ieder geval blij dat ik geen geheime identiteit heb, want dat is me echt veel te veel werk... ;-)

Virginie Zondag 20 Mei 2007 at 12:58 pm | | Virginie | Vijf reacties

Art Journal #1



Maria komt naar u toe deze zomer!

Neen, u bent hier niet verkeerd. U bent gewoon aanbeland op uw geliefde Nuit Blanche. Maar er moest een Maria komen. En veel roze. Het is een beetje een dwangneurose. Alles moet roze of rood zijn en links en rechts moet er een kitschelement worden toegevoegd. Het is net als mijn interieur. Een rode muur, een kleurige kroonluchter en een roze kitschkitchen tafelkleed. Er is geen ontkomen aan, zonder kleur ga ik dood. Langzaam en pijnlijk, maar bovenal heel erg kleurloos. En kleurloos doodgaan? Nee dank u. Ik heb ook mijn principes.

Maar hoe zit het dan met Virginie, zult u zich nu geheid afvragen. Wil die dat wel, zo'n Maria? Of van dat vieze roze?
Nou, Virginie heb ik een aantal uur geleden nog onder haar bureau moeten uitpulken. Mijn zeer gewaardeerde logcollega was namelijk van haar stoel gevallen van het lachen toen ik haar mijn nieuwste design had laten zien.
'Fout maaaaaaan!,' gilde Virginie, toen ze weer op haar beentjes stond.
'Amaai,' zei vriend T., met wie wij een kwarktaartdate hadden, 'Hoe kom je aan die foute plaatjes, mens?'
'Google,' zei ik grinnikend, 'en dan het boeltje in paint shop openen, me een uur of zes ontstellend ergeren en dan is het klaar.'
'Hilaaaaaaaarisch! Die Maria! Hahahaha!' schaterde Virginie, 'Goed bezig, Rosalie!'
Dus lieve lezers, hier heeft u het bewijs: deze layout is ook goedgekeurd door de Nationale Bond van Virginietjes en daarom zojuist door mij op het net gesmeten. Nog niet alles werkt naar behoren, maar dat gaat helemaal goed komen dit weekend. Of niet, dan blijven we ook gewoon ademen.

Als u deze pracht en praal niet aan kan zien dan moet u uw ogen maar dichtdoen. Iets anders zit er in dat geval niet op. Maar dan mist u wel een boel leuke schrijfseltjes, hoor.

P.S. Ontlurken mag natuurlijk nog steeds. Dus als u twijfelde, dan moet u het toch maar eens gaan doen. U kunt bijvoorbeeld uw mening geven over Maria, maar het kan ook hier...

admin Vrijdag 18 Mei 2007 at 02:02 am | | Rosalie | Zeventien reacties

Ontlurk uzelf!

Doe mee!

Ik heb mij serieus een paar dagen zitten afvragen of ik dit wel moest doen. To de-lurk or not to de-lurk, that's the question. Ik ben mij er welterdege van bewust dat als je hier lekker anoniem zit te lezen, je misschien wel helemaal geen zin hebt om op de barricaden te springen en te zeggen: 'Hier ben ik! Hier bin ich! Je suis l?! Ching Hai Joe!' Maar eigenlijk wint mijn nieuwsgierigheid het gewoon van mijn inlevingsvermogen en daarom heb ik ondemocratisch besloten dat Virginie en ik (jaja Virg, jij ook...) ook meedoen aan de Ontlurkingsweek. De Ontlurkingsweek is een initiatief van Zezunja en Yuri Maanzand. De clue van de Ontlurkingsweek is dat de stille lezer van deze weblog eens lekker de kans krijgt om ook eens ongegeneerd te reageren op alle onzin die hier verschijnt. Als u meer wilt weten, kunt op bovenstaande engerd klikken. Altijd goed, op engerds klikken.

Dus familieleden, vrinden, vage kennissen en totale onbekenden: laat je horen! Maak gebruik van dit podium en maak uzelf bekend. Blaas de loftrompet, pis azijn of houd een verhandeling over het seksleven van de geelgerande watertor. Echt, alles mag van Virginie en mij. Als u zich er maar prettig bij voelt, zullen we maar zeggen. (Hee Virg, nu leg ik je weer woorden in de mond. Excusez-moi h?!)

Als u geen lurker bent, maar toch iets wilt zeggen dan mag dat natuurlijk ook.
Virginie en ik zijn ontzettend flexibel. Echt, zo flexibel als wij zijn! Dat zie je tegenwoordig nog maar zelden...

admin Woensdag 16 Mei 2007 at 12:03 pm | | Rosalie | Zeventien reacties

Spaanse achtervolgingen

Er zijn een paar dingen, waarvan voor mij vast staat, dat ik ze ooit zal leren. Ooit, wanneer ik tijd heb. En geld heb. En de ruimte heb. Pianospelen bijvoorbeeld, dat lijkt me echt machtig mooi om te kunnen. Al van kinds af. Maar ja, zo'n ding is duur, neemt veel plaats in beslag en kan nogal wat overlast veroorzaken. Jammer maar waar, ik begrijp dus best dat mijn ouders vonden dat ik het maar bij een blokfluit moest houden. Het zal dus nog wel een paar jaartjes duren, maar ooit zal het ervan komen, dat weet ik heel zeker.

Gelukkig is pianospelen natuurlijk niet het enige op mijn lijstje van dingen die ik ooit zal doen. Spaans leren staat er ook op. Ooit leek dat misschien wel al waarheid te worden. In mijn middelbare schoolperiode, verspreidde de fusiekoorts zich namelijk razendsnel over Nederland en ook ik moest eraan geloven. Dat vond ik geen goed nieuws, want fusie's brengen over het algemeen heel veel moeilijk gedoe met zich mee, tegen geen voordelen voor de leerlingen. Ik geloof eigenlijk zelfs voor niemand voordelen, behalve voor de paar hele hoge heren, die meer geld kregen.

Tegen de fusie kon ik moeilijk iets doen, maar ik kon op zijn minst proberen er toch iets uit te halen. Dat werd immers beloofd, door de hoge heren. Dat we erop vooruit zouden gaan, dat alles beter zou worden en dat we meer vrijheid en meer mogelijkheden zouden krijgen. Mijn gedachten gingen meteen naar Spaanse les. Dat werd immers gegeven op de school waarmee we fuseerden. Dat zou dan toch wel te regelen kunnen zijn, nietwaar? Nee dus. Dat werd natuurlijk niet zo gezegd. Nee, er werden vage beloften gedaan. Er werd ons verzekerd dat ze eraan werkten, maar dat ze nu nog even geen toezeggingen konden doen... Dat 'nu even' werd natuurlijk langer en langer, totdat het einde van het schooljaar al in zicht kwam. Ik had de bui natuurlijk allang zien hangen en de plannen om Spaans te leren maar weer in de koelkast gezet, voor later, voor ooit, voor als ik tijd en geld heb.

Voor nu bijvoorbeeld. Niet dat ik geld heb, maar ik heb wel een beetje tijd en dat is toch het belangrijkste. Een beetje snuffelwerk en voila; Virginie leert Spaans met behulp van de computer. Dus nu zit ik elke dag een tijdje achter de computer, Spaanse plaatjes met Spaanse woorden te verbinden. Het gaat allemaal heel vrolijk en gemoedelijk. Vloeiens Spaans zal ik er wel niet mee leren, maar ach, meer dan voldoende om mee uit de voeten te kunnen. Alleen sommige woorden die ik leer, zo in de beginfase, die snap ik niet helemaal. Ik verwacht woorden als 'vandaag' en 'morgen', zinnetjes als 'Hoe gaat het?' en 'Hoe laat is het?'. In plaats daarvan leer ik echter het Spaanse woord voor achtervolgen. Klinkt mij niet als een echte conversatiemaker in de oren...

Virginie Dinsdag 15 Mei 2007 at 1:24 pm | | Virginie | Achttien reacties

Rosalie en J. en de Jezusverschijning

Afgelopen weekend is Jezus aan mij verschenen. In Leuven, dat dan ook nog eens.
'Nou,' zult u denken, 'Rosalie! Is 't echt? Of ben je aan de paddo's geraakt?'
Maar neen, wanneer we deze Jezusverschijning aan een kritische blik onderwerpen, kunnen we met een gerust hart concluderen dat er niet ??n paddo in het spel was. Nog niet eens een halve. Alhoewel. Als ik u nu vertel hoe Jezus eruit zag dan kan ik mij zo voorstellen dat u misschien wel geneigd bent om mij toch te verdenken van het gebruik van geestverruimde middelen.
Jezus had namelijk een groen/wit gewaad aan. Met een jaren zeventig patroon. Dit gewaad deed mij vermoeden dat Jezus ofwel zelf aan de paddo's was, ofwel een oud laken van zijn moeder uit de kast gepakt had ofwel een nieuwe mode voor heilige personen wilde ontketenen. Jezus als een soort van trendsetter, jaja.

Jezus droeg ook een kruis dat ongeveer even groot was als hijzelf. Hij pakte het onder zijn arm en zeulde ermee van terrasje naar terrasje.
'Hee J.,' zei ik tegen vriendin J. die naast mij zat, 'Zie jij die Jezus daar ook?'
'Oh God,' zei J., 'Daar gaan we weer.'
Alsof we het elke dag meemaakten, zo'n Jezusverschijning.
Jezus had ook een stel discipelen, maar vreemd genoeg droegen die geen hippe gewaden. Zij zagen er gewoon uit als Belgische mannetjes die een vrijgezellenfeestje hadden georganiseerd en zich derhalve in de buurt van Jezus ophielden.
'Het is maar goed dat wij katholiek zijn en niet gereformeerd, anders waren wij nu diep beledigd,' zeiden J. en ik tegelijk, terwijl we in de lach schoten. Gereformeerd, hahaha. J. en ik, de ?berbrabo en de ?berlimbo. Hahahaha, wat is het toch grappig wat je allemaal bedenkt tijdens zo'n Jezusverschijning.
'Als Jezus nu hierheen komt dan ga ik tegen hem zeggen dat ie blij kan zijn dat wij katholieke Ollanders zijn en niet van die andere,' zei ik, 'want dan hadden we hem toch moeten sommeren om die blaadjes van zijn hoofd te halen, de groen/witte toga uit te trekken en het kruis aan de wilgen te hangen!'
'Ach, dat snapt ie toch niet,' zei J., 'Dat kennen ze hier in Leuven helemaal niet, dat soort Ollanders.'

En zie. Het wonder geschiedde. Jezus kwam op ons toegelopen. Wel niet over water, maar spectaculair was het desalniettemin. Of beter gezegd: nochtans.
'Awel dames,' sprak hij, 'Ge hoeft niet bevreesd te zijn. Ik kom u enkel vragen of ge een snoepke wil kopen voor het goede doel. 't Is nie alsof ik discipelen zoek, hee.'
Amaai, Jezus was een echte Vlaming.
'Nou,' zei ik, zoals dat een goede Ollander betaamt, 'En wat kosten die snoepjes?'
'Nou allee,' zei Jezus, 'Ik mag u geen minimum prijs noemen, zenne.'
Amaai, Jezus was een echte handelaar.
'Kijk eens, hier heb je een euro,' besloot J. en ze overhandigde Onze Lieve Heer een muntstukje.
'Ja, van mij ook,' sloot ik mij bij J. aan.
'Ah nou dames, dank u,' zei Jezus en hij overhandigde ons zijn handelswaar.

Even later zagen wij, sabbelend op een snoepje, hoe Jezus zijn weg vervolgde en stiekem vonden we het eigenlijk maar wat jammer dat hij die snoepjes niet in vijf broden en twee vissen had veranderd, want voor een goochelkunstje hadden wij natuurlijk veel meer overgehad dan die miezerige twee euro...
Zo'n echte handelaar was die Jezus dus blijkbaar ook weer niet.

admin Maandag 14 Mei 2007 at 3:07 pm | | Rosalie | Vier reacties

LampiLampi en stampertje

Ik moet bekennen. Ik kon het niet laten. Het is sterker dan mezelf. Ondanks al mijn bezwaren, heb ik namelijk toch gekeken. Had ik maar andere plannen gehad, iets belangrijks of juist iets compleet nutteloos maar leuks te doen gehad, dan had ik zonder gewetenswroeging de hele uitzending gemist. Maar ja, ik zat thuis, zonder plannen en ik was niet sterk genoeg om mezelf tegen te houden. Dus nu snap ik wederom niet, wat er toch met het songfestival gebeurd is.

Is er dan helemaal niets meer leuks aan? Jawel, het ongegeneerd geven van commentaar. Maar na het eerste uur, gaat ook dat vervelen. Vooral omdat ik het de hele tijd zelf moet geven, en niet kan genieten van Terry Wogan zijn heerlijk sarcastische opmerkingen, want de BBC zendt natuurlijk de halve finale niet uit. Dus heb ik twee uur lang zelf alle acts, kleding en liedjes van commentaar moeten voorzien. En de presentatoren natuurlijk. Onze Lampilampi en Stampertje (of zoiets in ieder geval), die mogen we echt niet vergeten. Het zal u waarschijnlijk niet verrassen, maar ik had weinig positiefs te zeggen.

En toch bleef ik kijken. Met mijn tenen gekromd, maar de zender bleef erop. Ergens heb ik blijkbaar toch nog de hoop, dat het ooit weer goed moet komen. Ieder jaar denk ik: nu kan het niveau alleen nog maar omhoog. En ieder jaar blijkt maar weer, dat we het dieptepunt toch nog niet bereikt hebben. Met moeite, met heeeeel veeel moeite zou ik uit de 28 (!) liedjes er 10 kunnen hebben selecteren, die goed genoeg waren om door te gaan. En toch is een deel van me, bang om een hoogtepunt te missen. Terwijl inmiddels de enige haalbare hoogtepunten acts zijn die daadwerkelijk kunnen zingen!

Dus mensen, echt, alstublieft, ik smeek het u, help me voor zaterdagavond aan andere plannen! Bescherm mij tegen mezelf. Want nog zo'n fiasco, dat overleef ik vrees ik niet, zelfs niet met Terry Wogan erbij.

Virginie Vrijdag 11 Mei 2007 at 3:35 pm | | Virginie | Vier reacties

Als ik ooit waanzinnig word...

Gisteren werd er iemand waanzinnig op het podium van de opera in Luik. De arme ziel heette Lucia en besmeurd met bloed strompelde ze over het podium, allerlei jammerkreten uitstotend.
'Nou, dat gaat lekker,' zei ik zachtjes tegen mijn oma, die naast me zat.
'Ze is gek geworden,' fluisterde mijn oma terug.
Ja, maar jeeeeeee. Zou je ook niet? Als je verliefd bent op de vijand van je broer, maar je broer wil dat je met iemand anders trouwt omdat diegene de faam en goede naam van de familie kan redden? En als je dan die andere uit je gedachte moet zetten en daarbij ook nog een handje wordt geholpen door je evile broertje die jou allemaal valse brieven stuurt alsof hij je geliefde is? En als hij het dan ook nog eens min of meer met je uitmaakt in die brieven? En als je dan de echtgenoot met wie je moest trouwen overhoopt steekt en waanzinnig wordt en sterft? En als dan je echte geliefde uiteindelijk ook zichzelf overhoop steekt en een zakje rode vloeistof kapot knijpt? Tralalalala, altijd jofel, zo'n opera. Een groot tranendal en minutenlange sterfscenes, begeleid door indrukwekkend gejodel.
'Nou, dat ging ook lekker, in die tijd,' zei mijn oma, terwijl ze het spektakel op het podium aanschouwde.
'Ja, inderdaad,' was ik het met haar eens, terwijl ik over de rand van de loge leunde en Lucia over het toneel zag strompelen en allerlei jammerkreten hoorde uitstoten. Vrij melodieus nog, moet ik zeggen. Je zou bijna zeggen dat waanzin het beste in de mens naar boven brengt. En dus besloot ik ter plekke dat als ik ooit waanzinnig word (die kans is aanwezig, moet u weten) dan word ik het op dezelfde wijze als Lucia di Lammermoor. Sophisticated hoge coloraturen uitstotend en met een of ander raar met rode verf besmeurd kleed aan. Kunt u me allemaal komen bezoeken in de inrichting waar ik dan verblijf en als u niet kunt komen dan zorg ik ervoor dat u de CD kunt bestellen via deze website...



Oh, voor het geval u het zich afvraagt, ik mag die Sumi Jo hierboven dus echt niet. Raar wijf. Maar het was de enige Lucia op youtube die goed klonk en ook nog eens het onontbeerlijke rare met rode verf besmeurde kleed aanheeft...

admin Donderdag 10 Mei 2007 at 9:24 pm | | Rosalie | Zeven reacties

Tikkeltje overdreven

Laat ik ten eerste even voorop stellen, dat ik als geen ander begrijp dat een goede, duidelijke ingredi?ntenlijst op etenswaar zeer belangrijk is. Het doorspitten van de lijstjes in kleine letterjes op de moeilijk bereikbare plaatsen van de verpakking is een soort extra straf: niet alleen ben je allergisch voor het een of het ander, maar je moet ook nog eens ontzettend je best doen om dat ene of andere te vermijden. Nou ik heb ik nog geluk; van een beetje lactose ga ik niet dood. Soms voelt het wel zo, maar als puntje bij paaltje komt, is een fatale overdosis lactose zeer onwaarschijnlijk.

Voor sommige mensen, bijvoorbeeld met een noten- en/of pinda-allergie, behoort een fatale overdosis echter wel tot de mogelijkheden. Extra belangrijk dus, om de ingredientenlijstjes aandachtig door te lezen. Gelukkig staat er ook steeds vaker apart op de verpakking vermeld welke allergenen het product bevat of mogelijk zou kunnen bevatten. Dit scheelt veel zoekwerk en onzekerheid en is dus absoluut een goede ontwikkeling. Ik zou zelfs tegen alle voedselproduceerders willen zeggen: ga zo door!

Maar om nou op een pot pindakaas te vermelden, dat het product wordt gemaakt in een bedrijf waar ook noten en pinda's worden verwerkt, dat vind ik toch wel een tikkeltje overdreven...

Virginie Dinsdag 08 Mei 2007 at 4:13 pm | | Virginie | 24 reacties

Het Water- en Zwemtrauma

Weet u wat ik eens ga doen, hier? Ik ga voor u eens mijn Water- en Zwemtrauma uit de doeken doen. Dat heb ik namelijk al zo lang ik mij kan herinneren en weet u wat? Dat wil ik ook graag zo houden. Een leven zonder een trauma is geen leven, dat u het even weet.

Toen ik vier was lag ik met iets onverklaarbaars in het ziekenhuis. Ik kan me er niet veel meer van herinneren, maar een ding staat me nog helder voor de geest en dat was wanneer de verpleegsters van de afdeling mijn haar gingen wassen. Ik was echt d? attractie van de kinderafdeling, want ik schreeuwde de hele afdeling bij elkaar. Zelfs het bijvoegelijk naamwoord 'hysterisch' dekt niet de lading van hoe mijn toenmalige gedrag er toen uitzag. Echt, geloof me. Ik gil bijna nooit, maar als ik het dat doe dan doe ik het ook goed ende grondig.
'Neit in mien auge!' schreeuwde ik zo gauw het water over mijn hoofd begon te stromen.
'Handjdook!' gilde ik even later met lange uithalen, 'Handjdooohooook!!!'.
Tot groter hilariteit van die zusters, dat dan weer wel. Pestwijven. Ik zeg u, dergelijk leedvermaak is niet bepaald padagogisch verantwoord en zeker niet bij een kind met watervrees.

Toen ik een jaar of acht was, kreeg ik last van het verschijnsel schoolzwemmen. Dat was elke donderdagochtend en ja, ik was natuurlijk weer ??n van de zes mensen die geen diploma had. Dus terwijl de rest van de groep joelend naar het diepe bad rende, poedelde ik een beetje bangig rond in het ondiepe.
'Kop onder water!' zei de grootste pedagoog die ik ooit gekend heb dan en hij duwde mij kopje onder.
Hoestend en godsgruwelijk pissig kwam ik dan weer boven. De hondenlul. Echt, als ik die gast nu voor mijn auto zou krijgen dan zou ik nog eens extra gas geven. Zelfs zo'n 20 jaar na dato.
Ik weet niet hoe vaak ik in die tijd op woensdagavond in bed met mijn ogen ver opengesperd naar het plafond lag te staren. Met wat amateurpsychologie had ik namelijk bedacht dat als ik zo lang mogelijk wakker bleef dat het dan langer leek te duren voordat het donderdagochtend was en ik weer zou moeten. Naar die beul met zijn haak, mijn gniffelende klasgenootjes negerend.

Toen ik een jaar of tien was, had ik eindelijk mijn A-diploma. Mijn ouders hadden de tegenwoordigheid van geest gehad om mij op een klein zwemschooltje te doen, waar ik les had in een groep met tien andere kinderen, waaronder mijn zusje aka de waterrat. Op een gegeven moment durfde ik zelfs van de kant af te springen. De zwemjuf drukte mij direct na dit wapenfeit bijna dood, zo blij was ze dat ik eindelijk de sprong gewaagd had. Bizar. Ik heb toen nog even geprobeerd om mijn B-diploma te halen, maar die zeven meter onder water is echt te gortig. Moest je onder zo'n mat doorzwemmen. En wat deden die freaks? Als je dan langs de mat probeerde te zwemmen (want zo ben ik dan ook wel weer) dan duwden ze die mat door middel van die haak door het water zodat je er alsnog onder moest gaan zwemmen. Eikels.

Jaren later, toen ik samen met vriend T. en vriend R. mentor was tijdens de introductie op de universiteit, wilden de jongens met het mentorgroepje gaan zwemmen. Die mogelijkheid zat toen namelijk in het introductieprogramma.
'Dan ga ik jou lekker helemaal verzuipen!' zei T. opgewekt tegen mij.
'Dat kun je vergeten. Als jullie gaan zwemmen dan neem ik een dag vrij. Ik haat zwemmen,' zei ik schouderophalend.
'Ah, kom nou,' grinnikte R., 'Doe niet zo flauw.'
'R.,' zei ik, terwijl ik R. aankeek.
'T.' zei ik, terwijl ik mijn blik naar T. verplaatste.
Het was even stil. Ik denk dat ze voelden dat er een statement aan zat te komen.
'Als jullie vrienden met mij willen blijven, nee, sterker nog: als jullie willen blijven leven,' sprak ik plechtig, 'dan lijkt het me beter dat ik niet meega. Want degene die mij probeert te verzuipen die schop ik op dat moment echt helemaal verrot. Uit pure paniek. En daarna wil ik je hoogstwaarschijnlijk nooit meer zien. Watervrees is niet om te lachen, dat kan ik je wel vertellen.'
T. en R. (de schatten) zijn toen niet gaan zwemmen in de introductie. Maar ik denk dat dat meer te maken had met de algehele lamheid op dat moment of de gepreoccupeerdheid met de nepdisputen die we in die intro opgericht hadden dan met liefdadigheid jegens mijn persoontje.

Maar goed, nu even terug naar de aanleiding voor dit zeer onsamenhangende stukje. Ik keek gisteren met Virginie en huisgenoot F. Kinderen voor Kinderenfilmpjes op Youtube (geniaal!) en toen vond ik dit en gadverdamme, hoe herkenbaar... ik werd er helemaal stil van!

admin Zondag 06 Mei 2007 at 6:35 pm | | Rosalie | Twaalf reacties

Koninginnedag in Den Bosch

Toen ik hoorde dat de koningin naar Den Bosch zou komen met Koninginnedag dacht ik: ?Hee, da?s dichtbij! Zal ik er heen gaan? Lijkt me lachen?, maar het plan verdween al weer net zo snel als het gekomen was. Dat kwam door de scepsis, maar ook een beetje door de g?ne. Ik bedoel, je gaat als redelijk intelligent persoon toch niet kijken naar een groepje mensen dat daar toevallig loopt omdat de leden ervan al net zo toevallig in een bepaalde familie geboren of getrouwd zijn? Dat is toch eigenlijk stiekem best wel te belachelijk voor woorden?

Maar toen vriendin R. mailde met de vraag of ik zin had om mee te gaan naar Den Bosch om de koningin te zien, zette ik al mijn scepsis en g?ne zonder pardon overboord en stapte afgelopen maandag met een groepje mensen dat ook de koningin wilde zien in de trein naar Den Bosch. We kwamen daar rond kwart voor elf aan en iets zei mij dat we aan de late kant waren en dat we die hele koningin helegaar niet gingen zien. Er waren namelijk overal al oranje mensen en het waren er heul erg veul, die oranje mensen.
'Het is helemaal niet zo druk,' zeiden wij tegen elkaar, al tegen beter weten in.
De berusting begon al toe te slaan, zoveel was duidelijk.

We liepen naar de binnenstad.
?Hee, zon!? riepen wij.
?Hee, een terras!?riepen wij.
?Hee, hoe kan het nu al kwart over twaalf zijn?? riepen wij.
Dat iets wat mij gezegd had dat we de koningin niet zouden gaan zien, was een slim iets. Daar moet ik vaker naar luisteren.

?Hee, hier kunnen we niet door,? zeiden wij teleurgesteld toen we bij de Sint Jan het hek niet mochten passeren.
?Hee, hier kunnen we niet door,? zeiden wij nog teleurgestelder toen we een bepaald straatje in wilden slaan en dit niet mogelijk bleek te zijn.
?Hee, daar gaat de koningin,? concludeerden wij beteuterd toen we achter een vier rijen dikke en joelende massa wat microfoons zagen bewegen.
?Laten we naar de Markt gaan,? stelde iemand voor, ?Daar komt ze als laatste en dan kunnen we ons misschien nog een beetje naar voren wurmen.?

Zo gezegd, zo gedaan. Het probleem is alleen dat ik niet zo goed tegen massa?s kan. Behalve dan dat ik er ?La Foule? van Edith Piaf van in mijn hoofd krijg, is er voor mij weinig tot niets te beleven in menigten. Ja, misschien wat licht claustrofobische neigingen, maar dan heb je het ook wel gehad. Ik zag dat huisgenoot F. er net zo over dacht en ik stootte haar aan.
?Laten we hem peren,? zei ik, ?Ik kan hier echt niet tegen.?
Wij verontschuldigden ons bij de rest en peerden hem.
?Laten we friet gaan eten,? zei F. grinnikend, 'Wat jij?'
En zo zaten we even later in Sint Janneke, een van ?s Neerlands interessantste snackbars (je kunt daar namelijk in een kerkbank zitten terwijl je je patatje oorlog verorbert) en we keken naar de tv aan de muur waarop de koningin voorbij hobbelde.
?Ah, kijk nou toch,? kweelden wij in koor, ?De koningin! In Den Bosch! Wat enig...?
En terwijl we kweelden, bedachten we dat we hoogstwaarschijnlijk meer van de koningin gezien hadden dan de meeste mensen in die massa en dat we de koningin ook nog eens zagen onder het genot van een frikandel en een kaassoufl?. Ik zou bijna durven zeggen dat het gewoon een kwestie is van het maken van de juiste keuzes op het juiste moment.

admin Donderdag 03 Mei 2007 at 11:02 am | | Rosalie | 22 reacties