Al minstens 3000 woorden heb ik over u uitgestrooid om u, de onwetende ziel, te informeren over wat carnaval nou precies voor iets raars is en waarom sommige mensen (incluis ondergetekende) daar het hele jaar naar uitkijken. Maar God, ik geloof niet dat ik er ooit in geslaagd ben om hier of elders iets zinnigs te zeggen over wat carnaval nou precies is. Omdat ik het zelf eigenlijk ook niet zo goed kon verwoorden. En dat realiseerde ik mij gistermiddag, toen ik mijn vader aan de telefoon had.
Mijn ouders waren met mijn oma naar het ziekenhuis geweest voor de uitslag van enkele testen op wat weefsel dat uit haar borst genomen was. En potverdomme, het was niet goed. Het was kwaadaardig.
'Godsamme,' zei ik, terwijl ik vermoeid over mijn voorhoofd wreef, 'En wat zei oma dan?'
'Ja ehm, nou. Die vroeg natuurlijk meteen hoe dat dan met carnaval moet,' zei mijn vader met iets tragikomisch in zijn stem.
En toen realiseerde ik het mij opeens. Carnaval gaat over loslaten, relativeren en even vergeten wie of wat je bent, samen met de mensen die je dierbaar zijn. Heel soms gaat het zelfs een beetje over overleven, ook al is dat maar voor drie lullige dagen per jaar. En zo gaat de lach tijdens de carnaval altijd samen met een traan. Mits je het feestje goed viert, want voorwaar ik zeg u: dat kunnen niet zo heel veel mensen meer tegenwoordig, carnaval vieren op een manier die carnaval waardig is. Hartverscheurend, dat is het.
Iedereen die het volledig eens is met bovenstaande uitspraak, raad ik aan verder te lezen. Kunt u juist het leed der andere mensen niet aanzien of lezen, of bent u van een zwak gestel, dan raad ik u ten sterkste aan niet verder te lezen. Echt, geloof me, als u zelf nogal makkelijk misselijk wordt van het lezen over bepaalde lichamelijke functies; stop dan hier.
U bent er nog? Gefeliciteerd, u heeft naar eigen zeggen een sterk gestel. Dan zal ik u nu vertellen waar ik mij gisteren bevond, namelijk in mijn bed. Ik heb de hele dag niks anders gedaan dan ziek, zwak en misselijk in mijn bedje liggen. Het begon maandagavond. Ik was net bezig de laatste hand aan mijn vasteloavendspekske te leggen, toen ik ineens misselijk werd. "Ach," dacht ik bij mezelf, "zoiets kan wel eens gebeuren." En ik dacht er verder niet al teveel van. Pas toen ik me even later om ging kleden voor de nacht, begon de misselijkheid toch iets meer op te spelen. Ik weet niet of het u al eens is opgevallen, maar bij misselijkheid is er een bepaald punt dat, wanneer je het eenmaal hebt bereikt, je laat weten dat het niet meer te stoppen is. Het enige wat je dan nog kunt doen, is zo snel mogelijk naar de dichtbijzijndste wc-pot rennen. Dat punt bereikte ik dus. Ik haastte mij dan ook naar het badkamerporselein, alwaar het kokhalzen begon. En niet voor de laatste keer; drie keer heb ik mij die nacht naar het badkamerporselein mogen spoeden, en drie keer heb ik de 'geneugten' van de antiperistaltische bewegingen mee mogen maken.
Werkelijk mensen, soms vraag ik mij af waarom het lichaam het ?berhaupt kan, zo'n verschrikkelijke ervaring is het. De vieze smaak, die vooral achter in de keel lekker lang blijft hangen... De aanslag die het maagzuur pleegt op je tanden. En vooral de spierpijn die je de dag erna in je hele lichaam voelt. Als ik van mijn levensdagen nooit meer hoef over te geven, sterf ik een gelukkig mens.
Wel weet ik nu, dat mocht ik toch ooit nog moeten overgeven, dat ik dan ten alle tijden probeer te vermijden van tevoren spaghetti te eten. Want het overgeven van spaghetti, dat was weer een nieuwe en interessante ervaring op zichzelf. Het ging er als slierten in en als slierten kwam het er dus ook weer uit. Het is niet bijzonder aangenaam, kan ik u vertellen, wanneer er nog wat slierten door uw keel naar buiten glibberen, terwijl de anti-peristaltische bewegingen net even een rustmomentje hebben ingebouwd. Dus. Neemt hier uw lering uit. Probeer altijd spaghetti te vermijden voordat u misselijk wordt.
Een tijdje geleden luisterde ik met vriendinnen F. en J. naar een ceedeetje met operastukken die we ooit met het Nijmeegs studentenkoor zongen en al snel kwamen we uit bij een stuk uit 'Eugen Onegin', een opera van mijn vriend Pjotr Iljitsj met de rare achternaam. Die Pjotr Iljitsj met de rare achternaam is een bovenste beste kerel, maar ik weet nooit precies hoe je z'n achternaam schrijft. En daarom heet ie in mijn verhalen dus Pjotr Iljitsj met de rare achternaam, dan begrijp u hoe de vork in de steel zit wanneer het op deze componist aankomt. Het stukje dat wij met het koor deden heeft een nog al walsachtig karakter en de tekst is in het Russisch, dus het uitvoeren van dit stuk was in meerdere opzichten erg interessant. En vreemd genoeg ken ik die tekst nog steeds min of meer van buiten. Vot tak sjoerpris, nee kak nie ozjiedaalie, vojenoi moesiki vesjelje kotsjkoeda. Ik weet van deze zin alleen nog dat 'Vot tak sjoerpris' zoiets betekent als 'Wat een verrassing!' maar daar houdt mijn kennis van de Russische taal ook wel zo'n beetje op.
Toen ik in Parijs kennismaakte met vriendin E. uit Moskou besloot ik dan ook om mijn beperkte Russische kennis op haar uit te proberen. Maar ja, waneer zegt een mens nou zomaar ineens 'Vot tak sjoerpris'? Dan moet je toch minstens door je vrienden verrast worden met een surpriseparty of een onverwacht cadeau, want anders slaat zo'n uitspraak echt als een tang op een varken. En laten we eerlijk zijn, mocht de situatie zich voordoen dat je zoiets met goed fatsoen jubelend uitroept, dan is het ook nog eens een nogal ouderwetse uitspraak.
'Oh vrinden, wat een verrassing!' ik zie mijzelf dan de handen in elkaar slaan, waarop ik mijn mantel, hoed met voile, kanten parapluutje en witte handschoentjes aan de dienstbode overhandig om vervolgens de felicitaties of het cadeau van mijn vrienden in ontvangst te nemen. Alsof je notabene middenin een roman van Louis Couperus zit. Nee, dit was nou niet bepaald wat je noemt de meest bruikzame Russische kennis, tot die conclusie moest ik tijdens mijn gesprekken met E. al snel komen.
Tot ik opeens bedacht dat je 'Vot tak sjoerpris' natuurlijk ook op cynische wijze in de groep kunt gooien. Misschien was dat in het Russisch wel helemaal niet mogelijk, maar ik besloot om het erop te wagen. E. en ik hadden toch een beetje dezelfde humor, dus ik vermoedde dat als 'Vot tak sjoerpris' cynisch gebruikt zou kunnen worden, dan zou E. het in ieder geval begrijpen. En dus loerde ik ongeduldig op mijn kans. Als de conversatie niet in het Frans was geweest dan had ik zelfs het gesprek die richting op gestuurd. In de richting van het moment waarop E. iets heel onnozels zou zeggen en ik dan een snedig 'Wat een verrassing!' erachteraan kon gooien. Wat moeilijk was, hoor. Want E. zegt niet zo vaak hele onnozele dingen.
En dus duurde en duurde het maar voort. Ik werd er bijna mismoedig van. Tot E. plotseling, midden tussen een boel Frans gewauwel eindelijk iets zei dat werkelijk zo voor de hand liggend was dat ik ongegeneerd een sarcastisch 'Merde E., vot tak sjoerpris!' voor haar voeten kon gooien. Want ja, wat 'merde' in het Russisch is, dat moet je mij niet vragen, hoor. E. weigerde namelijk pertinent om mij vieze Russische woorden te leren.
Ongeveer een halve seconde keek E. mij verbouwereerd aan. Daarna viel mijn Russische vriendin bijna van haar stoel af van het lachen.
'E.? ?a va?' informeerde ik na een kleine tien minuten voorzichtig.
'Hahahaha!' brulde E., 'Hahahaha! Hoe kom je daar nou bij? Mens, als je dit in Rusland doet dan geloven ze gewoon niet dat je niet Russisch bent. Hahahaha! Oh man, zo ontzettend cynisch. Dat is echt typisch Russisch! Hahahaha!'
Ja, E. had duidelijk de middag van haar leven. Nou ja, de middag van die bepaalde week in ieder geval. En dat allemaal dankzij Pjotr Iljitsj met de rare achternaam en mijn beperkte kennis van de Russische taal. Maar ja, Pjotr Iljitsj met de rare achternaam en ik zijn altijd al een goede, humoristische combinatie geweest, dat u het even weet.
Ooit heb ik HIER melding gemaakt van een wel heel bijzondere tuinkabouter. Een tuinkabouter, die toch wel als een soort vaststaand ijkpunt een rol in mijn leven speelde; wat er ook aan de hand was, die kabouter stond er altijd. In weer en wind, als het leven eventjes fantastisch was of juist verschrikkelijk leek: hij stond er. En iedere keer als ik er langs kwam dacht ik: 'Tja, dat kan natuurlijk ook altijd nog'. Wat toch wel een heel erg relativerende en gerustellende werking heeft, kan ik u zeggen.
En zo ben ik dus een beetje op 'mijn' obscene tuinkabouter gaan vertrouwen. Gaan de dingen even niet zoals het moet, dan hoef ik alleen maar even aan de obscene tuinkabouter te denken en het lijkt allemaal meteen weer mee te vallen. Geweldig, nietwaar? Het beestje kan maar een functie hebben. U begrijpt dus wel, dat het een flinke schok was, toen ik gisteren langs de tuinkabouter reed en hij er niet meer stond! Hij is zomaar ineens verdwenen. En er hangt niet eens bordje met "Ben lunchen, terug in een uur" of iets dergelijks, wat toch wel het minste is wat 'ie had kunnen doen. Hoe dan ook, voorlopig (of misschien wel voor altijd) zal ik het dus zonder 'mijn' obscene tuinkabouter moeten doen.
Gelukkig is de obscene kunst nooit ver weg. De vervanger is dus al gevonden. Of eigenlijk vervangers, want het zijn er meer. En ze zijn nog veel groter ook! Terwijl de tuinkabouter inclusief zijn puntmuts niet boven de meter uitkwam, rijzen deze jongens metershoog de lucht in. En dat het jongens zijn, dat weet ik zeker ja. Ik zei toch dat het om obscene kunst ging:
Wat gebeurt er als alfa-mensen een SPSS-handleiding gaan schrijven?
Juist, Rosalie leest dat, denkt 'What the fuck?!' en raakt in paniek.
'Godjandosie, verdulleme, miljaar!' ik zat dinsdag in de computerruimte van de UB en greep vertwijfeld naar mijn voorhoofd, 'Ik snap er geen ene drol van!'
En dan is het niet de statistiek waar ik last van heb, want het hoe, wat en waarom van statistiek dat begrijp ik allemaal prima. Maar de crux is dat je cijfertjes moet verwerken in zo'n stupide programma en dat is op zich voor een nerdy meisje als ik ook geen probleem, mits ik even ergens snel kan kijken hoe het ??n en ander werkt. Een handleiding dus. Maar dat kunnen alfa's niet, zo'n handleiding schrijven, neuh.
Dus pakte ik nog maar eens de syllabus, keek wat achterin bij de SPSS-handleiding en kwam tot de conclusie dat het een echte alfa-handleiding betrof: gezwam in het kwadraat dus.
'Oh man,' dacht ik bij mezelf, terwijl ik me alweer met een Aldi-tasje vol drank door de straten van Nijmegen zag leuren.
Pissig klikte ik op allerlei mogelijke SPSS-functies en ik toverde de meest briljante tabellen met nieuwe variabelen en statistische uitkomsten tevoorschijn. Ik durf te wedden dat er minstens ??n baanbrekende uitkomst bijzat. Zoiets waarvan de makers van SPSS zouden zeggen 'Zo zo. Nou nou' en waarbij ze goedkeurend met hun hoofd zouden knikken. Maar ja, wist ik veel. Ik had gewoon geen flauw idee wat ik allemaal aan het fabriceren was. Dus staarde ik nog maar wat in de zwammende handleiding, dacht ik nog wat na over mijn toekomstige leven in de goot en besloot ik dat het hoog tijd werd om de UB maar eens te gaan verlaten.
'M.,' zei ik 's avonds tegen huisgenoot M., 'Weet jij hoe ik in SPSS het gemiddelde van een variabele uit kan rekenen, terwijl ik een wegingsfactor erbij betrek?'
'Uhm,' zei M. (die dus gewoon SPSS op haar computer heeft staan!), 'Wacht even, ik heb een handleiding!'
Een handleiding, ja ja. Zolang hij niet zwamde, die handleiding, wilde ik daar natuurlijk best even naar kijken.
M. dook in haar boekenkast en toverde een dikke SPSS-pil naar boven.
'Boh,' zei ik, duidelijk onder de indruk, 'M., je bent geniaal!'
En deze handleiding, beste mensen, zwamde helegaar niet. Deze handleiding was zelfs bijzonder duidelijk, want er zat een trefwoordenregister achterin, waardoor ik het ??n en ander snel en simpel terug kon vinden. En klare taal, hoei! Helemaal goed. En de zwammende handleiding? Daar zou ik vanavond de haard mee aansteken, ware het niet dat ik helegaar geen haard heb. Maar alsof de duvel ermee speelt: hier in Nijmegen staat de Klok Logistics in de fik (oh, daar heb ik toch ooit eens zo leuk acht uur vijverpompen in staan pakken) dus dan heb ik toch nog een beetje een vuurtje, vanavond.
Het geven van tentamens is het mishandelen van studenten. Het is echt een regelrechte vorm van martelen, ik zeg het u. En dan heb ik het niet over de hoeveelheid leerstof en de nachten die je ervoor zou moet doorhalen om het te kunnen bevatten, nee, dan heb ik het over de bankjes. De bankjes ja. Ontworpen door iemand die een gruwelijke hekel aan studenten had, daar ben ik van overtuigd. U kent ze misschien wel, van die heerlijke 'knusse' college-bankjes, waar je op geen enkele manier gemakkelijk in kunt zitten. Toegegeven, ze moeten die bankjes natuurlijk niet te aangenaam maken; voor je het weet valt dan namelijk de helft van de inzittenden in slaap, maar je kunt het overdrijven.
Die bankjes met hun uitschuifbare tafeltjes, zijn al een redelijke kwelling tijdens een gewoon college; je moet er met je rug half gedraaid in zitten om iets op te kunnen schrijven op je notitieblok, dat namelijk alleen scheef op het tafeltje past, terwijl je je nek weer een kwartslag terug moet draaien om de docent en zijn sheets/powerpoint te kunnen zien. Echt een heerlijke houding. Ik kan hem u van harte aanraden en ik denk menig fysiotherapeut met mij. Maar goed, zo'n college duurt maar zo'n twee uur, met een pauze om even je benen (of in dit geval eigenlijk je rug) te strekken. Dus dat overleven onze nog redelijk jonge lichamen wel. Maar een tentamen kan zomaar drie uur duren. Zonder pauze. Drie uur aaneengesloten schrijven, met je rug in die 'heerlijke' vreemde houding, je schouders en nek die al na twintig minuten beginnen te zeuren en een verkrampende hand. Ja, dan begin je toch wel te voelen dat je lichaam na je twintigste begint af te takelen hoor.
Geradbraakt kom je uiteindelijk zo'n collegezaal weer uit. De Universiteit probeert met allerlei campagnes de studenten te behoeden voor RSI, maar hun eigen bankjes ergonomisch verantwoord maken zit er niet in. De ARBO-dienst zou er fronsend naar kijken. Tentamens? Pfff, je reinste mishandeling, dat is het.
Wie mij een beetje kent, zal direct erkennen dat ik een negentiende eeuwer ben. De wanden van mijn kamer zijn bezaaid met schilderijen uit die tijd en de Jugendstilposters zijn ook niet van de lucht. Ik ben me toch een potje dol op Mahler en ik ken menig negentiende eeuwse roman van buiten. Ik houd van de rare jurken uit die tijd en roep minstens drie keer per jaar uit: 'Heremetijd, waarom kan een mensch zoiets heden ten dagen niet meer dragen?' U begrijpt, dit doe ik op de tijdstippen dat ik respectievelijk Sissi 1, Sissi 2 en Sissi 3 kijk.
Wie mij een beetje kent, zal ook weten dat ik houd van alles wat Vlaams, Frans of Duits is. Soms denk ik dat ik daar nog wel meer van houd dan van alles wat Nederlands is, maar daar zal ik later nog eens over uitweiden. Laat ik mij vandaag beperken tot het Vlaams. Niet zelden breng ik met mijn ouders of vrienden een zaterdag- of zondagmiddag door in Brussel, Antwerpen, Leuven of Hasselt en dat vinden wij stiekem heul jofel. Want daar in Vlaanderen daar is alles toch net even anders dan hier in Nederland. En als je zelf nogal zuidelijk bent, dan kan je dat bijzonder waarderen. Vlamingen zijn stiller, grappiger en ze halen net iets vaker hun schouders op. Daarnaast roep ik zelf eigenlijk al jaren dat hier in Nederland discretie en bescheidenheid echt twee van de meest ondergewaardeerde deugden zijn. Heb toch eens lekker geen mening en drink een Palmke, godallemachtig. Dat denk ik dan, maar goed. Da's weer een heel ander verhaal van ongeveer 25 delen en daar zal ik u nu niet mee vervelen.
Het lag dan ook in de lijn der verwachtig dat ik ooit eens zou gaan afstuderen op iets dat ofwel negentiende eeuws ofwel Vlaams is. Of beter nog: beiden. En miljaar, dat was nog mogelijk ook nog daar op die fijne universiteit. En dus ga ik mij nu langzaam eens op dit onorthodoxe gebiedje van de Neerlandistiek ori?nteren. In mijn sas rende ik in een huppeldrafje edoch met gezwinde spoed naar de UB en begon daar eens in wat boekjes te kijken. Want stiekem, mensen, heb ik natuurlijk wel wat ideetjes voor een afstudeerverhaaltje van pakweg 80 tot 100 pagina's, jawel. Ik zit dan wel al heul lang daar op die uni en ik ben dan ook af en toe wel eens gestopt met het produceren van werkstukjes, maar de raderen in 't hoofd werken nog op volle toeren.
Amiek vertelde mij een tijdje geleden dat ze haar vader (ook al zo'n fijne Neerlandicus) had ingelicht over mijn afstudeerplannen en dat hij was daarop uitgebarsten in een vrolijk gejubel, waarbij de namen 'Rosalie', 'Virginie' en 'Cyriel' meerdere malen waren gevallen. En daar, lieve lezers, begon mijn afstudeerdingetje een beetje wacko vormen aan te nemen. Of gaat u mij nu vertellen dat u niet doorhad dat Rosalie en Virginie niet de echte namen van de schrijfsters van dit blog zijn? Of dat die negentiende eeuwsche vrouwmenschen die deze website sieren zomaar een stelletje willekeurige negentiende eeuwsche vrouwmenschen zijn? Ik waarschuw u: niets gebeurt hier zonder vooropgezet plan. Virginie en ik hebben de touwtjes stevig in handen, hoor. Dit is geen blog, dit is een schrijfexperiment annex toekomstig taartenverkooppunt annex thuisbasis van een vermaard klassiek muziekgezelschap.
Nu ligt hier op mijn bureau een boek met de titel 'Rosalie en Virginie' en ik begon vanmiddag zo eens een beetje te lezen over de vrouwen van wie Virg en ik de namen zo schandelijk gejat hebben voor dit project. En oh man, gadverdamme. Leest u even mee wat neefje Paul over zijn schrijvende tantes zegt?
'Tante Rosalie was de vroolijkste, de gespraakzaamste, de geestigste van de twee. Tante Virginie was veel stiller, maar moederlijker. Zij nam ons op hare knie?n en kon ons hartelijk kadullen. Wij beminden ze beiden innig; maar al de kinderen waren het er eens over dat tante Virginie toch de liefste van de twee was.'
U kent mij en Virginie niet, maar ik zeg u: dit begint eng te worden. Het klopt al-le-maal. En wat helemaal getsie is, is dat ik op gegegeven moment dood ga en dat is me toch een potje akelig. Ik weet nog dat toen ik overstapte van de blognaam Anne-Floor op de blognaam Rosalie (ja, dat was ik, ja) dat ik echt helemaal niks had met Rosalie. Maar ik kan u zeggen: dat is tegenwoordig echt niet meer zo. Gadverdamme. De vliegende tering. Gadverdamme.
Vorige week is er iets verschrikkelijks gebeurd. Echt verschrikkelijk. Het kost me eigenlijk nog moeite om erover te praten, maar goed, praten schijnt therapeutisch te werken, dus ik gooi het maar gewoon in de groep. Vorige week zijn onze statistieken namelijk verdwenen. Zomaar ineens zonder waarschuwing zijn ze ontvoerd. Zonder briefje, zonder telefoontje met losgeld-eisen, zonder iets. We hebben eerlijk gezegd dan ook al snel de hoop laten varen de statistieken nog in ongeschonden staat terug te krijgen; weg is weg hebben we helaas moeten constateren.
En dat is een ramp ja. Misschien niet voor u, maar voor mij! Al die geweldige cijfertjes die weg zijn, al die geweldige data om de meest uiteenlopende berekeningen op los te laten is verschwunden. Want ja, het statisticus-bloed stroomt toch ook een beetje door mijn aderen. Dus als ik grote hoeveelheden cijfertjes zie, dan denk ik alleen nog maar aan de mogelijkheden die ik ermee heb; van het simpele gemiddelde, tot en met de diepte-analyses van de invloed van een feestdag of het weer. Niets is mij te gek. Maar dat kan nu dus niet meer. Een leeg uurtje kan ik nu niet meer opvullen met nutteloze, doch vermakelijke SPSS-berekeningen en grafiekjes.
Maar het is niet allemaal bar en boos. Aan elke wolk zit immers een zilveren randje, nietwaar? Mijnheer mijn vader, de ware statisticus, was dan ook zo vriendelijk om mij daarop te wijzen en me uit het dal der statistiekverdoemenis te trekken; met die op een avond nieuw begonnen reeks data, kan ik immers wel spectaculaire groeicijfers te voorschijn toveren. Niet geheel terecht natuurlijk, maar wiskundig kloppen ze.
Statistieken en hoe ze te gebruiken zodat ze precies vertellen, wat jij wilt dat ze vertellen; echt mensen, het is eigenlijk een soort kunstvorm.
Omdat ik niet kan kiezen wat ik op dit log ga plempen vandaag, heb ik besloten om een korte weergave te posten van twee interessante gesprekken die ik gisteren had. E?n gesprek ging over steunkousen en het andere over de Joegoslaaf in Ubach-Palenberg. En weet u? Ik denk dat u uw voordeel kunt doen met deze informatie, dus lees het een en ander maar eens goed. Zowel de passage over de steunkousen als de passage over de Joegoslaaf kunnen u leven namelijk buitengewoon veraangenamen.
Collega W. ontdekte in haar mail een nieuwsbericht dat de komst van gepimpte steunkousen aankondigde. Nee, niks geen beurskrach. Niks geen apocalyps. Gepimpte steunkousen, ja ja.
'Nee!' zei W. verschrikt.
'Nee!' zei ik ontsteld.
Het was even stil.
'Tjeeee, met knipperende ledjes!' W. knipperde met haar ogen om haar woorden kracht bij te zetten.
'Dat is nondeju wat voor mijn log,' zei ik meteen, want ik zie altijd overal kansen wanneer het de website met de zwevende Maria betreft.
'Ik stuur 'm wel even naar je door,' besloot W., waarop er een mailtje met de titel 'Pimping... your Stocking!' in mijn mailbox ploft.
'Hihihi,' zegt collega W. even later.
'Watisser?' zeg ik, terwijl ik naast mijn computer duik en mijn grinnikende collega van naast mijn beeldscherm aankijk.
'Pimpi Longstocking!' roept W. triomfantelijk uit.
'Prffft' gorgel ik.
U ziet, er werd weer eens hard gewerkt op een zekere communicatieafdeling in het midden van het land.
'En waar werd jij voor het eerst met cevapcici geconfronteerd?' informeert Virginie belangstellend.
Hele normale vraag natuurlijk. U heeft het hoogstwaarschijnlijk nog niet door, maar praten over cevapcici gaat het helemaal worden in 2008, let maar eens op.
'Bij de Joegoslaaf in Ubach-Palenberg,' antwoord ik dan ook schouderophalend en met een air om mij heen alsof ik de hele dag niks anders doe dan praten over gehaktworstjes met f?ta erin.
'Ja nee, natuurlijk!' zegt Virginie, terwijl ze zichzelf hoogstwaarschijnlijk voor haar hoofd slaat.
'Ken jij de Joegoslaaf in Ubach-Palenberg?!' echo ik, voor zover je kunt echo?n op MSN, tenminste.
Ubach-Palenberg man, ik zou het zelf niet eens aan kunnen wijzen op de kaart. Die Virginie!
'Ja, zeker. Van horen zeggen!' verzekert mijn waarde logzuster mij.
'Neeeee!' gil ik verheugd, 'Nou, daar moet je echt eens heen, hoor. Als je denk dat je hier in Nederland veel vlees krijgt bij zo'n Balkanrestaurant dan ben je echt nog nooit bij een Duitse Joegoslaaf geweest. En zeker die in Ubach-Palenberg niet!'
Virginie begint spontaan te lachen.
'Ja nee, echt,' besluit ik mijn promopraatje, 'De Joegoslaaf in Ubach-Palenberg geeft een nieuwe dimensie aan het begrip 'heul veul vlees'. Als je daar eet dan verander je zelf nog net niet in een homp vlees!'
Dus dan weet u dat. Mocht u de behoefte voelen om even te voelen wat het is om zelf een homp vlees te zijn dan is de Joegoslaaf in Ubach-Palenberg the place to be...
Stelt u zich het volgende eens voor: vier vrijgezelle dames zitten in een pizzeria in Utrecht en zijn van mening dat ze in een soort Sex and the City beland zijn, maar ook niet te veel, h? hee. Want de dames zijn wel slim en intellectueel volk, dat zie je zo. De vrijgezelle dames vullen hoogstwaarschijnlijk een heel weekend met het luisteren naar klassieke concerten en tussendoor praten ze over hoe kut het is om Kant te lezen, omdat Kant rare Duitse zinnen maakt van meer dan een half kantje. Beschaving is in dit illustere gezelschap dus Heul Erg Belangrijk, dat begrijpt u ook. Praten over poep en andere viezigheid is geoorloofd, zij het met mate en onder begeleiding van een goede fles rode wijn of een ranzig frietje waterfiets. Want zoals dat meestal gaat met de beschaafde medemens: stiekem staan ook zij tot over hun enkels in de vieze, gore drap. En dat kan een lange, door Audrey Hepburn ge?nspireerde en in Parijs gekochte pied-de-poulejas echt niet maskeren, helaas.
Deze vier vrijgezelle dames laten zich dan ook niet leiden door uiterlijkheden bij het uitzoeken van een geschikte partner. Nee. Dat een man weet dat Rachmaninov geen plant is, is veel belangrijker. Toch zijn er ook nog andere criteria waaraan de geschikte man aan moet voldoen, dus luister en huiver.
Vrijgezelle dame 2 tegen vrijgezelle dame 4: Ik vind een Vlaming wel wat voor jou.
Vrijgezelle dame 4: Ja, dat zie ik ook wel zo voor me. Zo eentje met zo'n ribbroek en zo'n colbertje. En met een beetje te lang haar. Zo'n haar dat je eigenlijk denkt: 'Ga nou eens naar de kapper, man!' maar dat ie dat dan toch niet doet.
Vrijgezelle dame 3: Hahaha, hoe kom je daar nou bij?
Vrijgezelle dame 1: Nou, ik zie dat wel bij jou, vrijgezelle dame 4. Zo'n beetje een leuke Vlaming met humor. En met een ribbroek en een colbertje. Nee, ik heb niet zoveel eisen, hoor. Maar nu ik er zo over nadenk: ik wil wel een man die zich goed kleedt enzo. Dat ik niet z'n kleren hoef klaar te leggen, uhuh.
Vrijgezelle dame 2: Ja, nee. Inderdaad, daar zeg je wat. Dat kan ik me helemaal voorstellen. En zeker voor jou, jij ziet er zelf ook altijd hartstikke netjes uit.
Vrijgezelle dame 1: Ja, maar ik voel me dus ook echt niet lekker als ik er niet fatsoenlijk bijloop. Dus oh God, inderdaad niet zo iemand die thuis een trainingsbroek aantrekt, gadverdamme.
Vrijgezelle dame 3: Ieieieieieie!
Vrijgezelle dame 4: En dan nog wat, trouwens!
Vrijgezelle dame 3: Jeetje zeg. Jij hebt wel veel noten op je zang.
Vrijgezelle dame 4: Nou, mijn vent moet toch ook best wel muzikaal zijn, hoor.
Vrijgezelle dame 1: Ach man, muzikaliteit, tsssk. Dat criterium moeten we toch eens laten varen, dames!
Vrijgezelle dame 4: Nou ja dan. Als ie in ieder geval maar geen worstenvingertjes heeft. Ik knap echt af op worstenvingertjes, ieuw.
Vrijgezelle dame 1, 2 en 3: Ha! Ha! Ha! Worstenvingertjes... Ha! Wat een criterium! Ha! Ha!
Vrijgezelle dame 4: Wat lachen jullie nou? Worstenvingertjes zijn toch ook echt afstotelijk?!
Vrijgezelle dame 1: Nou, ik ken anders verdammt muzikale mensen met worstenvingertjes! Dus kijk uit wat je zegt!
En zo zaten de vier vrijgezelle dames daar, zich op de dijen kletsend over zoveel hoogstaande praat. Terwijl ze toch echt veel beter de glagolitische mis van Jan?cek hadden kunnen evalueren, voor Christus' zaakje! Maar iets zegt mij dat sommige van deze dames later op de avond nog eens de tekst van deze mis erbij gepakt hebben en verheugd vastgesteld hebben dat het Oud-Slavische kr?čenje en het Russische воскресенье dezelfde etymologische oorsprong hebben. Want zo schat ik de dames dan ook wel weer in.
Wij zijn zielig. Rosalie en ik. Heel zielig. We worden namelijk bekogeld, wat zeg ik, we worden doodgegooid met duitse blikjes ham. Een paar amerikaanse zitten er ook tussen, maar het zijn voornamelijk duitse blikjes nep-ham die onze mailbox laat overstromen. En ik maar denken dat de duitsers veel te aardig zijn om te spammen. Vooral omdat wij eigenlijk alleen maar hele aardige logjes over de duitse cultuur plaatsen. Maar ja, zo'n spamrobot zal wel niet erg veel nederlandse logjes lezen.
Dus moeten Rosalie en ik nu af en toe onze mailbox openen, om een paar honderd blikjes spam weg te gooien. Als het echte blikjes waren geweest, dan hadden we al makkelijk heel Afrika van eten kunnen voorzien. Maar goed, echt een oplossing is dat continu weggooien natuurlijk ook niet, dus moeten we het anders aanpakken. Gelukkig is het een makkelijk varkentje om te wassen; we heffen gewoon het e-mailadres op en nemen een nieuw. Werkje van een paar minuutjes en dan zijn we weer spamvrij.
Maar de ten toon gespreide inventiviteit zal ik toch af en toe wel gaan missen denk ik. Het is namelijk best interessant om te zien wat ze allemaal proberen om onder het spam-filter uit te komen...
Voldoet u aan het volgende profiel? Dan moet u mij even een berichtje sturen. Vriendin J. (celliste) en ik (harpiste) zijn namelijk van mening dat we meer moeten doen met ons grote talent en daarom zijn wij op zoek naar mensen die zijn zoals wij, maar die bij voorkeur viool spelen.
Deze mensen:
- spelen en zeiken dus niet. Zeikende musici zijn vermoeiend en worden doorgaans door mij aan hun voeten aan het plafond opgehangen.
- hebben een professionele houding en studeren thuis aan moeilijke partituren. Als u niet studeert, reageer dan vooral niet. Weet van uzelf wat u aankunt en wat niet, daar zijn J. en ik ons namelijk ook van bewust en da's wel zo handig bij het uitzoeken van stukjes.
- zijn toch relaxed. Houden van wijntjes, biertjes en praten over het leven, ja ja.
- hebben geen vooringenomen of rare meningen over bepaalde componisten. Wie die componisten zijn, mag u zelf invullen. U heeft dus liefde voor muziek en niet voor het dooie mannetje dat de noten op het papier heeft gezet, want dat is dom.
- willen af en toe naar Nijmegen komen om te repeteren. Want ja hee, ik kan niet met 1 meter 80 en dertig kilo aan eiersnijder in de trein gaan zitten.
Speelt u een ander instrument dan viool dan mag u ook rustig reageren. Dan gaan we zelf wel stukken arrangeren, nondeju. Of dan piel ik wel wat met een pianopartij op de eiersnijder. Niet ideaal, maar ik beloof dat ik dan niet zal zeiken over rare liggingen en niet harpistisch geschreven passages. Want ja, anders moet ik mezelf aan mijn voeten aan het plafond ophangen en dat lijkt mij verdomd lastig.
Alstublieft. Neem ons voorstel in overweging, want anders moeten J. en ik weer gaan zingen. En geloof ons, daar wilt u ons voor behoeden, want J. en ik willen eigenlijk helegaar niet meer zingen. Zingen, bah.
Hyves, daar bent u wel mee bekend, nietwaar? Die site waarop je jezelf kunt etaleren, zodat alle oude schoolvrienden en vooral uw oude schoolvijanden kunnen zien hoe geweldig goed het met u gaat. Maar ik had daar eigenlijk nooit zoveel trek in. Niet dat het niet geweldig goed met mij gaat, integendeel, maar dat hoeft niet iedereen van mij te weten. Ik blijf liever onbekend en een tikkeltje mysterieus. Zodat ook over tien jaar oude klasgenoten nog eens terug kunnen denken aan 'die goede ouwe tijd' en zich af zullen vragen 'hoe het nou toch met Virginie gaat'. Dat ze erop gokken dat ik onder pseudoniem al jaren een beroemd schrijver ben en misschien zelfs wel in hun eigen boekenkast sta zonder dat ze het weten. Of geloven ze dat ik toch naar Engeland ben verhuisd alwaar ik inmiddels al jaren een bijzonder succesvol gebakswinkeltje heb en misschien zelfs wel hofleverancier ben! Want dergelijke dingen zullen de mensen over tien jaar van mij denken natuurlijk. Dat lijkt me logisch.
Stelt u zich dus eens voor hoe desillusionerend het dan zou zijn, wanneer ze eens op mijn naam zoeken en op mijn hyve terecht komen, waarop dan staat dat ik in een klein rijtjeshuis in Lutjebroek woon en voor 2,3 kind zorg? Niet dat er iets mis is met wonen in een klein rijtjeshuis in Lutjebroek waar je zorgt voor je man en 2,3 kinderen, sterker nog, ik zou er zo voor tekenen. Maar het mysterie is dan wel weg. En daarmee pak ik dan ook een beetje de hoop over hun eigen dromen en wensen weg. Zoiets wil ik natuurlijk niet op mijn geweten hebben, dus geen hyve voor Virginie.
Maar ja. Dan begint het op een gegeven moment toch een beetje te knagen. Want wat mis je nou eigenlijk precies aan dat 'hyven'. En tja, om met bepaalde mensen contact te houden, zou het misschien toch ook wel handig kunnen zijn. To Hyve or not to Hyve, dat was dus duidelijk de vraag. Maar er is nu ook een oplossing gekomen!
Ik heb nog steeds geen hyve, maar dit blog heeft er nu wel een! Draagt u ons dus een warm hart toe en wilt u vriendjes worden met Rosalie en mijzelf, surf dan snel naar http://nuitblanche.hyves.nl en voeg ons toe!
Ooit schreef ik met drie vrienden van het studentenkoor waar ik deel van uitmaakte een postmodernistisch verslag van de nacht. Het ging over paddestoelen die op de muur groeiden en schuifpuien van de Gamma, zoals wij die tijdens een ochtendwandeling vlak na zonsopgang hadden waargenomen in een vinexlocatie in Berkel-Enschot, ja ja. En despotisch als we toen nog waren, besloten we dat dit postmodernistische verslag van de nacht voor het nageslacht bewaard moest blijven. En dus wendden wij onze positie als goede vrinden van de redactieleden van het verenigingsorgaan aan en voila: het woord was vlees geworden. Bij het verschijnen van het verenigingsorgaan begreep geen enkel koorlid waar dit postmodernistische verslag van de nacht over ging, maar dat was niet erg. Het was immers postmodernistisch, dus enig onbegrip was geoorloofd.
En het was verdulleme een goed masker, dat postmodernisme. Het bleek een goede dekmantel om een dronkemansdaad te rechtvaardigen en een aantal prangende vragen van nieuwsgierige koorleden te pareren.
'Nee ja, geen idee. Lees nog maar eens goed. Het zit 'm helemaal in je eigen beleving. Ja ja, postmodernistisch, wat wil je? Uhuh. Ik bedoel, hallo. Post-mo-der-nis-tisch! Nou, dan weet je het wel. Vaag, onsamenhangend en wat dies meer zij.'
En daarbij keken we zo wijs dat de koorleden die niet precies wisten wat postmodernisme inhield niets anders restte dan instemmend te knikken. Want ja, wat wilde je anders als onwetend koorlid? En terwijl de brave koorzielen zich van ons verwijderden om een biertje te gaan drinken, wisten wij het zweet van onze voorhoofden en zeiden tegen elkaar: 'Zo hee, dat doen we dus nooit meer, he? Zo'n kutpostmodernistisch verslag van de nacht!'
Maar weet u wat? Het is nu 1.36 en ik ben een belangrijke studiemijlpaal er doorheen aan het knallen. Met rechts naast mij een fles rode wijn, voor mij een Engels woordenboek en links naast mij een onbegrijpelijk artikel over de positie van de auteur in het literaire veld. And I will conquer this shitty business, potdomme. Ik moet alleen nog een inleiding van pakweg 1000 woorden. Dat moet op zich geen probleem zijn, maar het onbegrijpelijke artikel staart mij met gemene oogjes aan. En ik weet het: dit kan laat worden. Dit abstractieniveau vergt inspanning ende inzicht van een andere orde. En ik? Ik krijg me toch opeens zin in om een postmodernistisch verslag van de nacht te schrijven! Maar ik ga het niet doen, hoor. Want anders komt dat klotestuk nooit af, nondeju.
En die wijn? Dat was echt al helemaal geen goed idee, man man. Dadelijk komt dat postmodernistisch verslag van de nacht in dat studiegeval terecht en dat lijkt me al helemaal niet wenselijk. Het zijn zware tijden, dat u het even weet. Maar ja, slapen kunnen we altijd nog. En postmodernistische verslagen van de nacht schrijven ook. Dus die houdt u nog van mij tegoed, okee?
Dames en heren, welkom bij de uitslag van de enige echte fabuleuze-ringtone-wedstrijd! Maar natuurlijk maak ik nu niet meteen bekend wie de winnaar is geworden. Nee, eerst gaan we enkele andere kandidaten bespreken. Nummers die kanshebbers waren, maar helaas, het net niet geworden zijn. Dat maakt het namelijk veel spannender. Hoe langer ik het uitstel, hoe spannender het wordt. En vervelender. Voor u dan, niet voor mij; ik ken immers de uitkomst al. Maar goed, ik zal niet langer talmen, het is tijd. Laat het tromgeroffel dus maar beginnen!
Op de derde plaats: de Ringbraam, ingestuurd door Amiek. Echt, een goede kanshebber; vrolijk, apart en duidelijk een ringtone. Maar net iets te duidelijk; zo'n iets te electronische klankjes houd ik namelijk geen jaar vol. Helaas, geen ringbraam voor mij.
Op de tweede plaats: Carla met het nummer Letkiss. Een briljant nummer dat me direct terug deed denken aan die goede ouwe tijd dat ik nog regelmatig voor een jive op de dansvloer te vinden was. Helaas was dit niet dezelfde versie (en daarmee niet de ultieme uitvoering) en heb ik die ook niet kunnen traceren. En wanneer het niet perfect is, is het natuurlijk niet goed genoeg voor mijn telefoon; dus ook letkiss zal niet zijn weg vinden naar mijn mobieltje.
Dan zijn we nu toch nog aangekomen bij de enige echte winnaar. Al met al eigenlijk een overduidelijke winnaar. Geen enkel liedje is zo perfect voor mij gebleken. Echt, het is bijna te dom voor woorden dat ik er zelf niet aan gedacht heb, maar goed, daarom heb ik dan ook deze wedstrijd uitgeschreven, nietwaar? Om dergelijke missers te voorkomen. Laat het tromgeroffel dus maar aanzwellen, hier is de winnaar:
Het is uber-vrolijk, enigszins debiel en het wordt bij een sprookje gebruikt in de Efteling; wat wil een mens nog meer?
De fabuleuze-Virginie-taart gaat dus naar Ingrid! Gefeliciteerd!
Heeft u nu dus niets gewonnen? Niet getreurd, na deze overweldigende deelname heb ik besloten ook enkele troostprijzen uit te reiken; ook de tweede en derde plaats mogen zich dus in ieder geval op een (kleinere) lekkernij verheugen. En wie weet, misschien schrijf ik bij mijn volgende dilemma wel weer een wedstrijd uit...
Want tja, daar zit u allen natuurlijk met spanning op te wachten. Wie oh wie is de winnaar geworden? Maar dan moet ik u (voorlopig) nog teleurstellen, want eerlijk gezegd weet ik het nog niet. De reacties zijn werkelijk binnengestroomd, er werden zelfs waslijstjes met opties gemaild. En wat een diversiteit aan voorstellen! Sommigen van u hebben nummers weten te noemen, waaraan ik zo'n gruwelijke hekel heb, dat ik in ieder geval zou proberen de telefoon zo snel mogelijk op te nemen, wat natuurlijk ook weer zijn voordelen heeft. Anderen hebben een heel andere kijk op 'vrolijk' dan ikzelf (werkelijk Cyriel, ik vroeg vrolijk, kom je met Herman Brood aanzetten ). En weer anderen hebben het voor elkaar gekregen iets zo ongelofelijk fout (en onbekends) in te sturen, dat ik tot zeker 10 minuten na afloop nog met opengevallen mond naar mijn beeldscherm heb zitten staren.
Maar goed, zoveel opties, daar moet ik echt nog even goed over nadenken hoor. Want het kiezen van de juiste ringtone is een heel serieuze zaak; laten we dat vooral niet onderschatten. Hij moet duidelijk hoorbaar zijn, duidelijk herkenbaar zijn als mijn ringtone en ik moet het er minstens een jaar mee uithouden. Ik zal dus alle suggesties vandaag nog eens beluisteren, zodat ik vanavond de enige echte winnaar van de fabuleuze-Virginie-taart bekend kan maken.
Tot die tijd kunt u zich vermaken met onderstaand filmpje, waar ik dus zeker tien minuten met opengevallen mond naar heb zitten staren. Echt, dit kan en wil ik u niet onthouden...
Met carnaval (ja, ik ga u daar eens lekker mee irriteren, woei) is het zaak dat je een pakje regelt dat niemand anders heeft. Als dat eens een jaar niet zo is, dan ben je 'in-between-fatsoenlijke-pakjes'. En mijn familie is dit jaar duidelijk 'in-between-fatsoenlijke-pakjes'. Mijn zus trekt dit jaar een oud Elvispak uit de kast, mijn moeder en ik trekken gekochte jaren '50 pakjes aan (Gekochte, godbetert! Jech! Boe! Slecht!) en wat we met mijn vader doen, dat weten we nog niet. Mijn vaders pakje heeft altijd de laagste prioriteit. De arme man, het ondergeschoven kindje.
Dit jaar dus geen fancy project voor de familie K., zoals het totaal uit de klauwen gelopen Sissi-project van de afgelopen drie jaar. Ik belde afgelopen week met mijn moeder over 'wat te doen met carnaval' en toen zei mama doodleuk dat ze al actie ondernomen had. En goeie actie, ook dat nog. Met roze rokjes en petticoatjes! Yaay! Nu nog een roze beehivepruik en ik ben helemaal in mijn element. Helemaal niet slecht als je bedenkt dat we eigenlijk officieel 'in-between-fatsoenlijke-pakjes' zijn. Maar dat pakje voor papa, daar bestaat nog niet echt duidelijkheid over. Want of je nou 'in-between-fatsoenlijke-pakjes' bent of niet, sommige problemen blijven eeuwig hetzelfde.
Als u toevallig een 'ugly as hell' paar roze of rode schoenen hebt gezien bij ??n of andere goedkope schoenenboer, laat mij dat dan even weten. Ze hoeven het maar drie avonden te doen, comfort is geen criterium. Carnaval en comfort gaan namelijk absoluut niet samen. Maskers, enorme hoeden, warme kriebelpruiken, jeukschmink, hoepelrokken met een omtrek van vier meter: Rosalie is wel wat gewend. Ik ga ondertussen even naar de kringloop hier in Nijmegen om een foute retrobril op de kop te tikken of een vies bontjasje, of zo. En vervolgens ga ik uitzoeken of roze aanplakwimpers en die foute retrobril samengaan, want die roze aanplakwimpers wil ik echt heel graag. Desnoods sloop ik de glazen uit de retrobril, je moet toch wat.
Nog drie weken, hoei!
't Is vroeg dit jaar. Ik moet de kerstboom nog afbreken, kenjenagaan.
Update: Een verheugende mededeling. Mijn moeder belde dat ze gisteren voor mijn vader een jofel lichtblauw pak heeft gezien waar mijn vader erg mee in zijn nopjes is.
Ik wil even klagen en zagen over een tweetal zaken die mij nogal bezighouden. Mag ik even? Dank u.
Ten eerste heb ik sinds donderdagnacht een nogal onwillige spier in mij nek, die mij belemmert in het een en ander. Ik vind dat niet jofel en dus heb ik de spier bestraffend toegesproken.
'Bovenste beste spier,' zei ik streng, 'Ik kan mij hier niet in vinden! Verslap, hup!'
Maar zoals dat dan gaat, de spier luisterde uiteraard niet. Dus nu heb ik mijn nek ingepakt, er een goedje opgesmeerd, een pilletje geslikt en ben ik toch maar verwoede pogingen aan het doen om wat studiegedrag te vertonen. Wat niet bijster goed gaat, maar allee. We zitten in ieder geval rechtop, mijn spier en ik. Je moet toch wat in dit leven als je spieren in staking gaan.
Ten tweede heb ik voor de kerst een leuk rokje gekocht met een al evenzo leuk lint eraan. Ik vermoed echter dat het moment waarop het lint en ik niet meer zo goed samengaan nabij is. Onze toekomstige verstoorde relatie zal namelijk aanbreken op het moment dat het lint besluit om in de WC-pot te gaan hangen. En hoogstwaarschijnlijk ook nog es als ik daar net iets aan het lozen ben. Dat is nu namelijk al zeventien keer n?t niet gebeurd. En u weet wat ze zeggen: achttien keer is scheepsrecht, ja ja.
Het principe van een brievenbus is heel simpel; met neme een deur, maakt er een klep in en voila, de post kan naar binnen. Ook bij een flat blijft het principe simpel; met neme evenveel ijzeren doosjes als voordeuren, zet er een klep op en een deur in en voila, ook de flatbewoners kunnen post ontvangen. Geweldig, nietwaar?
En soms, dan hou je die brievenbus scherp in de gaten. Omdat je iets verwacht, iets waar je je op verheugt. Zoals een decadent tijdschrift waar je net een abonnement op hebt genomen. Decadent ja, dus geen libelle of margriet, geen viva of vriendin, nee, een tijdschrift met de geweldige naam 'Patisserie & Desserts'. Dat allerlei zaken behandelt over, juist ja, patisserie en desserts...
Iedere keer dus dat ik langs mijn ijzeren doosje loop, til ik even het klepje op om naar binnen te loeren. Helaas zonder veel succes; ik oogst alleen maar reclame. Tot ik gisterenavond, op weg naar de vuilniscontainer het weer niet kon laten even naar binnen te loeren en zowaar; er lag een grote witte envelop in! Hoera! Huppelend vervolgde ik mijn weg naar de container en met een sierlijk boogje wierp ik mijn vuilniszak erin. Echt, ik heb nog nooit met zoveel vreugde vuilnis behandeld. Weer terug bij mijn ijzeren doosje open ik het deurtje, wil naar binnen grijpen, en sta vervolgens alleen maar heel gek te kijken. Niks, noppes, nada lag erin. Terwijl ik toch echt zeker wist dat ik in mijn eigen klepje had geloerd. Teleurgesteld maak ik het deurtje maar weer dicht en begin alweer weg te lopen, terwijl ik toch nog even het klepje optil. En daar was 'ie weer, die grote witte envelop. Weer maak ik het deurtje open en weer is er niks te zien. Maar deze keer ben ik niet voor een gat gevangen natuurlijk, en met een beetje duwen en trekken valt de envelop al snel in mijn handen. Om voor de tweede keer teleurgesteld te worden.
Nee, hier zat geen tijdschrift in. Wel een of ander vreemdvormig object wat ik absoluut niet kon plaatsen. Zonder huppel in mijn tred loop ik weer terug naar mijn kamer, om daar twee tv-kabels in de envelop te ontdekken. Hmmz, heel interessant hoor, maareh, wat moet ik ermee? Ik heb werkelijk geen idee. Mijn tv is natuurlijk al gewoon aangesloten, al zo'n drie jaar. Dus. Iemand hier behoefte aan een tv-kabel? Want ik wil hem wel ruilen hoor. Voor een tijdschrift bijvoorbeeld...
Noodoproep! Nou ja, zo erg is het nog niet, maar ik heb wel uw hulp nodig. Ik ben namelijk op zoek naar de perfecte 'ringtone' (hebben we daar eigenlijk nog geen nederlands woord voor?). Want in december was ik natuurlijk heel blij met mijn feestelijke 'ding dong merrily on high', maar nu zelfs de drie koningen allang bij het kribke op bezoek zijn geweest, wordt het hoog tijd voor iets anders. Iets nieuws, iets leuks, iets aparts, iets fouts, iets raars, kortom iets dat helemaal bij mij past. En daar komt u om de hoek kijken: hoeveel foute doch briljante nummers ik ook ken, ik ken ze vast niet allemaal. Laat staan dat het perfecte nummer zich op het moment supreme uit mijn geheugen weet te worstelen.
Bij dezen roep ik u dus op, om hier uw suggesties achter te laten voor mijn nieuwe ringtone. Echt, bedenk het foutste en gekste liedje dat u zich kunt bedenken. De enige criteria die ik stel zijn dat het nummer verder weinig te horen is (anders denk ik overal de godgans gruwelijke dag dat mijn telefoon over gaat) en dat het nummer een lach op mijn gezicht tovert. Ik moet vrolijk worden alleen al bij het horen.
U hoeft nu trouwens niet bang te zijn, dat u al dat denk- en/of zoekwerk voor niets doet, nee mensen, u kunt er een prijs mee winnen. Een eetbare prijs nog wel. Ik voel me inmiddels namelijk toch wel een beetje schuldig over het plaatsen van al die foto's met eetbare lekkernijen erop. Dus de gelukkige lezer die met de perfecte suggestie komt, mag een overheerlijke taart verwachten! Als dat niet de moeite waard is om een paar minuten bij deze kwestie stil te staan, dan weet ik het ook niet meer...
Om u toch alvast een klein beetje de richting in te helpen, van het soort nummers dat ik zoek, zal ik hierbij alvast mijn reservenummer opgeven; het hieronder te beluisteren nummer, moet u dus in originaliteit en vrolijkheid weten te verslaan. Succes!
Aanvullende reglement:
1. Deze actie loopt t/m zondag 13 januari. De winnaar wordt op 14 januari bekend gemaakt.
2. De winnaar wordt door Rosalie en mijzelf uitgekozen en hierover kan natuurlijk niet worden gecorrespondeerd.
3. PLaats bij voorkeur een link naar het door u bedoelde nummer.
4. Zorg dat wij u kunnen bereiken, door een werkend e-mailadres in te vullen.
5. In overleg met de winnaar zal er een taart naar zijn/haar (smaak-)wensen worden gemaakt.
6. Woont u aanzienlijk meer dan dertig kilometer verwijderd van het gebied tussen Nijmegen en Venlo, dan bent u nog steeds welkom om mee te doen aan dit prijzenfestijn, maar dan moet u bereid zijn de taart zelf op te komen halen, ofwel genoegen nemen met vervangde zelfgemaakte lekkernijen die wel met pakketpost verstuurd kunnen worden.
Ik ga het maar meteen even in de groep gooien: ik ben raar. Ik weet namelijk nogal veul dingen. Als ik in college zit en het gaat over boeken, dan denk ik opeens: 'Miljaar, dat boek heb ik ooit gelezen en dat zat zo en zo'. U denkt nu vast: 'Ja hee hallo Rosalietje. Da's toch normaal, daarom doe je toch ook die rare studie met die boeken?!' maar ik kan u vertellen dat dat helemaal niet zo normaal is. Als ik zo een beetje om me heen kijk en de andere mensjes in college zie zitten, dan kan ik alleen maar concluderen dat ik degene ben die echt niet spoort. Omdat ik potdulleme weet dat Buxtehude geen kast van de Ikea is. Of omdat ik boeken altijd in hun originele taal probeer te lezen als ik van die taal iets maken kan. Of omdat ik in het Louvre of welk ander willekeurig museum mij erg moet inhouden om niet te gaan gillen dat ik weet welk schilderij dat is zonder op het bordje ernaast te kijken. En dan heb ik het niet over die kut Joconde, want die kent iedereen, hallo zeg.
'Doe maar intellectueel,' zegt u nu, terwijl u pissig naar uw beeldscherm staart en u zich hoogstwaarschijnlijk helemaal rot zit te ergeren aan mij. Nou, u doet uw best maar. Ik zeg toch dat ik raar ben, tsssk. Ik word namelijk geplaagd door de vloek der nutteloze feitjeskennis. Ik heb zo ongeveer maar drie interesses en dat zijn kunst, literatuur en klassieke muziek en laten we zeggen, dat is al heul lang zo. En dus ga ik een beetje muziekjes luisteren, boekjes lezen en schilderijtjes kijken. En dan sla ik zowat 80% van wat ik waarneem op op mijn harde schijf. Ik vraag me trouwens af wanneer dat ding eens een keer vol is, zeg. Het moet een keer ophouden, dat kan niet anders.
Waarom wil ik dit met u delen? Nou, ik ben erachter gekomen dat ik de vloek van de nutteloze feitjeskennis van mijn moeder ge?rfd heb. Toen we uit Zwitserland terugkwamen en allebei stierlijk zaten te balen op de achterbank, besloten we het mooie spel 'Waar komt deze Duitse BMW/Audi/Mercedes/Volkswagen vandaan?' te spelen. We pakten de Duitse kentekencodes erbij en even later gilden we om beurten de plaatsen waar de Duitse auto?s vandaan kwamen. 'B! Berlijn!' Dat was makkelijk. 'MZ! Mainz!' Waarop we spontaan in een vrolijk 'Am Rosenmontag bin ich geboren!' uitbarstten. 'DUW! DUW?! Bad D?rkheim?! Wat doet die fokking W daar dan? Mam, zeg jij eens iets!' Maar mijn moeder zei helegaar niks. Tot we een KIB zagen en mijn moeder een ijskoud doch triomfantelijk 'Kirchheimbolanden!' de ruimte in slingerde.
Nog lang heerste er een respectvolle stilte in mijn vaders grijze Missiebussie.
Ouders en apparaten: dat geeft interessante resultaten. U kent het vast wel. Uw vader en zijn mobieltje. Uw moeder en de computer. En ach, wat maakt het ook uit? Apparaten zijn gewoon ronduit klote. Apparaten zuigen grote tijd. Zo ook het nieuwe fototoestel van mijn moeder dat opeens, hellup, een filmpje begon te produceren toen mama in Zermatt een ijssculptuur wilden fotograferen. Kijkt u mee, doe uw voordeel met deze gratis cursus Limburgs en luister naar mijn psychedelische kuchje aan het begin, want dat is weer een log op zich, mijn pyschedelische kuchje. Op het moment zit ik namelijk ook weer psychedelisch te kuchen, ik lijkt wel een kinkhoestlijder. Maar goed, ik zwijg. Hoor mij mijn mooie moerstaal spreken. En bedenk dat mijn moeder ooit een Hollander was voordat zij zich overgaf aan dit wonderschone, zuidelijke dialect. Het kan dus nog helemaal goed met u komen als u zich een beetje moeite doet, auwieje.
Zet mij in de bergen en ik verander in een stuiterbal. Bij voorkeur een lelijke roze, natuurlijk. Dat begrijpt u ook. Toen we in Zwitserland de bergen inreden begon het gedonder.
'Bergen, yeuy!' zei ik, terwijl ik op de achterbank op mijn plaats op en neer hupte.
Zover dit mogelijk was, trouwens. Ik zat namelijk lekker ingeklemd tussen autogordels, irritant brommende koelboxen, rugzakken en andersoortige tassen. En wafels. Laten we de wafels vooral niet vergeten.
'Bergen, yeuy!' zei ik, terwijl ik de willekeurig in het landschap neergekwakte reuzenkiezels bekeek, bijna met mijn neus tegen het autoruitje.
Mijn ouders draaiden op de voorbank met hun ogen. Het 'Bergen, yeuy!' zou de komende dagen nog wel meer klinken, net zoals de cynische zinssnede 'H? jezus, wat een ontzettend vervelend uitzicht, zeg!'
Vroeger gingen wij altijd op vakantie naar Oostenrijk. Elke zomer. Ik ben grootgeschopt met berglandschappen en elke keer als ik zo'n knobbel zie dan begint mijn hart sneller te kloppen. Er is niks mooiers dan wanneer het landschap zich begint te plooien, elke Limburger weet dat. Polders zijn aan mij niet besteed. Dan kijk ik verveeld wat rond en zie helegaar niks. Kilometers lang. Recht. Plat. Saaaaaai. Mijn moeder verdedigt de polder wel eens als hij door mij onheus bejegend wordt, maar dan zeg ik: 'Luuster es, mam. Dat vind jij ook helemaal niet, zeg. Kom nou! De polder is ronduit kut. Dat daar ?berhaupt leven mogelijk is, zeg! Tsssk!' en dan buigt mijn moeder beschaamd haar hoofd. Want ja hee, ik heb natuurlijk hartstikke gelijk.
Oostenrijk dus. Elke zomer. Tot mijn ouders opeens op het onzinnige idee kwamen om naar Frankrijk te gaan. Frankrijk? Wat was dat dan? Toen ik van het voornemen hoorde, veranderde ik stante pede in een hoogst belegdigd prinsesje.
'Hebben ze in Normandi? ook bergen?' informeerde ik argwanend en vanuit mijn ivoren toren.
'Eh nou... ehm. Misschien wat heuveltjes,' zeiden mijn ouders bibberend.
'Heuveltjes?' brulde ik, 'Heuveltjes schmeuveltjes! Oostenrijk! Oos-ten-rijk! Zijn jullie nu helemaal gek geworden?'
Als ik toen het zinnetje 'Seid ihr total bescheuert oder was?' gekend had, dan had ik dat zeker gebezigd op dat moment.
Gelukkig weet u dat het daarna toch nog goed is gekomen tussen mij en het Fransche land, dat dan weer wel. Maar die bergen, die zitten in mij. En niemand haalt die eruit. Dat u het even weet.
Afgelopen week stond ik op 3800 meter hoogte. Op een plateau bij een eenvoudig houten kruisbeeld met de simpele mededeling 'Mehr Mensch sein'. Op de achtergrond rezen de bergen op en ik voelde de tranen in mijn ogen schieten en de snot in mijn neus bevriezen. Soms kun je zo klein zijn dat je het zelf ook even niet meer weet of begrijpt. En dan zijn wafels ver weg. Of weblogs en de rare mensen die ze schrijven. Mehr Mensch sein. We zouden het voor de gekkigheid eens moeten proberen met z'n allen, volgens mij zou dat best wel eens een interessant resultaat opleveren.
Ik heb huisarrest. Tot 6 uur vanavond, dan is het voorbij. Misschien zelfs al iets eerder, als ik geluk heb, maar ik reken er maar niet op. U weet wel hoe dat gaat; wanneer je er op hoopt, gebeurt het immers toch niet. Ik heb huisarrest omdat ik op een pakketje aan het wachten ben. Een pakketje waarvoor ze al twee keer aan de deur zijn geweest. Als ik het vandaag dus weer mis, gaat het pakje terug naar de afzender, en dat wil ik natuurlijk voorkomen. Dus sluit ik me vandaag vrijwillig op, totdat de deurbel gaat.
U denkt nu vast dat ik het pakje toch ook gewoon op het postkantoor op kan halen, maar nee, het is niet de ptt, uhm, tpg, of uh, de tnt die het pakje bezorgen. Het pakje komt namelijk met selektvracht. En selektvracht en ik zijn geen vriendjes. Selektvracht heeft het woordje 'service' namelijk niet helemaal begrepen. Dus zit ik opgelsoten in mijn kamer. Tot het pakje komt. En dat komt (als het al komt, ook al staat het op een briefje, selektvracht neemt het niet altijd zo nauw) natuurlijk pas om tien minuten voor 6. Tenzij ik een kwartiertje weg zou gaan, dan komen ze uiteraard in dat kwartiertje langs. Het is een soort variatie op de wet van Murphy.
Maar goed, gelukkig kan ik hier op mijn kamer mijn tijd wel vullen. Ik moet de blender uit mijn kerstpakket namelijk nog plaatsje geven... En dat duurt wel even. Want het is heel leuk hoor, zo'n blender in mijn kerstpakket, maar er was een reden waarom ik er nog geen gekocht had; ik weet bij God niet waar ik het ding moet laten. *zucht* Ik wou dat grotere keukens ook in een pakketje geleverd konden worden.
Inmiddels is het 19.02u, maar denkt u dat ik een pakje heb?
Hi! This website runs on PivotX, the coolest free and open tool to power your blog and website. To change this text, edit 'About PivotX', under 'Pages' in the PivotX backend.