Amiek heeft mij vandaag gezien in een museum in Madrid, zegt ze net op MSN.
'Goh,' zeg ik, 'Gek zeg! Want ik was vandaag helemaal niet in Madrid. Was het maar waar, amai.'
'En toch heb ik je gezien,' zegt Annemiek, 'Op een schilderij!'
'Neeee!' zeg ik, 'Dat moet ik zien.'
En Annemiek stuurde mij dit plaatje.
Shiiiiiiit!
Dat ben ik!
My freaking God, downright scary!
'Ik moest wel een beetje grinniken, hoor,' zei Annemiek.
'Eng man,' griezelde ik.
Ik zag ooit mijn vader in een fresco, ergens in Itali?. Dat vond ik al te veel van het goede. Maar dit is met afstand het raarste wat ik het afgelopen decennium gezien heb, echt waar. 't Is bijna een case voor die Derek Olijfolie, manne.
Zohee. Ik ben er weer hoor. Nou ja, bijna. Die griep die rondwaart, die had mij dus ook te pakken. Met een hoofd vol snot, koortsigheid en vooral: afschuwelijk veel hoesten. Maandag heb ik zo ongeveer de hele dag geslapen, dinsdag een groot deel en gisteren heb ik wat lammig op de bank gezeten met mijn fijne fleecedekentje. Vanmiddag heb ik nog wat in bed gelegen, maar toen dacht ik op gegeven moment: ja hee, hallo. Nu weten we het wel weer met dat bed. Bah. En dus ga ik zo eens even de supermarkttest doen. De supermarkttest is een uitvinding van collega W., die altijd zegt dat als je een tripje naar de supermarkt aankan, je dan aan de beterende hand bent.
'Neem ook wat multivitaminen en cranberrysap mee, da's goed voor je herstel,' mailde ze vanmiddag nog.
Hmmmm, cranberrysap. Dat klinkt echt ongelofelijk goor. Ik doe namelijk niet aan fruit, weet u. Maar goed, misschien moet ik het toch maar even doen. Als een soort van vitaminebom. Ha! Ja, een vitaminebom. Dat klinkt cool.
Ik hoop dat u de griep niet gehad heeft of krijgt. Want 't is niks lollig.
De komende drie dagen houd ik me nog gedeisd, hoor. De rest komt volgende week wel weer. Of niet, dat zien we dan wel weer.
Ik ga eerst even een vitaminebom kopen.
Ja, u dacht vast dat ik onder een of andere rots verscholen zat, maar nee, het is gewoon het echte leven wat me hier weghoudt. Rosalie heeft nog steeds een literaire zuster hoor. Ik moet alleen nog even een nieuw ritme vinden waarin ik alle briljante logjes die zich in mijn brein vormen, ook daadwerkelijk typ en op het net plaats. Niet dat ik dat ritme nu ineens gevonden heb hoor. Nee nee, was het maar waar. Maar ik moet gewoon even de stilte doorbreken. Echt hoor. Eigenlijk moet ik nu heel hard werken, maar dit moet ik gewoon even kwijt. Want weet u met welk nieuwsbericht ik vanochtend wakker werd? Ik werd wakker met een berichtje over dranghekken. In Nijmegen. Sterker nog, bij de Albert Heijn in Nijmegen. En weet u waarom? Omdat de nieuwe spaaractie zo'n overweldigend succes is, dat de bedelende kinderen in het gareel gehouden moeten worden met behulp van dranghekken. Amai zeg.
Mijn gedachten gingen direct terug naar de wuppies en de welpies. En dan vooral over het stukje dat Youp in het zijn oudejaarsconference heeft gewijd aan de wuppies en de welpies. Was het toen nog een lichtelijk overdreven versie van de waarheid, inmiddels is het dus wel degelijk realiteit. En dat vind ik eigenlijk best triest. We waren dus gewaarschuwd en nog is alle hel losgebroken. Over voetbalplaatjes nog wel. Want ik snap het niet, eerlijk gezegd. Ik snap die drang niet zo goed. Ik deed als kind dan ook al niet mee aan de 'geweldige' spaaracties zoals de flippo's en weet ik wat we nog meer hadden. Maar ja, ik besef dan ook wel weer dat er een heleboel mensen niet snappen dat ik droom van een Kitchenaid keukenmachine... Verschil is alleen dat ik niet voor de deur van de kookwinkel ga staan bedelen, laat staan dat ze me met behulp van dranghekken in het gareel moeten proberen te houden. En heus niet alleen omdat ik de kans van slagen op de keukenmachine vrij klein acht...
Maar goed. We proberen het dus gewoon nog een keer. Of u nu een enorme hekel heeft aan Youp of hem juist helemaal geweldig vindt; bekijk dit fragment gewoon even voor de educatieve waarde. Zodat er niet ineens een enorm tekort aan dranghekken onstaat in ons kikkerlandje...
Ave. Hierbij een korte en welgemeende groet vanuit de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage aan u, mijn trouwe lezerspubliek.
Vandaag ben ik teneinde mijn intellectuele capaiteiten te vergroten in de Hofstad neergestreken, alwaar ik mij geheel ende al lens zit te staren op negentiende-eeuwsche tijdschriften, zowel in het echie als op microfilm, gunst. Het doet mij dan ook deugd u mede te kunnen delen, dat ik mij vande boven tot beneden en vande links tot rechts in negentiende-eeuwsche sferen bevind. Ja, ik voel mij behoorlijk deftig heden ten dage... geheel ende al zoals mijn alterego eruitziet in haar wit gesteven boordje op de welbekende foto van Rosalie en Virginie Loveling. Daarnaast kan ik de verheugende mededeling poneren dat dit bezoek aan 's-Gravenhage niet voor niets is geweest: mijn IQ is minstens 50 punten gestegen en parbleu, het was al zo hoog.
Helaas komen mijn intellectuele bezigheden in de Koninklijke Bilbiotheek met het be?indigen van dit logje tot een jammerlijk eind. Ik ben nog in dubio of ik ze voort wil zetten in een fijne uitspanning zoals het Mauritshuis of het Gemeentemuseum, of dat ik in dezen toch maar geheel mijn aard volg en mij laaf aan het kopen van enige fijne kledingstukken of andere zaken die ik in het geheel niet nodig heb in 't dagelijksch leven.
Later dit weekeinde zal ik u nader verslag uitbrengen van enige tot het vermaak dienende ontdekkingen die ik in de KB heb gedaan, maar daartoe moet eerst wat creativiteit aangewend worden en daarvoor zal ik mij toch eerst weer naar mijn woonst moeten begeven. Daar waar de chaos regeert en de alledaagschheid van het dom-menselijk bestaan mij op gruwelijke wijze zal achtervolgen. Wat een jammerdal.
Zo, ik ga u eens lekker irriteren. Het is namelijk bijna carnaval. En voor carnaval wijkt echt alles, hoor. Zelfs rare cursussen, want u gelooft het of niet, maar die cursus op carnavalsmaandag gaat dus naar alle waarschijnlijkheid niet door. Mocht u dus bewijs willen dat God voor de partij van de carnavalsvierders is: voil?.
Nu rijst weer de nijpende vraag: wat ga ik aantrekken met carnaval? Want snotverdomme, het is nog maar vier weken of zo. Dus overwoog ik mijn opties. Een van de twee Venetiaanse kostuums? Of toch maar mijn geniale paarse geisha gewaad? Of de Sissi-outfit inclusief mega-onhandige hoepel? Of mijn roze beehive pruik van vorig jaar met het matching blauw/witte polkadotbloesje en het roze petticoatrokje? Of misschien dan toch wat nieuws? Problemen mensen, problemen! Wees maar blij dat u daar (voor de overgrote meerderheid dan) geen last van heeft.
Gisteren zat ik met huisgenoot B. naar youtube te staren en natuurlijk bekeken we weer oude meuk. Julie Andrews kwam langs, Gene Kelly tapdanste door beeld en toen waren daar opeens The Andrews Sisters. The Andrews Sisters... Potjandrie! The Andrews Sisters! Ik telde op mijn vingers. Mijn zus A., ??n. Mijn schoonzus I, twee. En ik, Rosalie, drie. Dat waren er drie! Drie heule mensen. Drie heule Andrews Sisters. En dan konden we ook zingen! Jahaa. Meerstemmig. Bei mir bist doe sch?n. Of anders maar in Andrews Sistersstijl omgezette carnavalsliederen. En dan zouden we van die ouderwetse microfoons mee kunnen nemen. En dan shows geven in de caf?s. En dan zouden we zo'n legerjeep huren en dan kon mijn vader ons, verkleed ? la generaal Patton (met sigaar), door de binnenstad van Sittard rijden. En de rest van de familie er als blije fans achteraan, zwaaiend met Amerikaanse vlaggetjes.
Ja ja. Ik zag het al helemaal voor me. Maar u weet het: tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren.
Zo hebben we ten eerste het probleem dat mijn zus echt nooit van d'r leven een rok aan gaat trekken. Dan hebben we dus een Andrews sister met een broek. Ikweeniehoor. Het kan natuurlijk, maar ja. Het maakt het toch weer minder geniaal. De stropdas... daar zal ze wel helemaal voor zijn, maar die rok? Nee, dan moeten we haar drogeren of zo. Ten tweede heb je nog het probleem dat mijn vader geen sigaren rookt. En hoe kan hij nou een overtuigende Patton zijn zonder sigaar? Nou, vertelt u mij dat eens. Dat kan dus niet.
Dus... mijn geniale plan strandt waarschijnlijk op een sigaar. En op een rok. Het is toch werkelijk godgeklaagd, bah.
Ze bestaat echt. Wende. Ja, man. Echt.
En daar kun je dus heen h?? Naar Wende.
Dat deed ik namelijk zonet. In mijn eentje.
Want het was namelijk nogal een last minute beslissing om naar Wende te gaan.
En u weet hoe dat gaat met last minute beslissingen... die zijn vaak helemaal het einde.
Verhitte discussies had ik in het verleden. Over Wende.
Of beter gezegd, anderen dachten dat ze verhitte discussies met mij hadden over Wende.
Want ik hield alleen maar mijn hoofd een beetje schuin en lachte ironisch.
Kijk, ik ben nogal vervelend, weet u. Ik denk namelijk de godsganse dag en tijdens dat denken vormen zich meningen. Meningen waar ik nachten op geslapen heb, mening die zich in mijn nestelen en blijven waar ze zijn. Dat wil niet zeggen dat ze niet kunnen veranderen, neen, maar ze veranderen alleen maar onder lichte en strategisch uitgevoerde dwang. Geen gedram aan mijn adres, alstublieft dankuwel. Dat doet u maar elders.
Zo'n discussie met mij over Wende ging dan ongeveer zo:
'Zo, dus jij vindt Wende goed?'
'Eh ja...'
'Nou nou, ik vind dat Brel alleen door Brel gezongen kan worden, hoor. Niet door zo'n schreeuwend wijf. Met een slecht Frans accent ook nog es!'
'...'
'Ja, niet dan?'
'Wil je nog thee?'
Ik heb veel nuttige dingen van mijn ouders geleerd, iets waar ik blij om ben. Echt. Maar het meest geniale wat ze mij aan het verstand hebben gepeuterd, is mijn vermogen om te luisteren naar muziek. Echt luisteren, h?. Los van het poppetje of de poppetjes die de muziek maken. Los van meningen die de goegemeente over bepaalde muziek heeft. Oren open, luisteren en zelf oordelen. En dat in de context waarin de muziek gebracht wordt. De dorpsharmonie is het Concertgebouw niet en wat er op Pinkpop staat, dient een ander doel dan wat er in de Stopera gebeurt. Relativeren, lieve mensen. Cultuur is uiteindelijk ook maar vermaak, ook al kun je er op maandagochtend op je werk wel goede sier mee maken, natuurlijk.
Ik zat dus bij Wende.
En ik luisterde.
En leerde weer wat nieuws over timing.
En over presentatie.
En over de briljantie van muziek die niet voor niets de tand des tijd en nieuwe interpretaties doorstaat.
Ik genoot mensen, echt.
Muziek is werkelijk het mooiste wat we op dit in het heelal rondzwevende hoopje drek hebben.
Daarom nu voor u mijn lijflied door Wende. Ramses zong dit al voor mij voordat ik ?berhaupt bestond, dus als dat geen lijflied meer is, dan weet ik het ook niet meer. Luustert en huuvert:
Hallo daar, gaat u even met mij mee? Ik moet namelijk even iets reconstrueren. Ik heb namelijk ergens last van en ik vraag me af waar het vandaan is gekomen, want vroeger had ik daar echt he-le-maal nooit niet last van. Dus. Dat moet opgelost worden, vindt u ook niet?
Ik vraag mij namelijk af op welk moment ik begonnen ben het universitair onderwijs in dit fraai besneeuwde land te overschatten. Overschatten, ja. U leest het goed. En vervelend dat dat is, man: als ik iets moet doen voor dat rare kennisinstituut dan begin ik echt helemaal te flippen.
Dan denk ik dingen als: 'Ik ben hier te stom voor!'
Stelt u zich dat eens voor. Rosalie. Ergens te stom voor. Tssssk.
Of dan begin ik te ijsberen. Tot drie uur 's nachts.
Of ik ga als een Razende Roeland dan toch nog maar op het laatste moment een werkstuk eruit rammen.
Kreunend en steunend sleep ik mij dan door mijn woonst en dan denk ik dat het Einde der Tijden nabij is.
Ja nee, echt dus. En dat is niet grappig.
En ja kijk, als ik dan iets inlever dan is het dus altijd meteen goed! Neem nou het laatste nachtwerkstuk. Om acht uur 's avonds had ik twee pagina's. Om 5 uur 's nachts had ik er 15. Twee weken later had ik een 7,6. Nu weet u dus waarom ik van mening ben dat ik het universitair onderwijs overschat. Zoveel stress voor iets wat ik dan toch wel weer haal. Het is dat ik nog een baan heb die me wat afleidt, want anders zou ik echt gillend gek worden en 's nachts in mijn roze ochtendjas de straat oprennen, gedichten van Bloem scanderend.
Vroeger he, toen ik nog betrekkelijk normaal was, toen had ik daar helemaal nog geen last van. Toen dacht ik: whahaha, universiteit, whahaha. En dan leerde ik twee uurtjes en dan had ik wel weer een 7. Maar dat kan ik dus niet meer. Lang studeren is in een bepaald opzicht interessant omdat ik natuurlijk allerlei debiele ervaringen heb opgedaan waar ik nou echt wat mee kan (in tegenstelling tot het scanderen van gedichten van Bloem) maar je raakt er wel gestresst van, jezusmina.
In december bereikte mijn paniek een beetje een hoogtepunt. Of dieptepunt, het is maar hoe je het bekijkt. Ik had namelijk een black-out tijdens een mondeling waar ik wel voor geleerd had. Snotverderrie. Dat was echt niet grappig. Ik dacht: 'Nou is het voorbij, nu lukt het me zelfs niet meer als ik wel studeer.' Maar holadiee, voor alles bestaat een tweede kans, dus vandaag mocht ik nog een keer. Al sinds mijn terugkomst uit Oostenrijk zat ik helemaal te flippen boven mijn artikelen, boeken en aantekeningen over poststructuralisme en aanverwante fijne zaken. Vanochtend werd ik echt oprecht treurig van het feit dat wij onmogelijk deze werkelijkheid (en vele andere) kunnen kennen en ik dacht bij mezelf: zal ik gaan? Dit wordt toch weer niks.
Maar ik sprak mezelf vermanend toe en ging.
En dan haal ik dus een 7.
Kijk, daar word ik nou helemaal gek van, man.
Dan doorzie ik het hele heelal boven mijn boekjes en dan weet ik zeker dat het allemaal geen zin heeft en dat ik toch met mijn Aldi-tasje in de goot beland, omdat niemand in his or her right mind mij een voldoende gaat geven voor mijn gezever.
En dan haal ik dus een 7.
Zware overschatting van het universitair onderwijs noem ik dat dus.
En dat ligt aan mij, hoor. Niet aan het niveau van het universitair onderwijs.
Nou ja, okee. Een beetje dan.
Dus zegt u het even met mij mee, opdat ik het niet vergeet:
Rosalie, om een diploma te halen hoef je niet het hele heelal te doorzien. Nergens voor nodig. Het is maar een mondeling, auwieje kael.
Ik dacht: snotverderrie, in 2009 moet ik toch es wat meer gaan loggen. En dus opende ik mijn pivot. Misschien dat het de koude is, hoor. Maar er kwam dus niks. Ik typte wat van dit. Ik typte wat van dat. Godmiljaar, dacht ik, welk een treurnis. Ik maak echt werkelijk geen ene drol mee. Nou kon ik natuurlijk wat typen over mijn trip naar Oostenrijk en dat probeerde ik dan ook. Maar er kwam weinig inspirerends uit. Toen probeerde ik een nostalgisch verhaal. Ook al niks. Toen ging ik mijn voornemens intypen. Die waren nogal materialistisch, als ik eerlijk moet zijn. Ik ben namelijk niet zo'n wereldverbeteraar. Ik ben gewoon vrolijk, aardig een beleefd tegen mijn omgeving en dan vind ik dat ik al meer doe voor deze maatschappij dan de gemiddelde medemens. Maar goed, in deze tijden van crisis vond ik mijn voornemens niet zo kies. Dus besloot ik om ze maar voor me te houden.
Dus. Nu zit ik hier achter de computer. In een dekbedje gewikkeld. In de garage van mijn ouders, achter het schotje dat een soort kantoortje cre?ert. Hopend op wat inspiratie voor een nieuw logje. Misschien moet ik es een hobby nemen, bedacht ik opeens. Tapdansen of zo. Ik ben namelijk nogal lomp, dus dat levert geheid genoeg logmateriaal op. Zo van: ik ging dus tapdansen en toen viel ik op mijn bek. Tanden door mijn lip. Overal bloed. Ambulance erbij. Niet leuk voor mij, maar wel spectaculair om te lezen.
Of ski?n. Zo van: ik ging dus ski?n en toen viel ik op mijn bek. Tanden door mijn lip. Overal bloed. Ambulance erbij. Niet leuk voor mij, maar wel spectaculair om te lezen.
Of capoeira. Zo van: ik ging dus capoeira doen en toen viel ik op mijn bek. Tanden door mijn lip. Overal bloed. Ambulance erbij. Niet leuk voor mij, maar wel spectaculair om te lezen.
Of volksdansen. Zo van: Ik ging dus volksdansen en toen viel ik op mijn bek. Tanden door mijn lip. Overal bloed. Ambulance erbij. Niet leuk voor mij, maar wel spectaculair om te lezen. Oh en ja... als extraatje dan ook: een uitvoerige beschrijving van mijn enge en nogal lelijke volksdanspakje met bijbehorende roze klompen. Want die klompen, ja. Daar doe ik het dan voor.
Maar ik weet niet, hoor. Volgens mij wordt dat op den duur ook nogal eentonig om te lezen. Of om te schrijven. Al dat bloed, manne. Dus misschien moeten we dat maar even niet doen. Misschien moeten we maar even kijken hoe het loopt. Hoogstwaarschijnlijk gebeurt er wel weer iets raars of herinner ik me iets geks van vroeger. Of anders verzin ik gewoon wat, weet u veel. Een imaginaire vent of kind. Of dat ik een huis koop. En u maar oehen en aahen. Haha, dat lijkt me geinig. Of kent u die debiele programma's van die mensen die dan huis en haard verlaten en een kansloze onderneming beginnen in het buitenland? Een pingpongparadijs op Barbados? Een rendierfarm in Alaska? Een royaltywatsjhutje in de bossen van Wassenaar en dan ruzie krijgen met de RVD? Man oh man, de mogelijkheden waarover ik kan schrijven zijn legio. Maar dan moet er wel wat komen, natuurlijk.
Weet u? Misschien laat ik u wel zeggen wat ik moet gaan schrijven. Een maand lang of zo. Maar daar moet ik eerst nog eens goed over denken, over voorwaarden en zo. Ja hallo zeg, wie weet waar u mee komt aandragen, halleluja. Dadelijk wilt u ook nog mijn pincode weten. Of mijn BH-maat. En die laatste weet ik zelf niet eens. Serieus niet. Dus in dat soort onverwachte gein heb ik geen zin. Neen. U hoort nog van mij. Het enige wat ik u vraag is het volgende: stel nou dat u mag zeggen waarover ik zou moeten schrijven, wat zou u dan roepen? Dan kan ik even inventariseren of ik daar wel zin in heb, ja ja.
Zo. Rosalie is weer terug in het land. Ik was dus in Oostenrijk. Oh, dat wist u niet? Nou, bij dezen dan. Ik moet zeggen dat het in Oostenrijk best wel heel aangenaam was. Zo had je er bijvoorbeeld heul veul sneeuw. Op sommige plaatsen lag er zelfs wel een meter. Ook was het in Oostenrijk best wel koud. Volgens de radio 's nachts zelf -18. Maar goed, misschien was dat boven op de berg, of zo. Van dat Duitse gereutel op de radio word je soms niet veel wijzer als je maar met een half oor luistert. Ook was er in Oostenrijk nogal veel zon. E?n ochtend was het een beetje mistig, maar voor de rest hadden we stra-lend blauwe lucht en volop zonneschijn. Heerlijk.
Ik ging naar Leutasch en Seefeld. En bij Innsbruck de Hafelekar op. Ook deden we nog Duitsland aan, waar we met paard en wagen ons lieten vervoeren naar kasteel Neuschwanstein, mijn nieuwe woonst. Vervolgens reden we vanuit het Otztal naar K?htai omhoog, waar we ons op 2000 meter laafden aan allerlei interessant Oostenrijks voedsel in het hotel van een oude kennis van mijn tante. Ook gaven we door het raam nog een plantje aan Frau M., die in het fijne Telfs tegenover de kerk woont en waar mijn ouders vroeger altijd op vakantie gingen. Frau M. was helaas ziek en kon ons niet ontvangen. Soms denk ik wel eens dat mijn familie half Triool kent. Of dat ze dat zelf denken, of zo. De laatste dag brachten we al wandelend door in het voor mij geheel nieuwe Pitztal, wat een nogal briljant dal is, want: heul rustig en dus weinig Hollanders. En dat laatste is altijd goed, moet u weten.
Het zegt u allemaal waarschijnlijk bijster weinig, maar voor Rosalie de pathetische drol was het nostalgia galore, natuurlijk. En het rare is eigenlijk dat ik helemaal niet zo vaak in die omgeving geweest ben, maar omdat mijn ouders elkaar daar hebben leren kennen, heeft het een en ander bijna mythische vormen aangenomen. En mythische vormen, die zijn natuurlijk buitengewoon interessant.
Hi! This website runs on PivotX, the coolest free and open tool to power your blog and website. To change this text, edit 'About PivotX', under 'Pages' in the PivotX backend.