Schaatsen kijken is ??n van mijn grootste obsessies in dit leven en dus heb ik tegenwoordig regelmatig een velddag. Ja ja. Met die Olympische spelen. Of beter gezegd: een veldnacht.
Mind you: ik heb het wel over kijken. Niet doen. Ik wil namelijk graag op een kalme wijze een gezegende leeftijd bereiken, dank u.
Als ik ga schaatsen, dan breek ik namelijk mijn nek. En twee armen. En mijn linker middenvoetsbeentje. Geheid.
Als kind stond ik samen met mijn zus voor de tv te wiebelen. Net zoals de schaatsers over het ijs wiebelden. Armen op de rug, geobsedeerd naar het scherm starend.
'Kom Leo, doorschaatsen!' riepen wij dan.
Of 'Hup Bart!'
En mijn moeder keek dan tevreden toe, blij met het feit dat ze ons een on-Limburgse obsessie bezorgd had. Mijn moeder en haar drie broers waren namelijk van die 'wij-vullen-rondetijden-schema's in'-types. Bij mijn vader thuis keken ze het ook wel, hoor. Maar het had toch niet de hetzelfde rookworst- en erwtensoepgehalte als bij mijn moeder thuis.
Conversaties over schaatsen tussen mijn zus en ik gaan doorgaans als volgt:
Rosalie: 'Ik zeg: 14.12.12! Wat zeg jij dan?'
Nietzsche: 'Bartje! Albertville 1992!'
Rosalie: 'Woehoehoehoe! Bartje!'
Bart (Veldkamp red.) is namelijk voor ons wat Ard Schenk voor onze ouders is.
We hebben nog net geen shrine naast de voordeur, zeg maar.
Toen Bart Veldkamp de 10km in Albertville won, toen kwamen mijn zus en ik zelfs te laat op school na de middagpauze.
'Kijk maar even af,' zei mijn moeder toen coulant.
Anarchisme ten top.
Nu doet Bart de commentaren voor de NOS.
Samen met die Ria Visser, die ik al zeker tien jaar achter het behang kan plakken, ware het niet dat Ria zich nooit in mijn omgeving bevindt en ik meestal geen behang en de plaksel bij de hand heb. En met Mart 'Noorse trui' Smeets, natuurlijk.
Na de 1500 meter van de vrouwen zondagnacht, gingen Ria en Bart bijna op de vuist, dat was machtig mooie tv.
'Go Bart! Go Bart!' riep ik op twitter, de eenzame nacht in.
Naast een shrine voor Bart, zouden mijn zus en ik ook een shrine voor Gunda (Niemann red.) op kunnen richten.
Met onze Gunda Niemann-obsessie ging het eigenlijk zo:
Rosalie: 'Ja, sjais hei. Wunt die Niemann alweer!'
Nietzsche: 'Sjtomme Pruus!'
Maar ja, toen ontdekten we dat als we d'r niet konden beaten, dat we d'r dan maar beter konden joinen. En onder het mom 'Niemand kan wat Niemann kan' juichten we toen net zo hard voor Niemann als voor de Nederlanders.
We gingen zelfs speciaal voor haar naar een wereldbekerwedstrijd in Heerenveen. He-le-maal naar Friesland, miljaar. We deden die reis maar in twee delen, met een tussenstop in Nijmegen. Want dat is ver, mensen. Sittard-Heerenveen, nondeju.
'Holland! Holland!' brulde het hele ijspaleis toen.
'Gunda! Gunda!' scandeerden wij, lekker recalcitrant.
Door onze zachte g heeft niemand ons toen verstaan en dus keerden we zonder blauwe ogen terug naar het thuisfront, op ongeveer ??n kilometer van de door ons zo geliefde Duitse grens.
Es war wunderbar f?r einen Tag 'ne Pruus zu sein.
Nostalgia hier in huize Rosalie, hoor. Over schaatsen kan ik duuzend-en-een verhalen schrijven.
Hier het eerste deel van die fijne documentaire over Bart en die andere grote held...
Hee hallo! U bent er nog.
Ik ben er ook nog.
Net was ik in de vastelaovesmis en nu smijt ik even het een en ander op het net met betrekking tot het Feest de Feesten. Het kerkelijke met het wereldlijke verbinden, h?? Ik ben daar een meester in, al zeg ik het zelf.
Donderdag was ik in Sittard. Ik schminkte mij toen blauw.
Dat was een slecht idee.
Want vrijdag bleef ik blauw.
Althans, zo voelde het.
Schmink is troep en het jeukt, maar zoals ik altijd maar zeg: comfort is totaal geen criterium bij het bepalen van je outfit.
Comfort is voor watjes. Gore pruiken, rare uitsteeksels aan je pak, onmogelijke hoepelrokken: been there done that, got about 65 t-shirts by now. Kom nou, zeg.
Dus toen ging ik zaterdag maar eens met een halve meter pruik op mijn hoofd naar Roermond, carnavaleske thuishaven van Octavie. Dat was een plezierig samenzijn, daar in Roermond. Kijk maar:
En omdat ik toch bezig was, reisde ik meteen af naar Weert gisteravond, voor een gezellig samenzijn met vriend R. bij het immer briljante concert van Harry. Kijk, ik ga u dus niet uitleggen wie Harry is. Dat snapt u ook. Harry en al zijn briljantie, da's alleen voor R. en mij. En andere ingewijden. Want briljant, dat is ie. Ozze Harry. Misschien wel een van de beste vastelaovesdingen in de hele provincie en dat mensen, wil wat zeggen. Want er is veul te doen. En het is goehoed.
Helaas arriveerden R. en ik een beetje te laat bij Harry, waardoor we ergens achteraan in de feesttent kwamen te staan.
'Miljaar,' zei ik.
'Ja, nou,' zei R.
'De tijd dat we helemaal vooraan stonden is ook wel long gone, h??' gromde ik.
'Ja,' was R. het met me eens, 'We staan nu ergens ter hoogte van waar mijn moeder altijd staat.'
'R. jong,' zei ik plechtig, 'We worden oud.'
'Er komt een tijd dat we onze plaats moeten kennen,' vervolgde ik mijn relaas.
Ja ja, ik word altijd heel diepzinnig van vastelaovend.
En dan begint het vandaag pas echt, manne.
Wat een pret ende jolijt, hohoho.
Nee, ik ben niet dood. Heulemaal niet. En Virginie ook niet, de laatste keer dat ik het checkte.
Ik ben gewoon bezig met wat goede voornemens en ??n daarvan is minder internetten. Lukt aardig, moet ik zeggen.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat als twitter niet bestond dat dat dan nog aardiger lukte.
Maar goed. Alle begin is moeilijk.
Verder ging ik meer lezen. Lukt ook aardig. Ben al in boek vier bezig. Godenslaap van Erwin Mortier. Heb nu een pagina of 40 gelezen, maar ik zit er nog niet echt in. Hopelijk gaat dat nog komen. Ook ging ik meer schrijven. En nee, niet hier. Elders. En daarbij hanteer ik even de stelregel: het maakt niet uit of het geschrijf ergens op slaat, er moet gewoon geschreven worden. Bezig blijven. Rare verhalen op papier zetten. Omdat dat leuk is. En er al zoveel niet leuke dingen in 't leven zijn. Daarom.
Verder ging ik meer muziek maken. Harp spelen. Nu kan dat alleen als ik bij mijn ouders ben, want dat bakbeest staat daar. Dat schiet niet op, zou je dan denken. Maar godmiljaar, wat valt dat mee zeg. Omdat ik mij vroeger tussen pakweg mijn vijftiende en achttiende helemaal de pleuris geoefend heb, heb ik een toch wel heel redelijk basisniveau dat niet meer verdwijnt. Dat is fijn, want dat betekent dat ik na een paar weekenden spelen alweer aan nieuw repertoire kan gaan oefenen. Omdat het oude repertoire nog ergens in mijn geheugen bleek te hangen. Een beetje verroest, dat wel. Maar toch niet onaardig. Gelukkig wordt een mens daarvan, echt.
Verder ging ik mij niet meer bezighouden met wat tegenwoordig de nationale sport lijkt te zijn: over anderen praten c.q. je vrolijk maken over anderen. Ik vind dat vermoeiend. En een teken van zwakte. Dat als iemand iets zegt over iemand waarvan jij diep van binnen denkt: 'Waarom zeg jij dat? Kap daar godverdomme mee!' dat je dan schaapachtig mee gaat lachen. Zo van: hihihi. Maar dat je er eigenlijk bijna fysiek onpasselijk van wordt dat je in dat gesprek beland bent. En dus ben ik nu bezig met stap 1: doen alsof ik rare opmerkingen niet hoor. Er tegenin gaan, dat komt wel in de tweede helft van het jaar. Of in 2011. Alles op z'n tijd.
Dus tegenwoordig lijk ik soms een beetje autistisch.
Zo had ik afgelopen weekend de volgende situatie:
Een schijnbaar willekeurig iemand: 'Bladibladibladibla - insert domme praat over anderen - bladibladibladibla.'
Ik: '...'
Een schijnbaar willekeurig iemand: 'Vind je ook niet?'
Ik: '...'
Een schijnbaar willekeurig iemand: 'Eij, ik heb het tegen je!'
Ik: '...'
En na dit ijselijk zwijgen van mijn kant gaf de schijnbaar willekeurige iemand het op.
Hoera!
We komen er wel.
Hi! This website runs on PivotX, the coolest free and open tool to power your blog and website. To change this text, edit 'About PivotX', under 'Pages' in the PivotX backend.