Hard en weerbaar

Ik ging dus de wasbak op de badkamer ontstoppen, h??
Nou, de wasbak en ik waren samen al door heel wat fases heen gegaan, zeg maar.
Het leek potdomme wel een relatie.
Fase 1 was dat de wasbak begon te pruttelen en dat ik 'm negeerde. Goede methode, leek mij.
Mijn oma zei ooit: 'Wat vanzelf komt, gaat ook vanzelf weg' en dat vind ik heel wijs van haar, vooral omdat die wijsheid me vaak goed uitkomt en ja, daar houd ik van. Dat dingen mij goed uitkomen.
Fase 2 was dat de wasbak besloot om het water niet meer goed weg te laten lopen. Ik vond dat irritant, maar zolang het water nog enigszins wegliep, ging ik niet toegeven. Dat snapt u ook. Als je zo'n wasbak ??n vinger geeft, dan neemt ie je hele hand.
Fase 3 was dat ik de wasbak te lijf ging met dat rubberen goot-ontstopper-ding (het heeft vast een mooie naam, maar die weet ik niet, hoor). Zonder veel succes overigens, de wasbak was duidelijk niet van mijn aanval gediend.
Fase 4 bestond eruit dat ik wat soda in de wasbak mieterde. Soms moet je namelijk wat water bij de wijn doen. De wasbak bleek echter onvermurwbaar en slibde gaandeweg nog verder dicht.
Fase 5 (gisteren) was dat ik de wasbak kennis liet maken met een of ander chemisch goedje. De wasbak haalde echter zijn schouders op en gaf geen sjoege.

'Miljaar!' zei ik tegen huisgenoot B., 'Dat spul helpt niet. En nu? Het water loopt nu bijna helemaal niet meer door!'
'Zullen we de hals eraf halen en schoonmaken?' opperde B., 'Dat heb ik wel eens vaker gedaan.'
'Ja, is goed,' zei ik.
Ik zou en moest namelijk van die wasbak winnen.
Dus B. draaide de hals van de wasbak en keek er eens in en toonde het ding aan mij.
Het was even ijselijk stil.
'Gadverdamme,' griezelde B.
'Oh, jaiks,' zei ik.
En vervolgens deden we ons ding, B. en ik.

Ik kan nu allemaal heule vieze dingen op gaan schrijven, maar dat doe ik maar eens even niet. Ik geef u alleen twee kernwoorden mee die deze tien minuten uit het leven van B. en mij grondig beschrijven: 'harig' en 'stank'. Jao jao, je maakt was mee in het leven. Maar daar word je hard en weerbaar van en ja, hard en weerbaar zijn. Willen we dat niet allemaal?

admin Maandag 29 Maart 2010 at 7:04 pm | | Rosalie | Zes reacties

Sjengske de Scriptieschrijvert

Hoera!
Hang de vlag uit!
Ik heb er sinds afgelopen donderdag namelijk een persoonlijkheid bij.
Naast die 31 persoonlijkheden die ik al had, uiteraard.
Ik ben sinds donderdag namelijk officieel ook 'Sjengske de Scriptieschrijvert'.
En dat is bijzonder, hoor.
Want ik heb lang gedacht dat ik nooit een Sjengske zou worden.
Niet omdat ik te stom ben om een Sjengske te zijn, hoor.
Nee. Hahahaha. Te stom. Ik. Hoehoehoehoehoe. Wat een grap.
Meer omdat ik Sjengske een erg lelijke naam vind, die niet bij mij past. Op de tribune van Fortuna Sittard heten Maastrichtenaren namelijk 'Sjengen' en geloof me, 'Sjengschap', dat is NIET goed.
Maar soms moet je iets verrassends doen in het leven.
Al is het maar om iedereen die ooit fluisterde: 'Die wordt nooit een Sjengske' een hak te zetten.
Woehoehoehoe.
Ik rol al sinds donderdag van plezier over de vloer van mijn woonkamer.

Donderdag ging ik dus naar de scriptiebegeleidert.
'Hallo scriptiebegeleidert,' zei ik, 'Ik heb dit en dat bedacht.'
'Zozo,' zei de scriptiebegeleidert, 'Heb jij dat bedacht?'
'Ja,' zei ik, 'En is het niet geniaal?'
'Uiteraard,' zei de scriptiebegeleidert.
En toen was ik opeens een scriptieschrijvert.
Die een scriptie gaat schrijven over Virginie, Cyriel, Isidoor en Jan Reiner.
En op 13 april de eerste 10 pagina's in moet leveren.

Sjengske de Scriptieschrijvert is er nog niet helemaal uit wat ie daarvan vindt, van die 10 pagina's.
Maar ja, je moet toch ergens beginnen als scriptieschrijvert.
Dus ben ik nu maar eens wat aan het lezen over allerlei rare Belgen.
En daar zijn d'r veel van in de 19de eeuw, hoor. U heeft geen idee.
Verbazingwekkend, eigenlijk.

En nu ga ik eens even lekker verder met het ontstoppen van de wastafel op de badkamer.
Een teveel aan theorie doet namelijk geen enkel mens goed.
Soms moet er ook gewerkt worden met de handen, h??
Of met een flesje met chemisch spul in dit specifieke geval, want dat goot-ontstop-geval gaf geen sjoege.
Toedeloe!

admin Zondag 28 Maart 2010 at 8:40 pm | | Rosalie | Vijf reacties

Marie met de Snor en Karel en zijn strijkje

Via mijn nichtje N. belandde ik laatst eens op een hyves met allemaal mensen met mijn achternaam.
Na ja. D'r zijn er maar liefst 64 van ons.
Ga weg. Dat kan niet.
Mijn achternaam, die wordt namelijk alleen gedragen door mij en mijn dierbaren.
Hallo zeg.
De brutaliteit.

En wat helemaal eng aan het verhaal is, is dat bijna al die mensen uit Amsterdam komen. Of zelfs nog noordelijker!
Na! Dat kan al helemaal niet.
Nou ja, eerlijkheid gebiedt te zeggen, dat het heel goed kan.
Mijn opa's vader kwam namelijk ook uit die buurt.
Dus met een Gelderse moeder en een half-Hollandse vader ben ik eigenlijk helemaal niet zo Limburgs.
Maar goed, de Limburgse kant van de familie (die van mijn oma, mijn vaders moeder) die heeft Limburg opgericht, dus die genen zijn zo sterk dat ze al die zwakkere Hollandse genen in een keer uitschakelen. Mijn familie is namelijk net een ziekte. Als je d'r mee omgaat, dan word je d'r mee besmet, zeg maar.
Zo begon mijn moeder van de ene op de andere dag Limburgs te spreken, werd mijn opa spontaan katholiek en mailde vriend W. uit Drenthe mij opeens alleen nog maar in het Limburgs (of iets wat daarop leek). Het laatste slachtoffer is huisgenoot B., die misschien wel een opleiding in Limburg gaat doen. Dus. Serieus. Kijk maar uit met ons. Wij zijn link.

Maar goed. Op die hyves van mensen met mijn achternaam staan ook een paar voorouders afgebeeld. En ik wil dat u ze even ontmoet, ze zijn namelijk nogal lollig. Zo hebben we op de eerste plaats deze fijne vrind:


Hij heet Marie Carolus Sebastianus. En kijk. Dat vind ik dan weer cool, dat ik een voorouder heb die Marie heet. Marie met de Snor. Dat was vast een bezienswaardigheid, back in 1930. En dat verbaast mij dan weer niet, want als wij van de familie K. al geen bezienswaardigheid zijn, dan zorgen we er wel voor dat we op een andere manier aandacht krijgen. Ja, zo zijn wij. (Alhoewel, misschien zijn dat toch meer de Limburgse genen van die familieleden van mij die Limburg oprichtten).

En dan. Hebben we ook nog Karel. Karel en zijn strijkje. Karel is de tweede van links. Kiek 'm nou eens ernstig zitten kijken, deze Andr? Rieu avant-la-lettre:


Kijk, ik heb mij vaak afgevraagd waar de muzikaliteit in mijn familie vandaan komt. Mijn opa speelde leuk mondharmonica, maar een nageslacht met daarin zoveel getalenteerd conservatoriummateriaal? Nee, ik begreep dat niet. Dat moest wederom de invloed zijn van mijn voorouders die Limburg oprichtten. Want ja, als je Limburg opgericht hebt, dan heb je grootse genen en ja, dan ben je ook geheid muzikaal. Dat lijkt mij logisch.
Aber nein. De muzikaliteit komt blijkbaar van mijn opa's kant van de familie, via Karel en zijn strijkje. Dus toch. Man.

U begrijpt dat ik mijzelve nu een stuk beter begrijp.
En dat allemaal door hyves.
Ongelofelijk.

admin Woensdag 24 Maart 2010 at 9:27 pm | | Rosalie | Vijf reacties

Goeiendag, zeg!

Van het weekend had ik makkelijk op fazantenjacht kunnen gaan. Goeiendag, zeg! Wat heb ik veel fazanten gezien, daar op Schouwen-Duiveland. Als ik een ondertitel zou moeten verzinnen voor dat eiland, dan zou dat iets worden als: paradijs voor den fazant. Ja, dat zou het zijn. Schouwen-Duiveland, paradijs voor den fazant. Rijmt ook lekker, dus ja. Geniaal weer, al zeg ik het zelf.

Daar in de Zeeuwse klei stonden ook nogal veel molens. Goeiendag, zeg! Je vraagt je af wat je met al die molens moet, hee. Hoeveel wil je als mens nog malen, tegenwoordig? Maar goed, je kunt er wel heul goed geocaches in verbergen (Geocaches? WTF?! Nou, *klik*), dus met een opgetogen gemoed trokken Virginie, Vriend R. en ik door het Schouwen-Duivelse land op zoek naar kleine fotorolletjes, verstopt bij molens. Oud Hollandsch man, mooi hoor.

Op gegeven moment zag ik zoveel molens en fazanten dat als ik zeg maar zou gillen bij elke molen en fazant die ik tegelijkertijd zag, ik constant aan het gillen zou zijn geweest. Wat ik ook een keer deed, maar dat was niet zo'n succes, want Virginie schrok zich een hoedje. Dus toen besloot vriend R. dat er alleen nog maar gegild mocht worden als er een gordeldier en een molen tegelijkertijd opdoken en ja, toen was het natuurlijk best wel rustig de rest van de tourtocht door Zeeland.

Ik zou natuurlijk nog meer kunnen schrijven over dit nogal postmoderne weekend, maar a. sommige dingen zijn gewoon onbeschrijfelijk en b. om het te snappen, moet je de rare kronkels van R., Virginie en mij begrijpen en geloof me, da's voor de meeste mensen onder u niet weggelegd. Daar mag u trouwens denk ik wel blij om zijn. Tenzij u 'raar zijn tot kunst verheffen' ook tot uw levensdoel heeft gemaakt.

Daarom maar een paar mooie foto's van de Zeeuwse akkers en zo.
Zonder mensen. Want als ik u foto's met mensen liet zien, dan viel u nu van schrik van uw bureaustoeltje en bleef u erin. En dat, beste mensen, moeten we even niet hebben. Dus.

SEA ZIERIKZEE BY NIGHT REFLECTION SCHUIM

admin Maandag 22 Maart 2010 at 7:56 pm | | Rosalie | Acht reacties

Twee paparazzi van lik m'n vestje

Ik was vrijdag in Heerenveen.
Daar ging ik heen om mij eens lekker enigszins aan te stellen.
Met oranje kledij en zo aan.
Kijk, ik snap dat u nu denkt: 'Aanstellen? En wat is dat Carnaval dan?'
Nou, dat zal ik u zeggen. Dat is een levenswijze.
Naar Heerenveen gaan met een raar Oranje hoedje, dat is aanstellen.
Maar dat snapt u toch niet.

Afijn. Genoeg gezeverd. Ik was dus in Heerenveen. Bij de wereldbekerfinale van het schaatsen.
Mijn missie daar was: zoveel mogelijk foto's maken van Johann Olav Koss.
Aldus geschiedde, want meneer Koss kwam regelmatig langs in de binnenbaan, terwijl hij zijn Noorse pupillen nauwlettend in het oog hield.
En toen! Toen passeerde Johann Olav Koss opeens mij en mijn zus op drie meter afstand bij de ingang van Thialf, na afloop van de wedstrijden.
En wat deden wij? Wel ja, wij staarden een beetje bleu voor ons uit, ons niet bewust van de nabijheid van onze grote jeugdheld.
'Daar heb je Koss!' riep de schoonmoeder van mijn zus nog uit.
Maar het mocht niet meer baten.
Koss rende de trap op en in plaats van bleu voor ons uit, staarden mijn zus en ik elkaar bleu aan.

Wat betrof het fotograferen van onze schaatsende helden was het sowieso een beetje een pechdag.
'Daar heb je Davis!' riep de schoonmoeder van mijn zus op gegeven moment, toen de Geschwister K. weer bleu voor zich uit stonden te staren.
Ja ja, schoonmoeder L. was een stuk beter in het spotten van beroemde schaatsers dan mijn zus en ik.
Nog snel duikelde ik mijn camera op en maakte een wazig zij-shot van de Olympisch kampioen op de 1000 meter.
'Hij komt vast zo terug,' stelde schoonmoeder L. ons gerust.
En ja, hoor. Even later kwam Davis aanhollen en high fivede een aantal uitgestoken handen.
Mijn zus en ik gooiden onze camera's in de aanslag.
'Weer wazig, godmiljaar!' vloekte ik, nadat ik de foto genomen had.
'Neeeeeee,' brulde mijn zus, 'Die van mij is scherp, maar L. steekt net d'r hand uit, zodat Shani d'r kan high fiven! Nou wel, potdomme L.! Nu zit je hand voor het hoofd van Davis!'
Waarop schoonmoeder L. ons vierkant uitlachte.
En terecht, hoor.
Want wij zijn echt twee paparazzi van lik m'n vestje.
Man man man.



admin Maandag 15 Maart 2010 at 9:54 pm | | Rosalie | Elf reacties

Grootheidswaanzinnig

Ahem. Ahem.
*Kijkt beschroomd om hoekje*
Bent u er nog?
Oh, hallo. Ja, u bent er nog.
Dat is mooi.
En duizendmaal dank.
En slaag voor mij.
En voor Virginie.
Ja nee, u leest dat goed.
Slaag.
En veul.

Maar goed, genoeg nederigheid aan de dag gelegd weer. Nederigheid is niet zo mijn ding, moet u weten. Ja nou, kijk. Als u mij zo kent dan denkt u vast: die is best bescheiden. Maar ho, dat is schijn. Van binnen ben ik namelijk grootheidswaanzinnig, echt waar. Iets met een God in 't diepst van mijn gedachten en zo. En op het moment ben ik bezig met in mijn brein ontzettend grootheidswaanzinnig te zijn. Vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week.
Ik heb namelijk de wildste plannen.
Aan imperialiteit grenzende plannen.

En dus ging ik gisteren eens even meeten met de enige persoon op deze in het heelal zwevende kluit drek die in haar brein net zo grootheidswaanzinnig is als ik. U kent haar wel. Die ene. Virginie.
En dus zaten wij druk gesticulerend in een Mexicaans restaurant.
Ons in het Limburgs druk te maken over alles en iedereen om ons heen.
En terwijl we dit deden, maakten we onze grootheidswaanzinnigheid aan elkaar bekend.
Kijk, en dat is dus het mooie aan Virginie.
Die snapt dan wat ik bedoel.
Ik heb wel eens voorzichtig geprobeerd mijn grootheidswaanzinnigheid voor te leggen aan anderen.
Maar die kijken je dan aan van: 'Huh?'
Als er nou iets is, waar ik helemaal niks mee kan, dan is het wel 'Huh?'

Nadat wij onze aan imperialiteit grenzende plannen met elkaar besproken hadden, gingen Virginie en ik naar de film.
Het werd 'Nine', want dat is met zingen en dansen en zo en ja, dat is nou echt wat voor Virginie en mij.
Dus zaten wij vrolijk en op precies dezelfde momenten swingend in de bioscoop.
Swingend ja. U leest het wederom goed.
Ga maar nooit met ons naar de Zauberfl?te van Mozart.
Want dat was tot nu toe ons meest swingende theaterbezoekje ooit.
Ik vraag me nog steeds af wat de mensen achter ons dachten, daar in de Maaspoort in Venlo.
Wiebelen op klassieke muzak, dat hoort namelijk niet. Dat is niet intellectueel.

Hmmm, wat een onsamenhangend verhaaltje.
Maar ja, daar moet u het maar mee doen.
Het leven is ook best wel onsamenhangend op het moment.
Lees het maar als een metafoor of zo.
Doei.

admin Zondag 07 Maart 2010 at 8:46 pm | | Rosalie | Negen reacties