Hoe Harry aan zijn eind kwam
Vriend R. heeft Harry Mulisch vermoord.
Of beter gezegd, hij heeft 'm doodgelezen.
Ja, dat leest u goed. Doodlezen. Een speciale gave van onze R.
Afgelopen vrijdag zat ik aan den dis met de moordenaar, vriend P. en vriendin M.
'Vrienden,' sprak vriend R. plechtig, 'Ik maak mij ernstige zorgen.'
'Oh ja, joh?' grinnikten wij melig, de ernstige blik in R.'s ogen vakkundig negerend.
We hadden namelijk net wat over poep zitten keutelen en toen ging R. opeens serieus zitten doen. Ja, sorry hoor. De momenten waarop je een serieuze kop opzet, die moet je nauwkeurig uitkiezen, vind ik altijd.
'Mulisch gaat zeer binnenkort dood,' zei R.
Plotseling werd het heul stil aan de tafel. Want ja, het ging plots om onze held. Harry het Fossiel.
'Ja maar ja,' zeiden wij, 'Hij is ook al 300, hè. Het kan niet door blijven gaan.'
'Maar dat bedoel ik niet,' zei R., 'Ik heb hem namelijk doodgelezen.'
'Doodgelezen?!' echoden wij.
'Ja, doodgelezen,' zei R., terwijl hij ons droef aankeek.
Even viel er een pijnlijke stilte.
'Kijk,' zei R., 'Schrijvers die gaan altijd dood als ik hun oeuvre uitheb. Dat is me al drie keer eerder gebeurd. Dus stelde ik het lezen van mijn laatste ongelezen boek van Harry maar steeds uit. Totdat ik er een tijdje geleden genoeg van had en Archibald Strohalm er toch maar bijgepakt heb. En ja... nu is hij dus ernstig ziek.'
'Neeee,' zeiden wij.
'Niet Harry!' huilden wij.
'Moordenaar!' brulden wij, waarna wij met een deegroller, een riek en een brandende fakkel achter R. aanrenden door het centrum van Roermond.
En ja, nu is het zover.
Harry M. is niet meer.
Zucht.
(En ja, het log is even uit z'n winterslaap... dat kon even niet anders).