Nuit Blanche, c'est quoi ça?
U kunt natuurlijk zomaar wat achter de geraniums gaan zitten, maar u kunt dit ook doen met Rosalie (30) en Virginie (27) van Nuit Blanche. Bijna dagelijks verzorgen de dames namelijk een gezellig stukske over 't een en ander. Zo showt Virginie haar briljante taarten en bezigt Rosalie aan de lopende band allerlei rare woorden. En dat allemaal hartstikke graties. Dat moet d'n Ollander toch wel aanspreken, amaai?
Het Nevenlog
De Zusters-Hyves
Archief
Zoeken!
In Memoriam:
De Zwevende Maria
Twittert
En nu heeft tuthola Rosalie ook nog es een twittert aangeschaft. Tweetalig ook nog es. Als dat nou niet wunderbar is, dan weet ik het ook niet meer...
Virginie leest
Rosalie leest
Het mysterie van Brussel
Geschreven door Rosalie
Terwijl Virginie en S. in de stromende regen door de modder aan het struinen waren, struinde ik met mijnheer mijn vader en mevrouw mijn moeder in de stromende regen door Brussel.
'Bah, wat een rotweer,' zei mijn vader.
'Jakkes,' zei ik.
'En die wind, dan!' voegde mijn moeder aan ons zeer positief ingestelde discours toe.
Snel doken we de St.-Hubertus galerij in om aan de nattigheid te ontkomen.
'Bah,' zeiden we weer alledrie hartgrondig, voordat we besloten om ons te verschansen in een fijn etablissement waar ze van die fijne Brusselse wafels serveerden. Vervolgens bezochten we de Grote Markt (Jippie! Mijn allerfavorietste plein) en begroetten we het standbeeld van koning Boudewijn bij de Kathedraal ('Hee Bou, alles kits?') en het portret van Jan van Ruusbroec in de kathedraal ('Jantje! Ouwe rukker!'). We bibberden onze weg door de stad en besloten om maar wat te gaan eten in een restaurantje in een van de zijstraatjes van de Grote Markt.

Toen het eten op was, kochten we nog even wat Brussels kant en precies op dat moment kwam de Grote Kwestie om het hoekje kijken: de grote vraag 'Hoe Kom Je In Godsnaam Brussel Uit?!' drong zich aan ons op.
Al sinds en jaar en dag hebben mijn ouders namelijk vastgesteld dat het een eitje is om Brussel binnen te rijden, maar om de een of andere vage reden is het niet mogelijk om even makkelijk terug te rijden als je gekomen bent. Het mysterie van Brussel, zogezegd.
'Pap!' zei ik, voordat we thuis wegreden, 'Je moet het Belgische ceedeetje van het navigatiesysteem meenemen! Misschien kan dat het mysterie van Brussel oplossen!'
'Strak plan,' zei mijn pa en gewapend met de binnenboordcomputer gingen we op weg.
Toen we de Brusselse parkeergarage uitdraaiden begon het ding al raar te doen.
'Mijn gevoel zegt dat we hier naar rechts moeten,' zei mijn vader, die daad bij woord voegde.
We reden wat rond en plotseling zei het ding: 'Over honderdvijftig meter rechts afslaan'.
'Dat is een eenrichtingsstraat,' zei mijn vader, 'Ik rijd maar even rechtdoor.'
'Indien mogelijk omkeren. Indien mogelijk omkeren,' piepte het navigatiesysteem.
Ja, wij willen dood, navigatiesysteem. Tssssk.
Gelukkig herstelde het geval zich en begon nieuwe aanwijzingen uit te braken.
'Op de rotonde de derde afslag nemen,' zei het navigatiesysteem.
Even later zaten we op een heel erg vreemd (het zou te makkelijk zijn om het 'Belgisch' te noemen) kruispunt.
'Ik denk dat ie denkt dat dit de rotonde is,' stelde mijn vader vast, die praktisch stilstond in het midden van de chaos.
'Rechtdoor,' zei ik, 'Als je hier links gaat dan gaat het volgens mij fout.'
Dat was het navigatiesysteem het met mij eens. Tevreden tuften wij drie keer zo snel als normaal Brussel uit.

Het mysterie van Brussel is geenszins opgelost, maar Truus het navigatiesysteem heeft ons een flink eindje op weg geholpen...

Omdat een weblog ook een beetje educatie is, heb ik trouwens ook even een bescheiden fotoreportage gemaakt van mijn gathering met Jan van Ruusbroec, de al even onbegrijpelijke als legendarische dertiende-eeuwse mysticus uit Brussel. Als u hem niet kent: shame on you! Kent u hem wel? Eert de man! Jan van Ruusbroec is groot! (En razend irritant als je zijn geschriften moeten lezen voor een of ander college over Middeleeuwse literatuur...)


Jan van Ruusbroec!!!

30 Mei '06 - 16:44 | acht
Een dagje Luxemburg in de regen...
Geschreven door Virginie
‘Welke cache zullen we nu doen Virginie?’
‘Uhm, nummer 6 is de dichtbijzijndste…even kijken. Oh, uhm, dat is die waar ik ‘flinke klim’ bij geschreven heb…’
‘Het is hier wel dichtbij. Zullen we er even naar toe rijden en dan kijken hoe het eruitziet?’
‘Ja, dat kunnen we wel doen.’

-- even later --

‘Hey, S,. kijk, hier zitten we er maar een flinke kilometer vandaan en daar loopt een wandelpad.’
‘Zullen we het dan eens vanaf hier proberen? Misschien kunnen we er ook van bovenaf bij komen, dan hoeven we die klim niet te doen.’
‘Dat zou wel heel erg mooi zijn. Laten we het dus maar gewoon proberen.’

‘Hey Virginie, als het pad omhoog net zo steil loopt als dit hier, dan is het inderdaad een flinke klim.’

--Virginie staat nog bovenaan 't steile gedeelte van het pad –-

‘Uhm S., je weet toch dat ik een schijtluis ben hè?’
‘Ja, maar hier wordt het pad veel vlakker.’
‘Uh, ja, daar moet ik dan wel eerst nog zien te komen…’

-- veel kleine schuine pasjes en diepe zuchten later --

‘Inderdaad, het pad wordt hier veel vlakker. Gelukkig is omhoog minder moeilijk dan omlaag. Wel zwaarder, maar minder moeilijk…’

-- veel later --

‘Misschien was het toch niet zo’n goed idee te proberen vanaf een andere kant bij de cache te komen, net waren we er weer maar 400 meter vanaf, nu weer bijna 1 kilometer.’
‘Tja, dat krijg je met een richtingaangever en afstandsmeter die hemelsbreed tellen en bergpaden… Maar als we aan de overkant van dat stroompje moeten zijn, hebben we toch een probleem…’
‘Daar lijkt het pad weer een bocht de goede kant uit te nemen en het lijkt er ook op alsof we daar het riviertje oversteken. We kunnen het beste gewoon doorlopen denk ik.’
‘Yup. Anders hebben we dit hele eind voor niets gelopen.’

-- aangekomen op een punt met een mooi uitzicht --

‘Maar wel een mooi uitzicht.’
‘Ja, wel een mooi uitzicht inderdaad…’
‘Uhm, S., dat daar is toch niet het pad hoop ik.’
‘Wat? Dat? Nee, dat is gewoon een bergkam.’
‘Nee, okee, dan is het goed.’

-- weer veel later, nog steeds stug doorlopend --

‘Uhm, S.?’
‘Ja?’
‘We zijn nu nog maar 200 meter van de cache verwijderd, maar de pijl gaat wel recht de berg in, terwijl het pad de andere kant op lijkt te gaan…’
‘Maar wacht, daar lijkt ook iets van een pad omhoog te gaan.’

-- erbij aangekomen --

‘Kijk, dat lijkt de goede kant op te gaan.’
‘Dat is geen pad.’
‘Maar het gaat wel de goede kant op.’
‘Maar dat is geen pad.’
‘Je kunt daar best omhoog lopen. Zal ik even gaan kijken anders?’
‘Ik ga jou niet vertellen wat je moet doen, dat moet je zelf weten. Ik weet alleen dat ik daar niet ga lopen.’
‘Ik ga wel even kijken, ik bedoel maar, hoe ver kan 200 meter zijn?’
‘Okee, ik wacht hier wel.’

-- vijftien minuten later --

‘S.?…’

-- vijf minuten later --

‘S.?!…’

-- vijf minuten en twee Nordic Walkers later --

‘S.!!’
‘Virginie?’
‘Ja!’
‘Ik kom er zo aan, ik loop even een stukje om.’
‘Okee!’

-- Weer vijf minuten later --

‘Hey S!’
‘Hey, ik heb de cache gevonden. Weet je nog die bergkam?’
‘Ja?’
‘Dat was dus wel het pad.’
‘Wat? Maar daar kun je toch niet overheen?’
‘Het is eigenlijk een heel leuk pad hoor, maar wel steil. Omhoog had je misschien nog wel gekund, maar omlaag zeker niet.’
‘Ben ik toch blij dat ik gewacht heb.’
'Toen ik hier omhoog was gelopen was ik nog 70 meter van de cache vandaan, dus toen ben ik doorgelopen. Maar ik heb nog best lang naar de cache moeten zoeken. Ik was eerst rechts van het pad aan het zoeken, bleek het uiteindelijk aan de linkerkant te liggen...'
'Oh, je had de hint natuurlijk ook niet, want die heb ik hier op het paiertje staan. Ik zal eens kijken wat er staat...'
'Er staat vast iets van 'Links van het pad onder een bosje''
... 'Links van het pad onder het bosje.'

‘En ik heb een hekel aan Nordic Walkers, ik kwam er net nog twee tegen.’
‘Ja, die ben ik ook tegengekomen.’
‘Weet je wat ze zeiden? ‘Nou moet je der nog terug zien te vinden’.’
‘Me terug zien te vinden? Er loopt hier maar één pad! Hoe moeilijk kan het worden?’
‘Zullen we maar terug gaan lopen?’
‘Ja, want nu moeten we nog terug ja. Omhoog. Zo’n drie tot vier kilometer …’
‘Maar we hebben de cache!’
‘We hebben de cache ja, dankzij jou. Want mij was dat dus echt niet gelukt.’
28 Mei '06 - 23:48 | zeven
Een hoed of een fototoestel?
Geschreven door Virginie
Nog geen twee weken terug voltrok zich in 'mijn' Limburg een zaligverklaring waar ik niets van af wist, gisteren nog voltrok zich in 'mijn' gemeente een hoedenparade waar ik niets vanaf wist. Weer moest ik er via de krant achterkomen dat het geweest was. Ik zat er nog geen 10 kilometer vandaan, rustig een beetje te lezen, terwijl ik in mijn onwetendheid dus een hoedenparade miste! Hoeden zijn namelijk heel cool, moet u weten. En het bekijken ervan is nog cooler, wat zeg ik, meestal hilarisch! Geen uitstapje van de monarchie gaat voorbij zonder even naar de hoeden te kijken en Ascot is ieder jaar weer een fijn kijkfestijn

Bij het zien van de foto-reportage in de krant vanochtend (een schrale troost) verwenste ik nogmaals mijn voor hoeden compleet ongeschikte hoofd. Ik had vast en zeker alle deelnemers overtroffen met mijn creatie, had ik een hoedenhoofd gehad. Maar helaas...

Helaas zal dus ook vanavond een hoed geen onderdeel uitmaken van mijn garderobe. "Wat is er vanavond dan?", hoor ik u vragen. Vanavond gaat Virginie meefeesten met de hip & happening in de Nederlandse Musicalwereld. Viavia (bedankt, vriend R.) heeft Virginie namelijk een kaartje voor het Musical Awards Gala van vanavond. Niet zomaar een kaartje natuurlijk, nee, een v.i.p.-kaartje. Voor 1 avond mag ik net doen alsof ik thuishoor op de rode loper. Alleen zonder hoed dus, zonder die perfecte hoed die mijn verder perfecte outfit zou perfectioneren. Zonder die hoed waarmee ik me duidelijk zou onderscheiden van de meute en ik meteen zou worden geadopteerd door de hip & happening, waarna mijn hele leven uit gala's en premières zou bestaan. Waar ik maar in mijn vingers hoefde te knippen voor de hoofdrol in welke film of musical dan ook.

Maar nee, het blijft dus allemaal maar bij een droom. Alleen maar omdat ik geen hoedenhoofd heb.... *zucht* Ik troost me dus maar met de gedachte dat de persoon die achter mij in de zaal zit, blij is met hoed-ongeschikte-hoofd. Want het kan nog best lastig zijn erlangs te kijken...

De hoedenkwestie is dus voorbij. Maar nu zit ik nog met kwestie nummer 2: neem ik een fototoestel mee? Ik ben namelijk niet het fan-type. Ik krijg het nog net voor elkaar te zeggen dat ik 'fan' ben van musicals, maar dat kost al veel. Eigenlijk vind ik namelijk niets ergers dan het aanbidden en wegzwijmelen bij mensen die ook maar gewoon doen waar ze goed in zijn: op het podium hun talent laten zien. Ik vind musicals dan ook gewoon leuk om wat ze zijn, een muzikaal toneelspel, waarbij je al het andere even kunt vergeten. Het gaat me er dan ook om, dat de mensen die op het podium staan, hun rollen goed spelen en zingen. Niet om wie dat zijn. Niet om hoe oud ze zijn, of ze nog vrijgezel zijn, of ze vorige week nog naar de kapper zijn geweest en of ze wel genoeg fruit eten op een dag. Het interesseert me nul komma nul. De story en de privé verdienen aan mij geen geld. Uit principe neem ik dus eigenlijk geen fototoestel mee en al helemaal geen bloknote om handtekeningen op te verzamelen...

Maar ja, door het ontbreken van een geschikt hoedenhoofd, is dit hoogstwaarschijnlijk mijn enige avond temidden van de hip & happening in de Nederlandse musicalwereld... En daar wil ik eigenlijk toch wel een herinnering aan, als is het maar dat het als bewijs kan dienen wanneer ik later aan mijn kleinkinderen vertel, dat oma Virginie ooit nog hip & happening is geweest...

Dus wat moet ik doen? Wel of geen fototoestel meenemen? Ik sta in dubio...
22 Mei '06 - 13:58 | acht
Een beetje...
Geschreven door Virginie
…verliefd is iedereen wel eens, dat weet je. Maar mijn verliefdheid is een beetje over. Vanavond wordt er geschiedenis geschreven. Voor het eerst in ik weet niet hoe veel jaar, kijk ik vanavond niet naar het songfestival. ‘Vanavond komt niet het songfestival, maar de halve finale’, zal een deel van u nu denken. Daar heeft u dan helemaal gelijk in. Juist die splitsing is een van de redenen dat ik geen trouwe kijker meer ben.

Niet dat ik ineens dit jaar van mijn ‘geloof’ gevallen ben hoor. Nee, de grootste deuk kwam toen het live-orkest afgeschaft werd, omdat steeds meer schrijvers gingen zeuren dat hun arrangementen niet goed uit de verf kwamen in een orkest. Vaarwel orkest, welkom geluidsband.

Een andere grote deuk was het afschaffen van de regel dat een land in zijn eigen taal moest zingen. Ook weer omdat veel schrijvers gingen zeuren, omdat ze zich in het Engels veel beter uit konden drukken. En om beïnvloeding op de punten mbt de bergijpelijkheid gelijk te trekken. De liedjes van het songfestival hadden altijd al een typisch deuntje, maar nu klinkt niet alleen ieder liedje hetzelfde, nu is de tekst ook nog eens hetzelfde. Dat was het waarschijnlijk altijd al, maar toen hoorden we dat niet. We begrepen immers toch geen snars van de teksten…

Het continue uitbreiden van het aantal deelnemende landen, maakte het wat mij betreft toch ook wel een steeds moeilijkere zit om uit te houden, vooral aangezien er geen live-orkest of interessant klinkende teksten meer voorbij kwamen… Een act met veel trommelgeweld of schaarsgeklede rondhuppelende vrouwen, is nou eenmaal niet bepaald mijn ding. Een splitsing maakt de zitting per keer wel korter, maar meer dan een keer per jaar songfestival, is toch echt teveel van het goed ‘foute’.

Nee, het leuke is er echt al een paar jaar helemaal vanaf. Daar ben ik ook al datzelfde aantal jaren van overtuigd. Maar uit sentiment om die ‘goede oude tijd’ en een sprankje hoop dat het misschien toch weer die oude sprankeling terug zou krijgen, heb ik de afgelopen paar jaar iedere keer toch op het laatste moment nog de t.v. aangezet om het festival te bekijken. Maar mijn volle aandacht vasthouden, nee, dat lukt het echt niet meer.

Er is eigenlijk nog maar één leuk onderdeel van het songfestival bewaard gebleven. Dat is het commentaar van Terry Wogan op de uitzening. Maar de BBC zendt natuurlijk de halve finale niet uit (ja, op BBC Three, dat hier niet te ontvangen is), aangezien Engeland als een van grootste betalers verzekerd is van deelname aan de finale... Dit jaar heb ik dan ook de knoop doorgehakt. Ik blijf er niet voor thuis, ik neem het niet op en ik zet het er zelfs niet op als ik verder eigenlijk toch niets te doen heb…

Weg zijn dus de dagen dat ik met mijn moeder op de bank zat, blij dat ik tot het einde op mocht blijven omdat ik geen seconde wilde missen, Weg is het stukje papier in mijn hand om bij te houden welke scores ik uitgedeeld zou hebben. Er rest mij niks meer dan fout meeswingen en zingen met de oude liedjes. Zo zie je maar. Vroeger was alles beter…
18 Mei '06 - 21:17 | vijf
Lourdeswatervrees
Geschreven door Rosalie
Afgelopen maandag zat ik een beetje met een dilemma. Ik zat met mijn opgezwollen voet in de lucht en vroeg me serieus af of het ooit nog goed ging komen met diezelfde voet. Verongelijkt staarde ik naar mijn wiebelende tenen en vroeg me af hoe erg een voet eigenlijk op kan zwellen. Tot klompvoetproporties? Ik hoopte toch werkelijk van niet, want een opgezwollen voet van klompvoetproporties lijkt mij niet gezellig en ik wilde al helemaal niet denken aan de eventuele gevolgen van de al even zo eventuele klompvoetmogelijkheid.

Opeens werd het heel stil in mijn villa. Voorzichtig wendde ik mijn ogen in de richting van mijn kast. Ik realiseerde mij namelijk opeens dat daar iets stond wat eventueel van belang zou kunnen zijn bij de genezing van mijn voet: mijn flesje ongeopend Lourdeswater dat ik in de zomer van 2001 uit Lourdes meebracht. Ik fronste mijn wenkbrauwen. Hmmmm, Lourdeswater. Nu moet u weten: ik ben een en al scepsis. Scepsis is my middle name, zogezegd. Vooral wanneer het dit soort zaken betreft. Ik heb dan ook voortdurend hoofdschuddend door Lourdes gelopen en de waanzin met eigen ogen aanschouwd. Ik vind het prachtig dat sommige mensen zo kunnen geloven, maar ik ben gewoon bang dat het allemaal een grote poel van zelfbedrog is en daar moet je altijd mee uitkijken, met zelfbedrog.

Mijn oma ging vroeger regelmatig met de bus naar Lourdes, samen met mijn overgrootmoeder. Die twee konden echt geweldige verhalen over deze reizen vertellen. Over een godsdienstwaanzinnig medereiziger bijvoorbeeld, die ze hadden wijsgemaakt dat Jezus bij hun thuis in de perenboom verscheen (ze hadden geloof ik niet eens een perenboom) en die dus dolgraag langs wilde komen om het wonder te aanschouwen. Of over een vervelende priester die de groep begeleidde en wiens jasje ze gepikt hadden om de armsgaten dicht te naaien en nog meer van dat soort ongein. Dolle boel daar in Lourdes, zoveel werd altijd uit hun verhalen duidelijk. Maar toen ik ouder werd, wilde ik gewoon weten hoe het nou echt zat daar aan de rand van de Pyreneeën.
'Oma, zie je daar rare dingen?' vroeg ik op een goede dag aan mijn grootmoeder.
'Nee,' zei mijn oma, 'Maar er hangt wel een heel raar sfeertje. Je moet er maar eens heengaan, dan zul je het zelf ook wel merken. En dat water, dat is echt iets vreemds. Ik heb hier nog een fles staan uit de jaren '60 en die is helemaal nog niet groen uitgeslagen of zo. Zet maar eens gewoon water een jaar in een flesje, dat wordt echt vies. En die baden die zijn ook vreemd. Ik ben een keer in zo'n bad gegaan daar en als je eruit komt ben je meteen droog. En iedereen gaat erin. Jong, oud, mensen met open wonden en weet ik veel wie nog meer.'
Ik keek mijn oma vies aan.
'Bah zeg,' zei ik.
'En toch is het waar,' glimlachte mijn oma.

Toen mijn overgrootoma op sterven lag, zaten mijn oma en mijn moeder aan haar bed. De armen van mijn overgrootmoeder waren helemaal opgezwollen en bezorgd zagen mijn oma en mijn moeder het aan.
'Zeg T.,' zei mijn oma tegen mijn moeder, 'Dit klinkt misschien heel gek, maar ik heb een fles Lourdeswater bij me. Zou ik dat eens op haar armen doen? Misschien werkt het.'
'Hmmm,' zei mijn moeder die over dezelfde gezonde scepsis beschikt als ik, 'Baadt het niet, dan schaadt het niet, toch?'
'Ja, precies,' zei mijn oma nuchter, 'Dat dacht ik ook.'
En dus ging de fles Lourdeswater uit de jaren '60 open en voorzichtig koelde mijn oma de armen van overgrootmoeder met het water.
'Je gelooft het niet,' zei mijn moeder toen ze thuiskwam en verslag uitbracht van haar bezoek, 'Maar het werkte. Binnen twee minuten waren haar armen weer helemaal normaal. En ze hadden al vanalles geprobeerd daar in dat ziekenhuis.'
'Jakkes,' zei ik.
Want laten we eerlijk zijn, je wilt toch niet dat zoiets werkt?!

Scepsis is leuk, maar sommige dingen brengen het dan toch wel aan het wankelen. Sinds die dag ben ik eigenlijk een beetje bang voor Lourdeswater. Ik heb dat potje hier dan wel staan, maar denk maar niet dat ik het aanraak. Ik durf het niet eens open te draaien. Vreemd genoeg heb ik het wel meegenomen naar Parijs toen ik daar studeerde, Joost mag weten waarom. Joost mag evengoed weten waarom ik bang voor dat flesje ben en al helemaal als het eventueel zou werken. Ik ben toch ook niet bang voor paracetamol? Dus daar zat ik, met mijn been in de hoogte. Starend naar mijn kast. No way dat ik dat flesje eruit ging halen en wat van het water op mijn voet ging smeren. Stel je voor zeg! Het mocht eens werken. Wat moet je dan met zoiets als moderne sceptische vrouw? Bekeren is de enige optie en daar had Rosalie absoluut geen zin in. Dus deed ik wat gewoon water op mijn voet en stelde vast dat dat in ieder geval geen donder hielp, dus toen durfde ik het Lourdeswater er al helemaal niet meer bij te halen. Nu was immers de mogelijkheid om een eventuele werking af te schuiven op de koelende werking van water in het algemeen al helemaal van de baan. Ik liet het flesje het flesje en ging verder met het wiebelen van mijn tenen.

Echt mensen, Lourdeswater is zooooo 1964.
17 Mei '06 - 22:36 | acht
De moeder teresa van de lage landen
Geschreven door Virginie
Jawel, Nederland heeft het. Sterker nog, Limburg heeft het. De eer om de eerste zaligverklaring buiten Rome mee te maken. Ongetwijfeld lag u allen al vanaf 6 uur ’s ochtends voor de Sint-Christoffel te Roermond, om de beste plaatsen in de kathedraal te kunnen bemachtigen. Of zat u allen met uw neus vastgekluisterd aan de buis in de hoop toch ergens een live glimp op te vangen van de zaligverklaring? Of heeft u, net als de meeste mensen, alleen ’s avonds een kort berichtje erover op het journaal gehoord… Net als ik, helaas.

Heeft onze eerwaarde Paus begrepen dat het geloof misschien weer eens wat dichter bij de mensen gebracht moet worden, de media hebben dit nog niet helemaal meegekregen. Want de Paus heeft natuurlijk niet besloten dat een zaligverklaring voortaan niet meer in Rome hoeft te gebeuren, omdat Rome de stroom van zaligverklaringen niet meer aankan… Los van de reden, ik denk dat het een geweldige ervaring was geweest om erbij te zijn. Ook al vind ik het opgraven en afhakken van Teresa’s hand voor het relikwie een beetje ver gaan. Dat gebeurde dan gelukkig ook niet in de kathedraal tijdens de zaligverklaring.

Maar even terug naar onze bijna-heilige. Moeder Maria Teresa hielp tijdens haar leven (1855-1938) de daklozen en de kinderen. Dit deed ze met zoveel toegave dat in 1953 het proces van de zaligverklaring in gang werd gezet. Maar 1 ding miste nog. Geen zalige zonder een wonder namelijk. Ruim 40 jaar later was het dan zover: een voetschimmelinfectie verdween op mysterieuze wijze nadat de eigenares ervan, die door verschillende artsen niet genezen kon worden, een paar novenen tot onze Maria Teresa bad. Het wonder was dus geschied en Maria Teresa is nu de eerste die zalig is verklaard in haar eigen bisdom.

Zelf deel ik mijn naam met een heilige. Oke, de kans daarop is inderdaad ook wel vrij groot, maar dit is niet zomaar een heilige. Dit is een heilige die haar leven lang aan de meest gruwelijke kwalen en ziektes heeft geleden, om zo het leed van anderen te verkleinen:

“Op een vastenavond hoorde ze in haar buurt veel mensen zoals gebruikelijk tekeer gaan. Toen smeekte zij Onze Lieve Heer om een nieuwe ziekte ten teken dat zij Hem welgevallig was en dat Hij de veroorzaker was van alles wat haar overkwam. God verhoorde haar gebed en gaf haar een vreselijke pijn in haar been, waarvan ze tot Pasen zo’n last had, dat zij Hem niet meer om nieuwe kwalen wilde verzoeken. Toch vertelde ze, dat ze haar eerdere leed graag had gedragen.”

Zoals de meesten wel weten, heeft Rosalie op dit moment ook last van haar voet / been. Mijn advies? Probeer eens tot mijn Heilige Naamgenoot of onze zalige Maria Teresa te bidden. Je weet het maar nooit…
16 Mei '06 - 21:40 | twee
Oude koeien
Geschreven door Rosalie
Ik lag afgelopen nacht eens na te denken over het verschijnsel vriendschap. Dat heb je zo af en toe wel eens. Heel soms komt er namelijk iemand op je weg die een probleem heeft en dat op jou probeert af te schuiven met de vraag: 'Zeg, wil jij nog vrienden met mij zijn of niet?'
Ik ben dan altijd blij dat ik door schade en schande wijs ben geworden en ondertussen tot de jaren van verstand ben gekomen en heb leren inzien dat vriendschappen niet zo zwart-wit zijn als personen met problemen ze altijd zien. Dat er een groot grijs tussengebied is, waarin mensen gewoon vriendelijk tegen elkaar zijn. Waarin je rekening houdt met elkaars zwakke plekken, elkaars karakterfouten en waarin je je ook wel eens ergert, maar je toch tot de conclusie kunt komen dat het soms beter is te zwijgen en niet alles er zomaar uit te flappen waarmee je een vriendschap eigenlijk alleen maar uit het grijze tussengebied trekt en zwart-wit maakt.

Tijdens deze nachtelijke gedachtengangen kom ik altijd tot best diepe inzichten. Overdag ben ik altijd kwaad en roep ik om de haverklap: 'Godverdomme! Dit is toch niet waar? Vette dikke kutzooi! Laat mij toch me rust, stelletje randdebielen!' maar 's nachts komt gelukkig altijd mijn ware ik bovendrijven die dan zegt: 'Nou, misschien ben jij ook wel een beetje raar. Steek nou eerst maar eens je hand in eigen boezem. Dat heb je van je ouders geleerd en het zou een grote winst voor de mensheid zijn als iedereen dat eens deed. Als je dan jezelf geanalyseerd hebt in deze, dan mag je best nog wel even duidelijk doch vriendelijk zeggen wat je van de ander verwacht.'
Op het moment dat ik die conclusie trek dan lach ik even en denk: 'Ja!'

Een ander inzicht dat ik vannacht kreeg is dat ik eigenlijk echt niet van de Oude Koeien ben. Ik heb dan ook erge moeite met mensen die dat wel zijn. Of laat ik het zo zeggen: op zich heb ik geen moeite met mensen die van de Oude Koeien zijn, maar die kunnen er dan maar beter voor zorgen dat er geen Oude Koeien tussen hen en mij in komen te staan. Want dan kunnen ze het (om even in het Campina-jargon te blijven) shaken. Rosalie weigert pertinent om Oude Koeien bij de hoorns te vatten! Voortslepende kwesties zijn mijn kwesties niet, want ik kijk liever vooruit dan achteruit. Gelukkig, dat wel...
13 Mei '06 - 17:44 | zes
In de bus hoor je nog eens wat...
Geschreven door Virginie
“…Ja, maar je kunt niet iedere dag friet eten.”

“Nee, is goed spul hoor, maar wel vettig. Nee, friet kun je niet iedere dag eten. Maar mijn heroïneverslaving weerhoudt me ook van eten hoor. Ik krijg ’s ochtends echt geen hap door mijn keel. Ik moet echt eerst minstens twee ladingen in mijn lijf hebben voor ik iets kan eten. Het is eigenlijk nog best knap dat ik nog zo ‘dik’ ben.”

“Wat zei je als laatste?”

“Dat het eigenlijk nog best knap is dat ik nog zo dik ben, de meeste zijn echt van zo graatmager, maar ik ben nog heel redelijk.”

“Maar op een gegeven moment houdt je lijf er toch mee op? Van al die heroïne?”

“Ach nee joh, helemaal niet. Ik ben al 21 jaar bezig. Ik ben nu al 37 jaar oud en een echt zwervertje. Ik heb ook wel eens een woning gehad, maar ik hou toch meer van de vrijheid van ’t zwerven.”

“Maar vind je Nijmegen dan een betere stad om te zwerven dan een andere?”

“Ja, Nijmegen is mijn stekkie! Ik ken hier iedere tegel, iedere straat, iedere plek waar ze aan het bouwen zijn, alles. Ik ben hier opgegroeid, ik ben een echte Nimwegenaar.

Leven je ouders nog?”

“Ja, allebei nog, die wonen nog in Lent waar ik ook geboren ben.”

“Kom je er nog wel eens op bezoek? Zie je ze nog wel eens?”

“Nee, nou ja, mijn moeder komt wel op bezoek wanneer ik in de bajes zit.”

“In de bajes?”

“Ja, je wordt nogal eens bekeurd als je op straat leeft.”

“Oh ja?”

“Ja, je doet allerlei dingen die niet mogen. Drinken op straat, roken op straat… En dat mag niet. Je mag in een telefooncel geen dope roken.
Maar het wordt wel steeds zwaarder hoor. Want de mensen op het station bijvoorbeeld geven steeds minder, dus ik moet hard werken om eraan te komen.”


“Maar denk je dan nooit als je wakker wordt, laat ik mijn leven eens positiever aanpakken? Om ergens voor te staan?”

“Maar ik sta ergens voor! Ik moet telkens hard werken om aan het geld te komen. Ik kan ook gaan stelen, das heel makkelijk. Dan ben ik in een half uurtje klaar. Maar ik sta ervoor dat ik ervoor werk. Dat ik niet de samenleving tot last ben.”

“Maar je doet alsof je de keuze hebt tussen ervoor werken of stelen, maar je kunt toch ook afkicken?”

“Maar wat nou als je er echt verslaafd aan bent? Geestelijk bedoel ik. Kijk, lichamelijk zit je er sowieso aan vast, maar dat kun je nog wel doorbreken. Maar als je er geestelijk echt aan vast zit. Soms ben ik wel eens 2-3 jaar clean, en dan gaat het wel, maar dan mis ik toch weer die vrijheid.”

“Maar de menselijke geest is sterk hoor, de jouwe misschien niet, maar de geest kan meer dan je denkt hoor.”

“Ik heb een hele sterke geest hoor. Ik dwing mezelf iedere dag om hier bij deze halte uit te stappen en te gaan werken voor mijn heroïne. Daar is kracht voor nodig hoor. Maar goed, ik ga er nu dus uit, dusse tot ziens dan maar!”

“Uh ja, doeg en succes dan maar…”



Tja, dat is toch weer eens wat anders dan het zoveelste gesprek over de kleinkinderen of het weer op te vangen…


12 Mei '06 - 21:18 | vijf
Blaarklijkelijk
Geschreven door Rosalie
Ik heb momenteel vette herrie met een blaar. Ja ja, een blaar. Op mijn rechterhiel. Afgelopen maandag was ik namelijk met vriendin E. uit Moskou in Amsterdam en toen heb ik een beetje te veel gelopen. Normaal zou ik namelijk na een bezoek aan de Albert Cuyp de tram terug nemen naar minder afgelegen oorden, maar vriendin E. had geen strippenkaart en tja, daar ga je al...

Wat het vervelende is van mijn blaar is dat het een beetje een sneaky blaar is. Hij zit er dus al sinds maandag, maar pas sinds vandaag doet ie raar. Zal je net zien. Ik stond te werken in het magazijn bij F. (Joy, doosjes uit elkaar halen en in containers werpen en me dan vooral verbazen over het feit dat mannen echt niet kunnen werken en praten tegelijk, maar dat terzijde...) en voelde dat de achterkant van mijn hiel begon te bonken.
'Krijg nou wat,' dacht ik bij mezelf, 'Dit is niet zo mooi!'
Een klein uurtje later kon ik alleen nog maar wat strompelen, iets wat ervoor zorgde dat ik de lachers op mijn hand kreeg, maar ook niet meer dan dat.

Eenmaal thuis aangekomen, schopte ik mijn schoenen uit en trok mijn lelijke slippertjes aan. Doe deed ik het ondenkbare: ik ging op mijn slippertjes de stad in, ik moest namelijk even een nieuw paspoort fixen en dat kan altijd goed op donderdagavond, dus er zat weinig anders op. Op slippertjes de stad in, ja ja. Dat is eigenlijk echt ondenkbaar voor mij. Campingkledij in de stad? Mwoh, nee. Maar ja, met een megablaar achter op je voet (waarmee je trouwens met geen mogelijkheid meer in je hippe rode schoenen komt) zat er weinig anders op. Flip flop. Door de Nijmeegse binnenstad.

Nu zit ik hier best wel een beetje te balen. Met een speciale blarenpleister op mijn blaar. De hiel van mijn voet is dik en warm. De spieren in mijn been protesteren, want door de blaar heb ik vandaag heel raar gelopen, waardoor het nu lijkt of ik een houten been heb. De spieren boven mijn hiel protesteren het meest, het lijkt wel of de pijn van de blaar door hen heen naar de rest van mijn been trekt. Joechei. Morgen moet ik weer werken bij F., lekker de hele dag staan met mijn vriend de blaar. Morgenvroeg om zes uur zal het Uur U aanbreken. Ik vermoed dat ik dan al helemaal een stijf been heb en dat ik er niet eens op kan staan (uitgaande van een vergelijkbare ervaring die ik ooit eens gehad heb na een avondje schaatsen in Parijs, maar dan aan beide benen).

Ik zal blij zijn als mijn leven zich weer 24 uur verder ontwikkeld zal hebben. Misschien is het dan over, hetzelfde of lijkt een amputatie van mijn rechtervoet bijna noodzakelijk. Het zal me werkelijk worst wezen. Blaarklijkelijk ... eh klaarblijkerlijk ben ik echt aan weekend toe!
11 Mei '06 - 20:40 | elf
*Boing!*
Geschreven door Virginie
Gisteren waren ze er nog niet. Vandaag ineens wel. De tussenschotjes in het bushokje. Tot gisteren was het bushokje dus eigenlijk geen echt ‘hokje’. Meer alleen een overkapping, die bij wind en regen geen enkele soelaas bood. Maar dat is nu voorbij, zelfs tijdens een enorme plensbui met windkracht 10, kun je nu veilig en droog (nou ja, bijna dan) op de bus gaan staan wachten.

Er is slechts 1 klein (tijdelijk) minpuntje. Al jaren loopt iedereen ‘door’ het bushokje. Dat is nou eenmaal net 2 passen minder ver lopen. En het is niet alsof er iets in de weg zit… Al de allereerste dag dat ik naar mijn stekje verhuisde, besefte ik dat het goed fout zou gaan, als men ooit op het idee kwam de tussenschotten te plaatsen. Nadat mensen jarenlang, dag in dag uit, ‘door’ het bushokje zijn gelopen, komt er ongetwijfeld die ochtend waarop iemand zijn vaste route loopt naar de bushalte, diep in gedachten verzonken natuurlijk, en dan ineens: * Boing! *

Ik had geluk vanochtend. Halverwege de fatale stap merkte ik ineens dat er iets niet klopte en bleef gelukkig meteen stilstaan, mijn neus nog 2 centimeter van het plexiglas tussenschot verwijderd. Blijkbaar was van de trap vallen lomp genoeg om de komende tijd niet meer het slachtoffer te hoeven zijn van nieuwe lompe acties.

Stiekem zou een deel van me zich nu eigenlijk in de bosjes bij het bushokje willen verstoppen, met een camera in mijn hand, om te zien hoeveel mensen wel de fatale stap zetten. Maar daar voel ik me dan toch net iets te oud voor…
10 Mei '06 - 13:16 | zes
Neurootje
Geschreven door Virginie
Virginie is een neurootje. Een prettig neurootje, dat dan weer wel. Althans, ik vind mezelf een prettig neurootje. Een neurose heeft in mijn ogen veel te vaak meteen een negatieve klank. Natuurlijk, een zware neurose is geen pretje, voor de persoon zelf niet en niet voor zijn omgeving. Maar wanneer ik gelukkig word van het simpele feit dat mijn handdoeken netjes gevouwen en op kleur gesorteerd in de kast liggen, dan is dat toch alleen maar mooi? Ik word gelukkig van iets wat me niets kost en niemand anders tot last is. Bovendien krijg ik geen suïcidale neigingen wanneer het een keertje niet op kleur gesorteerd ligt. Niets mis mee dus, zo'n ongevaarlijk neurosetje.

Een keer een saai college? Geen probleem. Geef me gewoon een pen en een stukje papier en ik hou me wel bezig, zonder verder iemand te storen.

Een keer een college waarbij ik alleen moet luisteren en opletten? Geen probleem. Geef me gewoon een pen en een stukje papier en ik kan aandachtig luisteren zonder dat mijn gedachten afdwalen (wat hoe dan ook gebeurt wanneer ik niet tegelijkertijd ‘doodle’).

Zo heb ik inmiddels al een aardige verzameling blaadjes zoals DEZE, waar Freud waarschijnlijk een hele dag-excursie van zou kunnen maken. Uiteindelijk hoop ik er ooit een muur mee te kunnen behangen. Dat is weer eens wat anders, nietwaar?

Maar niet iedereen is altijd even blij met mijn kleine neurotische trekjes. Een van die trekjes is namelijk ook dat ik bij (bord-)spelletjes graag ‘mijn’ poppetjes of steentjes etc. sorteer of in een leuk patroontje leg (ziet u ook al een patroontjesthema zich ontwikkelen?). Een spelletje waarbij je heel leuk de overgebleven steentjes netjes kunt stapelen of in een patroon kunt leggen is scrabble. Nog zo’n spelletje is rummikub. En het was tijdens een avondje rummikubben dat iemand anders last kreeg van mijn neurotische trekjes. Om een of andere, voor mij onbegrijpelijke reden, kon deze persoon er niet, maar dan ook echt absoluut niet tegen, dat ik de steentje stapelde. Okee, geen probleem dan stapel ik de steentjes niet, het is geen dwangneurose dus ik heb nergens last van. Behalve dan misschien een lichte verveling aangezien ik nu niks meer tussen mijn beurten door te doen had.

De volgende avond werd er weer gerummikubd. Aangezien stapeltjes uit den boze waren, begon ik patroontjes te leggen (wat ik stiekem zelfs nog leuker vind). Heel onschuldig allemaal. Ik ga niet schreeuwen en tieren wanneer iemand een steentje pakt en mijn patroon verpest. Integendeel! De uitdaging is juist met zo min mogelijk verschuivingen weer een kloppend patroon te creëren. Maar ook het leggen van patroontjes was genoeg om diezelfde persoon hoorndol te drijven. Dus ook daar hield ik braaf mee op (waardoor weer een lichte verveling toesloeg… maar dat heb ik wel voor iemands geestesgezondheid over).

Maar wie heeft er nu eigenlijk het grootste probleem? Ik met mijn kleine neuroses waar ik gelukkig van word en die me bezig houden? Of de persoon die mij voor gek verklaart, terwijl die persoon zelf gek word van iemand anders die een paar onschuldige patroontjes legt…?
08 Mei '06 - 22:08 | twaalf
De R zit niet meer in de maand, maar waar zit hij dan?!
Geschreven door Rosalie
Veel van mijn avonturen beginnen tegenwoordig met een telefoontje van het uitzendbureau. Zo ook afgelopen dinsdag.
'Hee E.! Kun jij vrijdag huisjes poetsen in een bungalowpark bij Venray?'
'Yo! Tuurlijk!'
'Kun je er dan ook naartoe rijden met een paar anderen in de auto? Wij regelen de auto wel.'

(Nu moet u weten: ik haat autorijden. Ik haalde mijn rijbewijs pas na vier keer en volgens mij ben ik toen ook nog dik gematst. Door een examinator die uit Maastricht kwam en mij mededeelde dat wanneer ik in Maastricht zo invoegde als ik dat tijdens het rij-examen gedaan had dat ze me dan geheid van de sokken zouden rijden. Typisch Maastrichts weer. Die mensen denken echt dat heel Limburg om hen draait en dat ze een soort Parijs zijn, of zo...)

Maar goed. Na deze vraag van het Meisje van het Uitzendbureau aarzelde ik even, maar ik besloot om het toch te doen. Rijden schijnt best leuk te worden als je het vaker doet en ik ben altijd erg voor het doen van dingen die ik vreselijk of eng vind (want anders verandert er nooit iets en leer je nauwelijk iets bij in het leven en dat kan ik al helemaal niet uitstaan), dus sprak ik de voor mij historische woorden:
'Ja, is prima. Ik rijd wel.'

Vanochtend brak het Uur U uiteraard zonder genade aan. Dat is altijd zo met het Uur U. Of D-Day (om even in de 4 en 5 mei terminologie te blijven). Ik stapte het uitzendbureau binnen en kreeg de sleutel van een hippe grijze en splinternieuwe Volkswagen Polo overhandigd.
'Meisjes!' zei ik tegen de meiden in mijn auto, 'De laatste keer dat ik reed was afgelopen zomer toen ik een geleende tent terug ging brengen naar een vriendin in Wageningen, dus wees gewaarschuwd.'
Mijn bezwaren werden lachend weggewuifd, maar zoals dat altijd gaat in dit soort situaties: God strafte onmiddellijk.
Vol goede moed zette ik de auto in de eerste versnelling, trapte de koppeling in en gaf gas. De motor sloeg natuurlijk meteen af. Een spiksplinternieuwe Volkswagen Polo is duidelijk andere koek dan een halfdode rode Mitshubishi Colt uit 1984.
Daar gaan we al, dacht ik bij mezelf, als we om elf uur in Venray zijn, mogen we blij zijn!
Maar goed, ik vond het koppelingspunt en begon te keren op de weg. Toen ik terug wilde zetten om iets meer te draaien, begon de ellende helemaal.
'Waar zit hier godverdomme de achteruit?' zei ik, al behoorlijk pissig, 'Naast de 1?! Wat een kutauto, zeg!'
Dus ik maar duwen en duwen tegen die pook, maar ja. Die gaf geen sjoege natuurlijk.
Ondertussen stond ik dwars op de weg* en kon eigenlijk alleen maar vooruit, wat zou betekenen dat ik een wit bestelbusje zou rammen. Vrouw achter het stuur, bloed tegen het witte bestelbusje. Nee, dat leek me geen goede optie. Dus wendde ik me tot mijn medepassagiers.
'Wie van jullie heeft er een rijbewijs?' wilde ik weten.
'Ik!' klonk het vier keer als uit één mond.
Wil iemand mij dan godverdomme uitleggen waarom ik dan moet rijden?!
'Ik wil het wel proberen,' zei het meisje naast me.
Links van onze auto stond een man in een donkerblauwe auto te wachten die echt helemaal in een deuk lag en hoogstwaarschijnlijk iets dacht als: 'Vijf vrouwen in een auto en niet een van hen kan rijden. Zie je nou wel!'
'Ik vind de achteruit ook niet!' zei het meisje naast me verongelijkt, nadat we van plaats gewisseld hadden.
'Nou, dat gaat lekker,' zei ik grinnikend.

En toen geschiedde een wonder: het witte busje reed weg, waardoor wij net genoeg ruimte kregen om te keren!
De Heer zij geloofd!
F. draaide de auto vakkundig langs de geparkeerde auto's en we wisselden van plaats. Vanaf dat moment ging het gelukkig goed, want als dat ding eenmaal vooruit rijdt dan kan ik best wel autorijden.
'Hee!' zei ik in de pauze van het werk tegen de jongen die de andere auto van het uitzendbureau bestuurd had, 'Kun je mij vertellen waar de achteruit van die rotauto zit, anders staan ik hier morgen nog en ondanks het feit dat ik dol op Limburg ben, heb ik daar toch niet zo'n zin in!'
'Ja, dat ontdekte ik ook per toeval,' grinnikte hij, 'Ik sloeg per ongeluk op die pook en toen merkte ik dat ik hem in kon drukken om hem zo in de R te zetten.'
'Godverdomme,' zei ik, 'Waarom kunnen ze dat ding niet gewoon onder de vijfde versnelling zetten? Rare Duitsers, altijd gelazer met die gasten.'

Maar goed, 61 jaar geleden werden wij van de Duitsers bevrijd, vandaag werd ik bevrijd van mijn fobie voor het achteruit rijden in Duitse auto's. En zo was het kringetje weer rond...

*In feite een flash back naar twee van mijn rij-examens, waar ik bij het keren op de weg zakte op het feit dat ik dwars op de weg stond en niet meer wist wat ik moest doen...
05 Mei '06 - 22:16 | veertien
Kunst en vliegwerk
Geschreven door Virginie
Om architect te worden, moet je geloof ik van een apart slag mensen zijn. Van het slag mensen dat niet alleen vreemde ideeën krijgt, maar ze vervolgens ook nog eens in een bouwtekening van een echt gebouw gaat verwerken. Hierdoor krijg je de meest vreemde en lelijke dingen. Nou valt er over smaak natuurlijk niet te twisten, maar sommige dingen….

Zoals de nieuwe tandartsen- en orthodontistenpraktijk aan de St. Annastraat in Nijmegen. Die ziet er zo uit:
Kozijnen?

En ja, die kozijnen steken inderdaad een halve meter uit het gebouw. Na mijn eerste reactie op het zien van dit architectonische hoogstandje (Gatverdamme, wat is dat?), rijst er bij mij maar 1 vraag op: het eeuwenoude waarom? Wat zou in hemelsnaam de achterliggende reden voor deze uit de kluiten gewassen springplank zijn?

Is het a) inderdaad een springplank en zijn ze tot nu toe nog vergeten het zwembad eronder aan te leggen?
Of optie b) het is een springplank om het ‘leven’ van een suïcidaal persoon te vergemakkelijken. Naast het feit dat dergelijk gedrag waarschijnlijk beter niet gestimuleerd kan worden, zou ik dan ook voor een hogere verdieping dan de derde hebben geopteerd.
Optie c) we willen de bewoners van deze appartementen tunnelvisie bijbrengen.
Optie d) bij het tekenen schoot ineens de arm van de architect uit, juist op de dag dat hij zijn leesbril was vergeten.
Of is het tenslotte dan toch optie e) een bezuinigingsmaatregel van de gezondheidszorg, die voor de dentale zorg geen anesthesie meer vergoed en via deze springplank een ‘natuurlijk’ en goedkoop alternatief wil bieden?

Hoe dan ook, geen van bovenstaande redenen lijkt mij goed genoeg om dit lelijke (en waarschijnlijk zeer onpraktische) aanhangsel te rechtvaardigen.

Het deed mij denken aan het ‘nieuwe’ bejaardenhuis in Bergen, waar ik altijd met de bus langs hobbel. Als dakbedekking heeft men daar gekozen voor iets revolutionairs: planten. Op het schuine dak zijn geen dakpannen gelegd, maar een laagje aarde, met daarop allerlei soorten grassen, mossen en andere kruipende planten. Het laat zich niet raden welk ‘mopje’ al snel de ronde ging doen in de streek:

“Zeg Sef, wets dich nog ein good bejaardenhoes veur mien elders?”
“Och Baer, dan mosse in ‘t bejaardenhoes van Bergen zien, doa kunne de aldjes alvas oefenen mit onger de grond ligge.”

(“Zeg Jan, weet je nog een goed bejaardenhuis voor mijn ouders?”)
(“Ach Klaas, dan moet je naar het bejaardenhuis van Bergen gaan, daar kunnen de oudjes alvast oefenen in het onder grond liggen.”)

Architecten, ze zouden eens allemaal verplicht een half jaar in hun eigen creaties moeten wonen. Want het is werkelijk een slag apart.
05 Mei '06 - 21:20 | negen
Dakloos
Geschreven door Rosalie
Ik zat afgelopen vrijdag met Virginie in de bus tussen Nijmegen en Venlo en zoals gewoonlijk hadden we overal commentaar op.
'Ik vind een huis met een dak erop toch echt significant mooier,' zei ik tegen mijn medelogster toen we langs een soort van vinex-locatie kwamen.
'Eh, ja!' grinnikte Virginie, 'Dat mag ik toch hopen! Een huis zonder dak lijkt mij niet handig wanneer het regent.'
'Je weet best wat ik bedoel,' grinnikte ik ook, 'Een huis met zo'n pannendak.'
Het was even stil.
'Alhoewel,' merkte ik even later op, 'Mijn ouders hebben geen pannendak meer op hun nu niet meer zo nieuwe huis en eigenlijk mis ik het niet echt.'
'Nee, bij het huis van je ouders is het inderdaad wel okee,' was Virginie het met mij eens, 'Maar ik vraag me wel nog altijd af of het nog steeds zo is dat een huis met een plat dak meer kans op lekkage heeft. Dat was een aantal jaren geleden wel nog zo, namelijk.'
'Dat denk ik wel,' zei ik, 'Er blijft altijd vanalles bovenop liggen, zoals bladeren en zo. Bij een pannendak glijdt dat allemaal naar beneden.'
'Hmmm,' Virginie knikte instemmend.
'Hmmm,' was ik het met haar eens, 'Ik zat net te denken, toen mijn ouders nog een dak hadden hebben ze het in vijfentwintig jaar maar een keer laten repareren of zo...'
'Hahahahaha,' grinnikte Virginie, 'Toen je ouders nog een dak hadden, hahahaha. Zijn ze nu dan dakloos?'

Moraal van dit verhaal: wil je een leuk en hilarisch leven? Neem dan een plat dak en vertel iedereen dat je geen dak hebt. Tsjongejongejonge.
03 Mei '06 - 13:15 | vijf
Druk in de keuken
Geschreven door Virginie
Virginie was een paar daagjes stil op dit log. Niet omdat ik er misschien nu al geen zin meer in zou hebben hoor! Nee, haal maar weer gerust adem, ik blijf de geïnteresseerden nog wel even lastig vallen samen met Rosalie. Nee, ik heb niets geschreven omdat ik veel te druk in de keuken bezig was...

Enige maanden geleden alweer werd ik namelijk op een dag wakker met het krankzinnige idee in mijn hoofd dat ik zelf bonbons wilde maken. Hoe ik bij dat idee kwam? Ik heb geen flauw idee, maar het idee had zich in mijn brein goed vastgenesteld, dus ik moest en ik zou een poging wagen. Na een lange zoektocht wist ik aan de ingrediënten te komen die ik wilde (gelukkig woon ik vlak bij Duitsland, daar kennen ze het begrip 'zelf in de keuken bezig zijn' nog, in tegenstelling tot de hier alom heersende opvatting 'hoe minder tijd in de keuken hoe beter'). Maar goed, de eerste keer had ik meteen al een redelijk succes, dus sindsdien maak ik zo en af en toe eens wat bonbons, iedere keer weer een beetje kunstiger en handiger en met nieuwe ideeën voor vullingen.

Deze keer ben ik, al zeg ik het zelf, weer best trots op mijn creatie, dus heb ik er een mooi fotootje van gemaakt dat HIER te vinden is, maar natuurlijk ook onder 'Creatief'.

Mocht u zelf nu ook jeukende vingers krijgen en de uitdaging aan willen gaan, dan sta ik open voor al uw vragen. Maar neem wel deze waarschuwing goed in acht: het is een zeer tijdrovend en precies werkje, dat bij een goede uitvoering zeer slecht kan zijn voor de lijn ;-)

Mijn volgende uitdaging in de keuken is het maken van een decadent versierde taart voor het afstuderen van een vriend. Ik zal u op de hoogte houden...
01 Mei '06 - 11:29 | zes