Vanochtend lag er een boom op de rails. Tussen Veenendaal en Driebergen. Ik fronste mijn wenkbrauwen toen huisgenoot F. het nieuws dropte net voordat ik het pand wou verlaten en dus besloot ik om nog maar even thuis aan iets te werken waaraan ik bezig was. Totdat de boom opgeruimd zou worden, vanzelf zou verdwijnen of zou besluiten om tussen Oss en Ravenstein op de rails te gaan liggen. Niets tegen mensen die langs Oss en Ravenstein moeten, maar ik hoefde er vanochtend niet langs en daarom wenste ik die boom even daar. Ik tikte wat aan mijn werkje en toen het werkje af was, lag de boom er volgens de teletekst nog steeds.
'Djiezus,' zei ik, 'Mijn werkje is af en de boom ligt er nog steeds!'
Omdat ik niet tegen niets doen kan als ik weet dat er nog zat werk in Driebergen zelf ligt, besloot ik om toch maar eens in zo'n soms toch wel rijdend geel gevaarte te stappen.
In Arnhem bleek de boom al weg te zijn en even later kwam ik in de trein collega V. tegen, die een afspraak in Den Haag bleek te hebben.
'Hee V.,' zei ik, 'Die boom is weg, hè?'
'Ja, gelukkig wel,' antwoordde V., 'maar ik was sowieso van plan om deze trein te nemen, dus ik heb er geen last van gehad.'
'Ik vind dat ze daar verdomd lang over doen, over het wegruimen van zo'n boom, ' zei ik, 'Dat ding lag er om acht uur al en het is nu al bijna kwart over elf en hij is nu pas weg.'
'Ja, maar je hebt geen idee hoe dat gaat,' zei V. samenzweerderig, 'Eerst moeten ze kijken welke boom gevallen is, natuurlijk.'
'En dan gaan ze kijken wie die boom op moet gaan ruimen,' zei ik.
'Nee, ze gaan specifiek kijken wie die boom het goedkoopst op kan ruimen,' corrigeerde V. me, 'En dan komen ze erachter dat die man uit Maastricht moet komen en dan gaan ze die toch maar bellen.'
De man uit Maastricht. De toon was gezet. Dit gesprek zou uitmonden in een gesprek over Limburg, zoveel was duidelijk.
'En als ie er dan is, dan blijkt de boom drie kilometer van de dichtsbijzijnde weg af te liggen,' zei ik wijs, 'En ja, dan moeten ze eerst door het bos.'
'Precies,' was V. het met mij eens, 'En dan ja, dan gaan ze die boom eindelijk eens opruimen.'
'Geen wonder dat het zo lang duurt dan,' vond ik.
'Nee, helemaal niet,' was V. het met mij eens, "Ze doen het eigenlijk nog best snel!'
En toen gingen we praten over het favoriete onderwerp van de van oorsprong Limburgse medemens: die Heimat en dat je daar toch nooit helemaal vanaf komt. Met weemoed dacht ik aan de arme bomenopruimer uit Maastricht die nu vast terugstrompelde naar zijn autootje, vlakbij een provinciale weg bij het enge gereformeerde Veenendaal, hevig verlangend naar het Rijke Roomsche Leven. Als ie echt bestaan zou hebben, zou je bijna medelijden met hem gekregen hebben.
Boom op spoor
Geschreven door Rosalie
28 Februari '07 - 22:18 | drie
Een bijna briljant log
Geschreven door Virginie
Een briljant logje, dat was het absoluut geworden, daar ben ik zelfs heilig van overtuigd. Want ik weet nog heel goed dat ik een briljant idee had voor een logje. Vol blijdschap zetelde ik me dan ook achter het toetsenbord, helemaal klaar om te gaan typen. Maar nu ik net spam op ons log heb gevonden, ben ik ineens helemaal van de wap. Iemand (of eigenlijk waarschijnlijk een computer) durft ONS log te vervuilen met spam. Op zich is er natuurlijk snel wat gedaan tegen de spam, maar ondertussen ben ik wel mijn briljante idee kwijt...
27 Februari '07 - 20:41 | vijf
Lullen als Brugman: L'elisir d'amore
Geschreven door Rosalie
Als iemand mij vraagt waar ik het meest van houd dan zeg ik: 'Muziek, zonder twijfel!' en dan steek ik van wal. Want lullen over muziek dat kan ik als Brugman. En dat is vreemd. Want ik kom uit een familie waar mensen niet over muziek praten. Nee, mijn familieleden maken muziek. Neem mijn zus bijvoorbeeld. Als ik aan haar vraag hoeveel passies Bach geschreven heeft dan zegt ze bijvoorbeeld: 'Tsssk. Lekker belangrijk, maakt dat wat uit dan?' maar als je haar tussen een koor zet dan zingt ze zo elke partij weg en als je een hoornconcert van Mozart of Richard Strauss voor haar neus zet dan kijkt ze daar even naar en speelt het. Of mijn pa. Met zijn absolute gehoor. Hou op zeg. Nee, ik behoor slechts tot de hogere regionen van de mindere goden en wat doen die mensen? Juistem, lullen over muziek tot ze erbij neervallen.
Een paar jaar geleden ontdekte ik opera. Eerst vond ik opera maar wat geschreeuw en gegil, maar toen ik op een dag de opera 'L'Elisir d'amore' van Gaetano Donizetti op de NPS zag, was ik verkocht. Bryn Terfel speelde de louche kwakzalver Dulcamara die een stelletje domme dorpelingen een fles wijn aan wil smeren die volgens hem het ultieme liefdeselixer is. De dorpelingen vallen over elkaar heen en de ene komische scène volgt op de andere. Maar dat was nog niet alles. Neen! Deze 'L'elisir d'amore' kende echt een hilarische enscenering. Het geheel speelde zich af in een soort jaren '50 decor en Bryn Terfel werd neergezet als een Elvis met een glitterjasje aan. Echt, koppel kunst aan kitsch en ik ben verkocht.
'Wat is dat?' zei mijn moeder, terwijl ze een vies gezicht trok. Mijn moeder haat rare ensceneringen. Die wil Wagner met berenvellen en van die helmen met hoorns eraan en Mozart met hoepeljurken en enorme witte pruiken, bij wijze van spreken.
'Doe niet zo moeilijk,' zei ik, terwijl ik geobsedeerd naar het kastje staarde.
Ja, deze opera was het helemaal! Ik werd er echt zo blij als een kind van.
Ergens in de zomer van 2003 was ik in Italië met mijn ouders en mijn moeder ontdekte dat er een opera-avond werd gehouden in een dorpje in de buurt. Wij erheen natuurlijk. We kwamen aan op een klein binnenplaatsje waar brandende fakkels aan de muren hingen en waar de Italianen druk pratend zich opmaakten voor het dorpsevenement van het jaar. Even later werden we aangenaam verrast door een vrij briljant blazersensemble (goede blazersensembles zijn zowaar nog beter dan opera's, geloof me), afgewisseld door allerlei evergreens uit Italiaanse en Franse opera's. Zo ook het 'Quanto amore' duet uit 'L'elisir d'amore'. Ik herkende het direct, ondanks het feit dat ik het pas een keer gehoord had in de Elvis-enscenering en het nu uitgevoerd werd met een vrij walgelijk vibrato, maar dat terzijde. 'Brava! Bravo!' (en nog meer van die rare vervoegingen) klonk het van alle kanten toen het afgelopen was. De Italianen sprongen op en applaudisseerden zo hard dat de vellen er bijna bij hingen, zogezegd. Ik niet. Ik roep nooit vervoegingen van hysterische Italiaanse woorden en staande ovaties geef ik ook maar zelden. Maar mijn oogjes schitterden wel toen, zoveel is zeker.
Na deze vakantie woonde ik opeens in Parijs. Wat ik daar deed is me tot op de dag van vandaag nog steeds niet helemaal duidelijk, maar ik kocht er echt heul veul klassieke cd's. Je hebt daar aan de Boulevard Saint-Michel, schuin tegen over het Musée de Cluny, de meest briljante tweedehands cd-winkel die u zich kunt voorstellen. Daar kocht ik een exemplaar van de integrale 'L'elisir d'amore' voor het luttele bedrag van 11 euro en die ging ik vervolgens luisteren op mijn kamertje, afgewisseld met mijn nieuwe exemplaar van de Johannes Passion van Bach, de drie nieuwe cd's van Astor Piazzolla en mijn grootste muziekobsessie aller tijden: alles maar dan ook echt alles wat Kurt Weill ooit gecomponeerd heeft. Soms wel tot 3 uur 's nachts. Want ja, je moet toch wat als je zonder doel in een metropool zit.
Die cd van 'L'elisir d'amore' staat inmiddels in mijn iTunes en mijn favoriete duet heb ik ondertussen al 103 keer gedraaid, wat betekent dat ik al meer dan 500 minuten van mijn leven besteed heb aan het luisteren naar 'Quanto amore'. Voor mij is dit duet echt de beste remedie tegen allerlei spoken in mijn hoofd, hormooncrisissen en andere nare toestanden. U begrijpt dat ik heel blij was toen ik op youtube een filmpje vond van dit duet met mijn eerste Dulcamara, Bryn Terfel, en de altijd schitterende Cecilia Bartoli. Echt, deze mensen verdienen een prijs en Cecilia vooral voor wat ze doet ongeveer een minuut voor het eind. (Moet ik echt tot daar luisteren, Rosalie? Ja, dat moet! Aaah nee toch? Doehoe nou gewoohoon!)
Lullen als Brugman. Zeg niet dat ik u niet gewaarschuwd heb...
Een paar jaar geleden ontdekte ik opera. Eerst vond ik opera maar wat geschreeuw en gegil, maar toen ik op een dag de opera 'L'Elisir d'amore' van Gaetano Donizetti op de NPS zag, was ik verkocht. Bryn Terfel speelde de louche kwakzalver Dulcamara die een stelletje domme dorpelingen een fles wijn aan wil smeren die volgens hem het ultieme liefdeselixer is. De dorpelingen vallen over elkaar heen en de ene komische scène volgt op de andere. Maar dat was nog niet alles. Neen! Deze 'L'elisir d'amore' kende echt een hilarische enscenering. Het geheel speelde zich af in een soort jaren '50 decor en Bryn Terfel werd neergezet als een Elvis met een glitterjasje aan. Echt, koppel kunst aan kitsch en ik ben verkocht.
'Wat is dat?' zei mijn moeder, terwijl ze een vies gezicht trok. Mijn moeder haat rare ensceneringen. Die wil Wagner met berenvellen en van die helmen met hoorns eraan en Mozart met hoepeljurken en enorme witte pruiken, bij wijze van spreken.
'Doe niet zo moeilijk,' zei ik, terwijl ik geobsedeerd naar het kastje staarde.
Ja, deze opera was het helemaal! Ik werd er echt zo blij als een kind van.
Ergens in de zomer van 2003 was ik in Italië met mijn ouders en mijn moeder ontdekte dat er een opera-avond werd gehouden in een dorpje in de buurt. Wij erheen natuurlijk. We kwamen aan op een klein binnenplaatsje waar brandende fakkels aan de muren hingen en waar de Italianen druk pratend zich opmaakten voor het dorpsevenement van het jaar. Even later werden we aangenaam verrast door een vrij briljant blazersensemble (goede blazersensembles zijn zowaar nog beter dan opera's, geloof me), afgewisseld door allerlei evergreens uit Italiaanse en Franse opera's. Zo ook het 'Quanto amore' duet uit 'L'elisir d'amore'. Ik herkende het direct, ondanks het feit dat ik het pas een keer gehoord had in de Elvis-enscenering en het nu uitgevoerd werd met een vrij walgelijk vibrato, maar dat terzijde. 'Brava! Bravo!' (en nog meer van die rare vervoegingen) klonk het van alle kanten toen het afgelopen was. De Italianen sprongen op en applaudisseerden zo hard dat de vellen er bijna bij hingen, zogezegd. Ik niet. Ik roep nooit vervoegingen van hysterische Italiaanse woorden en staande ovaties geef ik ook maar zelden. Maar mijn oogjes schitterden wel toen, zoveel is zeker.
Na deze vakantie woonde ik opeens in Parijs. Wat ik daar deed is me tot op de dag van vandaag nog steeds niet helemaal duidelijk, maar ik kocht er echt heul veul klassieke cd's. Je hebt daar aan de Boulevard Saint-Michel, schuin tegen over het Musée de Cluny, de meest briljante tweedehands cd-winkel die u zich kunt voorstellen. Daar kocht ik een exemplaar van de integrale 'L'elisir d'amore' voor het luttele bedrag van 11 euro en die ging ik vervolgens luisteren op mijn kamertje, afgewisseld met mijn nieuwe exemplaar van de Johannes Passion van Bach, de drie nieuwe cd's van Astor Piazzolla en mijn grootste muziekobsessie aller tijden: alles maar dan ook echt alles wat Kurt Weill ooit gecomponeerd heeft. Soms wel tot 3 uur 's nachts. Want ja, je moet toch wat als je zonder doel in een metropool zit.
Die cd van 'L'elisir d'amore' staat inmiddels in mijn iTunes en mijn favoriete duet heb ik ondertussen al 103 keer gedraaid, wat betekent dat ik al meer dan 500 minuten van mijn leven besteed heb aan het luisteren naar 'Quanto amore'. Voor mij is dit duet echt de beste remedie tegen allerlei spoken in mijn hoofd, hormooncrisissen en andere nare toestanden. U begrijpt dat ik heel blij was toen ik op youtube een filmpje vond van dit duet met mijn eerste Dulcamara, Bryn Terfel, en de altijd schitterende Cecilia Bartoli. Echt, deze mensen verdienen een prijs en Cecilia vooral voor wat ze doet ongeveer een minuut voor het eind. (Moet ik echt tot daar luisteren, Rosalie? Ja, dat moet! Aaah nee toch? Doehoe nou gewoohoon!)
Lullen als Brugman. Zeg niet dat ik u niet gewaarschuwd heb...
25 Februari '07 - 08:16 | vijf
Hangscooters
Geschreven door Virginie
Hangjongeren kennen we allemaal wel. Misschien bent of was u zelfs wel een hangjongere. Hoe dan ook, je bent geen hangjongere, zonder een hangplek. Dan zou je immers alleen maar een jongere zijn, en daar is weer weinig bijzonders aan.
Sinds een tijdje woon ik tegenover zo'n hangplek. Ooit stond er een supermarkt (wat erg handig was), maar die moest verhuizen wegens 'dorpsvernieuwing' en 'centralisering'. Een tijdje stond er dus nog een leeg gebouw, maar inmiddels woon ik tegenover een grasvlakte. Blijkbaar een ideale hangplek, want nog voor het gras kans had gehad op de lege vlakte te groeien, stond de plek al als het nieuwe verzamelpunt in het collectief bewustzijn van de hangjongeren gegrift. Ik heb daar verder geen problemen mee. Tuurlijk, ze laten af en toe eens wat rotzooi achter en soms staat de bass-booster wel erg hard, maar over het algemeen gaat het er erg vreedzaam aan toe. Ze doen hun naam eer aan, door in feite alleen maar wat te hangen. Een stukje eigentijdse cultuur voor de deur zogezegd en in tijden van nood (lees: extreme verveling) kan ik ze altijd nog eens door het raam gaan observeren.
Nu heeft zich echter een nieuw fenomeen aangediend: de hangscooter. Een of meerdere scooters bij een groep hangjongeren is geen bijzonderheid. Waar moet anders de muziek vandaan komen? Maar de laatste tijd staan er nogal eens een of meerdere scooters eenzaam en verlaten bij. Geen hangjongere in de buurt te bekennen, maar wel een paar scooters. Aangezien er ook geen supermarkt is, waar de eigenaars even iets te snacken halen ofzo (die supermarkt is immers gesloopt, vandaar de ruimte om er te hangen), en er geen struiken in de buurt zijn om 'brommers te kieken' oid, vraag ik mij af waar de bijbehorende hangjongeren dan wel zijn...
Misschien is er geen zinnige verklaring, als 16-jarige zal ik ook vast wel eens dingen hebben gedaan waar geen zinnige verklaringen voor waren. Maar misschien is mijn onvermogen een zinnige verklaring te geven, het teken dat ik het vermogen te denken als een jongere verloren heb en nu al oud begin te worden...
Sinds een tijdje woon ik tegenover zo'n hangplek. Ooit stond er een supermarkt (wat erg handig was), maar die moest verhuizen wegens 'dorpsvernieuwing' en 'centralisering'. Een tijdje stond er dus nog een leeg gebouw, maar inmiddels woon ik tegenover een grasvlakte. Blijkbaar een ideale hangplek, want nog voor het gras kans had gehad op de lege vlakte te groeien, stond de plek al als het nieuwe verzamelpunt in het collectief bewustzijn van de hangjongeren gegrift. Ik heb daar verder geen problemen mee. Tuurlijk, ze laten af en toe eens wat rotzooi achter en soms staat de bass-booster wel erg hard, maar over het algemeen gaat het er erg vreedzaam aan toe. Ze doen hun naam eer aan, door in feite alleen maar wat te hangen. Een stukje eigentijdse cultuur voor de deur zogezegd en in tijden van nood (lees: extreme verveling) kan ik ze altijd nog eens door het raam gaan observeren.
Nu heeft zich echter een nieuw fenomeen aangediend: de hangscooter. Een of meerdere scooters bij een groep hangjongeren is geen bijzonderheid. Waar moet anders de muziek vandaan komen? Maar de laatste tijd staan er nogal eens een of meerdere scooters eenzaam en verlaten bij. Geen hangjongere in de buurt te bekennen, maar wel een paar scooters. Aangezien er ook geen supermarkt is, waar de eigenaars even iets te snacken halen ofzo (die supermarkt is immers gesloopt, vandaar de ruimte om er te hangen), en er geen struiken in de buurt zijn om 'brommers te kieken' oid, vraag ik mij af waar de bijbehorende hangjongeren dan wel zijn...
Misschien is er geen zinnige verklaring, als 16-jarige zal ik ook vast wel eens dingen hebben gedaan waar geen zinnige verklaringen voor waren. Maar misschien is mijn onvermogen een zinnige verklaring te geven, het teken dat ik het vermogen te denken als een jongere verloren heb en nu al oud begin te worden...
15 Februari '07 - 20:57 | vijf
Zwitserlevengevoel
Geschreven door Virginie
De midlife Duister was natuurlijk een minpuntje, dus hierbij even een hoogtepuntje van Virginie's wintersportweekje.
Het soort hoogtepunt waarvoor je op vakantie gaat. Dat moment, dat je in een heerlijk zonnetje, op een gezellig terrasje met een geweldig uitzicht, geniet van een overheerlijke en ongelofelijk decadente lunch. Dat moment, dat er geen wolkje aan de lucht is en je helemaal ontspannen kunt genieten van het leven. Dat is het echte vakantiegevoel...
En aangezien ik de decadentie van de overheerlijke lunchschotel, met vlees dat als het ware op je tong smelt (en ik ben niet eens een grote vlees-eter), nooit met woorden goed zou kunnen benaderen:

Smakelijk!
Het soort hoogtepunt waarvoor je op vakantie gaat. Dat moment, dat je in een heerlijk zonnetje, op een gezellig terrasje met een geweldig uitzicht, geniet van een overheerlijke en ongelofelijk decadente lunch. Dat moment, dat er geen wolkje aan de lucht is en je helemaal ontspannen kunt genieten van het leven. Dat is het echte vakantiegevoel...
En aangezien ik de decadentie van de overheerlijke lunchschotel, met vlees dat als het ware op je tong smelt (en ik ben niet eens een grote vlees-eter), nooit met woorden goed zou kunnen benaderen:

Smakelijk!
14 Februari '07 - 18:18 | zes
Hartjes ugh...
Geschreven door Rosalie
Als er een ding in deze maatschappij is waar ik echt flinke jeuk van krijg dan is dat wel Valentijnsdag. Ik heb namelijk een hekel aan hartjes. Echt, hartjes zijn vreselijk! Polka dots zijn nog erger (tenzij rood met wit en op servies) maar hartjes ugh... daar word ik echt helemaal kriegel van. Mijn afkeer voor Valentijnsdag en hartjes is voor mij een beetje een kip- en ei-kwestie. Welke afkeer was er eerst en hoe hebben ze elkaar beinvloed? Haat ik hartjes omdat ik Valentijnsdag onzin vind, of haat ik Valentijnsdag omdat het door hartjes omgeven is? Een ding staat echter als een paal boven water: ik kan die onzin niet uitstaan. Echt. En flink!
Ik heb mijn ex ooit eens flink de waarheid gezegd toen hij meende een hartje voor mij te moeten kopen op Valentijnsdag, terwijl ik hem bijna gesmeekt had om dat nou juist niet te doen. Een bord voor je kop? Welnee, noem het rustig een stuk gewapend beton van vijf meter dik. Ik ben best een lief meisje, maar hee hallo, doe wel even origineel! En kom zeker niet met hartjes aanzetten! Hartjes zijn namelijk echt niet aan mij besteed en mannen die hartjes voor mij kopen op Valentijnsdag al helemaal niet. Die begrijpen echt helemaal niks van mij. Doe mij maar een boek op 15 juli of een plant op 7 januari of een schop onder mijn reet op 10 september. Maar geen hartjes op 14 februari. Alsjeblieft... geen hartjes!
U mag van mij best Valentijnsdag vieren als u daar zin in hebt, maar houd het dan maar voor mij verborgen of zo. En die klotehartjes uit mijn buurt.
Ik heb mijn ex ooit eens flink de waarheid gezegd toen hij meende een hartje voor mij te moeten kopen op Valentijnsdag, terwijl ik hem bijna gesmeekt had om dat nou juist niet te doen. Een bord voor je kop? Welnee, noem het rustig een stuk gewapend beton van vijf meter dik. Ik ben best een lief meisje, maar hee hallo, doe wel even origineel! En kom zeker niet met hartjes aanzetten! Hartjes zijn namelijk echt niet aan mij besteed en mannen die hartjes voor mij kopen op Valentijnsdag al helemaal niet. Die begrijpen echt helemaal niks van mij. Doe mij maar een boek op 15 juli of een plant op 7 januari of een schop onder mijn reet op 10 september. Maar geen hartjes op 14 februari. Alsjeblieft... geen hartjes!
U mag van mij best Valentijnsdag vieren als u daar zin in hebt, maar houd het dan maar voor mij verborgen of zo. En die klotehartjes uit mijn buurt.
13 Februari '07 - 19:19 | zeven
Geur- en kleurpennen
Geschreven door Rosalie
Eén van mijn grote frustraties op de basisschool was, dat je nooit met van die geur- en kleurpennen mocht schrijven. Een kwelling was het, want wat wil een klein meisje dat verknocht is aan roze nou liever dan schrijven met roze of een aanpalende kleurschakering?
'Nee, dat doen we niet!' zei de juf of meester dan, 'Ik word niet goed van die geur en daarnaast word ik ook nog eens scheel van al die verschillende kleuren!'
Want tja, dat deed je dan als leerling: je gebruikte zoveel mogelijk verschillende kleuren op een blaadje. Want dat was mooi en de geuren die je tegemoet kwamen waren verbluffend. Ik ruik het boeket nu nog steeds en eerlijk gezegd denk ik dat ik toen enigszins high van de geurtjes was, want ik zou er nu niet aan moeten denken om 30 schriftjes met stinkende lettertjes erin na te moeten kijken.
Omdat ik als kind hele schriften volkalkte met vage verhaaltjes waarin ik in het eerste hoofdstuk al zoveel personages opvoerde dat het gemiddelde boek van Tolstoj of Couperus erbij verbleekt, kon ik mij echt helemaal uitleven met mijn fijne geurpennen. Ik schreef me rot en maakte er natuurlijk ook illustraties bij, totaal niet geremd door een volkomen gebrek aan tekentalent. Uren zat ik achter mijn bureautje of lag ik 's avonds nog bij de gloed van een schemerlampje mij het licht uit de ogen te schrijven. En als ik dan een van mijn ouders de trap op hoorde komen, duwde ik mijn schriftje en geurpennen onder mijn buik en deed net iets te enthousiast alsof ik al sliep.
Van al die geurpennen hield ik het meest van de roze en de paarse, de fascinatie met bepaalde kleuren zette blijkbaar al op vroege leeftijd door. Ik was niet zo van de groene en de gele variant. Groen vond ik niet echt bijzonder, ook al rook hij naar appeltjes. Mijn pa (leraar) had namelijk een setje klassieke bic-pennen en daar zat ook een groene bij. Niks hips aan, natuurlijk. En die gele geurpen was echt totaal belachelijk: zo gauw je er iets mee geschreven had, kon je je gaan afvragen wat je dan geschreven had, want het was echt totaal onleesbaar. Dan had je nog de oranje pen. Daar had ik ook niet zoveel mee. Die vond ik eigenlijk maar mwah mwah, zoals dat ook hoort bij oranje zaken.
Maar de coolste pen van allemaal was eigenlijk de blauwe. De blauwe kon je namelijk gebruiken in een recalcitrante bui, want de blauwe pen werd door het lerarencorps oogluikend toegestaan, maar stonk met afstand het meest van de hele set. Opgewekt zat ik dan met de blauwe pen in mijn schoolschriftjes te kalken en snoof de chemische dampen in. Eat your heart out, teacher! Een lol dat ik had. Evil, man. Je zou kunnen zeggen dat ik er nu nog schik van heb, als ik een fout woord als 'schik' onderdeel uit zou maken van mijn vocabulaire...
'Nee, dat doen we niet!' zei de juf of meester dan, 'Ik word niet goed van die geur en daarnaast word ik ook nog eens scheel van al die verschillende kleuren!'
Want tja, dat deed je dan als leerling: je gebruikte zoveel mogelijk verschillende kleuren op een blaadje. Want dat was mooi en de geuren die je tegemoet kwamen waren verbluffend. Ik ruik het boeket nu nog steeds en eerlijk gezegd denk ik dat ik toen enigszins high van de geurtjes was, want ik zou er nu niet aan moeten denken om 30 schriftjes met stinkende lettertjes erin na te moeten kijken.
Omdat ik als kind hele schriften volkalkte met vage verhaaltjes waarin ik in het eerste hoofdstuk al zoveel personages opvoerde dat het gemiddelde boek van Tolstoj of Couperus erbij verbleekt, kon ik mij echt helemaal uitleven met mijn fijne geurpennen. Ik schreef me rot en maakte er natuurlijk ook illustraties bij, totaal niet geremd door een volkomen gebrek aan tekentalent. Uren zat ik achter mijn bureautje of lag ik 's avonds nog bij de gloed van een schemerlampje mij het licht uit de ogen te schrijven. En als ik dan een van mijn ouders de trap op hoorde komen, duwde ik mijn schriftje en geurpennen onder mijn buik en deed net iets te enthousiast alsof ik al sliep.
Van al die geurpennen hield ik het meest van de roze en de paarse, de fascinatie met bepaalde kleuren zette blijkbaar al op vroege leeftijd door. Ik was niet zo van de groene en de gele variant. Groen vond ik niet echt bijzonder, ook al rook hij naar appeltjes. Mijn pa (leraar) had namelijk een setje klassieke bic-pennen en daar zat ook een groene bij. Niks hips aan, natuurlijk. En die gele geurpen was echt totaal belachelijk: zo gauw je er iets mee geschreven had, kon je je gaan afvragen wat je dan geschreven had, want het was echt totaal onleesbaar. Dan had je nog de oranje pen. Daar had ik ook niet zoveel mee. Die vond ik eigenlijk maar mwah mwah, zoals dat ook hoort bij oranje zaken.
Maar de coolste pen van allemaal was eigenlijk de blauwe. De blauwe kon je namelijk gebruiken in een recalcitrante bui, want de blauwe pen werd door het lerarencorps oogluikend toegestaan, maar stonk met afstand het meest van de hele set. Opgewekt zat ik dan met de blauwe pen in mijn schoolschriftjes te kalken en snoof de chemische dampen in. Eat your heart out, teacher! Een lol dat ik had. Evil, man. Je zou kunnen zeggen dat ik er nu nog schik van heb, als ik een fout woord als 'schik' onderdeel uit zou maken van mijn vocabulaire...
07 Februari '07 - 20:56 | zes
De Midlife-crisis-Duitser
Geschreven door Virginie
Virginie was een weekje op wintersport. Ik had niet gedacht ooit de woorden Virginie en wintersport in een zin te gebruiken, maar voila, het is toch geschied. Sterker nog, Virginie heeft zich bijzonder goed vermaakt op de wintersport, een bijzondere prestatie kan ik u vertellen, aangezien zowel skien als de befaamde apres-ski niks voor mij zijn. Ik heb dan ook niet geskied, noch ge-apres-skied. Wel heb ik door prachtige besneeuwde landschappen gewandeld en op zonnige terrasjes zitten lezen onder het genot van Jagerthee. Simpelweg zalig dus. Echt, de week had niet beter kunnen verlopen eigenlijk. We zaten dan ook met zijn allen goedgemutst in een overvolle (doch iets minder overvolle dan op de heenweg) auto gepakt voor de terugweg en alles ging goed.
Ging ja, tot we bij de Brennerpas aankwamen. Geen file. Geen verschrikkelijke sneeuwstormen. Ook geen vlam in de pijp. Wel een Duitser met midlifecrisis in een veel te groot en veel te glanzend bakbeest. Ook wel bekend als het 'ik-ga-optrekken-wanneer-je-me-probeert-in-te-halen-type'. Echt een plezier om naast/achter te rijden dus. Vooral voor S., die echt een broertje dood heeft aan dergelijke figuren. Toen er dus een gaatje ontstond, waar we voor hem in konden voegen op de linkerbaan, greep S. zijn kans en we lieten de midlife Duitser achter ons. Hoofdstukje afgesloten dachten wij zo en we reden wederom vrolijk verder richting de Brennerpas. Terwijl ik echter het geld pakte en S. ons mooi richting een van de tolpoortjes reed, gebeurde het. In eerste instantie begreep ik niet eens wat er gebeurde. Ik hoorde de knal. Ik voelde de schok. Maar het was zo onverwachts, dat ik enkele seconden nodig had om me te realiseren, dat de knal en de schok het gevolg waren van iemand die tegen ons aangereden was. Terwijl wij dus een paar meter voor het tolhokje stilstaan, kijken we eerst elkaar even beduusd aan en vervolgens naar buiten...
En ja hoor, daar was hij weer. Dezelfde midlife-crisis Duitser in zijn patserbak. Dezelfde onprettig gestoorde bestuurder die een inhaalmanoeuvre blijkbaar zo slecht kan verkroppen, dat hij het nodig vindt die te vergelden met een botsing. Dan heb ik het trouwens niet over een zacht tikje tegen de achterbumper. Nee, meneer vond het een goed idee zijwaarts op ons in te rijden, als een soort eerbetoon aan de klassieke auto-achtervolgingen. Even later bevonden we ons dan ook in een Oostenrijks politiebureau (dat twintig meter verderop lag), zittend op het houten bankje van de klassieke politiebureau-inrichting. Met allemaal een puzzelboekje op schoot, maakten wij denk ik ondanks onze leeftijdscategorie een brave indruk. Terwijl ik daar zo zit, heb ik alle tijd om het voorval nog eens te overpeinzen. Hoe kan iemand zo slecht opletten? Al snel moet ik wel concluderen dat het opzet is geweest. Mijn medepassagiers en ons beeldmateriaal bevestigen dit vermoeden alleen maar. Deze man, die natuurlijk alles in vijf toonaarden ontkent, is blijkbaar zo kleinzielig, dat hij er niet tegen kan wanneer een door hem uitgelokte inhaalmanoeuvre, succesvol blijkt voor de ander. 'Live and let live' komt vast en zeker niet voor in zijn vocabulaire.
Hoe kan iemand zo ver heen zijn, dat hij om iets onbenulligs als een inhaalactie, bereid is de gezondheid van vijf personen op het spel te zetten? Om het rammen van een auto als laatste redmiddel te zien, zodat hij de alleen in zijn hoofd bestaande wegwedstrijd kan winnen? Toegegeven, onze inhaalactie verdiende geen schoonheidsprijs, maar wij hebben geen onveilige situaties gecreerd. Dat valt van hem niet te zeggen. Deze keer was het alleen blikschade, mede dankzij de lage snelheid vlak voor de tolpoortjes, maar een volgende keer flipt hij misschien midden op de snelweg bij 150 km p/u. En een volgende keer komt er vast voor hem, daar ben ik van overtuigd. Hij zit voorlopig nog wel even in zijn midlife-crisis.
Twee uur later konden we eindelijk onze weg weer voort zetten. We hadden zo'n ontzettend leuke week gehad, wat een zonde dat die dankzij een midlife Duitser op deze wijze afgesloten moest worden.
Ging ja, tot we bij de Brennerpas aankwamen. Geen file. Geen verschrikkelijke sneeuwstormen. Ook geen vlam in de pijp. Wel een Duitser met midlifecrisis in een veel te groot en veel te glanzend bakbeest. Ook wel bekend als het 'ik-ga-optrekken-wanneer-je-me-probeert-in-te-halen-type'. Echt een plezier om naast/achter te rijden dus. Vooral voor S., die echt een broertje dood heeft aan dergelijke figuren. Toen er dus een gaatje ontstond, waar we voor hem in konden voegen op de linkerbaan, greep S. zijn kans en we lieten de midlife Duitser achter ons. Hoofdstukje afgesloten dachten wij zo en we reden wederom vrolijk verder richting de Brennerpas. Terwijl ik echter het geld pakte en S. ons mooi richting een van de tolpoortjes reed, gebeurde het. In eerste instantie begreep ik niet eens wat er gebeurde. Ik hoorde de knal. Ik voelde de schok. Maar het was zo onverwachts, dat ik enkele seconden nodig had om me te realiseren, dat de knal en de schok het gevolg waren van iemand die tegen ons aangereden was. Terwijl wij dus een paar meter voor het tolhokje stilstaan, kijken we eerst elkaar even beduusd aan en vervolgens naar buiten...
En ja hoor, daar was hij weer. Dezelfde midlife-crisis Duitser in zijn patserbak. Dezelfde onprettig gestoorde bestuurder die een inhaalmanoeuvre blijkbaar zo slecht kan verkroppen, dat hij het nodig vindt die te vergelden met een botsing. Dan heb ik het trouwens niet over een zacht tikje tegen de achterbumper. Nee, meneer vond het een goed idee zijwaarts op ons in te rijden, als een soort eerbetoon aan de klassieke auto-achtervolgingen. Even later bevonden we ons dan ook in een Oostenrijks politiebureau (dat twintig meter verderop lag), zittend op het houten bankje van de klassieke politiebureau-inrichting. Met allemaal een puzzelboekje op schoot, maakten wij denk ik ondanks onze leeftijdscategorie een brave indruk. Terwijl ik daar zo zit, heb ik alle tijd om het voorval nog eens te overpeinzen. Hoe kan iemand zo slecht opletten? Al snel moet ik wel concluderen dat het opzet is geweest. Mijn medepassagiers en ons beeldmateriaal bevestigen dit vermoeden alleen maar. Deze man, die natuurlijk alles in vijf toonaarden ontkent, is blijkbaar zo kleinzielig, dat hij er niet tegen kan wanneer een door hem uitgelokte inhaalmanoeuvre, succesvol blijkt voor de ander. 'Live and let live' komt vast en zeker niet voor in zijn vocabulaire.
Hoe kan iemand zo ver heen zijn, dat hij om iets onbenulligs als een inhaalactie, bereid is de gezondheid van vijf personen op het spel te zetten? Om het rammen van een auto als laatste redmiddel te zien, zodat hij de alleen in zijn hoofd bestaande wegwedstrijd kan winnen? Toegegeven, onze inhaalactie verdiende geen schoonheidsprijs, maar wij hebben geen onveilige situaties gecreerd. Dat valt van hem niet te zeggen. Deze keer was het alleen blikschade, mede dankzij de lage snelheid vlak voor de tolpoortjes, maar een volgende keer flipt hij misschien midden op de snelweg bij 150 km p/u. En een volgende keer komt er vast voor hem, daar ben ik van overtuigd. Hij zit voorlopig nog wel even in zijn midlife-crisis.
Twee uur later konden we eindelijk onze weg weer voort zetten. We hadden zo'n ontzettend leuke week gehad, wat een zonde dat die dankzij een midlife Duitser op deze wijze afgesloten moest worden.
05 Februari '07 - 23:34 | drie
Koenst!
Geschreven door Rosalie
Een Karel Appel-koenstwerk (lees: een teringzooi) op de vloer maken: Geen koenst aan!


Twee kamers van een vanillekleurtje voorzien: Iets moeilijker, maar toch gelukt!
03 Februari '07 - 10:33 | vier



