Toen de zon gisteren eindelijk een beetje bij het raam was weggedraaid (mijn woon- en werkkamer zit aan de zuidkant van het huis, grmbl) gooide ik het raam naast mijn bureau open en nestelde me achter mijn computer, blij dat de ergste hitte van de dag voorbij was. Ik had al een paar uurtjes lezend op mijn slaapkamer doorgebracht (die gelukkig aan de noordkant van het huis zit) omdat ik echt toe was aan wat koelte. Begrijp me niet verkeerd, ik vind dit weer best jofel, maar ik kan er gewoon niet zo goed tegen. En daarnaast beginnen ook allerlei pollen welig te bloeien en rond te vliegen en dat zorgt ervoor dat ik sowieso niet in optimale doen ben. Ik opende mijn worddocumentjes, begon te typen en zoals gewoonlijk was ik weer binnen tien minuten afgeleid, want ik zag buiten echt iets heel vreemds.
(Ik kan mij niet langer dan tien minuten concentreren op studiedingen. Het is echt een drama en ik krijg er een punthoofd van, maar het is eigenlijk altijd al zo geweest. Toen ik in groep vijf zat (en naast het raam) kreeg ik op de vensterbank een enorme ficus als buurman. 'Ja hallo,' zei meneer Jo toen, 'Jij zit altijd naar buiten te kijken, dus ik zet maar even iets neer waardoor dat niet meer kan.' Best onnozel van meneer Jo, want dan keek ik toch gewoon naar wat mijn klasgenoten allemaal zaten te doen? Of ik ging lekker een verhaaltje zitten verzinnen, dat kon ie toch niet zien. En trouwens, je kon best door de ficus heenkijken. Zo groot was zijn bladerdichtheid nou ook weer niet.)
Naast de lantaarnpaal voor mijn huis stond een lege Maxi-Cosi die licht wiebelde op het lentebriesje.
'Hè?' dacht ik, 'Wordt het oud vuil soms opgehaald vandaag?'
Maar neen, het was zaterdag. De vuilnisophaaldienst komt normaalgesproken op woensdag.
Ik leunde uit het raam om de Maxi-Cosi een beetje beter te bekijken. Het was een blauwe met patchwork-achtige bekleding.
'Oeh,' dacht ik, 'Dadelijk kruipt er hier een vondeling rond en dan moet ik die liefdevol opnemen, want ja: je kunt zo'n kind natuurlijk ook niet laten verrekken, dat zou wreed zijn.'
En dat, lieve menschen, wierp bij mij de vraag op of ik daar wel aan toe was, aan zo'n vondeling. Want stel je voor dat ie zou bevallen, die vondeling, dan zou ik hem misschien wel niet meer kwijt willen en dan zat ik hier met zo'n baby. Over verstrekkende gevolgen gesproken. Ik dacht aan meneer Jo en zijn ficus, fronste mijn wenkbrauwen en ging weer aan het werk. Maar een uur later stond de Maxi-Cosi er nog. Weer keek ik of ik niet ergens een baby zag liggen, maar dit was niet het geval. Was het soms Nationale 'Drop-een-Maxi-Cosi-bij-een-lantaarnpaal-en-ren-hard-weg'-dag zonder dat ik daarover geïnformeerd was? Schande! Dit mysterie was uit aan het groeien tot een mysterie waar ik last van begon te krijgen en dus besloot ik de Maxi-Cosi te negeren. Ik zuchtte en ging weer aan het werk.
De derde keer dat ik keek was de Maxi-Cosi weg. Ik denk nu eigenlijk dat het een Fata Morgana was, dat lijkt me de meest plausibele verklaring. Of een verschijning van Sint Maxi-Cosi, da's de andere optie. Want wat zou het anders zijn? Je laat toch niet zomaar een Maxi-Cosi bij een lantaarnpaal staan? Wat voor een rare snijboon ben je dan wel niet? Nee, het was Sint Maxi-Cosi. Definitely!
Het mysterie van de Maxi-Cosi bij de lantaarnpaal
Geschreven door Rosalie
29 April '07 - 08:38 | twaalf
Persoonlijk Anti-Spinnenbeleid
Geschreven door Rosalie
Als vrouw moet je een anti-spinnenbeleid hebben. Dit anti-spinnenbeleid hangt zeer samen met het feit of er een manspersoon in of rondom het huis is, is mijn ervaring. Want manspersonen die weten wel raad met spinnen. Ik zie mijn vader nog met het visnetje voor de goudvis achter een spin aanrennen, zogezegd. Maar ja, als er geen manspersoon in of rondom het huis is, dan moet je zelf leren om korte metten te maken met spinnen en dat is dus precies wat ik gedaan heb. Ik heb mijn Persoonlijke Anti-Spinnenbeleid (PAS) ontwikkeld en het is tot op de dag van vandaag zeer effectief gebleken. Bij mijn PAS hanteer ik maar één criterium als het uiteindelijk neer komt op hoe ik met het beest af ga rekenen en dat is de grootte van het lijf. Ja ja. Lijf kleiner dan één centimeter? Negeren, wat vanzelf komt, gaat ook vanzelf wel weer weg. Lijf groter dan één centimenter? Vangen en buiten zetten die handel. Want platslaan dat doe ik niet, daar krijg je van die vieze vlekken op de muur van.
Vannacht bleek het weer tijd te zijn om mijn PAS van stal te halen. Het was een uur of half één en ik ging naar bed. Ik had het nieuwe boek van Tom Lanoye meegenomen om nog een klein kwartiertje te gaan lezen voor het slapengaan. Ik nestelde mij in bed, sloeg het boek open en zag in mijn ooghoek een zwart stipje over het plafond bewegen. Het PAS-alarm ging rinkelen en ik stelde geïrriteerd vast dat het hier een spin met een te groot lijf betrof.
'Gloeiende gloeiende,' dacht ik bij mezelf.
De spin lachte mijn ondertussen keihard uit en kroop lekker in het naadje waar de muur en het plafond elkaar vinden.
'Ik zit in een naadje,' zei de spin, 'En ik ga daar voorlopig nog niet weg!'
De spin bedoelde dit klaarblijkelijk nogal serieus, want toen ik een kleine twintig minuten later alle mogelijkheden aan mijn geestesoog voorbij had zien trekken, zat ie er nog steeds. Ik staarde naar het bakje van mijn vijzel wat ik net uit de keuken gehaald had om de spin in te vangen en concludeerde dat het toch echt niet handig was dat de spin in het naadje was gekropen. Met het bakje zou ik de spin alleen maar kunnen vermorzelen en dat is net zoiets als platslaan: niet bepaald een vlekvrije methode.
Nadat ik een kwartiertje nagedacht en het geschater van de spin aangehoord had, kreeg ik een aha-erlebnis. Een doosje, dat had ik nodig! En klein kartonnen doosje wat ik over de spin heen kon zetten!
'Mwhuhahaha,' zei ik tegen de spin, terwijl ik uit mijn muurkast een klein doosje pakte en het resoluut over de spin heenzette.
'Mwhuhahaha,' zei ik nog maar eens, terwijl ik er een map met studiematerialen onderschoof en deze stevig tegen het doosje aanduwde zodat de spin niet uit zijn gevangenis kon ontsnappen.
Al Mwhuhahaha-end liep ik met mijn zelfgebouwde Guantánamo Bay de trap af en opende de deuren naar het balkon. Daar liet ik de spin vrij.
'Mwhuhahaha,' zei ik nog maar eens, want dat is natuurlijk het beste deel van mijn PAS, het Mwhuhahaha-en.
'Mwhuhahaha,' zei de spin ook en kroop langs de gevel omhoog, op weg naar mijn openstaande raam.
Ik geloof niet dat ik ooit zo snel de trap opgesprint ben om een raam dicht te gooien... klotebeesten.
Vannacht bleek het weer tijd te zijn om mijn PAS van stal te halen. Het was een uur of half één en ik ging naar bed. Ik had het nieuwe boek van Tom Lanoye meegenomen om nog een klein kwartiertje te gaan lezen voor het slapengaan. Ik nestelde mij in bed, sloeg het boek open en zag in mijn ooghoek een zwart stipje over het plafond bewegen. Het PAS-alarm ging rinkelen en ik stelde geïrriteerd vast dat het hier een spin met een te groot lijf betrof.
'Gloeiende gloeiende,' dacht ik bij mezelf.
De spin lachte mijn ondertussen keihard uit en kroop lekker in het naadje waar de muur en het plafond elkaar vinden.
'Ik zit in een naadje,' zei de spin, 'En ik ga daar voorlopig nog niet weg!'
De spin bedoelde dit klaarblijkelijk nogal serieus, want toen ik een kleine twintig minuten later alle mogelijkheden aan mijn geestesoog voorbij had zien trekken, zat ie er nog steeds. Ik staarde naar het bakje van mijn vijzel wat ik net uit de keuken gehaald had om de spin in te vangen en concludeerde dat het toch echt niet handig was dat de spin in het naadje was gekropen. Met het bakje zou ik de spin alleen maar kunnen vermorzelen en dat is net zoiets als platslaan: niet bepaald een vlekvrije methode.
Nadat ik een kwartiertje nagedacht en het geschater van de spin aangehoord had, kreeg ik een aha-erlebnis. Een doosje, dat had ik nodig! En klein kartonnen doosje wat ik over de spin heen kon zetten!
'Mwhuhahaha,' zei ik tegen de spin, terwijl ik uit mijn muurkast een klein doosje pakte en het resoluut over de spin heenzette.
'Mwhuhahaha,' zei ik nog maar eens, terwijl ik er een map met studiematerialen onderschoof en deze stevig tegen het doosje aanduwde zodat de spin niet uit zijn gevangenis kon ontsnappen.
Al Mwhuhahaha-end liep ik met mijn zelfgebouwde Guantánamo Bay de trap af en opende de deuren naar het balkon. Daar liet ik de spin vrij.
'Mwhuhahaha,' zei ik nog maar eens, want dat is natuurlijk het beste deel van mijn PAS, het Mwhuhahaha-en.
'Mwhuhahaha,' zei de spin ook en kroop langs de gevel omhoog, op weg naar mijn openstaande raam.
Ik geloof niet dat ik ooit zo snel de trap opgesprint ben om een raam dicht te gooien... klotebeesten.
26 April '07 - 17:33 | elf
Rosse Buurt
Geschreven door Virginie
De afstand van mijn ouders uit naar het lieflijke N., is zo'n zestig kilometer door voornamelijk weiland. In die zestig kilometer, kom ik (via de busroute) langs minstens zeven huizen waar men, hoe zal ik het zeggen, vermaak voor boven de achttien biedt. Dat is er meer dan eentje per tien kilometer, wat mij op zich al een vrij hoog gemiddelde lijkt, maar goed, ze zullen de eindjes wel aan elkaar weten te knopen...
Deze zeven huizen van lichte zeden, staan natuurlijk niet daadwerkelijk zo ongeveer om de tien kilometer. Er is vooral 1 plek, waar het allemaal om draait. In het lieflijke plaatsje W., staan er namelijk vier bij elkaar. Ik vind dat heel curieus. Vier, zo op het oog vrij grote 'bedrijven' bij elkaar, die hetzelfde product leveren. Vrije marktwerking zou eigenlijk allang minstens twee van deze zaken kopje onder hebben zien gaan, maar niets is minder waar: de vier zaken zitten daar al jaren en jaren. Al zo lang ik me kan herinneren, en dat was dus zelfs van voor ik begreep wat er zich nu precies afspeelde in dergelijke huizen.
Al die jaren vraag ik mij dus ook al af, waarom deze zaken bij elkaar staan en hoe ze het allemaal overleven... Is heel W. seksverslaafd? Komen mensen van heinde en verre naar W. als sekstoerist omdat a) er in W. iets heel bijzonders is of b) ze denken midden tussen de weilanden niet door iemand herkend te worden?
Deze vragen gaan elke keer weer door mijn hoofd, als de bus mij, week in, week uit, langs de vier rijdt en zoiets gaat toch een beetje knagen op den duur. Het enige probleem is, dat ik niet weet hoe een antwoord op deze vragen te krijgen, zonder zelf in de bussiness te gaan. En dat gaat me dan toch weer iets te ver, zo graag hoef ik het ook weer niet weten...
Deze zeven huizen van lichte zeden, staan natuurlijk niet daadwerkelijk zo ongeveer om de tien kilometer. Er is vooral 1 plek, waar het allemaal om draait. In het lieflijke plaatsje W., staan er namelijk vier bij elkaar. Ik vind dat heel curieus. Vier, zo op het oog vrij grote 'bedrijven' bij elkaar, die hetzelfde product leveren. Vrije marktwerking zou eigenlijk allang minstens twee van deze zaken kopje onder hebben zien gaan, maar niets is minder waar: de vier zaken zitten daar al jaren en jaren. Al zo lang ik me kan herinneren, en dat was dus zelfs van voor ik begreep wat er zich nu precies afspeelde in dergelijke huizen.
Al die jaren vraag ik mij dus ook al af, waarom deze zaken bij elkaar staan en hoe ze het allemaal overleven... Is heel W. seksverslaafd? Komen mensen van heinde en verre naar W. als sekstoerist omdat a) er in W. iets heel bijzonders is of b) ze denken midden tussen de weilanden niet door iemand herkend te worden?
Deze vragen gaan elke keer weer door mijn hoofd, als de bus mij, week in, week uit, langs de vier rijdt en zoiets gaat toch een beetje knagen op den duur. Het enige probleem is, dat ik niet weet hoe een antwoord op deze vragen te krijgen, zonder zelf in de bussiness te gaan. En dat gaat me dan toch weer iets te ver, zo graag hoef ik het ook weer niet weten...
25 April '07 - 20:54 | zeven
De openbaar vervoer themaweek?
Geschreven door Virginie
Dat was eigenlijk het plan. Vorige week kwam het 's nachts ineens tot me: een ov thema-week. De hele week stukjes over het openbaar vervoer en niet om het te bejubelen, dat begrijpt u denk ik wel. Een themaweek leek me een goed idee, omdat ik a) veel te zeuren heb over het ov en b) u dan na 1 week van mijn gezeur af bent. Ik mijn ei dus kwijt, zonder u langer dan nodig ermee lastig te vallen. Een duidelijke win-win situatie.
Toen vervolgens de bussen bekend maakten deze week te gaan staken, kon de themaweek niet beter getimed zijn. Maar toch doe ik het niet. Want deze week heb ik even niets te zeuren. Ik ben alleen maar blij en opgelucht, dat er in Limburg toch niet gestaakt wordt. Godzijdank niet, want het had bijna geen slechtere week kunnen zijn voor me. Dus daarom is het plan van de themaweek van de baan. Voorlopig dan. Want ik behoud natuurlijk het recht alsnog al mijn gal te spuwen, op het moment dat Veolia en de overige ov-aanbieders er opnieuw een potje van maken.
PS: Aan allen die wel getroffen worden door de stakingen: ik leef met u mee.
Toen vervolgens de bussen bekend maakten deze week te gaan staken, kon de themaweek niet beter getimed zijn. Maar toch doe ik het niet. Want deze week heb ik even niets te zeuren. Ik ben alleen maar blij en opgelucht, dat er in Limburg toch niet gestaakt wordt. Godzijdank niet, want het had bijna geen slechtere week kunnen zijn voor me. Dus daarom is het plan van de themaweek van de baan. Voorlopig dan. Want ik behoud natuurlijk het recht alsnog al mijn gal te spuwen, op het moment dat Veolia en de overige ov-aanbieders er opnieuw een potje van maken.
PS: Aan allen die wel getroffen worden door de stakingen: ik leef met u mee.
23 April '07 - 20:33 | vijf
Woohoo, ik heb zorgen!
Geschreven door Virginie
"Woohoo ik heb zorgen, woohoo ik heb zorgen, woohoo ik heb zorgen, en dat verveelt me zo, woohoo, woohoo!"
Nee, wees gerust, ik heb niet zelf zorgen. Geloof het of niet, maar bovenstaande regel komt uit een bestaand liedje. U gelooft mij niet? Ik geloofde mijn oren in eerste instantie ook niet, maar het bestaat toch echt. Het is zelfs een oud eurovisie songfestivalliedje en toch kende ik het niet. Ik vind het songfestival namelijk best wel leuk, of nou ja, de oude liedjes dan, zoals ik als eens eerder schreef. Maar dit liedje kende ik nog niet. Gelukkig is dat gemis nu goed gemaakt, want dit foute liedje mag echt niet ontbreken in een songfestivalverzameling:
Zo zie je maar weer, dat we aardig wat aan de Belgen te danken hebben. Niet alleen frieten, bonbons en mooie uitdrukkingen als 'zeker en vast', maar ook enkele van de meest foute songfestivalliedjes ooit. Iemand die namelijk zo vrolijk kan zingen dat ie zorgen heeft, dat kan alleen maar goed fout zijn. Heerlijk dus. Maar het heeft niet de nummer 1 positie ingenomen in mijn top tien van de meest foute songfestivalliedjes, dat is een ander Belgisch liedje. De kans dat een ander liedje ooit de nummer 1 positie in zal nemen, acht ik zeer klein. Die pakjes, die dansjes, die tekst, die kapsels van de achtergrondzangeressen. Nee, daar kan niemand tegen op. Benieuwd geworden naar wie ik bedoel? Dat kunt u dan HIER eens rustig gaan bekijken.
Woohoo, ik heb zorgen? Zoals ik al zei, ik heb zelf geen zorgen. Niet met YouTube in de buurt, want dat verveelt me nooit, woohoo, woohoo.
Nee, wees gerust, ik heb niet zelf zorgen. Geloof het of niet, maar bovenstaande regel komt uit een bestaand liedje. U gelooft mij niet? Ik geloofde mijn oren in eerste instantie ook niet, maar het bestaat toch echt. Het is zelfs een oud eurovisie songfestivalliedje en toch kende ik het niet. Ik vind het songfestival namelijk best wel leuk, of nou ja, de oude liedjes dan, zoals ik als eens eerder schreef. Maar dit liedje kende ik nog niet. Gelukkig is dat gemis nu goed gemaakt, want dit foute liedje mag echt niet ontbreken in een songfestivalverzameling:
Zo zie je maar weer, dat we aardig wat aan de Belgen te danken hebben. Niet alleen frieten, bonbons en mooie uitdrukkingen als 'zeker en vast', maar ook enkele van de meest foute songfestivalliedjes ooit. Iemand die namelijk zo vrolijk kan zingen dat ie zorgen heeft, dat kan alleen maar goed fout zijn. Heerlijk dus. Maar het heeft niet de nummer 1 positie ingenomen in mijn top tien van de meest foute songfestivalliedjes, dat is een ander Belgisch liedje. De kans dat een ander liedje ooit de nummer 1 positie in zal nemen, acht ik zeer klein. Die pakjes, die dansjes, die tekst, die kapsels van de achtergrondzangeressen. Nee, daar kan niemand tegen op. Benieuwd geworden naar wie ik bedoel? Dat kunt u dan HIER eens rustig gaan bekijken.
Woohoo, ik heb zorgen? Zoals ik al zei, ik heb zelf geen zorgen. Niet met YouTube in de buurt, want dat verveelt me nooit, woohoo, woohoo.
22 April '07 - 16:54 | vijf
De bijbelkleptomaan
Geschreven door Rosalie
'Weet je nog die gast die mijn bijbel had?' zei Aderyn gisteren tijdens een huisdineetje tegen mij, 'Ik kwam hem tegen op school! Dus toen heb ik maar meteen even mijn bijbel teruggevraagd! Goed, hè?'
Huisgenoot F. kijkt verbijsterd van Aderyn naar mij en wij schieten in de lach.
'Inderdaad!' zeg ik, 'Die was er ook al toen ik je leerde kennen, toch?'
'Ja, precies,' grinnikte Aderyn, terwijl ze zich richting huisgenoot F. wendde, 'Ik heb een aantal jaren geleden een alphacursus gedaan en vlak daarna leerde ik Rosalie kennen. Maar ik had dus zo'n bijbel en die vond ik niet fijn lezen, dus toen heb ik hem tijdelijk geruild met een jongen die die cursus ook deed.'
'De bijbelkleptomaan!' lichtte ik een tipje van de sluier op.
'En aan het einde van de alphacursus heb ik de bijbel van de bijbelkleptomaan aan hem teruggegeven, maar ik heb die van mij nooit teruggezien. Dus toen ik hem deze week zag, heb ik de bijbel teruggevraagd!'
'Good for you,' zei ik opgewekt, 'En wat zei ie?'
'Nou,' zei Aderyn, 'Ik zei: 'Jij hebt nog wat van mij!' En toen zei hij: 'Huh, wat dan?' En ja, toen viel het kwartje opeens. En weet je wat ie daarna zei?'
'Nou nou nou?' zeiden F. en ik.
'Dat zijn vriendin zich laatst al had afgevraagd waarom hij vijf bijbels had!'
'Vijf?' riepen F. en ik in koor (F. en ik zijn zo goed in koor, daar kennen we elkaar namelijk ook van, van een koor.)
Het was even stil.
'Aderyn, die vent is gek,' zei ik, 'Die doet dit dus de hele tijd. Zo van: 'Hee, bijbeltje ruilen?' En dan hoort hij een stemmetje in zijn hoofd: 'Steel de bijbel, steel de bijbel!' En voordat je het weet, ben je je bijbel kwijt. En zo gaat dat. Met bijbelkleptomanen!'
F. knikte meewarig en ik haalde verontschuldigend mijn schouders op.
'Hij komt hem anders morgen om half negen terug brengen,' zegt Aderyn nuchter.
'Oh,' zeiden F. en ik, toch enigzins teleurgesteld.
Want ja, een heusche bijbelkleptomaan. Boh, dat zou wat zijn.
(Post Scriptum van de auteur: Nu is het zo, dat de bijbelkleptomaan in het echte gesprek gewoon J. heette, maar omdat Amiek gisteren in de trein (nadat ze mij had laten schrikken door aan mijn staartje te trekken) deze term gebruikte toen ik haar dit verhaal vertelde, moest ik 'm wel gebruiken. Dank aan Aderyn voor het verhaal en dank aan Amiek voor de titel. Als ik er ooit een Oscar voor het beste script mee win dan zal ik jullie noemen in mijn speech, okee?)
Huisgenoot F. kijkt verbijsterd van Aderyn naar mij en wij schieten in de lach.
'Inderdaad!' zeg ik, 'Die was er ook al toen ik je leerde kennen, toch?'
'Ja, precies,' grinnikte Aderyn, terwijl ze zich richting huisgenoot F. wendde, 'Ik heb een aantal jaren geleden een alphacursus gedaan en vlak daarna leerde ik Rosalie kennen. Maar ik had dus zo'n bijbel en die vond ik niet fijn lezen, dus toen heb ik hem tijdelijk geruild met een jongen die die cursus ook deed.'
'De bijbelkleptomaan!' lichtte ik een tipje van de sluier op.
'En aan het einde van de alphacursus heb ik de bijbel van de bijbelkleptomaan aan hem teruggegeven, maar ik heb die van mij nooit teruggezien. Dus toen ik hem deze week zag, heb ik de bijbel teruggevraagd!'
'Good for you,' zei ik opgewekt, 'En wat zei ie?'
'Nou,' zei Aderyn, 'Ik zei: 'Jij hebt nog wat van mij!' En toen zei hij: 'Huh, wat dan?' En ja, toen viel het kwartje opeens. En weet je wat ie daarna zei?'
'Nou nou nou?' zeiden F. en ik.
'Dat zijn vriendin zich laatst al had afgevraagd waarom hij vijf bijbels had!'
'Vijf?' riepen F. en ik in koor (F. en ik zijn zo goed in koor, daar kennen we elkaar namelijk ook van, van een koor.)
Het was even stil.
'Aderyn, die vent is gek,' zei ik, 'Die doet dit dus de hele tijd. Zo van: 'Hee, bijbeltje ruilen?' En dan hoort hij een stemmetje in zijn hoofd: 'Steel de bijbel, steel de bijbel!' En voordat je het weet, ben je je bijbel kwijt. En zo gaat dat. Met bijbelkleptomanen!'
F. knikte meewarig en ik haalde verontschuldigend mijn schouders op.
'Hij komt hem anders morgen om half negen terug brengen,' zegt Aderyn nuchter.
'Oh,' zeiden F. en ik, toch enigzins teleurgesteld.
Want ja, een heusche bijbelkleptomaan. Boh, dat zou wat zijn.
(Post Scriptum van de auteur: Nu is het zo, dat de bijbelkleptomaan in het echte gesprek gewoon J. heette, maar omdat Amiek gisteren in de trein (nadat ze mij had laten schrikken door aan mijn staartje te trekken) deze term gebruikte toen ik haar dit verhaal vertelde, moest ik 'm wel gebruiken. Dank aan Aderyn voor het verhaal en dank aan Amiek voor de titel. Als ik er ooit een Oscar voor het beste script mee win dan zal ik jullie noemen in mijn speech, okee?)
20 April '07 - 14:57 | zeven
Vakantieplannen?
Geschreven door Virginie
Al zappend kom je soms toch nog wel eens iets interessants tegen. Zo struikelde ik deze week over een programma met Giancarlo. Giancarlo is een kok. Niet zomaar een kok natuurlijk, maar een hele goede kok. Giancarlo heeft dan ook een koksschool in London. Maar Giancarlo wilde meer. Dus besloot hij samen met zijn vrouw in Italië nog een soort koksschool te openen voor vakantiegangers. Enkele tv-makers vonden dit een uitstekend format voor een real-life soap, dus zo komt het, dat ik het wel en wee van de startende koksschool in Italië« op de tv kan volgen.
Dit bezorgde mij niet een alleen een half uurtje aangenaam verpozen, maar ook vakantiekriebels. Nou heb ik die wel vaker, maar nu werden ze dubbel gevoed. Niet alleen op vakantie naar een heerlijk land, maar dan ook nog eens die hele vakantie in de keuken bezig te zijn en op markten rond te struinen, op zoek naar de lekkerste en vreemdte ingrediënten. Dat is pas echt een culinair verantwoorde vakantie. Echt iets voor mij dus. Nu die kriebels een paar dagen de vrije loop hebben gehad, kon ik toch echt niet de verleiding weerstaan, om eens te kijken, of die kriebels geen realiteit zouden kunnen worden. Ik zette mij dus achter de computer, haalde google erbij en ging vol enthousiasme zoeken.
De school was al snel gevonden en alles klonk goed. Zo'n culinaire vakantie ging met iedere muisklik beter en beter klinken. Tot ik bij het laatste beetje informatie uitkwam. De cruciale informatie: de kosten. Natuurlijk verwachtte ik dat het wel wat zou kosten, maar het zou misschien toch nog net wel binnen mijn budget kunnen passen, leek me zo. Die hoop werd echter snel vermoord. Zo'n culinaire ervaring van een week zou me maar liefst 1750 pond kosten. Ouch. Das iets meer dan 2500 euro. Voor 1 persoon. Voor 1 week. Voorlopig houd ik het dus maar bij Italië in/uit eigen keuken...
Dit bezorgde mij niet een alleen een half uurtje aangenaam verpozen, maar ook vakantiekriebels. Nou heb ik die wel vaker, maar nu werden ze dubbel gevoed. Niet alleen op vakantie naar een heerlijk land, maar dan ook nog eens die hele vakantie in de keuken bezig te zijn en op markten rond te struinen, op zoek naar de lekkerste en vreemdte ingrediënten. Dat is pas echt een culinair verantwoorde vakantie. Echt iets voor mij dus. Nu die kriebels een paar dagen de vrije loop hebben gehad, kon ik toch echt niet de verleiding weerstaan, om eens te kijken, of die kriebels geen realiteit zouden kunnen worden. Ik zette mij dus achter de computer, haalde google erbij en ging vol enthousiasme zoeken.
De school was al snel gevonden en alles klonk goed. Zo'n culinaire vakantie ging met iedere muisklik beter en beter klinken. Tot ik bij het laatste beetje informatie uitkwam. De cruciale informatie: de kosten. Natuurlijk verwachtte ik dat het wel wat zou kosten, maar het zou misschien toch nog net wel binnen mijn budget kunnen passen, leek me zo. Die hoop werd echter snel vermoord. Zo'n culinaire ervaring van een week zou me maar liefst 1750 pond kosten. Ouch. Das iets meer dan 2500 euro. Voor 1 persoon. Voor 1 week. Voorlopig houd ik het dus maar bij Italië in/uit eigen keuken...
19 April '07 - 20:58 | zes
Vrachtwagenmysterie
Geschreven door Virginie
Lang, lang geleden, was er eens een supermarkt. Deze supermarkt stond in een hele lange bochtige weg, tegenover leuke rijtjeshuisjes. Alle bewoners van de leuke rijtjeshuisjes, waren heel blij met deze supermarkt. Tuurlijk, er stonden wel een auto's geparkeerd voor een oprit en de supermarkt moest met vrachtwagens bevoorraad worden, maar al met al, was het weinig overlast voor heel veel gemak.Suiker of de theezakjes op? Onverwachts bezoek dat wil blijven eten? Geen nood, je hoeft niet bij de buren te gaan bedelen, je loopt gewoon even naar de overkant. De supermarkt was blij met de straat en de straat was blij met de supermarkt. Zo leefden ze nog lang en gelukkig.
Totdat, op een dag, de grote boze gemeenteraadswolf met een plan kwam. Een plan, om meer geld binnen te krijgen, door meer toeristen naar het dorp te lokken. Een plan om het dorp een dorpskern te geven. En wat is nou een dorpskern zonder supermarkt? Dus de supermarkt moest verhuizen. De mensen uit de leuke rijtjeshuizen namen met tranen in hun ogen afscheid van hun trouwe supermarkt, terwijl ze probeerden het positief in te zien. Natuurlijk was de supermarkt nu verder weg, maar het zou wel rustiger worden in de straat. Geen auto's meer die opritten blokkeren en al helemaal geen vrachtwagens meer in de lange, bochtige, soms zefs smalle weg.
Zo verdween de supermarkt en verscheen er een fris groen grasveldje voor in de plaats, en de bewoners van de leuke rijtjeshuizen verheugden zich op een nieuw, lang, gelukkig en rustig leven. Maar dat kwam niet. In plaats van twee keer in de week een vrachtwagen van de supermarkt, rijden er nu de hele dag regelmatig vrachtwagens door de lange, bochtige weg. De bewoners van de leuke rijtjeshuizen vinden dit een beetje raar. De weg komt niet echt ergens vandaan en de weg loopt ook nergens echt naartoe, dus waar komen de vrachtwagens dan vandaan? Vooral, waarom kiezen de vrachtwagens voor een lange, smalle en heel bochtige weg, als er parallel een prachtige brede, lange weg loopt, die wel ergens naartoe gaat en ergens vandaan komt?
Zo zijn de bewoners van de leuke rijtjeshuizen in de lange, bochtige weg een supermarkt armer, en een vrachtwagenmysterie rijker...
Totdat, op een dag, de grote boze gemeenteraadswolf met een plan kwam. Een plan, om meer geld binnen te krijgen, door meer toeristen naar het dorp te lokken. Een plan om het dorp een dorpskern te geven. En wat is nou een dorpskern zonder supermarkt? Dus de supermarkt moest verhuizen. De mensen uit de leuke rijtjeshuizen namen met tranen in hun ogen afscheid van hun trouwe supermarkt, terwijl ze probeerden het positief in te zien. Natuurlijk was de supermarkt nu verder weg, maar het zou wel rustiger worden in de straat. Geen auto's meer die opritten blokkeren en al helemaal geen vrachtwagens meer in de lange, bochtige, soms zefs smalle weg.
Zo verdween de supermarkt en verscheen er een fris groen grasveldje voor in de plaats, en de bewoners van de leuke rijtjeshuizen verheugden zich op een nieuw, lang, gelukkig en rustig leven. Maar dat kwam niet. In plaats van twee keer in de week een vrachtwagen van de supermarkt, rijden er nu de hele dag regelmatig vrachtwagens door de lange, bochtige weg. De bewoners van de leuke rijtjeshuizen vinden dit een beetje raar. De weg komt niet echt ergens vandaan en de weg loopt ook nergens echt naartoe, dus waar komen de vrachtwagens dan vandaan? Vooral, waarom kiezen de vrachtwagens voor een lange, smalle en heel bochtige weg, als er parallel een prachtige brede, lange weg loopt, die wel ergens naartoe gaat en ergens vandaan komt?
Zo zijn de bewoners van de leuke rijtjeshuizen in de lange, bochtige weg een supermarkt armer, en een vrachtwagenmysterie rijker...
18 April '07 - 15:47 | drie
Het aroma komt je tegemoet...
Geschreven door Virginie
Maar ik hoef er geen pakje voor open te doen. Zodra ik het industrieterreintje opfiets waar ik iedere week moet zijn, dringt deze geur zich aan mij op. Nou kent 'het platteland' behoorlijk wat geuren, waaronder een heel stel minder aangename, maar toch heb ik ze allemaal tien keer liever, dan de geur die op het terrein hangt. Dat is echt een heel onplezierige geur. Vooral 's ochtend om 7 uur, op een nuchtere maag. Het is de geur van voorgebakken friet. Waarschijnlijk heeft u deze geur nog nooit geroken en snapt u nu mijn probleem met deze geur niet. Mijn probleem is dan weer dat ik de geur wel zou willen omschrijven, maar ik niet verder kom dan weeig en misselijkmakend. Het is waarschijnlijk te vergelijken met wat u ruikt wanneer u uw hoofd tien minuten in een zak ontdooide diepvriesfriet stopt, maar ja, hoe vaak komt dat voor...
Hoe dan ook, voor mij komt het erop neer dat ik iedere werkdag begin, met een maag die zich een paar keer omdraait. Niet het beste begin van de dag, maar daar valt overheen te komen. Erger vind ik, dat ik een paar jaar terug dacht voorgoed van die geur verlost te zijn. Een paar jaar terug, toen ik bij E. ging werken en mijn baantje bij fastfoodketen M. (goh, welk bedrijf zal dat zijn) dus vaarwel zei. Bij M. werd er natuurlijk veel friet gebakken en die friet werd natuurlijk voorgebakken geleverd. Dus iedere zak friet die geopend werd, betekende een klein snufje van die weeige geur. Kleine snufjes, die al erg genoeg waren om te weten, dat ik dat gedeelte van het werk bepaald niet zou missen. Om dus door de buren van mijn nieuwe werkgever getrakteerd te worden op dezelfde misselijke geur, in tienvoud nog wel. En zo werd het toch nog waarheid, dat ik de kleine snufjes ging missen. Maar toch is het beter bij werkgever E. Want ook al zegt mijn neus dat ik hetzelfde werk doe, aan het einde van de werkdag bij E, voel ik me tenminste zelf geen frietje.
Hoe dan ook, voor mij komt het erop neer dat ik iedere werkdag begin, met een maag die zich een paar keer omdraait. Niet het beste begin van de dag, maar daar valt overheen te komen. Erger vind ik, dat ik een paar jaar terug dacht voorgoed van die geur verlost te zijn. Een paar jaar terug, toen ik bij E. ging werken en mijn baantje bij fastfoodketen M. (goh, welk bedrijf zal dat zijn) dus vaarwel zei. Bij M. werd er natuurlijk veel friet gebakken en die friet werd natuurlijk voorgebakken geleverd. Dus iedere zak friet die geopend werd, betekende een klein snufje van die weeige geur. Kleine snufjes, die al erg genoeg waren om te weten, dat ik dat gedeelte van het werk bepaald niet zou missen. Om dus door de buren van mijn nieuwe werkgever getrakteerd te worden op dezelfde misselijke geur, in tienvoud nog wel. En zo werd het toch nog waarheid, dat ik de kleine snufjes ging missen. Maar toch is het beter bij werkgever E. Want ook al zegt mijn neus dat ik hetzelfde werk doe, aan het einde van de werkdag bij E, voel ik me tenminste zelf geen frietje.
16 April '07 - 21:54 | vijf
Histoires de Paris: L'Espagnol inintelligible
Geschreven door Rosalie
Toen ik een tijdje geleden bij Zezunja een stukje las over Spanjaarden die de Franse taal geweld aandoen, moest ik opeens weer aan P. denken. P., l'espagnol inintelligible, die bij mijn in huis woonde toen ik een aantal jaar geleden voor een aantal maanden in Parijs studeerde. Ik woonde daar in een huis op een campus voor buitenlandse studenten, net binnen de périphérique. In dat huis woonden ongeveer 150 mensen van meer dan 50 verschillende nationaliteiten. Het zal u niet verbazen dat er naast P. ook nog andere interessante entiteiten rondliepen. Zoals B., le senegalais bizarre, of M., le libanais embêtant, maar goed. Daarover misschien later meer. Laten we ons voor nu even concentreren op P., want die is in zijn eentje al interessant genoeg.
Eigenlijk weet ik niet meer helemaal zeker of P. ook echt P. heette. (U denkt nu, wat maakt dat nou uit? Nou, dat maakt zeker uit. Later in het verhaal krijgen we namelijk ook nog P., le libanais sympathique, en ik heb zo'n vermoeden dat dit ingewikkeld gaat worden.) P. was echt zo'n typisch mannetje van wie je meteen vergeet of ie P., G. of J. heet. P. zag eruit als een oppernerd en daarnaast liep hij altijd achter V., l'espagnol qui ressemble Gianne Romme, aan, dus heel veel eigen initiatief had P. niet. Maar P. had een geheim wapen. Als P. namelijk zijn mond open deed om Frans te praten, dan moest je wel naar hem luisteren. Het was gewoon ongelofelijk wat die jongen voor een klanken kon voortbrengen. Misschien was het wel grammaticaal zeer correct Frans, maar het leek er allesbehalve op. Die gast was echt onverstaanbaar, daarom heb ik hem ook P., l'espagnol inintelligible, gedoopt.
En zoals dat dan gaat (en ik ben al zoooo goed in het spreken van iets anders dan Limburgs), werd ik aan P. gekoppeld om samen boodschappen te gaan doen voor een op handen zijnde huisborrel. En dus liep Rosalie met P. naar de Champion in de Avenue Général Leclerc, wat toch wel zo'n goede twintig minuten heen en twintig minuten terug was. En P. reutelde maar en Rosalie knikte maar en het was allemaal hartstikke apart. Ik vroeg mij de hele tijd af of P.'s Frans op zich nou slecht was, maar ik kon uit de stroom van klanken nou niet bepaald opmaken of dit het geval was. Soms keek P. mij van opzij aan en zweeg. Ik denk dat dit de momenten waren waarop hij van mij een antwoord verwachtte.
'Mais oui, bien sur' zei ik dan, terwijl ik vurig hoopte dat P. een goed antwoord op zijn vraag kreeg.
Als hij überhaupt al iets vroeg, want tja. Dat was dus vrij moeilijk te peilen bij hem.
Na een klein uur akoestisch geweld van zijn kant en minstens vijfendertig keer 'Mais oui, bien sur' van mijn kant, kwamen we bij P.'s kamer aan. We legden de spullen in de kast en P. maakte nog wat geluiden in mijn richting toen hij mij uitliet. Dit was het moment waarop P., le libanais sympathique, voorbij kwam lopen.
'Salut Rosalie,' zei P. met wie ik nogal veel optrok en die wel verstaanbaar was.
'Salut P.,' zei ik, 'Ça va?'
Waarop zich een levendige conversatie tussen P. en P. ontstond, die ik vanaf de zijlijn vol jaloezie gadesloeg. P. kon P. wel verstaan! Vraiment bizarre.
Toen P. (de verstaanbare versie) en ik even later samen wegliepen, stootte ik hem aan.
'Hee P.,' zei ik, 'Versta jij wel wat P. allemaal zegt?'
'Neuh,' zei P. toen grinnikend, 'Natuurlijk niet. Heb je wel eens goed geluisterd naar wat ie allemaal uitkraamt? Onverstaanbaar, echt waar. Niet te geloven dat je zo'n geluiden kunt voortbrengen. Nee joh, ik lul ook altijd maar wat, hopelijk heeft hij het niet door. Kun jij hem wel verstaan dan?'
Ik trok veelbetekenend mijn wenkbrauwen op en keek hem hoofdschuddend aan.
'Mais P., qu'est-ce que tu penses?' zei ik droog, waarop we allebei in een daverende lach schoten.
Ja ja, er is geen beter vermaak dan leedvermaak.
Eigenlijk weet ik niet meer helemaal zeker of P. ook echt P. heette. (U denkt nu, wat maakt dat nou uit? Nou, dat maakt zeker uit. Later in het verhaal krijgen we namelijk ook nog P., le libanais sympathique, en ik heb zo'n vermoeden dat dit ingewikkeld gaat worden.) P. was echt zo'n typisch mannetje van wie je meteen vergeet of ie P., G. of J. heet. P. zag eruit als een oppernerd en daarnaast liep hij altijd achter V., l'espagnol qui ressemble Gianne Romme, aan, dus heel veel eigen initiatief had P. niet. Maar P. had een geheim wapen. Als P. namelijk zijn mond open deed om Frans te praten, dan moest je wel naar hem luisteren. Het was gewoon ongelofelijk wat die jongen voor een klanken kon voortbrengen. Misschien was het wel grammaticaal zeer correct Frans, maar het leek er allesbehalve op. Die gast was echt onverstaanbaar, daarom heb ik hem ook P., l'espagnol inintelligible, gedoopt.
En zoals dat dan gaat (en ik ben al zoooo goed in het spreken van iets anders dan Limburgs), werd ik aan P. gekoppeld om samen boodschappen te gaan doen voor een op handen zijnde huisborrel. En dus liep Rosalie met P. naar de Champion in de Avenue Général Leclerc, wat toch wel zo'n goede twintig minuten heen en twintig minuten terug was. En P. reutelde maar en Rosalie knikte maar en het was allemaal hartstikke apart. Ik vroeg mij de hele tijd af of P.'s Frans op zich nou slecht was, maar ik kon uit de stroom van klanken nou niet bepaald opmaken of dit het geval was. Soms keek P. mij van opzij aan en zweeg. Ik denk dat dit de momenten waren waarop hij van mij een antwoord verwachtte.
'Mais oui, bien sur' zei ik dan, terwijl ik vurig hoopte dat P. een goed antwoord op zijn vraag kreeg.
Als hij überhaupt al iets vroeg, want tja. Dat was dus vrij moeilijk te peilen bij hem.
Na een klein uur akoestisch geweld van zijn kant en minstens vijfendertig keer 'Mais oui, bien sur' van mijn kant, kwamen we bij P.'s kamer aan. We legden de spullen in de kast en P. maakte nog wat geluiden in mijn richting toen hij mij uitliet. Dit was het moment waarop P., le libanais sympathique, voorbij kwam lopen.
'Salut Rosalie,' zei P. met wie ik nogal veel optrok en die wel verstaanbaar was.
'Salut P.,' zei ik, 'Ça va?'
Waarop zich een levendige conversatie tussen P. en P. ontstond, die ik vanaf de zijlijn vol jaloezie gadesloeg. P. kon P. wel verstaan! Vraiment bizarre.
Toen P. (de verstaanbare versie) en ik even later samen wegliepen, stootte ik hem aan.
'Hee P.,' zei ik, 'Versta jij wel wat P. allemaal zegt?'
'Neuh,' zei P. toen grinnikend, 'Natuurlijk niet. Heb je wel eens goed geluisterd naar wat ie allemaal uitkraamt? Onverstaanbaar, echt waar. Niet te geloven dat je zo'n geluiden kunt voortbrengen. Nee joh, ik lul ook altijd maar wat, hopelijk heeft hij het niet door. Kun jij hem wel verstaan dan?'
Ik trok veelbetekenend mijn wenkbrauwen op en keek hem hoofdschuddend aan.
'Mais P., qu'est-ce que tu penses?' zei ik droog, waarop we allebei in een daverende lach schoten.
Ja ja, er is geen beter vermaak dan leedvermaak.
14 April '07 - 12:39 | twee
Roddeltantes
Geschreven door Virginie
Behoefte aan een leuk avondje uit? Ga dan eens naar een poëziefestival. U hoeft echt niet van poëzie te houden, om het gezellig te hebben. Echt, geloof me, u lacht zich kapot en dan heb ik het niet over de voorgedragen gedichten. Die kunnen natuurlijk ook voor menig lachsalvo zorgen (hetzij omdat ze daadwerkelijk grappig zijn, of omdat het van een zo bedroevend slechte kwaliteit is, dat het weer humor wordt), maar nee, voor de echte lol, moet u achteraf met de dichters eens aan de bar gaan hangen. Want waar ik inmiddels achter ben gekomen, na een paar zo'n avondjes, is dat de bekende dichters van Nederland, ongelofelijke roddeltantes zijn, die niet voor elkaar onder willen doen. Wanneer het werk erop zit, zoeken de dichters elkaar op en na een drankje of twee, wordt er niets of niemand meer gespaard. En voor je het weet, heb je er een heleboel bij geleerd. Bijvoorbeeld dat Zeeman een bijzonder onbemind persoon is in schrijverskringen en dat een van mijn docenten op de universiteit bekend staat als de domste professor van Nederland, om nog maar te zwijgen over alle sappige details met betrekking tot de liefde en relaties. Die details zal ik hier natuurlijk niet herhalen, om de literaire personen in kwestie toch nog enige privacy te gunnen 
Maar goed, behalve amusante roddeltantes, zijn het allemaal ook zeer onderhoudende figuren, in gedrag en gesprek. Bij deze raad ik het u allen dus echt aan, eens een praatje met ze te gaan maken. Zelf kan ik in ieder geval niet wachten tot het volgende literaire hoogstandje, om te kijken of het nog leuker kan worden, dan de vorige avond, waarop ik o.a. een handkus kreeg van de dichter met cape en monocle en ik eendje Kwak heb besproken met onze dichter des vaderlands...
Maar goed, behalve amusante roddeltantes, zijn het allemaal ook zeer onderhoudende figuren, in gedrag en gesprek. Bij deze raad ik het u allen dus echt aan, eens een praatje met ze te gaan maken. Zelf kan ik in ieder geval niet wachten tot het volgende literaire hoogstandje, om te kijken of het nog leuker kan worden, dan de vorige avond, waarop ik o.a. een handkus kreeg van de dichter met cape en monocle en ik eendje Kwak heb besproken met onze dichter des vaderlands...
12 April '07 - 21:58 | vijf
Zoete Wraak
Geschreven door Virginie

11 April '07 - 12:37 | 17
Het grote Chocoladecomplot
Geschreven door Virginie
Het is gemeen, heel gemeen en soms zelfs een beetje wreed. Iedere feestdag is het hetzelfde. Al weken van tevoren, worden de winkelrekken volgestapeld met de lekkerste snoepjes en koekjes. Wat is een Sinterklaas zonder speculaas en pepernoten? Wat is een kerstmis zonder kransjes of kerststol? Feestdagen staan synoniem voor veel eten en lekker snoepen. En daar heb ik op zich niet zo'n problemen mee, zelfs al mag ik de meeste lekkernijen niet hebben. Niet wegens de calorien overigens (geen Sonja Bakker aan mijn lijf!), nee, wegens de overal zo in overvloed gebruikte lactose. Maar ik heb mij daar al lang in berust en laat bijna alle lekkernijen zonder problemen aan me voorbij gaan. Bijna alle. Er is een zoetigheid, die ik maar met grote moeite kan laten staan: de oh zo overheerlijke chocolade. Ik ben geen chocoholic, zo erg is het niet, maar zo af en toe, bestaat er niets lekkerders op dees aard en zou ik het liefst hele dagen lofdichten op dit heerlijke goedje willen zingen. Maar juist het chocolade-geval is extra wreed. Want niet alle chocoladesoorten bevatten lactose. Pure chocolade, is lactose-vrij. Het toeval wil echter, dat ik uitgerekend pure chocolade niet lust... En nee, het is geen kwestie van het leren eten. Een stukje pure chocolade krijg ik echt niet weg. Natuurlijk kan ik het verwerken in de keuken en natuurlijk is het dan heerlijk, maar toch is dat niet hetzelfde als een stukje melkchocolade langzaam op je tong te laten smelten. Bovendien duurt het veel langer voordat je ervan kunt snoepen.
Dus het leven gaat door en je probeert goed je best te doen, alle verleidingen te weerstaan. Met de feestdagen wordt het wat moeilijker, met al die lekkernijen zo prominent uitgestald in de winkels. Maar meestal zijn er gelukkig ook nog wel een paar snoepalternatieven, dus het chocoladegeld en de chocopepernoten laat ik braaf liggen. Maar dan wordt het Pasen. Chocoladefeestdag bij uitstek. Echt, nergens ligt er ooit overal zoveel chocolade als tijdens de paasdagen. Want deze keer liggen de eitjes en chocopaashazen niet alleen in de winkels. Overal waar je komt, liggen er chocolade-eitjes. Voor de 'gezelligheid'. Ieder koffiekopje wordt van een eitje vergezeld. Iedere kantinejuffrouw zet een schaaltje op elk tafeltje. De eitjes vliegen je daadwerkelijk om de oren. En dan wordt het moeilijk. Nu moet je niet alleen in de winkel de zakjes weerstaan. Nee, nu moet je ook iedereen weerstaan, die jou een eitje aanbiedt. Meerdere keren. Want niemand wil meteen aannemen dat je ook daadwerkelijk geen eitje blieft, wanneer je netjes "nee, dank u" zegt. En dan gaat knagen. Een eitje, dat kan toch geen kwaad? Dat kan best een keertje, toch? Maar nog doe je het niet. Je wil volharden. Je denkt, nog maar twee dagen, dan is Pasen voorbij en heb ik het gered. De twee dagen gaan ook voorbij en je hebt het gered!
Maar dan, juist dan, wanneer je denkt te zijn geslaagd in je voornemen en denkt weer veilig een winkel binnen te kunnen stappen, dan begint het echte chocolade-offensief pas. Dan komen alle eitjes die er nog zijn (en geloof me, dat zijn er veel), het magazijn uit en worden ze in de reclame gegooid. Bij ieder koffiekopje ligt er nu niet meer een, maar twee eitjes en iedereen blijft nog langer doordringen om toch een eitje te nemen, want nu kan het nog...
Dus nu is de maat vol. Nu zal ik ook potverdrie de keuken in gaan. Want mijn wraak zal zoet zijn. Letterlijk.
Dus het leven gaat door en je probeert goed je best te doen, alle verleidingen te weerstaan. Met de feestdagen wordt het wat moeilijker, met al die lekkernijen zo prominent uitgestald in de winkels. Maar meestal zijn er gelukkig ook nog wel een paar snoepalternatieven, dus het chocoladegeld en de chocopepernoten laat ik braaf liggen. Maar dan wordt het Pasen. Chocoladefeestdag bij uitstek. Echt, nergens ligt er ooit overal zoveel chocolade als tijdens de paasdagen. Want deze keer liggen de eitjes en chocopaashazen niet alleen in de winkels. Overal waar je komt, liggen er chocolade-eitjes. Voor de 'gezelligheid'. Ieder koffiekopje wordt van een eitje vergezeld. Iedere kantinejuffrouw zet een schaaltje op elk tafeltje. De eitjes vliegen je daadwerkelijk om de oren. En dan wordt het moeilijk. Nu moet je niet alleen in de winkel de zakjes weerstaan. Nee, nu moet je ook iedereen weerstaan, die jou een eitje aanbiedt. Meerdere keren. Want niemand wil meteen aannemen dat je ook daadwerkelijk geen eitje blieft, wanneer je netjes "nee, dank u" zegt. En dan gaat knagen. Een eitje, dat kan toch geen kwaad? Dat kan best een keertje, toch? Maar nog doe je het niet. Je wil volharden. Je denkt, nog maar twee dagen, dan is Pasen voorbij en heb ik het gered. De twee dagen gaan ook voorbij en je hebt het gered!
Maar dan, juist dan, wanneer je denkt te zijn geslaagd in je voornemen en denkt weer veilig een winkel binnen te kunnen stappen, dan begint het echte chocolade-offensief pas. Dan komen alle eitjes die er nog zijn (en geloof me, dat zijn er veel), het magazijn uit en worden ze in de reclame gegooid. Bij ieder koffiekopje ligt er nu niet meer een, maar twee eitjes en iedereen blijft nog langer doordringen om toch een eitje te nemen, want nu kan het nog...
Dus nu is de maat vol. Nu zal ik ook potverdrie de keuken in gaan. Want mijn wraak zal zoet zijn. Letterlijk.
10 April '07 - 21:02 | vijf
Open brief aan de VARA
Geschreven door Rosalie
Beste dames en heren van de VARA,
Er moet mij iets van het hart en dat is dat ik het spijtig vind dat u Paul Witteman elke avond naast Jeroen Pauw laat zitten. Begrijp mij niet verkeerd, ik ben helemaal voor de vrijheid van pers en zo, maar dat wil nog niet zeggen dat ik elke avond onvrijwillig tegen laatsgenoemde aardappelzak aan moet kijken, nietwaar? Ik zap graag eens een rondje voordat ik mij te rusten leg, maar sinds ik regelmatig Jeroen P. langs zie komen (of moet ik zeggen: langs zie hangen?), slaap ik 's nachts een stuk minder goed. En ik moet kijken dan, het is sterker dan ikzelf. Ik bestudeer Jeroen P.'s interessante armbandjes en kettingen en ik oefen synchroon met hem om vorsend één wenkbrauw op te trekken wanneer Heleen van Royen aan het woord is. Want ja, dat vind ik dan wel weer goed aan Jeroen P., dat hij vorsend één wenkbrauw optrekt als Heleen van Royen geluid voortbrengt. Maar voor de rest vind ik 'm maar een pedant mannetje. Embetant, zoals onze zuiderburen zouden zeggen.
Nu begrijp ik ook wel dat u Jeroen P. niet gaat ontslaan omdat ik 'm niet zo mag. Dat zou ook weer zielig zijn, want laten we eerlijk zijn: als u Jeroen P. de laan uit stuurt dan gaat het echt niet meer goed komen met die jongen aangezien hij nu eenmaal het beste is in onderuitgezakt voor een camera hangen. En tja, waar kun je dat beter doen dan op teevee? Dus ik stel voor dat we voor de gulden middenweg gaan. U komt mij tegemoet en ik zal ophouden met vervelende mails zoals deze te sturen. Creatief als ik ben heb ik al drie oplossingen bedacht waarmee u mij kan helpen wat betreft mijn probleem met de heer P. en ik zou graag zien dat u één van deze oplossingen in overweging neemt.
Oplossing 1
U stelt een anti-Jeroen P. decoder in. Dit wil zeggen dat wanneer ik thuis op een knopje van mijn afstandsbediening druk, Jeroen P. uit het beeld gedelete wordt. Dat moet niet moeilijk zijn in dit digitale tijdperk. Sommige Duitse zenders hebben ook zoiets wanneer ik geen zin heb in dat Duitse nagesynchroniseerde gewauwel. Dan druk ik op de knop en voilà: Da ist die Originalsprache! En dan blijft alleen Witteman over, begrijpt u?
Oplossing 2
Uw levert aan geïnteresseerden een sticker die over de linkerbeeldhelft geplakt kan worden, omdat Jeroen P. zich daar voornamelijk bevindt. Hoogstwaarschijnlijk goedkoper en ook zeer aangenaam bij andere programma's waar een ongewenst sujet zich aan de linkerkant van het beeldscherm beweegt. Twee vliegen in één klap, wat willen we nog meer? Het zou ook mooi zijn als er op de sticker een fijne kreet zou staan. Iets als 'Wauw! Witteman zonder Pauw!' of een ander literair hoogstandje.
Oplossing 3
U laat een corset voor de heer P. maken, zodat hij eindelijk eens leert om rechtop te zitten. Ik bedoel, dan is Jeroen P. er zelf nog wel, maar dan wordt zijn voor mij meest storende eigenschap tenminste een beetje ingeperkt en het is ook nog eens goed voor Jeroen P.'s gezondheid. Ik bedoel maar, zo kunt u nog jaren gebruik van hem maken en zal hij niet van het ene ziekenhuis naar het andere verhuizen voor vervelende herniaoperaties. Want die gun ik niemand natuurlijk, vervelende herniaoperaties.
U ziet, mijn oplossingen zijn zowel drastisch als opbouwend van aard. Ik hoop van harte dat u mijn aanbevelingen in overweging wilt nemen. Het zou mijn dagelijkse zaprondje zeer veraangenamen en stiekem denk ik dat er nog wel meer mensen zijn die zich zorgen maken over Jeroen P.'s rug danwel hem het liefst stante pede van het beeldscherm zien verdwijnen.
Hoogachtend,
Rosalie
Er moet mij iets van het hart en dat is dat ik het spijtig vind dat u Paul Witteman elke avond naast Jeroen Pauw laat zitten. Begrijp mij niet verkeerd, ik ben helemaal voor de vrijheid van pers en zo, maar dat wil nog niet zeggen dat ik elke avond onvrijwillig tegen laatsgenoemde aardappelzak aan moet kijken, nietwaar? Ik zap graag eens een rondje voordat ik mij te rusten leg, maar sinds ik regelmatig Jeroen P. langs zie komen (of moet ik zeggen: langs zie hangen?), slaap ik 's nachts een stuk minder goed. En ik moet kijken dan, het is sterker dan ikzelf. Ik bestudeer Jeroen P.'s interessante armbandjes en kettingen en ik oefen synchroon met hem om vorsend één wenkbrauw op te trekken wanneer Heleen van Royen aan het woord is. Want ja, dat vind ik dan wel weer goed aan Jeroen P., dat hij vorsend één wenkbrauw optrekt als Heleen van Royen geluid voortbrengt. Maar voor de rest vind ik 'm maar een pedant mannetje. Embetant, zoals onze zuiderburen zouden zeggen.
Nu begrijp ik ook wel dat u Jeroen P. niet gaat ontslaan omdat ik 'm niet zo mag. Dat zou ook weer zielig zijn, want laten we eerlijk zijn: als u Jeroen P. de laan uit stuurt dan gaat het echt niet meer goed komen met die jongen aangezien hij nu eenmaal het beste is in onderuitgezakt voor een camera hangen. En tja, waar kun je dat beter doen dan op teevee? Dus ik stel voor dat we voor de gulden middenweg gaan. U komt mij tegemoet en ik zal ophouden met vervelende mails zoals deze te sturen. Creatief als ik ben heb ik al drie oplossingen bedacht waarmee u mij kan helpen wat betreft mijn probleem met de heer P. en ik zou graag zien dat u één van deze oplossingen in overweging neemt.
Oplossing 1
U stelt een anti-Jeroen P. decoder in. Dit wil zeggen dat wanneer ik thuis op een knopje van mijn afstandsbediening druk, Jeroen P. uit het beeld gedelete wordt. Dat moet niet moeilijk zijn in dit digitale tijdperk. Sommige Duitse zenders hebben ook zoiets wanneer ik geen zin heb in dat Duitse nagesynchroniseerde gewauwel. Dan druk ik op de knop en voilà: Da ist die Originalsprache! En dan blijft alleen Witteman over, begrijpt u?
Oplossing 2
Uw levert aan geïnteresseerden een sticker die over de linkerbeeldhelft geplakt kan worden, omdat Jeroen P. zich daar voornamelijk bevindt. Hoogstwaarschijnlijk goedkoper en ook zeer aangenaam bij andere programma's waar een ongewenst sujet zich aan de linkerkant van het beeldscherm beweegt. Twee vliegen in één klap, wat willen we nog meer? Het zou ook mooi zijn als er op de sticker een fijne kreet zou staan. Iets als 'Wauw! Witteman zonder Pauw!' of een ander literair hoogstandje.
Oplossing 3
U laat een corset voor de heer P. maken, zodat hij eindelijk eens leert om rechtop te zitten. Ik bedoel, dan is Jeroen P. er zelf nog wel, maar dan wordt zijn voor mij meest storende eigenschap tenminste een beetje ingeperkt en het is ook nog eens goed voor Jeroen P.'s gezondheid. Ik bedoel maar, zo kunt u nog jaren gebruik van hem maken en zal hij niet van het ene ziekenhuis naar het andere verhuizen voor vervelende herniaoperaties. Want die gun ik niemand natuurlijk, vervelende herniaoperaties.
U ziet, mijn oplossingen zijn zowel drastisch als opbouwend van aard. Ik hoop van harte dat u mijn aanbevelingen in overweging wilt nemen. Het zou mijn dagelijkse zaprondje zeer veraangenamen en stiekem denk ik dat er nog wel meer mensen zijn die zich zorgen maken over Jeroen P.'s rug danwel hem het liefst stante pede van het beeldscherm zien verdwijnen.
Hoogachtend,
Rosalie
09 April '07 - 20:59 | vijf
Paaskaartje
Geschreven door Virginie
Het paaskaartje is een vrij onbekend fenomeen. Ik weet nog dat ik zelf ook compleet verrast werd, toen ik voor het eerst in mijn leven (ik was een jaar of 11), ineens een paaskaartje in mijn handen kreeg van een vriendinnetje. De kerstkaart, die kende ik, maar de paaskaart? Nee, die was nieuw. Maar creatief als ik toen al was, liet ik mij natuurlijk niet makkelijk uit het veld slaan en maakte met pen, inkt en wat waterverf een vrolijk paaskaartje om desbetreffend vriendinnetje ermee te verblijden. Toch is de paaskaart geen traditie voor me geworden, zoals dat volgens mij voor de meeste mensen (in ieder geval in mijn omgeving) geen traditie is.
De paar paaskaartjes die ik in mijn leven heb mogen ontvangen, zijn dan ook op een hand te tellen. En ook al was de ontvangst van een dergelijk kaartje natuurlijk altijd aangenaam, zelfs eventjes hartverwarmend, dit jaar hebben we het eerste paaskaartje ontvangen dat me luidkeels liet lachen. Ineens zie ik toch wel wat in een nieuwe traditie. Het paaskaartje, maar dan alleen, als 'ie grappig is...
De paar paaskaartjes die ik in mijn leven heb mogen ontvangen, zijn dan ook op een hand te tellen. En ook al was de ontvangst van een dergelijk kaartje natuurlijk altijd aangenaam, zelfs eventjes hartverwarmend, dit jaar hebben we het eerste paaskaartje ontvangen dat me luidkeels liet lachen. Ineens zie ik toch wel wat in een nieuwe traditie. Het paaskaartje, maar dan alleen, als 'ie grappig is...

06 April '07 - 22:24 | vier
Kaartjesmysterie
Geschreven door Virginie
Een van mijn (vele) beetje vreemde gewoontes, is om kaartjes en bonnetjes van waar ik ben geweest te bewaren. Filmkaartjes, theaterkaartjes, rekeningen van een etentje of hotelovernachting, Parijse metrokaartjes, (ski-)liftpasjes, eftelingkaartjes etc., ik bewaar ze allemaal. Eerst verdwijnen ze in het voorvakje van mijn tas. Daarna komen ze op een stapeltje in mijn boekenkast terecht, waarna ik eens in de zoveel tijd alle bonnetjes, kaartjes en rekeningen sorteer (uiteindelijk bewaar ik natuurlijk niet alles, dat zou ernstig worden), ze op chronologische volgorde leg en ze in een boekje plak. Dit hou ik nu al een jaartje of zeven vol. Een soort scrapbooking (ieuw) avant la lettre dus.
Dit boekje, is mij dierbaarder dan al mijn foto-albums. Daarom vind ik het ook nooit erg, dat ik niet standaard een foto-toestel bij me heb; ik heb mijn kaartjes. Natuurlijk, foto's zijn geweldige dingen en als er mooie/leuke foto's genomen zijn of kunnen worden, dan doe ik daar zeker aan mee, maar als puntje bij paaltje komt, heb ik liever mijn boekje met aftands ogende bonnetjes en halfdoorgescheurde entree-bewijzen, dan foto's van de allerbeste kwaliteit. Bij een foto kan het zomaar gebeuren, dat je je het beeld op de foto gaat herinneren en niet meer de gebeurtenis zelf. Bij mijn kaartjes kan ik terugzien waar het was, welke datum en tijd het was, wat we ervoor betaald hebben, maar de rest moet ik zelf invullen uit mijn geheugen. Dit ene boekje roept meer gevoel, meer mooie en heldere herinneringen bij me op, dan een hele kast vol fotoboeken zou kunnen doen. En ook al doe ik meestal een beetje lacherig over mijn sentimentele boekje vol vodjes, toch zou het een van de eerste dingen zijn die ik mee zou nemen uit mijn woning in geval van brand.
Hoe dan ook, vandaag was het weer zo'n dag, om te sorteren en in te plakken. Ik heb zelfs een soort mijlpaal bereikt: het eerste boekje is vol. Gelukkig ligt boekje twee (met dank aan het meisje van dwaallicht al heel lang klaar, wachtend op zijn eerste kaartjes. Maar deze eerste kaartjes, brengen mij een beetje in verwarring. Met deze kaartjes klopt iets niet. Of mijn geheugen heeft het nu al begeven, dat kan natuurlijk ook.
Enige tijd geleden hebben Rosalie en ik namelijk een heel decadent avondje gehad. Er draaide namelijk een film, waar we absoluut heen moesten. Niet alleen omdat de film zelf ons heel leuk leek, maar ook omdat de stad waar de film om draaide, sinds een bepaalde vakantie voor ons een extra kleurrijk tintje heeft gekregen. Zo gezegd zo gedaan dus. Eerst gingen we naar de bioscoop, vervolgens zijn we in de stad iets gaan eten, om daarna nog een filmpje te pikken. Ik zag de bladzijde-indeling al helemaal voor me: in het midden mooi het restaurantskaartje, met daar omheen de filmkaartjes: de ideale herinnering aan een heerlijk decadent avondje. Maar de kaartjes vertellen een ander verhaal. Volgens de kaartjes heb ik namelijk die twee films helemaal niet op dezelfde dag gezien, maar zaten er twee dagen tussen. Nu heeft dus of een van de bioscopen een slecht functionerende kalender in de kassa zitten, of ik begin me al uitjes te herinneren, die nooit hebben bestaan...
Gelukkig kan ik nu nog Rosalie vragen me uit de brand te helpen. Dus Roos, vertel me aub dat ik mijn verstand nog niet verlies en zeg me dat we naar twee films op é©® avond zijn geweest. (Ter controle van de kaartjes misschien ook maar naar welke titels.) Want als ik mijn verstand toch al heb verloren, kan ik de boekjes bij een eventuele brand net zo goed laten vergaan. Dan ga ik mijn leven niet wagen, voor herinneringen die ik zelf bij elkaar gefantaseerd heb...
Dit boekje, is mij dierbaarder dan al mijn foto-albums. Daarom vind ik het ook nooit erg, dat ik niet standaard een foto-toestel bij me heb; ik heb mijn kaartjes. Natuurlijk, foto's zijn geweldige dingen en als er mooie/leuke foto's genomen zijn of kunnen worden, dan doe ik daar zeker aan mee, maar als puntje bij paaltje komt, heb ik liever mijn boekje met aftands ogende bonnetjes en halfdoorgescheurde entree-bewijzen, dan foto's van de allerbeste kwaliteit. Bij een foto kan het zomaar gebeuren, dat je je het beeld op de foto gaat herinneren en niet meer de gebeurtenis zelf. Bij mijn kaartjes kan ik terugzien waar het was, welke datum en tijd het was, wat we ervoor betaald hebben, maar de rest moet ik zelf invullen uit mijn geheugen. Dit ene boekje roept meer gevoel, meer mooie en heldere herinneringen bij me op, dan een hele kast vol fotoboeken zou kunnen doen. En ook al doe ik meestal een beetje lacherig over mijn sentimentele boekje vol vodjes, toch zou het een van de eerste dingen zijn die ik mee zou nemen uit mijn woning in geval van brand.
Hoe dan ook, vandaag was het weer zo'n dag, om te sorteren en in te plakken. Ik heb zelfs een soort mijlpaal bereikt: het eerste boekje is vol. Gelukkig ligt boekje twee (met dank aan het meisje van dwaallicht al heel lang klaar, wachtend op zijn eerste kaartjes. Maar deze eerste kaartjes, brengen mij een beetje in verwarring. Met deze kaartjes klopt iets niet. Of mijn geheugen heeft het nu al begeven, dat kan natuurlijk ook.
Enige tijd geleden hebben Rosalie en ik namelijk een heel decadent avondje gehad. Er draaide namelijk een film, waar we absoluut heen moesten. Niet alleen omdat de film zelf ons heel leuk leek, maar ook omdat de stad waar de film om draaide, sinds een bepaalde vakantie voor ons een extra kleurrijk tintje heeft gekregen. Zo gezegd zo gedaan dus. Eerst gingen we naar de bioscoop, vervolgens zijn we in de stad iets gaan eten, om daarna nog een filmpje te pikken. Ik zag de bladzijde-indeling al helemaal voor me: in het midden mooi het restaurantskaartje, met daar omheen de filmkaartjes: de ideale herinnering aan een heerlijk decadent avondje. Maar de kaartjes vertellen een ander verhaal. Volgens de kaartjes heb ik namelijk die twee films helemaal niet op dezelfde dag gezien, maar zaten er twee dagen tussen. Nu heeft dus of een van de bioscopen een slecht functionerende kalender in de kassa zitten, of ik begin me al uitjes te herinneren, die nooit hebben bestaan...
Gelukkig kan ik nu nog Rosalie vragen me uit de brand te helpen. Dus Roos, vertel me aub dat ik mijn verstand nog niet verlies en zeg me dat we naar twee films op é©® avond zijn geweest. (Ter controle van de kaartjes misschien ook maar naar welke titels.) Want als ik mijn verstand toch al heb verloren, kan ik de boekjes bij een eventuele brand net zo goed laten vergaan. Dan ga ik mijn leven niet wagen, voor herinneringen die ik zelf bij elkaar gefantaseerd heb...

05 April '07 - 20:52 | acht
Over rukkers en weke conducteurtjes
Geschreven door Rosalie
Weet u waar ik dus echt niet goed van word? Van van die rukkers in de trein. En dan niet letterlijke rukkers (Ieuw, nee ja. Dat zou nog erger zijn) maar van die rukkers die een kaartje met korting kopen en daar dan voor negen uur mee gaan reizen en dan proberen om zo'n conducteur om te praten. En waar ik dan al helemaal niet goed van word, zijn van die weke conducteurs die dan zeggen: 'Ik zie het nu door de vingers, maar niet meer doen, hè?' Ik heb dus wel eens met mijn duffe kop een treinkaartje met korting genomen en ben om kwart over acht in de trein gestapt. En wat gebeurde er toen? Ja, hoppa. Rosalie kon 35 euro bij gaan dokken. Dikke tsssssk. En waarom? Nou, dat zal ik u eens vertellen. Omdat ik blij en zachtmoedig van karakter ben en al die dingen die ik dan denk niet een-twee-drie de wereld inslinger. Omdat ik mijn lot met waardigheid draag. Daarom. Maar de laatste tijd kom ik dus steeds vaker rukkers en weke conducteurtjes tegen en ieuw, ik krijg daar dus echt diarree van. In 82 kleuren. Period.
Een week of drie geleden doet de volgende situatie zich voor. Rukker gaat van Arnhem naar Utrecht en heeft een retourtje gekocht met korting. Het is kwart voor negen 's ochtends.
Week conducteurtje: 'Meneer, u mag niet met korting reizen voor negen uur.'
Rukker: 'Huh? Hoezo niet?'
Week conducteurtje: 'Dat is een regel. Je mag niet met een kaartje met korting voor negen uur reizen.'
Rukker: 'Ja maar, hee! Dat wist ik niet. Ik reis bijna nooit met de trein!'
(Noot van Rosalie: Rukker heeft een voordeelurenkaart maar reist bijna nooit met de trein. Lazer toch op, man! Ga je oma foppen!)
Week conducteurtje: 'Nou ja, laten we dit afspreken. Ik neem nu uw kaartje in en u koopt dan in Utrecht een nieuw enkeltje om terug te gaan naar Arnhem.'
Rukker: 'Sputterdesputter.'
Week conducteurtje: 'Nou meneer, dat is heel schappelijk. Eigenlijk moet ik u 35 euro bij laten betalen.'
Doe dat dan ook, lul!
'Nou,' zeg ik tegen de man tegenover me als het conducteurtje verdwenen is, 'Mag ik dan ook die 35 euro terug die ik ooit betaald heb omdat ik gewoon even niet op zat te letten, terwijl ik me normaal altijd braaf aan die achterlijke regels houd?'
'Ja, precies!' is mijn overbuurman het met mij eens.
Stiekem hopen we natuurlijk dat de rukker (die schuin achter ons zit) iets opvangt van ons verontwaardigd onderonsje en er lering uit trekt. Want zo zijn wij dan weer wel, de man en ik. Blij en zachtmoedig van karakter gaan wij door de wereld, met opgeheven hoofd.
Vanochtend zat ik naast een rukster en zie, wederom komt er een week conductrutje langs.
Week conductrutje: 'Mevrouw, u mag niet met korting reizen voor negen uur!'
Rukster: 'Maar het is al negen uur geweest!'
Week conductrutje: 'Ja, maar dat was het niet toen u in Arnhem op de trein stapte!'
(Noot van Rosalie: Altijd die Ernhemmers. Echt. Ieuw!)
Rukster: 'Ja hallo! Uw trein vertrok al met vertraging en dan moet ik zeker ook nog het volle pond gaan betalen?! Ik rijd elke week twee keer op en neer naar Groningen en die trein is altijd te laat. En dan zegt u nu dat ik... nou ja, zeg!'
Ja, nou ja, zeg! Inderdaad nou ja, zeg! Stomme trol, kappen met die drogredenen! Regels zijn regels. Klaar.
Week conductrutje: 'Bladibladibla.'
Rukster: 'Bladibladibla.'
Week conductrutje: 'Nou ja, mijn werkgever gaat niet blij met mij zijn, maar ik zal het voor deze keer door de vingers zien.'
En ik wil schreeuwen: 'Ik wil NU mijn 35 euro terug! NU! Hoor je me? Dat meten met twee maten hier, ik word er doodziek van. Ik, de trouwe NS-klant, rijd verdomme minstens drie keer per week op en neer tussen Nijmegen en Driebergen-Zeist en ik houd me altijd aan de regels en dan krijg je dit!'
Maar ik doe het niet. Want ik ben blij en zachtmoedig van karakter. En daarnaast ben ik veel te bang dat de rukker in kwestie op me in begint te slaan, want zo'n schijterd ben ik dan ook wel weer.
Dit is een raar landje voor mensen zoals ik. Ik ga verhuizen.
Een week of drie geleden doet de volgende situatie zich voor. Rukker gaat van Arnhem naar Utrecht en heeft een retourtje gekocht met korting. Het is kwart voor negen 's ochtends.
Week conducteurtje: 'Meneer, u mag niet met korting reizen voor negen uur.'
Rukker: 'Huh? Hoezo niet?'
Week conducteurtje: 'Dat is een regel. Je mag niet met een kaartje met korting voor negen uur reizen.'
Rukker: 'Ja maar, hee! Dat wist ik niet. Ik reis bijna nooit met de trein!'
(Noot van Rosalie: Rukker heeft een voordeelurenkaart maar reist bijna nooit met de trein. Lazer toch op, man! Ga je oma foppen!)
Week conducteurtje: 'Nou ja, laten we dit afspreken. Ik neem nu uw kaartje in en u koopt dan in Utrecht een nieuw enkeltje om terug te gaan naar Arnhem.'
Rukker: 'Sputterdesputter.'
Week conducteurtje: 'Nou meneer, dat is heel schappelijk. Eigenlijk moet ik u 35 euro bij laten betalen.'
Doe dat dan ook, lul!
'Nou,' zeg ik tegen de man tegenover me als het conducteurtje verdwenen is, 'Mag ik dan ook die 35 euro terug die ik ooit betaald heb omdat ik gewoon even niet op zat te letten, terwijl ik me normaal altijd braaf aan die achterlijke regels houd?'
'Ja, precies!' is mijn overbuurman het met mij eens.
Stiekem hopen we natuurlijk dat de rukker (die schuin achter ons zit) iets opvangt van ons verontwaardigd onderonsje en er lering uit trekt. Want zo zijn wij dan weer wel, de man en ik. Blij en zachtmoedig van karakter gaan wij door de wereld, met opgeheven hoofd.
Vanochtend zat ik naast een rukster en zie, wederom komt er een week conductrutje langs.
Week conductrutje: 'Mevrouw, u mag niet met korting reizen voor negen uur!'
Rukster: 'Maar het is al negen uur geweest!'
Week conductrutje: 'Ja, maar dat was het niet toen u in Arnhem op de trein stapte!'
(Noot van Rosalie: Altijd die Ernhemmers. Echt. Ieuw!)
Rukster: 'Ja hallo! Uw trein vertrok al met vertraging en dan moet ik zeker ook nog het volle pond gaan betalen?! Ik rijd elke week twee keer op en neer naar Groningen en die trein is altijd te laat. En dan zegt u nu dat ik... nou ja, zeg!'
Ja, nou ja, zeg! Inderdaad nou ja, zeg! Stomme trol, kappen met die drogredenen! Regels zijn regels. Klaar.
Week conductrutje: 'Bladibladibla.'
Rukster: 'Bladibladibla.'
Week conductrutje: 'Nou ja, mijn werkgever gaat niet blij met mij zijn, maar ik zal het voor deze keer door de vingers zien.'
En ik wil schreeuwen: 'Ik wil NU mijn 35 euro terug! NU! Hoor je me? Dat meten met twee maten hier, ik word er doodziek van. Ik, de trouwe NS-klant, rijd verdomme minstens drie keer per week op en neer tussen Nijmegen en Driebergen-Zeist en ik houd me altijd aan de regels en dan krijg je dit!'
Maar ik doe het niet. Want ik ben blij en zachtmoedig van karakter. En daarnaast ben ik veel te bang dat de rukker in kwestie op me in begint te slaan, want zo'n schijterd ben ik dan ook wel weer.
Dit is een raar landje voor mensen zoals ik. Ik ga verhuizen.
04 April '07 - 16:52 | dertien
Precies op tijd te laat
Geschreven door Virginie
Sommige ochtenden willen niet. Dat begint natuurlijk al bij de wekker, die voor je gevoel te vroeg af gaat. Daarna duurt het om onverklaarbare redenen net iets langer voordat je je kleren bij elkaar hebt gezocht en aangetrokken. Vervolgens scheurt de krant terwijl je hem uit de brievenbus haalt en is er geen appel meer in huis te vinden voor je ochtendpauze. En net op het moment dat je, door alle kleine tegenslagen al een beetje gehaast, wil vertrekken, begeven je veters het bij het strikken.
Nieuwe veters zijn snel gevonden; ze liggen immers al klaar. Je had de zwakheid van de veters al eerder ontdekt, maar natuurlijk begeven ze het pas op die ochtend, dat je al achterloopt op schema. Wanneer je de nieuwe veters erin hebt gerijgd en je alsnog, inmiddels een beetje erg gehaast, wil vertrekken, kom je erachter, dat je eerst nog even wat extra lucht de fietsbanden in zult moeten pompen.
Maar ook dat probleempje wordt vrij vlot verholpen, waardoor je op het moment dat je daadwerkelijk klaar bent om te vertrekken, slechts 6 minuten achter loopt op schema. Over het algemeen vrij cruciale minuten (het ochtendschema is strak gepland), maar met een beetje geluk hoop je een deel van die minuten nog wel in te halen. Totdat het wind tegen blijkt te zijn. Natuurlijk. Van die drie keer in het jaar dat de wind op de heenreis niet meezit, is deze dag er uitgerekend een van. Eigenlijk had je het kunnen weten, natuurlijk, waar is Murphy's wet anders nog goed voor?
Een beetje verslagen zit je uiteindelijk op de fiets. Je kijkt nauwelijks naar het nog verlaten landschap op dit vroege uur, terwijl je tegen de wind vecht. De dag lijkt al redelijk verpest, maar dan, zomaar uit het niets, maakt het allemaal niets meer uit. Dan zie je namelijk een ree door een van de weide's lopen. In eerste instantie ben je verbaasd dat er in jouw dorp blijkbaar een boer is, die avontuurlijk genoeg is om reeen te gaan houden. Maar dan floept hij zonder problemen tussen het prikkeldraad door en loopt het fietspad op. Daar blijft hij even staan, nog niet op de hoogte van jouw aanwezigheid; zelfs wind tegen kan dus positief blijken. In alle rust kun je het prachtige dier bekijken, terwijl je langzaam steeds dichterbij komt. Pas wanneer je zoveel moet remmen om er niet tegen aan te botsen, dat de remmen een beetje geluid maken, draait het zijn kop om, kijkt je verschrikt een seconde aan en springt dan snel de weg over het bos in.
De rest van de route beleef je niet, je hersenen moeten nog even wennen aan het feit dat je praktisch oog in oog stond met een prachtige ree. Ergens is het jammer dat je op zo'n momenten nooit een fototoestel bij je hebt, maar ergens ben je er ook blij om dat je geen tijd hebt hoeven verspillen aan het nemen van een foto. Uiteindelijk ben je te laat op je werk, maar is het ondanks alles toch een prachtige dag! Want zonder die paar minuten vertraging, was het allemaal aan je neus voorbij gegaan.
Nieuwe veters zijn snel gevonden; ze liggen immers al klaar. Je had de zwakheid van de veters al eerder ontdekt, maar natuurlijk begeven ze het pas op die ochtend, dat je al achterloopt op schema. Wanneer je de nieuwe veters erin hebt gerijgd en je alsnog, inmiddels een beetje erg gehaast, wil vertrekken, kom je erachter, dat je eerst nog even wat extra lucht de fietsbanden in zult moeten pompen.
Maar ook dat probleempje wordt vrij vlot verholpen, waardoor je op het moment dat je daadwerkelijk klaar bent om te vertrekken, slechts 6 minuten achter loopt op schema. Over het algemeen vrij cruciale minuten (het ochtendschema is strak gepland), maar met een beetje geluk hoop je een deel van die minuten nog wel in te halen. Totdat het wind tegen blijkt te zijn. Natuurlijk. Van die drie keer in het jaar dat de wind op de heenreis niet meezit, is deze dag er uitgerekend een van. Eigenlijk had je het kunnen weten, natuurlijk, waar is Murphy's wet anders nog goed voor?
Een beetje verslagen zit je uiteindelijk op de fiets. Je kijkt nauwelijks naar het nog verlaten landschap op dit vroege uur, terwijl je tegen de wind vecht. De dag lijkt al redelijk verpest, maar dan, zomaar uit het niets, maakt het allemaal niets meer uit. Dan zie je namelijk een ree door een van de weide's lopen. In eerste instantie ben je verbaasd dat er in jouw dorp blijkbaar een boer is, die avontuurlijk genoeg is om reeen te gaan houden. Maar dan floept hij zonder problemen tussen het prikkeldraad door en loopt het fietspad op. Daar blijft hij even staan, nog niet op de hoogte van jouw aanwezigheid; zelfs wind tegen kan dus positief blijken. In alle rust kun je het prachtige dier bekijken, terwijl je langzaam steeds dichterbij komt. Pas wanneer je zoveel moet remmen om er niet tegen aan te botsen, dat de remmen een beetje geluid maken, draait het zijn kop om, kijkt je verschrikt een seconde aan en springt dan snel de weg over het bos in.
De rest van de route beleef je niet, je hersenen moeten nog even wennen aan het feit dat je praktisch oog in oog stond met een prachtige ree. Ergens is het jammer dat je op zo'n momenten nooit een fototoestel bij je hebt, maar ergens ben je er ook blij om dat je geen tijd hebt hoeven verspillen aan het nemen van een foto. Uiteindelijk ben je te laat op je werk, maar is het ondanks alles toch een prachtige dag! Want zonder die paar minuten vertraging, was het allemaal aan je neus voorbij gegaan.
03 April '07 - 21:30 | zeven
Foute buskrakers
Geschreven door Rosalie
Gisteren zat ik in een bus naar Frankfurt. Met mijn vader en wat leerlingen van zijn school. We gingen naar de Frankfurter Musikmesse en tja, daarvoor ga je natuurlijk graag vrijwillig in een bus met leerlingen zitten. Nu moet ik zeggen dat de leerlingen bij mijn vader op school nog wel te pruimen zijn en zeker degenen die geïnteresseerd zijn in zoiets als een muziekbeurs en daar de hele dag zoeken naar leuke gadgets en saxofoons, drumstellen en andere muziekinstrumenten uitproberen.
Maar er is één groot nadeel aan de drieënhalf uur durende reis naar Frankfurt en dat is de wel haast verplichte busfilm. Eén op de heenreis en één op de terugreis.
'Meneer, mogen we film kijken?'
Zucht. Mijn gedachten dwaalden af naar de tijd waarin ik zelf als leerling meeging naar Frankfurt. Ik weet niet hoe vaak ik Jurassic Park in die bus heb gezien, maar ik kan hem tegenwoordig bijna synchroon meepraten, dus ik vermoed dat het vaak was.
Gelukkig kwam een van de kinders aanzetten met 'The Devil wears Prada' en omdat ik die eigenlijk stiekem nog wel wilde zien, vloog de heenreis voorbij.
De terugreis was echter andere koek.
'Meneer, ik heb hier War of the Worlds,' zei een van de leerlingen, 'Mag die op?'
Oh my freakin' God! War of the Worlds! Ik wist niet zeker of ik daar op zat te wachten, want onwillekeurig dacht ik terug aan die vreselijke Frankfurtreis met Star Wars, ik denk dat ik in mijn eindexamenjaar zat. Ik haat dat soort films. Echt. En grondig ook. Toen er even later ook een DVD langs kwam zweven met het hoofd van Tom Cruise erop dacht ik dat ik toch wel minstens ter plekke zou gaan sterven. Een SF-film met Tom Cruise. Dit ging een lange reis worden, een zeer lange reis. Met een zucht pakte ik De Engelenmaker van Stefan Brijs uit mijn tas en begon te lezen. De eerste drie kwartier War of the Worlds gingen vrij geruisloos aan mij voorbij.
Maar zoals dat altijd gaat met dat soort films: toen begon het schieten. Verstoord keek ik op van mijn intrigerende boek. Ik zag grote zilveren SF-achtige dingen die de wereld probeerden te vernietigen en af en toe kwam het hoofd van Tom Cruise in beeld. Tom Cruise had blijkbaar de enig nog werkende auto in de omgeving te pakken gekregen en werd nu door een woedende menigte uit zijn vehikel gepulkt. Hij trok zijn pistool en de massa deinsde achteruit.
'Ja, tuurlijk,' zei ik en ik fronste mijn wenkbrauwen, 'Een Amerikaan trekt een pistool en dan is er in die hele menigte niet één andere Amerikaan die ook op dat idee komt? Erg irreëel allemaal. Nog los van het feit dat het natuurlijk sowieso nergens op slaat.'
'Rosalie, hou je mond,' zei mijn vader, die duidelijk meer in de film zat dan ik.
'Ach man, het is toch waar?' was ik van mening, terwijl ik me weer tot mijn boek richtte, 'Wat een ontstellende onzin allemaal weer.'
Maar stiekem keek ik toch ook met een half oog naar War of the Worlds. Zoals ik ook met een half oog gekeken heb naar Jurassic Park, Independence Day, Star Wars, Armageddon en andere foute buskrakers. Want tja, soms moet je jezelf nou eenmaal kwellen om de goede dingen des levens weer te waarderen. Leve Sissi!
Maar er is één groot nadeel aan de drieënhalf uur durende reis naar Frankfurt en dat is de wel haast verplichte busfilm. Eén op de heenreis en één op de terugreis.
'Meneer, mogen we film kijken?'
Zucht. Mijn gedachten dwaalden af naar de tijd waarin ik zelf als leerling meeging naar Frankfurt. Ik weet niet hoe vaak ik Jurassic Park in die bus heb gezien, maar ik kan hem tegenwoordig bijna synchroon meepraten, dus ik vermoed dat het vaak was.
Gelukkig kwam een van de kinders aanzetten met 'The Devil wears Prada' en omdat ik die eigenlijk stiekem nog wel wilde zien, vloog de heenreis voorbij.
De terugreis was echter andere koek.
'Meneer, ik heb hier War of the Worlds,' zei een van de leerlingen, 'Mag die op?'
Oh my freakin' God! War of the Worlds! Ik wist niet zeker of ik daar op zat te wachten, want onwillekeurig dacht ik terug aan die vreselijke Frankfurtreis met Star Wars, ik denk dat ik in mijn eindexamenjaar zat. Ik haat dat soort films. Echt. En grondig ook. Toen er even later ook een DVD langs kwam zweven met het hoofd van Tom Cruise erop dacht ik dat ik toch wel minstens ter plekke zou gaan sterven. Een SF-film met Tom Cruise. Dit ging een lange reis worden, een zeer lange reis. Met een zucht pakte ik De Engelenmaker van Stefan Brijs uit mijn tas en begon te lezen. De eerste drie kwartier War of the Worlds gingen vrij geruisloos aan mij voorbij.
Maar zoals dat altijd gaat met dat soort films: toen begon het schieten. Verstoord keek ik op van mijn intrigerende boek. Ik zag grote zilveren SF-achtige dingen die de wereld probeerden te vernietigen en af en toe kwam het hoofd van Tom Cruise in beeld. Tom Cruise had blijkbaar de enig nog werkende auto in de omgeving te pakken gekregen en werd nu door een woedende menigte uit zijn vehikel gepulkt. Hij trok zijn pistool en de massa deinsde achteruit.
'Ja, tuurlijk,' zei ik en ik fronste mijn wenkbrauwen, 'Een Amerikaan trekt een pistool en dan is er in die hele menigte niet één andere Amerikaan die ook op dat idee komt? Erg irreëel allemaal. Nog los van het feit dat het natuurlijk sowieso nergens op slaat.'
'Rosalie, hou je mond,' zei mijn vader, die duidelijk meer in de film zat dan ik.
'Ach man, het is toch waar?' was ik van mening, terwijl ik me weer tot mijn boek richtte, 'Wat een ontstellende onzin allemaal weer.'
Maar stiekem keek ik toch ook met een half oog naar War of the Worlds. Zoals ik ook met een half oog gekeken heb naar Jurassic Park, Independence Day, Star Wars, Armageddon en andere foute buskrakers. Want tja, soms moet je jezelf nou eenmaal kwellen om de goede dingen des levens weer te waarderen. Leve Sissi!
01 April '07 - 14:56 | drie



