Nuit Blanche, c'est quoi ça?
U kunt natuurlijk zomaar wat achter de geraniums gaan zitten, maar u kunt dit ook doen met Rosalie (29) en Virginie (26) van Nuit Blanche. Bijna dagelijks verzorgen de dames namelijk een gezellig stukske over 't een en ander. Zo showt Virginie haar briljante taarten en bezigt Rosalie aan de lopende band allerlei rare woorden. En dat allemaal hartstikke graties. Dat moet d'n Ollander toch wel aanspreken, amaai?
Het Nevenlog
De Zusters-Hyves
Archief
Zoeken!
In Memoriam:
De Zwevende Maria
Twittert
En nu heeft tuthola Rosalie ook nog es een twittert aangeschaft. Tweetalig ook nog es. Als dat nou niet wunderbar is, dan weet ik het ook niet meer...
Virginie leest
Rosalie leest
Een sprookje van deze tijd
Geschreven door Rosalie
Hoera, het is tijd voor een experiment op nuitblanche.nl! Ja, u leest het goed. Een heusch experiment. Een experiment waarin wij gaan onderzoeken of de lieve lezer gevoel heeft voor drama en sprookjes van deze tijd. Want weet u, volgens mij schuilt er diep in elk van ons een sentimentele drol. En dat is goed, want een potje janken op zijn tijd houdt ons gezond van geest. Het is eigenlijk jammer dat ik u niet kan zien, terwijl u naar dit filmpje kijkt. Want dat zou mooie beelden opleveren, dat weet ik zeker.

29 Juni '07 - 09:16 | negen
De ladder op!
Geschreven door Virginie
Virginie maakt promotie! Jaja, het was niet voor niets eventjes stil, ik moest me druk concentreren op mijn nieuwe baan. En niet zomaar een baan natuurlijk. Nee, een baan met mijn eigen kantoor. Mijn eigen laptop. Twee bureau's en drie stoelen helemaal voor mezelf alleen. Ik heb mijn eigen whiteboard, met werkende pen! Ik heb zelfs een raam in mijn kantoor. Welliswaar een bovenraam dat ik met behulp van een drie meter lange stok open moet draaien (gelukkig kan ik goed mikken, anders kreeg ik dat haakje nooit door het ringetje), maar het is een raam. Mijn kantoor krijgt dus echt zonlicht en niet alleen maar van dat enge TL-licht.

Dat al deze attributen zich in het archief bevinden, en ik dus 'mijn' kantoor deel met een dozijn archiefkasten mag de pret niet drukken. Tja, eigenlijk is het dus niet zozeer mijn kantoor. Eigenlijk is het gewoon het archief, waar ik tijdelijk mijn intrede genomen heb. Het archief moet namelijk gearchiveerd worden en daar ben ik de aangewezen persoon voor. Die bureau's en stoelen stonden er dus eigenlijk al. Het whiteboard hing er ook al, waarschijnlijk uit een periode dat het kamertje nog geen archief, maar daadwerkelijk iemand zijn kantoor was. Een loonsverhoging zat er dus ook bepaald niet in, maar aangezien ik niet daadwerkelijk een stapje omhoog op de bedrijfsladder heb gemaakt, is dat niet echt een verrassing. U hoeft zich nu overigens geen zorgen om mij te maken, ik hoef heus geen droog brood te eten of me zorgen te maken over het betalen van de huur.

Alleen die laptop, die staat er wel speciaal voor mij. Vooral omdat het nou eenmaal makkelijker is 1 laptop in het archief neer te zetten, dan het hele archief naar een beschikbare computer te slepen. Maar het 'aanleggen' van zo'n laptop, dat klinkt natuurlijk een stuk makkelijker, dan het in de praktijk is. Want die laptop, die moet ook op het netwerk kunnen. Maar deze laptop is de jongste niet meer. Dus staat de laptop in een soort basisstation geklikt, van waaruit alle kabeltjes naar het netwerk lopen. En naar de muis. En naar het toetsenbord. Het toetsenbord? Ja, het toetsenbord. Waarom precies is me niet helemaal duidelijk, maar ik heb een extra toetsenbord erbij en aangezien ik het wel makkelijk werken vind, heb ik maar besloten daar niks over te vragen. Wie weet, misschien is het er juist wel voor mijn gemak neergezet. Ook het feit dat er geen stroom staat op het stopcontact, dat zich in de muur achter de laptop bevindt, valt op te lossen met een metertje of vijf verlengsnoer. Een beetje ingewikkeld dus allemaal, met een paar extra kabeltjes, maar alles zit in kannetjes en kruiken en het werkt. Driewerf Hoezee!

U vraagt zich nu af wat de moraal van het verhaal is? Niets eigenlijk. Ik geniet gewoon van mijnkantoor.
28 Juni '07 - 13:30 | zes
De papa met de prikpen
Geschreven door Rosalie
Laatst had ik het met inmiddels ex-huisgenoot F. over antwoordmodellen die leraren gebruiken bij het nakijken van proefwerken. U moet weten, ik weet alles van leraren. Mijn familie heeft het leraarsvak namelijk uitgevonden en ik kan u niet zeggen hoe erg dat dát is. School voor, school achter. School boven, school onder. Zet mij op een verjaardag tussen leraren die ik niet ken en ik maak ze met gemak wijs dat ik er ook één ben. Al die aperte meningen die bij ons op verjaardagen door de kamer vliegen, de termen, de frustraties: ik kan er een boek over schrijven. Het is dan ook niet verwonderlijk dat ik al jaren roep dat ik niet in het onderwijs ga werken en het ziet er tegenwoordig ook naar uit dat dat echt niet gaat gebeuren. Even had ik tijdens een oriënterende stage op een school een paar jaar geleden de enge ervaring dat ik het eigenlijk heel leuk vond en dat ik ook best mogelijkheden had (ik citeer mijn stagebegeleidster: 'Als jij echt kwaad wordt, krijg je ze volgens mij echt aan het huilen'), maar ik kan nu met een gerust hart zeggen dat ik het communicatievak toch een stuk leuker vind. Groot respect voor de mensen die lesgeven, daar niet van. Maar iedereen zou eigenlijk moeten doen waar hij of zij het beste in is en eigenlijk alles eens uit moeten proberen, maar ja. Dan wordt iedereen tigste jaars en dat vinden ze in Den Haag vast niet leuk. Goed voor mij dat ik daar schijt aan heb, dus.

Maar goed, antwoordmodellen. Die heb je in alle soorten en maten. Je hebt er die door je collega's gemaakt zijn, je hebt er van het Cito en je hebt van die meerkeuze nakijkdingen. Die laatste had mijn vader vaak en zeker tijdens de proefwerkweek. Een proefwerk muziek met meerkeuzevragen, ik heb me toen ik zelf op de middelbare school echt vaak helemaal een breuk zitten lachen. Muziek was voor mij al een eitje, maar met meerkeuzevragen werd het helemaal lachwekkend. Meerkeuzevragen vind ik werkelijk zo'n enorm zwaktebod. Echt iets waarmee je debielen in de hand werkt. Mensen die niet fatsoenlijk een antwoord kunnen geven met een fatsoenlijke onderbouwing. De multiepelgokgeneratie, ieuw.

De antwoordvellen van mijn vader zagen er als volgt uit:

1. --a-- --b-- --c-- --d--
2. --a-- --b-- --c-- --d--
3. --a-- --b-- --c-- --d--
4. --a-- --b-- --c-- --d--
5. --a-- --b-- --c-- --d--

En zo ging dat dan maar door. Nou weet ik niet precies meer hoe het werkte, maar volgens mij moest je een kruisje zette door het goede lettertje. Althans, in de jaren tachtig en begin jaren negentig wel. Toen mijn pa zijn proefwerken nog op een typmachine typte en er nog geen geavanceerd invulhokjes waren.
'Ja,' zei ik tegen F., 'En als ie dan begon met nakijken, dan vroeg ie mij of mijn zus eerst waar de prikpen en het prikmatje waren.'
'De prikpen en het prikmatje?'
'Ja, en dan prikte hij de goede antwoorden uit en legde die over de antwoorden van de leerlingen. Kon ie in één oogopslag zien wat er goed en fout was en dan kon hij driftig aan het strepen slaan.'
Ik zie hem nog zitten met het prikmatje, mijn papa. Heel creatief en efficiënt van hem, maar ik vond het vooral erg stoer. Want mijn papa, die prikte ook, net als ik op school. Ik prikte een paasei uit, mijn vader kleine lettertjes. Andere papa's die voetbalden of deden spelletjes met hun kinderen en dat deed die van mij ook wel, maar daarnaast prikte hij ook nog eens. Wat een coole papa.

Het is eigenlijk echt raar dat zo'n dom detail opeens weer bij je opkomt als je het opeens over antwoordmodellen in het onderwijs hebt. Zo'n onbenullig iets waar je al zeker vijftien jaar of misschien wel langer niet meer aan gedacht hebt. Dan zijn weblogs toch mooie dingen.
27 Juni '07 - 13:56 | elf
In mijn hoofd is het stiekem heel gezellig
Geschreven door Rosalie
Weet u, ik ben hartstikke raar. Ik heb namelijk allemaal mensen in mijn hoofd. Nee, geen stemmen die mij vertellen wat ik moet doen, maar mensen. Personages, die zich hebben te onderwerpen aan wat ik vind dat zij gaan meemaken. Die personages zijn al zo oud als Methusalem. Het begon met G., een klein blond en eigenwijs meisje. G. ontsproot aan mijn brein toen ik een jaar of elf was en ze lag een jaar of twee op mij voor. G. zat namelijk al op de middelbare school en maakte daar vanalles mee. G. was geen denkbeeldig vriendinnetje, neen. Zo gek was ik nu ook weer niet. G. zat in mijn hoofd en soms werd G. een pennenvrucht. Maar niet alles wat G. meemaakte, zette ik op papier want dan zou ik echt 24/7 hebben zitten kriebelen en ja, dat was geen optie want ik moest natuurlijk ook nog met de barbies spelen, naar tennisles en de Citotoets maken. Ik leek dus hartstikke normaal, maar ondertussen... verknipt tot op het bot, ik zeg het u.

Toen ik een jaar of vijftien was (en G. een jaar of zeventien) vroeg ik mij vertwijfeld af of mijn fantasie ooit nog eens zou gaan bekoelen. De ziekte was namelijk dat wij thuis al vroeg een computer hadden en daar zat natuurlijk een tekstverwerker op. En met een tekstverwerker kun je nu eenmaal veel sneller tekst produceren dan met een pen. Eindelijk had ik iets dat bijna net zo snel ging als mijn gedachten. Als een idioot zat ik dan op de zolder van mijn ouderlijk huis te typen. En als ik zeg als een idioot dan bedoel ik ook als een idioot.
'Wat ben je toch aan het doen?' zei mijn vader dan als ie naar boven kwam om iets te pakken.
'Aan het schrijven,' antwoordde ik verbeten, gestoord in mijn zeer autistische bezigheid
'Wat schrijf je dan?' wilde mijn vader nieuwsgierig weten.
'Een verhaal,' zei ik, terwijl ik hem bijna de zolder afkeek.
Eigenlijk wilde ik heel hard 'oprotten!' schreeuwen, maar dat deed je natuurlijk niet.
Mag ik het lezen?' grinnikte mijn vader dan geamuseerd.
'Nee,' zei ik en ik wendde me weer tot mijn computer.

Totdat ik begon met loggen hebben mijn familieleden amper teksten van mij gelezen, laat staan mijn verhalen. Ja, af en toe een vakantiedagboek wat ik dan bijhield tijdens de vakantie, maar dat was het ook wel. Mijn schrijfsels bewaarde ik angstvallig op floppy's onder mijn bed. Niet dat er nou belastend materiaal opstond, maar het was van mij en daar hoefden ze hun nieuwsgierige neusjes niet in te steken. Schrijven was immers iets geks, mijn vriendinnen deden het niet en ik wist dat als ze het deden dat het dan anders was. Soms vind ik het wel eens gek dat als ik nu vrienden van de middelbare school spreek dat ik sommige personages uit mijn verhalen al langer ken dan dat ik hen ken. Zo surrealistisch. En wat ik me dan wel eens afvraag: gaan personages wel eens dood? Als je bijvoorbeeld een boek schrijft met een open einde, gaan die personages dan gewoon door in het hoofd van een schrijver of is ie er dan klaar mee? Ik mag hopen van wel, want het kan zo vol worden in een hoofd dat je soms denkt dat je Rita Verdonk er maar eens bij moet gaan halen om sommige mensen uit te zetten.

Tegenwoordig duikt personage G. af en toe op in een verhaal, maar dan nu in een bijrol. De meeste van mijn prominente personages zijn jonger dan G. en hen ken ik ondertussen al zo'n jaar of vijftien. Ik weet hoe hun families in elkaar steken en wat hun tics zijn. En het ergste van alles is ook nog eens dat ik dat echt hartstikke normaal vind. Hele schriften heb ik met aantekeningen. Die doet het met die. Die lijkt erg op haar vader. Die schreeuwt altijd heel hard, maar wil dat eigenlijk niet. En ze hebben allemaal met elkaar te maken. Het geheel begint Rougon-Macquart-achtige trekjes te vertonen en zoals u wellicht weet, is het naturalisme van Emile Zola al een dikke honderd jaar niet meer in zwang en dat vind ik dan stiekem toch wel jammer. Want ik heb stof genoeg om zeker tien delen mee te vullen. Tien delen die elkaar raken op sommige punten, maar die je toch los van elkaar zou kunnen lezen. Als ik maar zou durven zeggen: okee, ik ga het doen. Ik ga het opschrijven. Het wordt prioriteit nummer één. Maar dat wordt het niet. Ik ben een bohémien in het diepst van mijn gedachten, maar niet meer of minder dan dat. We moeten eten, we moeten slapen, we moeten werken. Mee in de mallemolen van het leven, ja ja. En dus blijven ze in mijn hoofd, al die rare mensen. Met armen en benen hangen ze uit mijn oren en ze roepen vanalles. Meestal negeer ik ze maar, want wat moet je anders? Antwoorden op hun vragen? Op hun gekakel ingaan? Ik dacht het niet, Piet.

En u? Heeft u ook wel eens hele volkstammen aan denkbeeldige personages in uw hoofd?

Nee? Wat gek, zeg. En wat jammer, eigenlijk. Want in mijn hoofd, daar is het stiekem heel gezellig.
26 Juni '07 - 00:11 | elf
Snif snif, snotter snotter
Geschreven door Virginie
Mijn Rudolph-verkleedpartijtjes lijken nog steeds zeer effectief in de strijd tegen hooikoorts, maar het helpt niet tegen alles. Helaas. Weer geen super-wonder-middel ontdekt. Maar liefst twee hele nachten, heb ik van een heerlijke nachtrust met een onverstopte neus kunnen genieten, maar nu is het alweer gedaan met de goede nachtrust. Ik loop weer te niezen, te sniffen en te snotteren. Hooikoorts? Nee hoor, ik zou bijna zeggen: was het dat maar. Nee, ik ben verkouden. Ik loop dus nu niet alleen te sniffen en te snotteren, maar ik heb er ook een leuk hoestje bij gekregen. Het kan dus altijd nog erger, dat blijkt maar weer.

Het liefste zou ik nu dus weer terug kruipen onder dekens en drie dagen in een semi-coma alle onruststokers die in mijn lichaam zitten eruit slapen, maar dat gaat natuurlijk niet. Want wanneer wordt je verkouden? Juist, wanneer je het het drukste hebt. Niet wanneer je alle tijd hebt natuurlijk, nee, dan is er niets aan voor het virus om een lijf te laten lijden, want dat lichaam kruipt dan drie dagen onder de wol en hupsakee, alles is weer goed. Maar wanneer je als verkoudheidsvirus iemand aanvalt, die het 'drukdrukdruk' heeft, dan kun je pas echt lol hebben. Dan kun je het feestje soms wel wekenlang rekken.

Dus sleep ik mezelf zodadelijk maar naar de bushalte om naar mijn werk te gaan (fietsen is echt teveel gevraagd nu), terwijl het verkoudsvirus in me rustig nog een extra polonaise inzet. En dan te bedenken dat ik eigenlijk vanavond ook nog naar Rotterdam moet. Waar ik eigenlijk even heel goed zou moeten zingen (wat met een verkoudheid altijd een extra uitdaging is), om dan mee te mogen doen in een workshop, in plaats van aan de kant ernaar te zitten kijken. De timing van het virus is dus werkelijk perfect en daar zou ik bijna bewondering voor hebben.

Bijna, want tja, die innerlijke polonaises, die kunnen dus echt niet bij een grondige polonaise-hater zoals ik.
18 Juni '07 - 11:09 | zes
Maami japperdenti juski fluski hollandinski!!!
Geschreven door Rosalie
Soms zie je iets waarvan je denkt: 'Ja, hoor. Het zal wel weer.' Een ding waarbij ik dat dacht, is dat stompzinnige jumpstylen dat als een idioot om zich heengrijpt. Ik zag mijn neefjes jumpstylen, ik zag de buurtkinderen jumpstylen en ik greep vol vertwijfeling naar mijn hoofd. Gloeiende gloeiende. Dat ziet er toch niet uit? Nu moet u wel weten dat ik al met moeite het fenomeen 'hakken' overleefd heb. Ik kan namelijk niet tegen rare en onelegante dansjes. Als je wilt dansen, ga dan bij een dansschool of zo. Of op ballet. Maar jumpstylen? Tsjongejonge.

Waar zijn de tijden dat kinderen nog gewoon hinkelden of met tollen speelden? Of beter nog: met zo'n stok achter zo'n ijzeren ring aanrenden? En weet u wat het is met dat stupide dansje? Het is niks anders dan weer een nieuwe variant op de klompendans, de zoveelste op rij. Want daar houden wij Nederlanders eigenlijk het meest van, diep in ons hartje. Van klompendansen. Sterker nog: daar verlangen wij naar. En daarom gaan we jumpstylen. Of hakken. En die ijzeren ring en die stok, die missen wij he-le-maal niet. Laat staan dat we er nog eens een diabolo of bikkels bijpakken. Of een lolobal, als het dan zo nodig wat hipper moet allemaal. Neuh, wij gaan jumpstylen. Om zo voor de hele wereld duidelijk te maken dat de evolutie in Nederland tot stilstand is gekomen. Amaai.

Dat hele jumpstylen doet mij denken aan een memorabele avond in Parijs: De Beruchte Avond Waarop Wij Ontdekten Dat Hakken Eigenlijk Een Soort Van Klompendans Is. Want dat was onze belangrijkste bezigheid in de Franse lichtstad: het Nederlandse cultuurgoed overbrengen op onze minder fijnzinnig besnaarde huisgenoten. En dus moest er gehakt worden. Waren sommige mensen van mening. Ik niet hoor. Neuh! Stel je voor!
Huisgenoten G. en G. gooiden een hakplaatje in de cd-speler en staken van wal.
'Hakkuh!' riepen ze in koor en ze begonnen synchroon te hakken.
'C'est quoi ca?!' grinnikten onze twee Estse huisgenoten ongelovig.
'Hakkuh!' riepen G. en G. weer, onverstoorbaar doorhakkend.
De twee Esten begonnen onbedaarlijk te lachen, maar ergens in hun ogen zag ik ook een soort van medelijden en weet u wat? Daar kon ik inkomen. Je zal maar kunnen hakken. Weet u wel hoe belabberd dat eruit ziet?
'C'est vraiment bizarre!' was de Estse eindconclusie toen G. en G. uitgehakt waren.
'Weet je?' zei de vrouwelijke helft van ons hakduo, 'Ik heb vroeger wel eens een volksdansklasje klompendansen gedaan en hakken lijkt verdacht veel op klompendansen. Echt waar!'
'Doe es, doe es!' drongen G. en ik aan.
En weer begon G. te hupsen en verdomd, het leek er inderdaad op. Ernstig, mag ik zelfs wel zeggen.
'C'est quoi ca?' de Esten wisten ondertussen niet meer hoe ze het hadden.
'C'est une danse neerlandaise,' antwoordde G. grinnikend.
'Avec les sabots,' voegde ik eraan toe.
'Aaaaah' de Esten trokken belangstellend hun wenkbrauwen op, maar konden nu toch echt niet meer zo goed verbergen dat ze eigenlijk van mening waren dat wij minstens in een instelling thuis hoorden. Ze vonden ons wel aardig, maar ze vonden ons ook raar. Je merkte het aan alles. Ze hebben het vast nog steeds over ons en zeggen dan tegen hun Estse vrienden: 'Maami japperdenti juski fluski hollandinski!!!' Ik weet niet wat dat betekent, maar de drie uitroeptekens aan het einde doen vermoeden dat het weinig goeds is.

(Leeft u onder een steen en kent u het fenomeen jumpstylen niet? Goed voor u, houden zo. Wilt u het desondanks toch leren kennen? Dan staan er meer dan genoeg filmpjes op youtube. Voor de beeldvorming mag u de klompen er zelf bijdenken...)
17 Juni '07 - 10:26 | vier
De gesel van internet #2
Geschreven door Rosalie
Van internet af geraken doe je door te snoeien. In alles en in het wilde weg. Zo bezag ik afgelopen week onder andere ook mijn MSN-contactpersonenlijst.
Goeiemorgen, 85 contactpersonen! Waar had ik die in hemelsnaam vandaan? Bij sommige mensen moest ik zelfs heel diep denken om erachter te komen wie zij nou precies waren. Opgeduidekeld op het net, via dit log en via enkele forums waar ik rondhang. Bij andere figuren vroeg ik mij af waarom ik die niet al maanden geleden uit mijn lijst geknikkerd had. En dus ik begon als een dolle te deleten. Hop hop hop, weg ermee!

Aderyn had mij al op de hoogte gesteld dat de namen van contactpersonen aangepast kunnen worden. Dus als iemand 'regenboogje-smiley-IkG@mOrG3nOpV@k@Nti3 3gW3l f3T-smiley-regenboogje' heet dan kan ik diegene gewoon Jennifer noemen via een zogenaamde snelnaam. Of Soraya, dat ligt er maar net aan welke 'regenboogje-smiley-IkG@mOrG3nOpV@k@Nti3 3gW3l f3T-smiley-regenboogje' het hier betreft. Dus toen ik mijn contactpersonenlijst met 50% ingekort had, begon ik de namen aan te passen. Soms best jammer, want sommige mensen zijn erg origineel. Maar van de andere kant stelt het mij ook in staat om mensen die in het verleden legendarische namen hadden, zoals vriend T. die bekend stond als Ja3,1415926535897932384626433 etc., die namen weer te geven. En toch heet vriend T. dan weer vriend T. in mijn lijst. Maar goed, mocht ik het willen, dan kan het. En dat is wel zo rustgevend.

Toen ik klaar was met het aanpassen van mijn MSN-lijstje kwam ik tot de conclusie dat het eigenlijk niet zo'n heel effectieve actie was. Mijn MSN-verslaving is namelijk al zeker twee jaar allesbehalve heftig (ik zit er hoogstens een uur of twee op per week) en de mensen die ik uit mijn lijst geflikkerd heb, sprak ik toch al bijna nooit meer of in de meeste gevallen zelfs helemaal niet. Maar goed, het voelt goed om schoon schip te maken en te weten dat als je online gaat dat er dan hoogstens 40 mensen tegen je kunnen gaan praten in plaats van dat het er 85 zijn. Ik bedoel maar, ik ben ook de jongste niet meer. De tijd dat ik met gemak 85 gesprekken tegelijkertijd kon 'handlen' is reeds lang voorbij.
15 Juni '07 - 14:24 | zes
Rudolph
Geschreven door Virginie
Bent u bekend met Rudolph? Nee, niet die enge over-enthousiaste TV-kok, maar het rood geneusde rendier. Ik heb namelijk een nieuwe, tja, hoe zal ik het noemen... hobby? Hmm, nee, het is meer een uhm, bezigheid, ja, dat is het, ik heb een nieuwe 'bezigheid'. Ik verkleed me sinds kort namelijk een paar keer per dag als Rudolph. Zonder een fluwelig bont-kostuum, zonder gewei-haarband en zonder nep-hoeven overigens, maar wel met een lichtgevende rode neus. En dat allemaal in de naam van de wetenschap.

De wetenschap heeft namelijk iets nieuws gevonden in de strijd tegen hooikoorts: lichttherapie. Enige tijd geleden zag ik het apparaatje voor het eerst in een reclame-blaadje staan; een klein kastje met daaraan een snoer, met aan het uiteinde twee buisjes. En dat zou moeten helpen? Voor die prijs? Ik besloot dat ik het dan nog liever eerst met een gewone stekker zou proberen. Op zijn zachtst gezegd, was ik dus niet bijzonder onder de indruk. Maar daarna hoorde ik hier eens wat, las ik daar eens wat, om uiteindelijk deze week weer zo'n apparaatje tegen te komen in een reclameblaadje, maar deze keer voor een veel, echt veel vriendelijkere prijs. Een prijs waarvoor je toch eens achter de computer plaatsneemt, om eens uit te zoeken of er iets over de techniek geschreven staat of om een paar gebruikerservaringen te lezen.

Ik besloot de stap te wagen, wat meer getuigt van wanhoop om iets tegen die vervloekte hooikoorts te doen, dan dat ik daadwerkelijk overtuigd was van de werking van het rare machientje. Even later zat ik dan met het apparaatje in mijn hand en een Rudolph look. Echt mensen, als u iemand aan het lachen wil brengen, maar niks werkt, dan moet u eens zo'n apparaatje proberen. Alleen al voor het effect, is het zijn geld waard. Want Rudolph is er eigelijk niets bij vergeleken; met dit apparaatje krijg je niet een beetje een rood neusje, nee, hij licht compleet rood op. Felrood en helder, zichtbaar door de allerdichtste mist. Maar het lijkt te werken...

Dus zit ik nu iedere dag een paar keer drie minuten verstopt in mijn kamer, met de deur op slot, de gordijnen dicht en uit de buurt van spiegels. In totaal ben ik iedere dag negen minuten voor alles en iedereen onbereikbaar, terwijl ik compleet voor joker zit met een soort stekker in een roodopgloeiende neus, maar dat maakt me niets uit, want ik kan weer vrij ademen!

Ik heb nu nog maar 1 probleem. Neem ik het dingetje mee als ik op reis ga? Los van het feit, dat het dan een stuk moeilijker is je telkens compleet af te zonderen (en geloof me, u wilt echt niet door iemand gezien worden), ziet zo'n rood schijnsel vanachter deur of raam, er toch wel erg verdacht uit...
13 Juni '07 - 10:59 | elf
De gesel van internet #1
Geschreven door Rosalie
Okee, kent u die van dat schaap en van die dam? Nou, mijn schaap is er overheen en ik ga het volgen. Aderyn ontHyvet en ik doe mee. Al weken zit ik erover te denken om mijn internetbezigheden echt tot een minimum terug te gaan brengen. Wat moet er dan overblijven? Nou, dat is simpel: mijn mailadres (toch handig), het forum met de slimme en cynische mensen (ik zou ze te zeer missen en het is een zeer goede manier om mijn Engels op peil te houden), dit weblog (anders wordt Virginie boos) en MSN (voor als ik af en toe eens met vriend R. over poep wil praten). In deze serie ga ik voor u uit de doeken doen hoe ik mijzelf van mijn internetverslaving af ga helpen. Deel 1 van dit epos gaat over de meest zinloze internethype van het moment: Hyves.

Ergens in augustus 2005 (ik was er vroeg bij) liet ik mij door een studiegenoot overhalen om bij Hyves te gaan. De grote vraag is: waarom in godsnaam? Ik heb door de jaren heen meer dan eens vastgesteld dat ik de neiging heb om mij in eerste instantie bij groepjes aan te sluiten om er vervolgens achter te komen dat ik een veel te raar wijf ben om mij te onderwerpen aan de grootste gemene deler van zo'n groepje. Het heeft mij heel wat bloed, zweet en tranen gekost om daar achter te komen, maar dan heb je ook wat.

Hyves is natuurlijk het ultieme groepjesmedium. Hou je van Apen die Mensen Aanvallen? Kom dan bij de Hyves voor mensen die houden van Apen die Mensen Aanvallen. Speel je zingende zaag? Kom dan bij de Zingende Zaag Hyves. Echt, hoe banaal kan het worden? Op gegeven moment zat ik wel bij 63 Hyves (ik bedoel, als ik iets doe dan doe ik het ook grondig) waaronder een Hyves voor mensen die van roze houden (hoe ik daaaaar nou weer bij kwam?!) en een Hyves ter bewieroking van Archaïsch Nederlands Taalgebruik (die ga ik denk ik wel nog missen).

Het deleten van mijn Hyves wordt de eerste stap in een lang en moeilijk proces. Want ik ga dat gluren echt heftig missen, dat weet ik nu al. Ik overweeg zelfs om stiekem een nepaccount bij Hyves aan te maken, de echte verslaafde herken je namelijk aan zijn compulsieve gedrag. Daarop zal ik mij dan Eulalia Everhardt noemen, een foto van een negentiende eeuws vrouwke uitkiezen en mijn vrienden, nepvrienden en bekenden gaan bestoken met praat als: 'Waarde vrind, hebt gij vandaag al de passage Mattheüs 23:12 tot uw genomen ende er lering uit getrokken? Weescht vroom ende nederig, of u zult nederdalen ter helle!'

Zie hier wat internet met mij doet. Ik begin er zelfs van te hallucineren...
12 Juni '07 - 10:07 | dertien
Ver, ver weg
Geschreven door Virginie
Tussen streekbussen en stadsbussen zit een wereld van verschil. In allebei kun je avonturen meemaken, maar het zijn avonturen van een geheel andere aard. Zoekgeraakte buschauffeurs kom je bijvoorbeeld eigenlijk alleen tegen in streekbussen, evenals de meeste andere avonturen waarbij de bus en/of chauffeur een belangrijke rol spelen. In de stadsbussen, zijn het voornamelijk de medepassagiers, die het reizen interessant kunnen maken:

"Hee, meis, kom ik jou ook nog eens tegen, wat een toeval zeg!"
"Hi girl, leuk man, alles flex?"
"Jaseker wel, wat doe jij in mijn bus?"
"Ik ga naar de coffee-shop, jij dan?"
"Op weg naar de head-shop"
"Oh, relaxt"
"Wat ga je doen dit weekend?"
"Ja, weet ik nog niet, heb nog geen plannen ofzo hoor, ik weet niet of er feesten ofzo zijn, in de buurt ofzo weet je wel, dat heb ik nog niet gevraagd. Wat ga jij doen dan?"
"Ja, ik weet het ook nog niet precies, maar ik ga in ieder geval ver, heel ver weg van N., dese plaats is zo suf."
"Ik weet wat je bedoeld man, ik zal echt blij zijn als ik dadelijk verhuisd ben, ik ga bij mijn oma wonen in Amsterdam."
"Zo he, dat is beter!"
"Ja he, dan ga ik echt wel iedere nacht feesten en dan heb ik veel geld, dan ga ik overdag werken en ik hoef daar verder niets te betalen en ik krijg ook nog gewoon studiefisnar, uhm, studiefinasing, dinges weet je. Dan sluip ik iedere nacht het huis uit man om te feesten en overdag dus werken en verder gewoon mijn school halen enzo, weet je wel. Maar waar ga jij dit weekend naar toe dan?"
"Ja, dat weten we dus nog niet, maar we willen in ieder geval heel ver weg."

Aangezien ik inmiddels mijn halte bereikt heb, krijg ik jammer genoeg de rest van deze bijzondere (vooral op taalkundig gebied) conversatie niet meer mee. Terwijl ik uitstap, vraag ik me af, of het meisje in kwestie eigenlijk bedoelt dat ze fysiek heel ver weg gaat, of alleen maar met behulp van datgene wat ze in de head-shop gaat halen.
11 Juni '07 - 13:15 | twee
Olifantenpoten
Geschreven door Rosalie
Help! Ik word een oud wijf! Aargh, ik houd vocht vast! Ieuw! Ik krijg olifantenpoten!

Toen ik vandaag uit de douche stapte, stelde ik ontevreden vast dat mijn voeten redelijk opgezwollen waren. Ik weet niet wat het is met dit warme en vochtige weer, maar mijn lijf reageert er echt heel raar op. Ik weet dat mijn moeder regelmatig last heeft van dikke voeten als het warmer wordt, maar amaai, zeg! Nu heb ik het ook. U zou mij hier moeten zien zitten achter mijn computer, echt. Half hangend op een keukenstoel (ik ben laatst door mijn 16-jaar oude bureaustoel gezakt, dat zat er eigenlijk al aan te komen) en met mijn linker olifantenpoot op een roze kussen dat op diezelfde kapotte 16-jaar oude bureaustoel ligt. Want dat heb ik dan bedacht: een olifantenpoot moet hoog, dan loopt het vocht er misschien wel uit, mijn been in!

(Als u zich afvraagt wat een olifantenpoot is: nou, dat is een voet die dusdanig opzwelt dat je dat uitstekende bot bij de enkel bijna niet meer kunt zien. Kortom: als u last hebt van een olifantenpoot dan verandert uw voet in een soort pilaar. Echt jofel, hoor. En het vocht voel je dan door je voet schuiven als je loopt. Nou ja, zo erg is het nu ook weer niet, maar wat drama is nooit weg).

Op het moment is mijn linkerolifantenpoot er erger aan toe dan mijn rechterolifantenpoot, die toch ook al wat tekenen van zwelling begint te vertonen. Maar ja, allebei de voeten op het roze kussen én typen is geen optie. Daarom moet de rechterolifantenpoot maar even genoegen nemen met een minder luxeuze behandeling.

Alhoewel, luxueus. Ik krijg nu toch echt wel pijn aan mijn rechterbil door de uiterst oncomfortabele houding die ik op de harde keukenstoel aan moet nemen. Ik denk dat ik en mijn olifantenpoten maar eens een einde gaan breien aan dit logje en op de bank gaan zitten. U hoort nog van ons.
10 Juni '07 - 12:50 | vijf
Keuringsdienst?
Geschreven door Virginie
Een beetje raar zijn, is geloof ik een van de kenmerken van een dorp. Ik ben dan ook de eerste die toegeeft, dat ik uit een beetje een vreemd dorp kom. Maar de snackbar op de hoek, begint nu toch wel heel aparte dingen te verkopen. Misschien is het tijd voor een bezoekje van de keuringsdienst van waren?

08 Juni '07 - 20:07 | drie
Zoek geraakt?
Geschreven door Virginie
De bus en ik hebben geen geheimen meer voor elkaar. Althans, dat dacht ik. Sterker nog, daar was ik echt van overtuigd. Het kon niet anders, dan dat ik in al die jaren op en neer hobbelen in de bus, alle ins & outs van 'mijn' lijn volledig had leren kennen. Alles heb ik meegemaakt; pech onderweg, een stukje omrijden om te tanken (en dat duurt best lang bij een bus), bussen die niet op komen dagen, buschauffeurs die de route niet kennen (ik gelukkig wel), buschauffeurs die de omleidingroutes niet kennen (die ken ik gelukkig ook), buschauffeurs die onwel worden, met een bus moeten keren op een oude, smalle tweebaansweg (een paar van de angstigste minuten uit mijn leven), ingehaald worden door de bus van een uur later omdat de vertraging 'een beetje' is opgelopen, met een defecte bus naar de onderhoudsgarage mee moeten rijden; echt, je kunt het zo gek niet bedenken, of ik heb het meegemaakt.

Nooit heb ik erover geklaagd, ik heb alles rustig over me heen laten komen. Bij het openbaar vervoer, is dat meestal de beste strategie. De meeste chauffeurs kunnen er immers ook niets aan doen, en doen hun best in slechte omstandigheden. Bovendien bouw je toch wel een beetje een band op, door al die jaren samen reizen. Het heeft in het begin even geduurd, maar uiteindelijk wist ik zelfs de meest chagerijnigste buschauffeurs een vrolijk goedemorgen te laten produceren en dat is bepaald geen sinecure. Nee, ik was er echt van overtuigd, 'mijn' buslijn zou me niet meer weten te verrassen. Tja, u raadt het denk ik al; ik had het goed mis.

We waren al bij het busstation aangekomen, dat zich ongeveer halverwege de lijn bevindt. Daar moeten we meestal een paar minuten wachten, zodat de chauffeur de nodige caffeine naar binnen kan werken. Of er moet van chauffeur gewisseld worden, zoals gisteren. De chauffeur die ons in goede staat en keurig op tijd bij het busstation had afgeleverd, pakte zijn spulletjes bij elkaar, wenste ons een goede dag en liep de bus uit. Wij bleven rustig wachten op zijn vervanger. Na een paar minuten, stapt er een ouder echtpaar de bus in, om te vragen of deze lijn ook langs G. rijdt. Vertrouwd als ik ben met de route, moest ik ze helaas mededelen dat niet alleen deze lijn niet via G. reed, maar dat geen enkele lijn vanaf daar naar G. reed. Daarvoor moesten ze dan toch echt eerst mee naar N., om aldaar over te stappen op een lijn richting G. Dit vonden ze duidelijk geen goed nieuws, maar ik was natuurlijk slechts een passagier, dus besloten ze te wachten om het alsnog aan de chauffeur te vragen.

Even later komt onze 'oude' buschauffeur nog even de bus ingelopen en wordt bij de deur overvallen door het echtpaar. De buschauffeur denkt even na, geeft vervolgens hetzelfde antwoord, twijfelt toch even (hij is vrij nieuw op deze lijn), keert zich naar mij en vraagt: "dat klopt toch?" Het ouder echtpaar kijkt een beetje schaapachtig naar mij, terwijl ik ze opnieuw ervan verzeker, dat ze niet rechtstreeks naar G. kunnen. En toen kwam de eerste verrassing. In plaats van zich dan maar gewoon te schikken naar de dienstregeling, begint het echtpaar een beetje te zeuren en te drammen, waarop de chauffeur zegt; "Als u wilt, ik heb geen al te grote auto bij me, maar ik rij nu wel naar huis door G., ik moet alleen onderweg wel even iets ophalen."

Ik wist niet wat ik hoorde. Ze kregen een lift. Gewoon zomaar. Voortaan ga ik ook zeuren wanneer het niet precies zo loopt zoals ik wil, zit ik ook lekker gerieflijk in een prive-taxi, in plaats van in een hete hobbelige bus. En dan ga ik ook zeuren, dat de bushalte nog net te ver van mijn huis ligt, en of ze dus niet een stukje om kunnen rijden om me voor de deur af te zetten. Ik weet best wel dat brutale mensen, vaak meer gedaan krijgen, toch blijf ik altijd verbaasd wanneer ik het zie gebeuren. Maar goed, ik zit lekker op mijn favoriete plekje in de bus (het plekje waar ik het minst last hebt van misselijkheid en de meeste beenruimte), met een goed muziekje, dus ik laat het van me afglijden en blijf wachten op onze nieuwe chauffeur.

En wachten. En meer wachten. En nog langer wachten. Nu begon het toch wel heel erg lang te duren. Ik kijk eens achterom, naar de paar medepassagiers. We kijken elkaar allemaal aan met de typische blik, die mensen krijgen wanneer het lijkt alsof er iets mis gaat, maar niemand weet wat te doen. Dus blijven we nog maar even zitten wachten en kijken we naar de vele chauffeurs die het gebouwtje in- en uitlopen, maar niet onze bus instappen. Nog even en we worden ingehaald door de volgende bus. Terwijl ik dan toch maar besluit tot actie over te gaan, komt er een chauffeur aan, die een beetje verward vraagt, waar wij eigenlijk naar toe op weg zijn, om daarna weer het gebouwtje in te verdwijnen. Even later komt hij terug, met de mededeling dat wij op de volgende lijn over moeten stappen, omdat ze de chauffeur van deze bus kwijt zijn.

Kwijt! Nou vraag ik u, hoe kun je een chauffeur kwijt raken? Er zijn genoeg redenen, waarom een bus uitvalt doordat de chauffeur er niet is: omdat een chauffeur te laat is door een file bijvoorbeeld, of ineens ziek wordt, of weggeroepen wordt wegens familieproblemen; allemaal plausibele mogelijkheden. Sterker nog, ik heb ze allemaal meegemaakt. Maar een chauffeur die zoek geraakt is? Dat is een nieuwe. Ik vraag me dan ook af, hoe je dat precies doet, een chauffeur kwijt raken. Want iets kwijt raken, houdt in, dat je eerst dus wel wist waar het was. Zat de chauffeur de ene minuut nog gezellig in de kantine een bakje koffie te drinken, om de volgende minuut verdwenen te zijn? Kroop hij in een opwelling onder de tafel, omdat hij zin had in een spelletje verstoppertje, maar vergat zijn collega's daarvan op de hoogte te stellen?

De lichte verontwaardiging die zich op dat moment van mij meester maakte, is alweer verdwenen. Ik had wat tijdspeling en kwam dus evengoed nog mooi op tijd te N. voor mijn afspraak. Ik vraag mij nu eigenlijk nog maar 1 ding af: zouden ze de chauffeur inmiddels al gevonden hebben?
07 Juni '07 - 20:10 | zeven
De vieze woordensectie
Geschreven door Rosalie
Wat Amiek en ik vooral in Berlijn hebben gedaan is eten. Eten is een aangenaam tijdverdrijf en het toeval mag dat je dat in Duitsland goed kunt. En veel ook nog es, boh. Op een middag belandden we in bij een Italiaan met Ampelmann-thema, vlak bij de Spree. Een vrolijke Italiaanse ober met jampotjes kwam al zingend naar buiten gesneld en overhandigde ons het menu, plus de dagkaart.
'Das ist auf Italienisch,' zei hij, 'Kommen sie damit klar?'
(Ja nee, echt. Dat zei ie. Het blijft een vies taaltje, dat Duits).
'Na,' zei Annemiek, 'Sie spricht Französisch und ich spreche Spanisch, so wir werden es schaffen.'
'Sehr gut,' zei de Ampelmann-Italiaan en hij verdween weer.

Wij bekeken de kaart, ontcijferden het Italiaans en de Ampelmann-Italiaan verscheen weer ten tonele. Hij bleek een nieuwsgierig mannetje en ook nog eens een slijmbal, maar dan wel op een erg grappige manier.
'Vous avez choisi quelque chose, mademoiselle?' vroeg hij aan mij.
'Mais oui,' zei ik, 'Je voudrais le lasagne bolognese.'
'Tu es française?' vroeg de Ampelmann-Italiaan.
'Non, pas du tout,' zei ik, 'Je suis néerlandaise.'
De ogen van de Ampelmann-Italiaan werden nog groter dan ze al waren achter zijn jampotjes.
'Hollandaise! Putain! Tu le parle bien!' riep hij uit.
'Hee E. man! Hij zegt hoer tegen je!' riep Annemiek.
'Ja ach,' zei ik, 'Ik denk dat ik wel begrijp hoe ie het bedoelt. Het betekent zoiets als 'Kut man!' in dit verband.'
'Hahahaha,' zei Annemiek.
'Hahahaha,' zei ik.

Talen blijven mooie dingen. Vooral de vieze woordensectie.
06 Juni '07 - 17:08 | acht
De mooie dingen des levens
Geschreven door Rosalie
Soms heb je zo van die dingen waarvan je denkt: Nee, dat kan echt niet. Nee, ik ben gek. Man, mijn ogen bedriegen me. Ik ben in een woestijn en ik zie een Fata Morgana. Ik had zo'n moment toen ik afgelopen vrijdagavond in de Berliner Philharmonie rondwaarde. Amiek en ik hadden besloten om een aan ons concert van zaterdag gerelateerd project te bezoeken en dus hadden wij ons in de foyer van de Philharmonie op een trap geïnstalleerd, klaar voor een stel Berlijnse middelbare scholieren die mee hadden gedaan aan een project rondom het stuk 'Die sieben Todsünden' van Kurt Weill. Een goede voorbereiding op het eigenlijke concert, natuurlijk.

Al snel stelden wij vast dat het een nogal vaaaaag project was, maar links en rechts herkenden we toch wel wat elementen uit het stuk. Dat is altijd mooi, iets tastbaars ontdekken in iets vaaaaags. Of beter nog: denken dat je iets tastbaars ontdekt in iets vaaaaags. De middelbare scholieren denderden door de foyer en over de vele trappen die op de foyer uitkomen. Er was een contrabassist, een accordeonist, een groepje trompettisten en een soort koor. En alles speelde, zong en rende door elkaar. Erg apart. Het deed me een beetje denken aan het Neuriënde Lambadahoofd dat ik ooit in Centre Pompidou zag, samen met mijn zus. Maar daarover later meer, want dat is weer een heel logje op zich, dat Neuriënde Lambadahoofd.

Wat het grappige is aan een vaaaaage voorstelling waarbij de deelnemers uit alle hoeken komen, is dat je gewoon ogen tekort komt. Dus ik zat vrolijk om me heen te kijken tot ik opeens naast mij een hoofd zag dat mij wel heel bekend voorkwam. En toen begon de hele litanie: Nee, dat kan echt niet. Nee, ik ben gek. Man, mijn ogen bedriegen me. Ik ben in een woestijn en ik zie een Fata Morgana. Ik knipperde nog eens met mijn ogen en schudde mijn hoofd. Nee, ik wist gewoon niet zeker of dat hoofd dat ik zag ook toebehoorde aan degene waarvan ik dacht dat hij een dergelijk hoofd had. Dus zei ik niks, zo ben ik dan ook wel weer. Stel je voor zeg, dat ik Annemiek aan zou stoten en een veelbetekenenende hoofdknik in de richting van de persoon in kwestie zou maken en Annemiek mij daarna als een botsauto aan zou gaan zitten staren. Leg dan die veelbetekenende hoofdknik maar eens uit. Neen, daar begint Rosalie niet aan. En daarnaast was ik te zeer in shock van de eventuele mogelijkheid dat ik misschien toch niet zo gek was als ik dacht.

's Avonds in de tapasbar op de hoek van de straat waar ons appartement was, durfde ik het eindelijk in de groep te gooien.
'Annemiek, Simon Rattle stond naast ons op de trap in de foyer van de Philharmonie,' zei ik, 'Althans, dat denk ik.'
'Huh?!' grinnikte Annemiek.
'Ja, ik wist niet zeker of het hem was en eigenlijk weet ik dat nog niet zeker,' zei ik schouderophalend.
'Het kan best,' zei Annemiek, 'Ik bedoel, je zou toch verwachten dat hij zijn hoofd laat zien bij zo'n project.'
'Vaaaaag,' vond ik.
'Nou ja,' was Annemiek van mening, 'Morgen zullen we het weten.'

En toen was het concert. En kwam een van de grootste dirigenten van deze tijd doodleuk het podium opgewandeld.
'En?' zei Annemiek grinnikend.
'Het was hem,' zei ik met glinsterende oogjes.
En dat, lieve menschen, zijn nou de mooie dingen des levens.
Eén van de. Maar er was meer, daar in Berlijn. Maar daarover later meer!
04 Juni '07 - 17:33 | een
Limburgs gehandicapt
Geschreven door Virginie
Gisteren heb ik iets over mezelf geleerd. Eigenlijk wist ik het wel al langer, maar gisteren werd ik weer eens met de neus op de feiten gedrukt: ik ben Limburgs gehandicapt. Ik ben geboren en getogen in Limburg, maar toch heb ik geen polonaise-dna of sjoenkel-gen meegekregen. Nu zult u misschien niet begrijpen wat daar zo erg aan is, maar sjoenkelen is Limburgs erfgoed en geen Vasteloavend is compleet zonder minstens 1 polonaise.

Nu zult u misschien nog steeds niet de ernst van de situatie begrijpen. U denkt vast: "Nou en, dan heb je geen sjoenkel-gen of polonaise-dna, gewoon een beetje meegaan op de muziek of erachter aan lopen en het zal niemand opvallen." Daar heeft u dan eigenlijk helemaal gelijk in. Wanneer ik gewoon een beetje mee zou deinen op de maat, of achteraan zou sluiten in de rij, zou het niemand opvallen. Het probleem is alleen, dat ik het niet kan. Op zich ben ik natuurlijk fysiek best in staat, om in een rij mensen mee te lopen. Ook meedeinen op de maat is voor mij op zich geen probleem (godzijdank heb ik gevoel voor ritme), maar zodra de situatie erom vraagt, beginnen er bij mij twintig alarmbellen te rinkelen.

Het ontbreken van de vereiste genen houdt namelijk niet alleen in, dat ik de lol van een polonaise niet inzie. Nee, het betekent ook dat ik een polonaise verafschuw. Het is de ergste 'dansvorm' die de mensheid ooit heeft uitgevonden, zelfs de vogeltjesdans is minstens tien keer beter. Zodra er ergens in mijn buurt een polonaise begint, begin ik mij af te vragen, waar het dichtstbijzijnde blijf-van-mijn-lijf-huis ligt en controleer ik of de nooduitgangen wel open zijn. Ik kan bijna niet uitdrukken hoe verschrikkelijk ik het fenomeen 'polonaise' vind. Een polonaise bezorgt mij nachtmerries met koude rillingen en ik ben er dan ook van overtuigd, dat de hel 1 lange, eeuwigdurende polonaise is. Meer motivatie om een braaf leven te leiden heb ik niet nodig.

Maar een braaf leven leiden, is dus niet genoeg om me ervan te verzekeren, nooit in een polonaise terecht te komen. Polonaises zijn er namelijk niet alleen in de hel, nee, ze zijn overal. Ze zijn wijdverspreid, als een soort hardnekkige plaag. Tijdens de carnaval heeft natuurlijk iedere willekeurige kroeg een hoog risicofactor, maar daar kan ik best mee leven. Die drie dagen in het jaar, kan ik de energie wel opbrengen om de polonaises te ontwijken. Maar het is niet alleen tijdens de carnaval dat er links en rechts polonaises opduiken. Dat is nou juist het gevaarlijke. Het gaat om de sluippolonaises, die me de nek omdoen. Die polonaises, die beginnen wanneer je er eigenlijk niet alert op bent, ook al besef je achteraf, dat je het wel had kunnen weten. De bedrijfsfeestjespolonaises, de bruiloftspolonaises en natuurlijk (de ergste van allemaal) de 'het-is-pas-over-drie-maanden-carnaval-maar-we-beginnen-nu-al-polonaises'.

Gisteren zat ik bijna gevangen in een polonaise uit de eerste categorie: de bedrijfsfeestpolonaise. Ik was er natuurlijk niet op alert; ik had het prima naar mijn zin, dus waarom zou ik over akelige onderwerpen als een polonaise gaan nadenken? Maar toen, ineens, zomaar uit het niets, verscheen de polonaise. Ik kon nog net de dans ontspringen, terwijl het tafeltje waaraan ik zojuist nog had 'gehangen', het epicentrum van de polonaise werd.

Op dat moment besefte ik het: ik ben Limburgs gehandicapt. Ik zal hier altijd met polonaises en sjoenkelliedjes geconfronteerd worden en niemand zal begrijpen, waarom ik, als echte Limburgse niet enthousiast meedoe. Ik weet zeker dat dit ooit invloed zal hebben op mijn carriere; waarom kunnen we niet gewoon gaan netwerken op de golfbaan, zoals de rest van de wereld, in plaats van in een polonaise met de directie?
03 Juni '07 - 13:11 | negen
Crimineel verleden
Geschreven door Virginie
Bij zo'n grote opruimbeurt, kom je nogal eens wat tegen. Niet alleen verschrikkelijke boeken, nee, ook bewijsstukken. Bewijsstukken van mijn schreden op het criminele pad. Eigenlijk was ik het hele voorval allang vergeten, tot ik dus ging opruimen. Mijn lade met crémes, douche-gels, make-up en meer van dat soort spulletjes moest er ook aan geloven. Terwijl ik ook de inhoud van deze lade rigoreus splitste in een bewaardeel en een weggooideel, stond ik ineens met een lippotlood in mijn handen.

Als ik de heldin van een strip was geweest, had je duidelijk de vraagteken-tekentjes bij mijn hoofd zien verschijnen. Een lippotlood? Hoe kwam ik in hemelsnaam aan een lippotlood? Ik gebruik namelijk geen lippotlood, heb het ook nooit gebruikt en zal het hoogstwaarschijnlijk nooit gaan gebruiken. Ik wist dan ook heel zeker dat ik nooit van mijn leven een lippotlood zou hebben gekocht. Bijna niets op het gebied van make-up zou me verbaasd hebben, als ik het in de lade had gevonden. Van bijna alles zou ik geloofd hebben dat ik het had; want toegegeven, ik heb bijna alles gehad op het ongelofelijke gebied van make-up. Van groene lipstick (handig met de Vasteloavend) tot mascara's in alle kleuren van de regenboog (bijpassend voor mijn haar, dat ook alle kleuren van de regenboog heeft doorlopen), ik heb het allemaal in mijn bezit gehad. Behalve dus een lippotlood. Die ook nog eens een lelijke kleur had. Nee, hier had ik echt nooit geld aan uitgegeven.

Had ik hem dan misschien ooit cadeau gekregen? Ik ging eens diep nadenken. Nee, dat was het heel zeker ook niet. Iedereen was er al snel achter dat het vrij zinloos was, nog een kleur nagellak te vinden die ik niet had (want tja, ook nagellak was er bijpassend bij mijn haarkleur nodig, of juist sterk in sterk contrast), dus make-up werd niet als een zinvolle cadeau-optie gezien. Als ik het dus niet gekocht had en niet gekregen had, bleef er maar 1 optie over. Maar dat kon toch eigenlijk niet? Ik was toch altijd heel braaf? Ik bleef nog eens even diep nadenken. Langzaam begon er iets te dagen, maar mijn hersenen wilden het eigenlijk niet erkennen. Hij zat ver weg, maar de herinnering was er wel degelijk nog; dit lippotlood was op illegale manier in mijn bezit gekomen! En niet zomaar een flut-lippotloodje van twee kwartjes (die we toen nog hadden), nee, een heus lippotlood van de Douglas, waar ze vast veel meer guldens kostten, dan ze waard waren.

Nu wist ik het weer precies. In mijn hele leven ben ik namelijk maar 3 keer in een Douglas-winkel geweest. En dat heeft een reden. Ik vind het daarbinnen verschrikkelijk. Omdat het nou eenmaal in iedere parfumerie verschrikkelijk is. Als ik alleen al langs zo'n zaak moet lopen, houd ik mijn adem in, dus als het even kan, ga ik zo'n zaak niet binnen. Toch ben ik er drie keer geweest. Een keer met een goede vriend om een cadeau voor zijn moeder te kopen (waardoor ik wel gefascineerd raakte door de Douglas-inpak-methode), een keer omdat ik een waardebon had van de Douglas (en ik toch wel weer zo Hollands ben, dat ik dat geld niet verloren wil zien gaan) en een keer met een vriendin, die een afspraak wilde maken om zich op te laten maken. Dat kan namelijk, bij de Douglas. Of kon in ieder geval. Vriendin I. moest in ieder geval naar iets groots en belangrijks en wilde er dus graag groots en prachtig uitzien.

We waren denk ik ongeveer 14 of 15 jaar oud en dus op weg naar de Douglas. Terwijl vriendin I. in gesprek is met een Douglas-medewerkster, kijk ik een beetje rond. Vol interesse bekijk ik de kleuren naggellak in hun assortiment, waarbij ik tevreden constateer, dat mijn collectie een stuk interessanter is. Wanneer I. roept dat we weer kunnen gaan, draai ik me om, blij met het vooruitzicht van frisse lucht. Bij het omdraaien, voel ik echter, hoe ik met mijn jas-uiteinde iets omstoot... Ik hoor de potloden kletteren op de nep-marmeren vloertegels. Terwijl ik me een echte kluns voel, raap ik de potloden op, stop ze netjes terug in hun bakje en zet ze weer op hun eigenlijke plaats. Een beetje schaapachtig glimlach ik naar de Douglas-medewerkster, die gelukkig zegt dat het niks uitmaakt. Een beetje opgelucht loop ik de Douglas uit, terwijl alle partijen elkaar nog een prettige dag toewenssen.

Een paar dagen later pas, vind ik in mijn jaszak het beruchte lippotlood, dat er bij mijn klunzige actie blijkbaar in gevallen was. Terwijl ik me bedenk dat ik nu, een paar dagen later, echt niet meer terug durf te gaan met een lippotlood, dat ik per ongeluk gestolen bleek te hebben, bedenk ik me ook, dat wanneer je wel opzettelijk iets zou willen stelen, dit nog wel eens een effectieve manier zou kunnen blijken. De behoefte om die theorie te testen had ik gelukkig niet. Nee, ik stopte gewoon het lippotlood weg, om het liefste het hele voorval maar zo snel mogelijk te vergeten. Wat me goed gelukt is, tot deze week dan.

Zo zie je maar weer, dat je je het beste meteen van bewijsmateriaal moet ontdoen, anders kan het je alsnog komen achtervolgen...
01 Juni '07 - 20:29 | zeven