Er was eens een meisje. Een aardig meisje, al zegt ze het zelf.
Dat meisje begon een weblog. Just for the mere fun of it.
Desondanks begon het meisje het loggen op gegeven moment te serieus te nemen en dus werd ze ook een beetje treurig.
En ze begon te jeremieren. En te klagen. En te zuurpruimen.
Een heusche drama koningin, dit meisje.
Anne-Floor heette ze.
Aardig, maar raar.
En toch schreef Anne-Floor zo'n drie keer per maand best wel iets geinigs. Maar ja, ze had haar blog gedelete, dus dat schoot niet echt op. Gelukkig kende Anne-Floor mij en ze begon met haar stukjes bij mij te leuren.
'Kiek es,' zei ze dan, 'Geinig, toch?'
En ze stopte een stukje onder mijn neus over een pratende pan. Of over een kipfilet met Gilles de la Tourette.
Ik zei u al: aardig, maar raar.
Ik moest dan ook erg lachen, vooral om dat stukje van die kipfilet met Gilles de la Tourette.
En ik toonde het aan Virginie.
'Daar was ik bij,' zei Virginie grinnikend.
'Ja, ik ook,' zei ik.
Misschien kent u Anne-Floor nog. Misschien ook niet. Maar ik denk dat u toch even een selectie van haar schrijfsels moet lezen. U vindt ze in het archief, ten zuiden van de Anne-Floormerediaan. Dit is slechts een deel, de rest volgt de komende weken.
Anne-Floor
Geschreven door Rosalie
31 Mei '08 - 01:34 | twaalf
Aan boord
Geschreven door Virginie
U kent ook vast wel die waarschuwingsbordjes of stickers, die op sommige auto's op de achterruit zijn geplakt. Bordjes met 'baby aan boord' of 'ik rem ook voor dieren' erop in felrode letters. En ik vind ze verschrikkelijk. Misschien ben ik daarbij ooit beinvloed door Youp van 't Hek, maar dat verandert niks aan het feit dat ik ze verschrikkelijk vind.
Toch wil ik er nu zelf ook een, zo'n gevarendriekhoek voor achter mijn ruit. Niet met de tekst 'baby aan boord' natuurlijk. En ook niet 'ik rem ook voor dieren', want ja, als het even kan rem ik natuurlijk voor dieren, maar zo'n diertje krijgt in mijn belevingswereld toch weer minder prioriteit dan mijn eigen leven of dat van de bestuurders achter me. Dus als ik ooit de keus moet maken tussen een onschuldig en hulpeloos diertje overrijden of een enorme botsing, dan wordt het toch dat onschuldige diertje. Vervelend maar waar.
Maar goed, terug naar mijn punt. Ik wil dus zo'n driehoekje. Maar dan een met een heel specifieke tekst erop: 'Cake on board'. En die ben ik nog nooit tegengekomen, dus daar wacht ik maar weer heel geduldig op. Want okee, veel verschil zal het wel niet maken, maar misschien zal een persoon achter me dan een keer iets meer afstand houden wanneer ik voorzichtig door de stad rijd met een kostbare taart aan boord. Ik ben gewoon bang voor dergelijke taferelen. Zo'n bordje verandert daar eigenlijk niks aan, maar ach, het gaat om het idee, nietwaar?
Toch hoor ik u denken: 'Waarom moet het nou meteen weer in het Engels?' Op zich hoeft dat van mij niet zo nodig hoor, alles in het Engels, maar in dit geval wil ik alle misverstanden voorkomen. Want een bordje met de tekst: 'Taart aan boord', zou nog wel eens heel anders geinterpreteerd kunnen worden...
Toch wil ik er nu zelf ook een, zo'n gevarendriekhoek voor achter mijn ruit. Niet met de tekst 'baby aan boord' natuurlijk. En ook niet 'ik rem ook voor dieren', want ja, als het even kan rem ik natuurlijk voor dieren, maar zo'n diertje krijgt in mijn belevingswereld toch weer minder prioriteit dan mijn eigen leven of dat van de bestuurders achter me. Dus als ik ooit de keus moet maken tussen een onschuldig en hulpeloos diertje overrijden of een enorme botsing, dan wordt het toch dat onschuldige diertje. Vervelend maar waar.
Maar goed, terug naar mijn punt. Ik wil dus zo'n driehoekje. Maar dan een met een heel specifieke tekst erop: 'Cake on board'. En die ben ik nog nooit tegengekomen, dus daar wacht ik maar weer heel geduldig op. Want okee, veel verschil zal het wel niet maken, maar misschien zal een persoon achter me dan een keer iets meer afstand houden wanneer ik voorzichtig door de stad rijd met een kostbare taart aan boord. Ik ben gewoon bang voor dergelijke taferelen. Zo'n bordje verandert daar eigenlijk niks aan, maar ach, het gaat om het idee, nietwaar?
Toch hoor ik u denken: 'Waarom moet het nou meteen weer in het Engels?' Op zich hoeft dat van mij niet zo nodig hoor, alles in het Engels, maar in dit geval wil ik alle misverstanden voorkomen. Want een bordje met de tekst: 'Taart aan boord', zou nog wel eens heel anders geinterpreteerd kunnen worden...
29 Mei '08 - 11:48 | zeven
Ik doe graag moeilijk #2
Geschreven door Rosalie
En toch zou en moest ik bij een clubje. En Vriend R., die rook dat, denk ik.
'Zeg hee eh, Rosalie,' zei hij een keer nonchalant tijdens de pauze van één of ander taalkundig college, 'Heb je geen zin om bij het bestuur van de studievereniging te gaan? We kunnen nog wel iemand gebruiken, denk ik.'
Hoera! Ik wilde stante pede een brute volkszang aanheffen. Een clubje voor Rosalie! En ik werd gevraagd, manne. Voor het bestuur, auwieje.
Dat het bestuur en het actieve ledenbestand elkaar ongeveer overlapten, dat had ik toen nog niet zo goed door.
'Bovenste beste R.!,' zei ik, 'Aber natürlich! Wat moet ik doen?'
'We hebben deze week een ALV,' zei R., 'Misschien kun je even langskomen.'
'Een ALWattes?' zei ik.
'Een Algemene Ledenvergadering,' antwoordde R. grinnikend.
'Maar ik ben nog niets eens es lid,' zei ik.
'Nou, dan betaal je gewoon een tientje aan de penningmeester en dan is dat ook weer geregeld,' zei R.
Kijk, daar kan zo'n pisduut nou nog eens wat van leren.
En dus stormde ik een paar dagen later een collegezaaltje binnen, waar een driekoppig bestuur achter een tafel zat.
En voorwaar, geen medaljes en mantelpakjes en Derrick-achtige toestanden deze keer.
'Hoi,' zei ik.
'Hoi,' zeiden de mensen achter de tafel.
'Hee Rosalie,' zei R. opgewekt.
'Hee R.,' zei ik, blij dat ik iemand kende die mij kon beschermen tegen die rare tweedejaars met die oorbel daar in de hoek. Want ik voelde gewoon dat die dacht dat ik bij een studentenvereniging zat.
Die rare tweedejaars met die oorbel, dat was dus Cyriel. Dat u het even weet.
Ik stelde mij voor, betaalde mijn tientje en even later opende mevrouw de voorzitter de vergadering.
'We gaan professionaliseren,' zei mevrouw de voorzitter.
'Luister dus even goed,' zei mevrouw de voorzitter.
'We hebben namelijk statuten en een huishoudelijk regelement gemaakt,' zei mevrouw de voorzitter.
En daarbij keek mevrouw de voorzitter de drie aanwezige leden streng aan.
Die strenge mevrouw de voorzitter was dus Octavie. Dat u het even weet.
'Eh Oc,' zei één van de drie aanwezige leden, 'Die moet de ledenvergadering wel goedkeuren, hoor. Daar moeten we over stemmen.'
'Oh,' zei mevrouw de voorzitter een beetje ontgoocheld, 'Moet dat echt?'
U begrijpt natuurlijk dat ik mij helemaal thuisvoelde in dit fijne, despotische clubje. En binnen een jaar of wat schopte ik het tot penningmeester. Doodeng, auwieje. Dat zei ik natuurlijk niet, maar ik vond het stiekem echt helemaal niks. Die kas met dat geld op mijn kamer. Afspraken bij de Postbank met een Postbankmeneer. De doodsangst dat ik me ergens helemaal zou vertellen en dat vriend R. mij dan zou vermoorden. Mijn naam op een papiertje van de Kamer van Koophandel. Maar hee, wat kan ik zeggen? Ik doe graag moeilijk. Ik kreeg echt zware buikpijn van de verantwoordelijkheid die ik mezelf op de hals had gehaald, maar ik kon niet anders. Ik moet dat dan doen. Ook al vind ik dat ik het eigenlijk helemaal niet kan. Want dat is dan zo. Ik kan dat helegaar niet. Ik kan niks. En ik snap op zo'n moment ook echt niet hoe ik in zoiets verzeild ben geraakt.
'Roos, luuster,' zei H., mijn voorgangster, 'Dit is de financiële administratie,' en ze overhandigde mij vijf Albert Heijntassen met papiermeuk.
'Wat?!' gilde ik in paniek.
'Ja, ik heb het ook maar zo gekregen,' zei H., 'Ik kan het ook niet helpen.'
'Nou ja, geef maar,' kreunde ik en ik zette de vijf tassen onder mijn bureau, telde de kas en begon vlijtig getalletjes in een schriftje neer te pennen. Daarna leerde ik de pincode van de pinbas van buiten en toen was ik penningmeester.
Kijk, ik ga niet hypocriet doen. Het penningmeesterschap van de studievereniging hield in dat ik de pincode van de bankpas wist en de rest niet. Verder telde ik keurig alle ingaande en uitgaande bedragen na en zette ik een keer mijn voet dwars toen ik vermoedde dat de kosten van het organiseren van een bepaalde borrel het einde van de vereniging zou gaan betekenen. Zoals ik al zei, despotisme is mij op het lijf geschreven. En ik had natuurlijk gewoon gelijk, want de vereniging bestaat nou nog altijd. En dankzij wie? Oh ja! Nu u weer. Aan het einde van mijn penningmeesterschap keilde ik drie van de vijf Albert Heijntassen in de papierbak en overhandigde de twee tassen met de in mijn ogen belangrijkste spullen aan Prosper, mijn opvolger.
'Wel godallemachtig,' zei Prosper, 'Wat een teringzooi.'
'Prosperke,' zei ik wijs, 'Het waren er vijf, dus zemel niet.'
'Nooit meer,' dacht ik, 'Wat een amateurs.'
En ik begreep die Octavie wel, met d'r professionalisering.
Maar ja, wat nu? Het Zwarte Gat.
En toen wist ik het. Ik moest een professioneel clubje zoeken, een geoliede machine.
Ik was plotseling een vrouw met een plan geworden.
Nou ja, eerlijk gezegd deed ik alsof ik een vrouw met een plan was geworden.
Want ik vond het maar eng allemaal, hoor.
Al die rare dingen die ik nu weer had bedacht.
'Zeg hee eh, Rosalie,' zei hij een keer nonchalant tijdens de pauze van één of ander taalkundig college, 'Heb je geen zin om bij het bestuur van de studievereniging te gaan? We kunnen nog wel iemand gebruiken, denk ik.'
Hoera! Ik wilde stante pede een brute volkszang aanheffen. Een clubje voor Rosalie! En ik werd gevraagd, manne. Voor het bestuur, auwieje.
Dat het bestuur en het actieve ledenbestand elkaar ongeveer overlapten, dat had ik toen nog niet zo goed door.
'Bovenste beste R.!,' zei ik, 'Aber natürlich! Wat moet ik doen?'
'We hebben deze week een ALV,' zei R., 'Misschien kun je even langskomen.'
'Een ALWattes?' zei ik.
'Een Algemene Ledenvergadering,' antwoordde R. grinnikend.
'Maar ik ben nog niets eens es lid,' zei ik.
'Nou, dan betaal je gewoon een tientje aan de penningmeester en dan is dat ook weer geregeld,' zei R.
Kijk, daar kan zo'n pisduut nou nog eens wat van leren.
En dus stormde ik een paar dagen later een collegezaaltje binnen, waar een driekoppig bestuur achter een tafel zat.
En voorwaar, geen medaljes en mantelpakjes en Derrick-achtige toestanden deze keer.
'Hoi,' zei ik.
'Hoi,' zeiden de mensen achter de tafel.
'Hee Rosalie,' zei R. opgewekt.
'Hee R.,' zei ik, blij dat ik iemand kende die mij kon beschermen tegen die rare tweedejaars met die oorbel daar in de hoek. Want ik voelde gewoon dat die dacht dat ik bij een studentenvereniging zat.
Die rare tweedejaars met die oorbel, dat was dus Cyriel. Dat u het even weet.
Ik stelde mij voor, betaalde mijn tientje en even later opende mevrouw de voorzitter de vergadering.
'We gaan professionaliseren,' zei mevrouw de voorzitter.
'Luister dus even goed,' zei mevrouw de voorzitter.
'We hebben namelijk statuten en een huishoudelijk regelement gemaakt,' zei mevrouw de voorzitter.
En daarbij keek mevrouw de voorzitter de drie aanwezige leden streng aan.
Die strenge mevrouw de voorzitter was dus Octavie. Dat u het even weet.
'Eh Oc,' zei één van de drie aanwezige leden, 'Die moet de ledenvergadering wel goedkeuren, hoor. Daar moeten we over stemmen.'
'Oh,' zei mevrouw de voorzitter een beetje ontgoocheld, 'Moet dat echt?'
U begrijpt natuurlijk dat ik mij helemaal thuisvoelde in dit fijne, despotische clubje. En binnen een jaar of wat schopte ik het tot penningmeester. Doodeng, auwieje. Dat zei ik natuurlijk niet, maar ik vond het stiekem echt helemaal niks. Die kas met dat geld op mijn kamer. Afspraken bij de Postbank met een Postbankmeneer. De doodsangst dat ik me ergens helemaal zou vertellen en dat vriend R. mij dan zou vermoorden. Mijn naam op een papiertje van de Kamer van Koophandel. Maar hee, wat kan ik zeggen? Ik doe graag moeilijk. Ik kreeg echt zware buikpijn van de verantwoordelijkheid die ik mezelf op de hals had gehaald, maar ik kon niet anders. Ik moet dat dan doen. Ook al vind ik dat ik het eigenlijk helemaal niet kan. Want dat is dan zo. Ik kan dat helegaar niet. Ik kan niks. En ik snap op zo'n moment ook echt niet hoe ik in zoiets verzeild ben geraakt.
'Roos, luuster,' zei H., mijn voorgangster, 'Dit is de financiële administratie,' en ze overhandigde mij vijf Albert Heijntassen met papiermeuk.
'Wat?!' gilde ik in paniek.
'Ja, ik heb het ook maar zo gekregen,' zei H., 'Ik kan het ook niet helpen.'
'Nou ja, geef maar,' kreunde ik en ik zette de vijf tassen onder mijn bureau, telde de kas en begon vlijtig getalletjes in een schriftje neer te pennen. Daarna leerde ik de pincode van de pinbas van buiten en toen was ik penningmeester.
Kijk, ik ga niet hypocriet doen. Het penningmeesterschap van de studievereniging hield in dat ik de pincode van de bankpas wist en de rest niet. Verder telde ik keurig alle ingaande en uitgaande bedragen na en zette ik een keer mijn voet dwars toen ik vermoedde dat de kosten van het organiseren van een bepaalde borrel het einde van de vereniging zou gaan betekenen. Zoals ik al zei, despotisme is mij op het lijf geschreven. En ik had natuurlijk gewoon gelijk, want de vereniging bestaat nou nog altijd. En dankzij wie? Oh ja! Nu u weer. Aan het einde van mijn penningmeesterschap keilde ik drie van de vijf Albert Heijntassen in de papierbak en overhandigde de twee tassen met de in mijn ogen belangrijkste spullen aan Prosper, mijn opvolger.
'Wel godallemachtig,' zei Prosper, 'Wat een teringzooi.'
'Prosperke,' zei ik wijs, 'Het waren er vijf, dus zemel niet.'
'Nooit meer,' dacht ik, 'Wat een amateurs.'
En ik begreep die Octavie wel, met d'r professionalisering.
Maar ja, wat nu? Het Zwarte Gat.
En toen wist ik het. Ik moest een professioneel clubje zoeken, een geoliede machine.
Ik was plotseling een vrouw met een plan geworden.
Nou ja, eerlijk gezegd deed ik alsof ik een vrouw met een plan was geworden.
Want ik vond het maar eng allemaal, hoor.
Al die rare dingen die ik nu weer had bedacht.
28 Mei '08 - 08:56 | dertien
Geduld
Geschreven door Virginie
Soms moet je geduld hebben, voor de dingen die je wilt hebben. Soms moet dat uit financieel oogpunt, maar soms ook omdat simpelweg datgene wat je wil hebben, niet te verkrijgen is op dat moment. Zo zoek ik namelijk al heel lang een keukenschort. Maar dan natuurlijk niet zomaar een keukenschort. Nee, een echte Virginie-keukenschort. Want ik heb wel al een leuk keukenschort, maar toch is het geen keukenschort waarvan je bij de eerste aanblik roept: 'Ohja, die is vast van Virginie'.
Daar moest dus verandering in komen. Al heel lang. En dat viel tot op heden bijzonder tegen. Ik ben er achter gekomen, dat de meeste keukenschorten die worden gemaakt/verkocht, bijzonder saai zijn. En dat kan natuurlijk niet he, Virginie in een saai keukenschort. Ik ben ervan overtuigd dat ik dan alleen nog maar saaie taarten zou kunnen bakken. Dus ik wachtte. Ik wachtte geduldig en keek iedere keer opnieuw naar de keukenschorten. Wachtend tot er eentje tussen zou hangen, met mijn naam erop.
En die heerlijke dag is dus gekomen. Eindelijk heb ik mijn keukenschort. Want zeg nou zelf; wanneer u dit patroontje ziet, dan roept u toch echt wel in koor: 'Ohja, die is vast van Virginie...'
Daar moest dus verandering in komen. Al heel lang. En dat viel tot op heden bijzonder tegen. Ik ben er achter gekomen, dat de meeste keukenschorten die worden gemaakt/verkocht, bijzonder saai zijn. En dat kan natuurlijk niet he, Virginie in een saai keukenschort. Ik ben ervan overtuigd dat ik dan alleen nog maar saaie taarten zou kunnen bakken. Dus ik wachtte. Ik wachtte geduldig en keek iedere keer opnieuw naar de keukenschorten. Wachtend tot er eentje tussen zou hangen, met mijn naam erop.
En die heerlijke dag is dus gekomen. Eindelijk heb ik mijn keukenschort. Want zeg nou zelf; wanneer u dit patroontje ziet, dan roept u toch echt wel in koor: 'Ohja, die is vast van Virginie...'
27 Mei '08 - 13:03 | 17
Ik doe graag moeilijk #1
Geschreven door Rosalie
Ik las vanochtend bij Octavie een oud Nietlief-stukje over terug naar je roots, Limburg en dergelijke. En u raadt het nooit: ik werd op slag nostalgisch en begon te mijmeren over mijn Nijmeegse jaren, die nu echt bijna achter mij liggen. Waarom besloot ik eigenlijk om op mijn achttiende het ouderlijk pand te verlaten? Was ik Limburg zat? Dat was het niet eens, volgens mij. Ik ging gewoon weg. Dat had ik namelijk besloten toen ik twaalf was of zo: 'Pap! Mam! Ik ga later lekker op kamers, manne!' En omdat ik niet voor één gat te vangen ben (u kent mij), sommeerde ik mijn ouders meteen even om hun oude bankstel voor mij op zolder te bewaren, zodat ik een bank zou hebben als ik later lekker op kamers zou gaan. Achteraf gezien was dat niet zo'n slimme move van mij, want daardoor heb ik me wel bijna tien jaar een breuk gezeten op een gammel bankstel uit 1974, maar goed.
Ik vond op kamers gaan echt doodeng. Ik heb een soort aangeboren natuur die mij vaak dwars zit. Ik vraag mij namelijk nogal vaak af of dingen wel goed gaan, of ik dat wel kan, wat mensen van mij vinden etcetera. Daartegenover staat echter een enorme geldingsdrang. Ik zal. Ik moet. Ik ben stieken gewoon hartstikke fantastisch, weet u. En dat laatste zorgt ervoor dat ik altijd situaties opzoek, waarin ik mijzelf moet dwingen om iets te doen wat ik helemaal niet wil. Achteraf denk ik dat ik bijvoorbeeld helemaal geen tandheelkunde wilde studeren. Ik was (en ben) namelijk helemaal begeistert van alles wat met literatuur, kunst en klassieke muziek te maken heeft. Maar wat deed ik? Ik ging boren. Ik heb de logica er nog steeds niet in ontdekt, maar ik vermoed dat ik gewoon wilde bewijzen dat ik dat kon. Op kamers wonen én boren. Amaai.
Ook besloot ik dat ik bij een pisduut ging. Ik vond dat erg on-Limburgs van mij, maar ik deed het toch. En lollig dat het was. Totdat die dames die mij eerst met open armen ontvingen opeens naar tegen mij begonnen te doen. En dat moet ik dus niet, hè? Je doet aardig tegen mij of je doet niks, snotverdulleme. Dus wat deed ik? Ik deed gewoon pinnig terug. Ik begreep ook wel dat dat de bedoeling niet was, maar kom op zeg. Terwijl hun psychologische oorlogsvoering aan mij vrat, besloot ik tegelijkertijd dat ik mezelf ging laten gelden.
Zo stond ik op een avond voor het bestuur van het pisduut. De dames zagen er allerdrie hetzelfde uit in hun mantelpakje en met hun medalje om hun nek. Ze hadden een felle lamp op mij gericht en keken mij zuur aan. Ik vond het fascinerend. Crimineler dan dat zal ik me hoogstwaarschijnlijk niet snel meer voelen. 't Leek bijkans of ik in een aflevering van Derrick zat, man man.
'Zo. Rosalie. Wat denk je dat iemand zoals jij voor ons pisduut kan betekenen?'
Ha! De hamvraag. God. De vraag was wat mij betreft eigenlijk andersom. Wat konden de dames voor mij betekenen? Ik vond dat geneuzel echt zwaar onrechtvaardig, want voor de toekomst van hun clubje moesten ze het wel van mensen zoals ik hebben. Ik besloot dus om maar eens even hoog van de toren te blazen.
'Ik denk dat ik een verdammt goed bestuurslid kan zijn,' zei ik dan ook onnozel.
Nou. De reactie van de dames was hilarisch.
'Zo,' zeiden zij verontwaardigd en in koor, 'Je bent nog niet eens lid, jongedame. Dus ik zou even dimmen als ik jou was.'
Ik glimlachte sereen en knipperde bevallig met mijn ogen.
De toon was gezet. Rosalie was de vrouw met een plan. Althans, dat dachten zij.
Het zal u dan ook niet verbazen dat het uiteindelijk niet zo goed boterde tussen het pisduut en mij. Kijk, ik heb natuurlijk een autoriteitsprobleem, maar daar had dit niks mee te maken. Ik zag er gewoon het nut niet van in. Al die rare dingen die ik moest doen, al die idiote dingen die ze tegen me zeiden: het was mij allemaal een beetje te veel DaDa, hoor. Aan de andere drie aspiranten van dat dispuut had ik geen drol. Het bestuur had namelijk al meerdere malen bij hen geïnformeerd, waarom ik, de Benjamin van het aspirantengroepje, altijd het woord voerde. Dat was niet bevorderlijk voor het groepsproces, aldus mevrouw de praeses. Groepsproces schmroeproces. Ik keek naar mijn mede-aspiranten en realiseerde me dat ik gewoon van een andere soort menschheid was. Ik ben te eerlijk voor dit soort gedoe, die pieliewielies lieten mij gewoon de klappen opvangen.
'Je hoeft niet zo kwaad te kijken,' zei één van de meisjes een keer tijdens een diner tegen mij, 'We doen dit alleen maar omdat we van jou een echte PisduutX-vrouw willen maken.'
Mijn mond viel open van pure verbazing en mijn kinnebak plonste bijna in mijn soep, gelukkig kon ik het ding nog net op tijd afremmen.
'Nou ja,' zei ik, 'Ik ben Rosalie, hoor. En als Rosalie niet goed genoeg is voor pisduutX, dan moet Rosalie er misschien maar gewoon mee ophouden, wat jij?'
Het werd ernstig stil aan tafel en ik masseerde mijn kinnebak, want die had zojuist toch wel even een heel onnatuurlijke beweging gemaakt. Nee, de verloving tussen Rosalie en pisduutX was echt definitely tot een einde gekomen. Jammer voor pisduutX, want ik was echt een verdammt goede penningmeester geweest. Of voorzitter voor mijn part.
Een week later belde ik dan ook met het pisduut.
'Hoor es,' zei ik, 'Ik kap ermee.'
En toen deed ik iets heel Limburgs. In plaats van te zeggen wat ik vond, zei ik het volgende:
'Het gaat dusdanig slecht met mijn studie dat ik niet weet of ik volgende jaar nog in Nijmegen ben, dus daar hebben jullie ook niks aan.'
Er was geen woord van gelogen, maar het was niet wat ik eigenlijk wilde zeggen, goddammit.
De dames draaiden daarop om als een blad aan een boom, begonnen te flemen en gaven mij een viertal weken bedenktijd.
'Je doet maar,' dacht ik bij mezelf, 'Ik heb mijn besluit toch al gemaakt.'
En dus vertrok ik, op zoek naar nieuwe en nuttigere manieren om me te laten gelden. Ik heb er nooit spijt van gehad dat ik eruit gestapt ben, al denk ik nog steeds dat zo'n gestreept truitje met borduursels op de achterkant mij verdammt goed had gestaan.
(Dit is het eerste logje in de serie 'Ik doe graag moeilijk', waarin ik terugblik op de echt rare dingen die ik de afgelopen tien jaar gedaan heb en die echt tegen mijn natuur en gezond verstand ingingen. Dingen die iedereen eigenlijk zou moeten doen, vinnik. Al is het maar voor het mooie verhaal zijn zaakje, zeg maar).
Ik vond op kamers gaan echt doodeng. Ik heb een soort aangeboren natuur die mij vaak dwars zit. Ik vraag mij namelijk nogal vaak af of dingen wel goed gaan, of ik dat wel kan, wat mensen van mij vinden etcetera. Daartegenover staat echter een enorme geldingsdrang. Ik zal. Ik moet. Ik ben stieken gewoon hartstikke fantastisch, weet u. En dat laatste zorgt ervoor dat ik altijd situaties opzoek, waarin ik mijzelf moet dwingen om iets te doen wat ik helemaal niet wil. Achteraf denk ik dat ik bijvoorbeeld helemaal geen tandheelkunde wilde studeren. Ik was (en ben) namelijk helemaal begeistert van alles wat met literatuur, kunst en klassieke muziek te maken heeft. Maar wat deed ik? Ik ging boren. Ik heb de logica er nog steeds niet in ontdekt, maar ik vermoed dat ik gewoon wilde bewijzen dat ik dat kon. Op kamers wonen én boren. Amaai.
Ook besloot ik dat ik bij een pisduut ging. Ik vond dat erg on-Limburgs van mij, maar ik deed het toch. En lollig dat het was. Totdat die dames die mij eerst met open armen ontvingen opeens naar tegen mij begonnen te doen. En dat moet ik dus niet, hè? Je doet aardig tegen mij of je doet niks, snotverdulleme. Dus wat deed ik? Ik deed gewoon pinnig terug. Ik begreep ook wel dat dat de bedoeling niet was, maar kom op zeg. Terwijl hun psychologische oorlogsvoering aan mij vrat, besloot ik tegelijkertijd dat ik mezelf ging laten gelden.
Zo stond ik op een avond voor het bestuur van het pisduut. De dames zagen er allerdrie hetzelfde uit in hun mantelpakje en met hun medalje om hun nek. Ze hadden een felle lamp op mij gericht en keken mij zuur aan. Ik vond het fascinerend. Crimineler dan dat zal ik me hoogstwaarschijnlijk niet snel meer voelen. 't Leek bijkans of ik in een aflevering van Derrick zat, man man.
'Zo. Rosalie. Wat denk je dat iemand zoals jij voor ons pisduut kan betekenen?'
Ha! De hamvraag. God. De vraag was wat mij betreft eigenlijk andersom. Wat konden de dames voor mij betekenen? Ik vond dat geneuzel echt zwaar onrechtvaardig, want voor de toekomst van hun clubje moesten ze het wel van mensen zoals ik hebben. Ik besloot dus om maar eens even hoog van de toren te blazen.
'Ik denk dat ik een verdammt goed bestuurslid kan zijn,' zei ik dan ook onnozel.
Nou. De reactie van de dames was hilarisch.
'Zo,' zeiden zij verontwaardigd en in koor, 'Je bent nog niet eens lid, jongedame. Dus ik zou even dimmen als ik jou was.'
Ik glimlachte sereen en knipperde bevallig met mijn ogen.
De toon was gezet. Rosalie was de vrouw met een plan. Althans, dat dachten zij.
Het zal u dan ook niet verbazen dat het uiteindelijk niet zo goed boterde tussen het pisduut en mij. Kijk, ik heb natuurlijk een autoriteitsprobleem, maar daar had dit niks mee te maken. Ik zag er gewoon het nut niet van in. Al die rare dingen die ik moest doen, al die idiote dingen die ze tegen me zeiden: het was mij allemaal een beetje te veel DaDa, hoor. Aan de andere drie aspiranten van dat dispuut had ik geen drol. Het bestuur had namelijk al meerdere malen bij hen geïnformeerd, waarom ik, de Benjamin van het aspirantengroepje, altijd het woord voerde. Dat was niet bevorderlijk voor het groepsproces, aldus mevrouw de praeses. Groepsproces schmroeproces. Ik keek naar mijn mede-aspiranten en realiseerde me dat ik gewoon van een andere soort menschheid was. Ik ben te eerlijk voor dit soort gedoe, die pieliewielies lieten mij gewoon de klappen opvangen.
'Je hoeft niet zo kwaad te kijken,' zei één van de meisjes een keer tijdens een diner tegen mij, 'We doen dit alleen maar omdat we van jou een echte PisduutX-vrouw willen maken.'
Mijn mond viel open van pure verbazing en mijn kinnebak plonste bijna in mijn soep, gelukkig kon ik het ding nog net op tijd afremmen.
'Nou ja,' zei ik, 'Ik ben Rosalie, hoor. En als Rosalie niet goed genoeg is voor pisduutX, dan moet Rosalie er misschien maar gewoon mee ophouden, wat jij?'
Het werd ernstig stil aan tafel en ik masseerde mijn kinnebak, want die had zojuist toch wel even een heel onnatuurlijke beweging gemaakt. Nee, de verloving tussen Rosalie en pisduutX was echt definitely tot een einde gekomen. Jammer voor pisduutX, want ik was echt een verdammt goede penningmeester geweest. Of voorzitter voor mijn part.
Een week later belde ik dan ook met het pisduut.
'Hoor es,' zei ik, 'Ik kap ermee.'
En toen deed ik iets heel Limburgs. In plaats van te zeggen wat ik vond, zei ik het volgende:
'Het gaat dusdanig slecht met mijn studie dat ik niet weet of ik volgende jaar nog in Nijmegen ben, dus daar hebben jullie ook niks aan.'
Er was geen woord van gelogen, maar het was niet wat ik eigenlijk wilde zeggen, goddammit.
De dames draaiden daarop om als een blad aan een boom, begonnen te flemen en gaven mij een viertal weken bedenktijd.
'Je doet maar,' dacht ik bij mezelf, 'Ik heb mijn besluit toch al gemaakt.'
En dus vertrok ik, op zoek naar nieuwe en nuttigere manieren om me te laten gelden. Ik heb er nooit spijt van gehad dat ik eruit gestapt ben, al denk ik nog steeds dat zo'n gestreept truitje met borduursels op de achterkant mij verdammt goed had gestaan.
(Dit is het eerste logje in de serie 'Ik doe graag moeilijk', waarin ik terugblik op de echt rare dingen die ik de afgelopen tien jaar gedaan heb en die echt tegen mijn natuur en gezond verstand ingingen. Dingen die iedereen eigenlijk zou moeten doen, vinnik. Al is het maar voor het mooie verhaal zijn zaakje, zeg maar).
26 Mei '08 - 15:44 | dertien
Sport
Geschreven door Virginie
Met het EK zo voor de deur, wil ik het eens even over mijn favoriete sport hebben. Want dat voetbal he, dat uhm, dat interesseert me eigenlijk niet zo heel veel... Ik kan er ook niks aan doen, het is nou eenmaal zo. De sport die me wel al van jongs af aan interesseert, is cricket. Want met cricket ben ik opgegeroeid. Nou op een bepaalde manier dan. Ik ben namelijk opgegroeid met dit kleedje aan de wand*:

Was dit nou een kleedje geweest met de regels van het voetbalspel, dan was ik misschien wel een enorme voetbalfanaat geweest. Maar het zijn niet de voetbalregels die erop staan, dus ben ik een cricketfanaat. En weet u waarom ik een cricketfanaat ben? Omdat ik geen ene snars van het spel begrijp. Niet wanneer ik het kijk, noch wanneer ik voor de triljoenste keer de 'simpele' uitleg op het wandkleedje lees. En dat vind ik prachtig. Het is fascinerend. De enige sport die qua fascinatie in de buurt kan komen is curling. U weet wel, die mensen die panisch het ijs vegen voor een platte bowlingbal.
Maar goed, met het EK voetbal voor de deur, is voetbal voorlopig waarschijnlijk het enige wat ik overal zal horen en zien. Gelukkig kan ik af en toe nog even achter de computer kruipen, om een van Jiskefets beste sketches nog eens te bekijken. Want oh, voor mij is dit spel even zinnig en fascinerend als cricket:
*Cricket (as explained to a foreign visitor)
You have two sides - one out in the field and one in.
Each man that's in the side that's in goes out and when he's out he comes in and the next man goes in until he's out.
When they are all out the side that's out comes in and the side that's been in goes out and tries to get those coming in out.
Sometimes you get men still in and not out.
When both sides have been in and out including the not outs:
That's the end of the game!

Was dit nou een kleedje geweest met de regels van het voetbalspel, dan was ik misschien wel een enorme voetbalfanaat geweest. Maar het zijn niet de voetbalregels die erop staan, dus ben ik een cricketfanaat. En weet u waarom ik een cricketfanaat ben? Omdat ik geen ene snars van het spel begrijp. Niet wanneer ik het kijk, noch wanneer ik voor de triljoenste keer de 'simpele' uitleg op het wandkleedje lees. En dat vind ik prachtig. Het is fascinerend. De enige sport die qua fascinatie in de buurt kan komen is curling. U weet wel, die mensen die panisch het ijs vegen voor een platte bowlingbal.
Maar goed, met het EK voetbal voor de deur, is voetbal voorlopig waarschijnlijk het enige wat ik overal zal horen en zien. Gelukkig kan ik af en toe nog even achter de computer kruipen, om een van Jiskefets beste sketches nog eens te bekijken. Want oh, voor mij is dit spel even zinnig en fascinerend als cricket:
*Cricket (as explained to a foreign visitor)
You have two sides - one out in the field and one in.
Each man that's in the side that's in goes out and when he's out he comes in and the next man goes in until he's out.
When they are all out the side that's out comes in and the side that's been in goes out and tries to get those coming in out.
Sometimes you get men still in and not out.
When both sides have been in and out including the not outs:
That's the end of the game!
25 Mei '08 - 12:42 | 18
Namentreintje
Geschreven door Virginie
Voor namen heb ik tegelijkertijd een geweldig, een goed en een verschrikkelijk geheugen. Voor echt bestaande mensen, heb ik een goed geheugen wanneer het op namen aankomt. Meestal onthoud ik het wel, soms slipt er eentje weg, maar al met al, is het dan dus wel goed te noemen.
Bij boeken echter, is het verschrikkelijk. Twee dagen. wat zeg ik, twee uur nadat ik het gelezen heb, weet ik de namen meestal al niet meer. Wel de personages nog hoor, wat zeg ik, meestal kan ik de hele familieboom en relaties maanden later nog tot in detail uittekenen, maar vraag me niet om de namen erbij te zetten, want dan heb ik echt geen flauw idee.
U denkt nu vast: Nou en? Maar dat heeft echt wel problemen opgeleverd hoor. Of kreeg u vroeger nooit proefwerken over klassikaal gelezen boeken? Het lezen van die boeken vond ik geen enkel probleem. Ze begrijpen ook niet, of ze nou in het Nederlands of in een 'vreemde' taal waren geschreven. Ik las ze graag en braaf, wetende dat ik een proefwerk erover goed zou kunnen maken. Tenzij ze heel veel namen gingen vragen. Dan zat ik in de problemen. En ik probeerde dan echt wel extra op de namen te concentreren, maar echt werken deed dat niet. Dat hielp alleen een beetje bij multiple-choice vragen. Dan deed een van de namen meestal wel een belletje rinkelen. Maar ja. Ook dan werkt het niet altijd dus. Vooral niet als ik dan ineens moest kiezen of die man Herr Lose, Herr Bose, Herr Hose of Herr Dose heette. De vraag en de mogelijkheden ben ik nooit vergeten, maar ik heb nog steeds geen idee hoe die goede man nou eigenlijk heet...
Waarom ik dan ook zeg dat ik een geweldig geheugen heb voor namen? Omdat bij sommige boeken ik zelfs de namen van de allerkleinste personages onthoud, zonder er mijn best voor te doen. Uit de werken van Jane Austen bijvoorbeeld kan ik u zo alle namen oplepelen. Maar ja. Toch moet ik een manier verzinnen om ook namen uit andere boeken onthouden. Dat is namelijk nogal eens handig wanneer we boekentriviant spelen...
Dus mocht u een manier weten hoe ik namentreintje kan spelen met fictieve personages, geef dan aub even een seintje...
Bij boeken echter, is het verschrikkelijk. Twee dagen. wat zeg ik, twee uur nadat ik het gelezen heb, weet ik de namen meestal al niet meer. Wel de personages nog hoor, wat zeg ik, meestal kan ik de hele familieboom en relaties maanden later nog tot in detail uittekenen, maar vraag me niet om de namen erbij te zetten, want dan heb ik echt geen flauw idee.
U denkt nu vast: Nou en? Maar dat heeft echt wel problemen opgeleverd hoor. Of kreeg u vroeger nooit proefwerken over klassikaal gelezen boeken? Het lezen van die boeken vond ik geen enkel probleem. Ze begrijpen ook niet, of ze nou in het Nederlands of in een 'vreemde' taal waren geschreven. Ik las ze graag en braaf, wetende dat ik een proefwerk erover goed zou kunnen maken. Tenzij ze heel veel namen gingen vragen. Dan zat ik in de problemen. En ik probeerde dan echt wel extra op de namen te concentreren, maar echt werken deed dat niet. Dat hielp alleen een beetje bij multiple-choice vragen. Dan deed een van de namen meestal wel een belletje rinkelen. Maar ja. Ook dan werkt het niet altijd dus. Vooral niet als ik dan ineens moest kiezen of die man Herr Lose, Herr Bose, Herr Hose of Herr Dose heette. De vraag en de mogelijkheden ben ik nooit vergeten, maar ik heb nog steeds geen idee hoe die goede man nou eigenlijk heet...
Waarom ik dan ook zeg dat ik een geweldig geheugen heb voor namen? Omdat bij sommige boeken ik zelfs de namen van de allerkleinste personages onthoud, zonder er mijn best voor te doen. Uit de werken van Jane Austen bijvoorbeeld kan ik u zo alle namen oplepelen. Maar ja. Toch moet ik een manier verzinnen om ook namen uit andere boeken onthouden. Dat is namelijk nogal eens handig wanneer we boekentriviant spelen...
Dus mocht u een manier weten hoe ik namentreintje kan spelen met fictieve personages, geef dan aub even een seintje...
22 Mei '08 - 12:43 | acht
Rosalie en de planten staan kiet
Geschreven door Rosalie
Onder mijn raam staat een seringenboom. En stinken, joh. Niet normaal. Het lijkt wel of er een op hol geslagen kudde met Chanel 5 besprenkelde mevrouwen in bontjassen langs mijn raam hobbelt wanneer datzelfde raam open staat. Inmiddels zijn de bloemetjes in de boom bruin, maar vroeger toen het nog warm was, zat ik in de stank op mijn nieuwe bank. En dat is nog niet alles, nee. De seringenboom (die overigens van de onderburen is) beneemt mij het zicht op de interessante flora en fauna naast het paadje naar ons huis. Wij hadden daar namelijk ooit es een interessante kruidentuin met onze eigenste rucola-, bieslook- en muntplantjes. Maar nu is het eigenlijk meer een pisbak voor de buurtkatten, waar het onkruid welig tiert. Zo af en toe zie ik nog wel wat kruiden tussen het groen, maar dat negeer ik stelselmatig. Ja, kom nou zeg. Ik zie het al helemaal voor me, koken met pisplanten. Ik ben best een rare, maar zelfs ik vind dat je dat echt niet kunt maken.
'Wat bieslook door de sla, mevrouw?'
'Hè ja, bieslook. Lekker!'
'Ik ga dadelijk nog even aan onze boom knippen,' zei huisgenoot M. zojuist tegen mij, 'Hij belemmert het toegangspad.'
'Huh? Die seringenboom? Die is van de onderburen,' zei ik.
'Nee, onze eigenste beukenboom,' zei M., 'Die is onlangs aan komen waaien. We weten niet wanneer. Hij is mij vorig jaar niet opgevallen en ook B. heeft dat ding nog niet eerder gezien.'
'Oh, die anderhalve tak?' zei ik, terwijl ik me vaag een tak met beukenbladeren herinner, 'Die trek je toch zo uit de grond?'
'Echt niet,' beweerde M., 'Die heeft echt al zo'n stam, hoor. Kijk joh, zo'n stam!'
Ik keek naar de dikte die M. met het rondje tussen haar wijsvinger en duim aangaf. Als ze haar hand tot naast haar hoofd opgetild had, erbij geknipoogd had en 'Belissima' had gezegd, dan had ze zo in een pizzareclame gekund. Wat dan weer lollig was geweest, want we hadden net lasagne gegeten.
Dus liep ik met M. naar beneden en staarde naar onze boom.
'Wel potdomme,' zei ik.
'Nou ja,' zei ik.
'Krijg nou tieten,' zei ik.
We hadden een boom in de voortuin. Nou ja, voortuin. In de anderhalve centimeter braakliggend terrein tussen het seringengevaarte en de stoep. Onze boom was niet echt groot of zo, maar hij had dus wel zo'n stam. Zo'n stam mensen, dat is geen kattenpis (in tegenstelling tot het aroma dat uit de voormalige kruidentuin opstijgt...). M. ging onze boom direct met de tuinschaar te lijf en ik keek geïnteresseerd toe.
'Zo,' zei ik, 'Ja ja.'
'Da's een boom,' zei ik.
'Staan hier nog meer beukenbomen dan?' zei ik.
'Knipknip,' deed M. met haar tuinschaar.
'Wat doen we met dat onkruid in die pistuin?' zei ik.
'Je kunt er bijvoorbeeld voor kiezen om dat gewoon uit te trekken,' grinnikte M. hoofdschuddend.
'Oh ja,' zei ik.
En ik werd een beetje rood.
Tja, wat kan ik zeggen. Ik ben niet zo'n moeder aarde. Alle planten in mijn omgeving nemen de benen als ik eraan kom. Dan ruiken ze de dood, of zo. Nou ja, ik ruik hen ook wel eens als ik op de bank zit, dus wat mij betreft staan de planten en ik kiet, hoor.
'Wat bieslook door de sla, mevrouw?'
'Hè ja, bieslook. Lekker!'
'Ik ga dadelijk nog even aan onze boom knippen,' zei huisgenoot M. zojuist tegen mij, 'Hij belemmert het toegangspad.'
'Huh? Die seringenboom? Die is van de onderburen,' zei ik.
'Nee, onze eigenste beukenboom,' zei M., 'Die is onlangs aan komen waaien. We weten niet wanneer. Hij is mij vorig jaar niet opgevallen en ook B. heeft dat ding nog niet eerder gezien.'
'Oh, die anderhalve tak?' zei ik, terwijl ik me vaag een tak met beukenbladeren herinner, 'Die trek je toch zo uit de grond?'
'Echt niet,' beweerde M., 'Die heeft echt al zo'n stam, hoor. Kijk joh, zo'n stam!'
Ik keek naar de dikte die M. met het rondje tussen haar wijsvinger en duim aangaf. Als ze haar hand tot naast haar hoofd opgetild had, erbij geknipoogd had en 'Belissima' had gezegd, dan had ze zo in een pizzareclame gekund. Wat dan weer lollig was geweest, want we hadden net lasagne gegeten.
Dus liep ik met M. naar beneden en staarde naar onze boom.
'Wel potdomme,' zei ik.
'Nou ja,' zei ik.
'Krijg nou tieten,' zei ik.
We hadden een boom in de voortuin. Nou ja, voortuin. In de anderhalve centimeter braakliggend terrein tussen het seringengevaarte en de stoep. Onze boom was niet echt groot of zo, maar hij had dus wel zo'n stam. Zo'n stam mensen, dat is geen kattenpis (in tegenstelling tot het aroma dat uit de voormalige kruidentuin opstijgt...). M. ging onze boom direct met de tuinschaar te lijf en ik keek geïnteresseerd toe.
'Zo,' zei ik, 'Ja ja.'
'Da's een boom,' zei ik.
'Staan hier nog meer beukenbomen dan?' zei ik.
'Knipknip,' deed M. met haar tuinschaar.
'Wat doen we met dat onkruid in die pistuin?' zei ik.
'Je kunt er bijvoorbeeld voor kiezen om dat gewoon uit te trekken,' grinnikte M. hoofdschuddend.
'Oh ja,' zei ik.
En ik werd een beetje rood.
Tja, wat kan ik zeggen. Ik ben niet zo'n moeder aarde. Alle planten in mijn omgeving nemen de benen als ik eraan kom. Dan ruiken ze de dood, of zo. Nou ja, ik ruik hen ook wel eens als ik op de bank zit, dus wat mij betreft staan de planten en ik kiet, hoor.
20 Mei '08 - 22:11 | negen
De donkere zijde
Geschreven door Rosalie
Soms denk ik wel eens dat ik gewoon een beetje gek ben. Ik heb namelijk altijd wel één of andere irreële angst. En dat is soms behoorlijk niet relaxed. Neen. Helegaar niet relaxed, mag ik zelfs wel zeggen. Zo heb ik bijvoorbeeld jarenlang in de veronderstelling geleefd dat ik ooit nog eens ergens zou eindigen met een Aldi-tasje met rotzooi in de ene hand en een fles goedkope wodka in de andere. Kijk, ondertussen kan ik denk ik met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zeggen dat dit scenario niet helemaal uit gaat komen. Het adagium ‘Als je wat kan, kom je vanzelf wel bovendrijven’ duikt steeds vaker op in mijn hoofd en daarnaast ben ik van mening dat ik naast dat tasje met rotzooi en die fles met wodka minstens ook nog een doos met een huisnummer verdien. Kom nou.
Maar goed, als er één irreële angst verdwijnt, dan komt daar automatisch een andere voor in de plaats. Zo gaat dat nu eenmaal in mijn gekke hoofd. En dus ga ik u nu even laten kennismaken met mijn nieuwe irreële angst. Ik vrees tegenwoordig namelijk de godganse dat ik vergeten ben de stekker van het strijkijzer uit het stopcontact te trekken. Strijk ik dan zoveel? Wel neen. Ik ben een last-minute strijker. Ik strijk alleen wat bloesjes en links en rechts een linnen broek. En meestal pas vijf minuten voordat ik het aan ga trekken, want hallo zeg. Strijken is echt zonde van mijn tijd en daarnaast heeft het mijn moeder ooit eens een tennisarm opgeleverd, dus ik kijk wel uit.
Zo was ik begin vorige week op een dagtripje naar Middelburg en Brugge. ’s Ochtends had ik bij mijn ouders nog even mijn roze bloesje gestreken. Ergens tussen Hasselt en Antwerpen begon ik mij opeens af te vragen of ik het strijkijzer wel had uitgetrokken.
‘Mam,’ piepte ik, ‘Ik vraag me af of ik het strijkijzer wel heb uitgetrokken.’
‘Doe normaal!’ zei mijn moeder, ‘Natuurlijk heb je het strijkijzer uitgetrokken.’
In gedachten zag ik een hoopje smeulende as liggen: mijn voormalig ouderlijk huis.
‘Verdulleme,’ zei ik een uur later, toen we in Middelburg op een terrasje zaten, ‘Ik heb last van dat strijkijzer!’
‘Doe normaal!’ zei mijn moeder weer.
Tot ver in Brugge heb ik buikpijn gehad van dat strijkijzer. Tot het op gegeven moment een uur of vier was, want dan zou I., de vriendin van mijn zus het ouderlijk huis betreden.
‘Als het huis afgefikt zou zijn, dan zou I. heus wel gebeld hebben,’ zei mijn zus grinnikend, ‘Doe niet zo raar, jij rare.’
‘B.,’ zei ik vorige week tegen huisgenoot B., ‘Ik heb een nieuwe irreële angst. Ik ben de hele tijd bang dat ik de stekker van het strijkijzer in het stopcontact heb laten zitten.’
‘Doe normaal!’ zei B. hoofdschuddend, ‘Ik geloof niet dat ik het echt zou kunnen waarderen als je het strijkijzer niet uit zou trekken.’
‘Goh, je meent het,’ ik trok een raar gezicht en probeerde een beetje om mijzelf te lachen.
Dat is nog verdomd moeilijk, moet u weten.
‘Maar!’ sprak ik, ‘Weet je wat ik altijd doe na het strijken? Dan pak ik de stekker, trek hem uit het stopcontact en roep: ‘Ik trek nu de stekker uit het stopcontact’. Vervolgens staar ik dan even lekker lang naar het stopcontact en dan hoop ik dat ik dat nog weet als ik elders ben.’
‘Ehm Roos, laten we eten,’ zei B., terwijl ze veelzeggend zweeg.
This too shall pass, denk ik dan. Want zo gaat dat met irreële angsten. Ik vermoed dat de volgende gedachtestroom gaat bestaan uit dingen als: ‘Wat nou als de CV-ketel ontploft?’ of ‘Stel dat ik per ongeluk het gas aan laat staan.’
Begrijp mij niet verkeerd. Ik ben verder een heel vrolijk iemand, hoor. Het predicaat ‘doemdenker’ is absoluut niet op mij van toepassing, maar soms dan stap ik gewoon even over naar de donkere zijde, hoei.
Maar goed, als er één irreële angst verdwijnt, dan komt daar automatisch een andere voor in de plaats. Zo gaat dat nu eenmaal in mijn gekke hoofd. En dus ga ik u nu even laten kennismaken met mijn nieuwe irreële angst. Ik vrees tegenwoordig namelijk de godganse dat ik vergeten ben de stekker van het strijkijzer uit het stopcontact te trekken. Strijk ik dan zoveel? Wel neen. Ik ben een last-minute strijker. Ik strijk alleen wat bloesjes en links en rechts een linnen broek. En meestal pas vijf minuten voordat ik het aan ga trekken, want hallo zeg. Strijken is echt zonde van mijn tijd en daarnaast heeft het mijn moeder ooit eens een tennisarm opgeleverd, dus ik kijk wel uit.
Zo was ik begin vorige week op een dagtripje naar Middelburg en Brugge. ’s Ochtends had ik bij mijn ouders nog even mijn roze bloesje gestreken. Ergens tussen Hasselt en Antwerpen begon ik mij opeens af te vragen of ik het strijkijzer wel had uitgetrokken.
‘Mam,’ piepte ik, ‘Ik vraag me af of ik het strijkijzer wel heb uitgetrokken.’
‘Doe normaal!’ zei mijn moeder, ‘Natuurlijk heb je het strijkijzer uitgetrokken.’
In gedachten zag ik een hoopje smeulende as liggen: mijn voormalig ouderlijk huis.
‘Verdulleme,’ zei ik een uur later, toen we in Middelburg op een terrasje zaten, ‘Ik heb last van dat strijkijzer!’
‘Doe normaal!’ zei mijn moeder weer.
Tot ver in Brugge heb ik buikpijn gehad van dat strijkijzer. Tot het op gegeven moment een uur of vier was, want dan zou I., de vriendin van mijn zus het ouderlijk huis betreden.
‘Als het huis afgefikt zou zijn, dan zou I. heus wel gebeld hebben,’ zei mijn zus grinnikend, ‘Doe niet zo raar, jij rare.’
‘B.,’ zei ik vorige week tegen huisgenoot B., ‘Ik heb een nieuwe irreële angst. Ik ben de hele tijd bang dat ik de stekker van het strijkijzer in het stopcontact heb laten zitten.’
‘Doe normaal!’ zei B. hoofdschuddend, ‘Ik geloof niet dat ik het echt zou kunnen waarderen als je het strijkijzer niet uit zou trekken.’
‘Goh, je meent het,’ ik trok een raar gezicht en probeerde een beetje om mijzelf te lachen.
Dat is nog verdomd moeilijk, moet u weten.
‘Maar!’ sprak ik, ‘Weet je wat ik altijd doe na het strijken? Dan pak ik de stekker, trek hem uit het stopcontact en roep: ‘Ik trek nu de stekker uit het stopcontact’. Vervolgens staar ik dan even lekker lang naar het stopcontact en dan hoop ik dat ik dat nog weet als ik elders ben.’
‘Ehm Roos, laten we eten,’ zei B., terwijl ze veelzeggend zweeg.
This too shall pass, denk ik dan. Want zo gaat dat met irreële angsten. Ik vermoed dat de volgende gedachtestroom gaat bestaan uit dingen als: ‘Wat nou als de CV-ketel ontploft?’ of ‘Stel dat ik per ongeluk het gas aan laat staan.’
Begrijp mij niet verkeerd. Ik ben verder een heel vrolijk iemand, hoor. Het predicaat ‘doemdenker’ is absoluut niet op mij van toepassing, maar soms dan stap ik gewoon even over naar de donkere zijde, hoei.
19 Mei '08 - 13:24 | tien
Calippo's en wiskunde
Geschreven door Virginie
Stond ik vanochtend toch weer bij de supermarkt voor de diepvries met ijsjes te koekeloeren, en weet u wat ze hadden? Nee nee, geen Cola calippo's. Maar wel Calippo's hoor; Citroen Calippo's nog wel...
Volgens mij leest er daar boven ook iemand dit log...
Verder wil ik u dit geweldige antwoord van een Britse leerling op zijn wiskunde-proefwerk niet onthouden:

Tja, het was misschien niet helemaal wat de maker van het proefwerk bedoelde, maar er is geen speld tussen te krijgen...
Volgens mij leest er daar boven ook iemand dit log...
Verder wil ik u dit geweldige antwoord van een Britse leerling op zijn wiskunde-proefwerk niet onthouden:

Tja, het was misschien niet helemaal wat de maker van het proefwerk bedoelde, maar er is geen speld tussen te krijgen...
17 Mei '08 - 11:02 | vijftien
Calippo
Geschreven door Virginie
Kent u de Calippo nog? Het waterijsje vekrijgbaar in de smaken sinas en cola? Ja? Gelukkig. Ik begon al te denken dat het aan mij lag. Voor mij is de Calippo namelijk onderdeel van mijn jeugd. Wanneer wij tijdens een gezins-uitje namelijk een ijsje mochten, wilde ik altijd een Calippo. Ik heb softijs namelijk altijd verschrikkelijk vies gevonden, evenals roomijs en de keuze voor een waterijsje was meestal beperkt tussen een raket of een Calippo. Heerlijk, zo'n Calippo, hoewel mevrouw mijn moeder er vast niet altijd even blij mee was; ik heb menig t-shirt onder geknoeid door het gesmolten ijs uit het kartonnetje te drinken...
Maar goed. De jaren vestreken, zonder dat ik ook nog maar ooit aan de Calippo dacht, totdat ik vorige week in de Efteling was en we een ijsje gingen eten. Want daar lag 'ie, die goeie ouwe Calippo cola lag gewoon tussen alle ultranieuwe Magnums, Cornetto's en hippe yoghurt-muesli-ijsjes. In een sentimentele bui (tja, de Efteling maakt toch altijd het kind nog even extra goed in je los) besloot ik er dan ook voor te gaan en man man man, wat was dat lekker! Ik was helemaal vergeten hoe lekker en verfrissend zo'n cola-ijsje kon zijn!
En verfrissing, daar was ik vandaag ook wel aan toe. Dus ik wilde een Calippo. Niks geen verleidelijke Magnum voor mij, nee, weer zo'n goeie ouwe simpele Calippo, dat was wat ik echt wilde. En dat was dan ook precies datgene wat nergens te verkijgen was. Drie supermarkten heb ik geprobeerd en het was drie keer niks. Dus dan maar naar de friettent. Daar haalde je ze vroeger immers ook. Vroeger dus ja. Ons dorp heeft twee friettenten, maar geen cola-ijsje, wat zeg ik, nog geen waterijsje was er te krijgen. Dus mijn zoektocht ging door, ik weigerde op te geven, hoewel ik niet veel opties meer had... Mijn laatste hoop was dan ook gevestigd op een tankstation. Maar ook daar regeerde de Magnum in al zijn 20 verschijningen.
Moedeloos keerde ik me om. Het werd toch echt wel tijd om terug naar te huis gaan. Zonder Calippo dan maar. Tot ik op de terugweg langs nog een friettent kwam. Met ook nog eens een leeg parkeervak voor de deur. Dit was echt mijn allerlaatste kans en wonderwel! Ze hadden Calippo's! En Raketten, en Twisters en nog veel meer waterijsjes! Ik begon het op te geven, maar ze bestaan dus toch nog.
Met een opgevrolijkt humeur en een tas vol Calippo's cola kwam ik dus uiteindelijk thuis. En hoe blij ik ook ben, dat ik nu even een heerlijke Calippo kan gaan eten, ik vind het wel treurig dat ik voor een simpel cola-ijsje helemaal naar de stad moet rijden...
Maar goed. De jaren vestreken, zonder dat ik ook nog maar ooit aan de Calippo dacht, totdat ik vorige week in de Efteling was en we een ijsje gingen eten. Want daar lag 'ie, die goeie ouwe Calippo cola lag gewoon tussen alle ultranieuwe Magnums, Cornetto's en hippe yoghurt-muesli-ijsjes. In een sentimentele bui (tja, de Efteling maakt toch altijd het kind nog even extra goed in je los) besloot ik er dan ook voor te gaan en man man man, wat was dat lekker! Ik was helemaal vergeten hoe lekker en verfrissend zo'n cola-ijsje kon zijn!
En verfrissing, daar was ik vandaag ook wel aan toe. Dus ik wilde een Calippo. Niks geen verleidelijke Magnum voor mij, nee, weer zo'n goeie ouwe simpele Calippo, dat was wat ik echt wilde. En dat was dan ook precies datgene wat nergens te verkijgen was. Drie supermarkten heb ik geprobeerd en het was drie keer niks. Dus dan maar naar de friettent. Daar haalde je ze vroeger immers ook. Vroeger dus ja. Ons dorp heeft twee friettenten, maar geen cola-ijsje, wat zeg ik, nog geen waterijsje was er te krijgen. Dus mijn zoektocht ging door, ik weigerde op te geven, hoewel ik niet veel opties meer had... Mijn laatste hoop was dan ook gevestigd op een tankstation. Maar ook daar regeerde de Magnum in al zijn 20 verschijningen.
Moedeloos keerde ik me om. Het werd toch echt wel tijd om terug naar te huis gaan. Zonder Calippo dan maar. Tot ik op de terugweg langs nog een friettent kwam. Met ook nog eens een leeg parkeervak voor de deur. Dit was echt mijn allerlaatste kans en wonderwel! Ze hadden Calippo's! En Raketten, en Twisters en nog veel meer waterijsjes! Ik begon het op te geven, maar ze bestaan dus toch nog.
Met een opgevrolijkt humeur en een tas vol Calippo's cola kwam ik dus uiteindelijk thuis. En hoe blij ik ook ben, dat ik nu even een heerlijke Calippo kan gaan eten, ik vind het wel treurig dat ik voor een simpel cola-ijsje helemaal naar de stad moet rijden...
14 Mei '08 - 18:52 | 18
Ik ben een ezel
Geschreven door Rosalie
Ik heb vandaag een conclusie getrokken. Ik woon namelijk in het huis waar overal spontaan deurtjes van witgoedapparaten vallen. Eerst had je de wasmachine en nu is het deurtje van het diepviescompartiment van mijn koelkast naar beneden gevallen. Nou ja, niet helemaal spontaan, natuurlijk. Er zat gewoon een beetje te veel ijs in mijn diepvriescompartiment, waardoor het deurtje al aan één kant was afgebroken. En dan kun je erop gaan zitten wachten, natuurlijk. Dan is het nog maar een kwestie van tijd voordat de andere kant ook naar de eeuwige jachtvelden gaat. Gisteravond opende ik de koelkast en toen flikkerde het hele deurtje van het diepvriescompartiment naar beneden.
'Misschien moet je dat ding eens ontdooien,' hoor ik huisgenote M. nog zeggen.
Ja, nee inderdaad. Misschien had ik dat inderdaad moeten doen. Soms ben ik gewoon een beetje een ezel.
Maar goed, de ezel staarde naar het deurtje op de grond en zei eens hartgrondig: 'Merde!', want dat is natuurlijk nog altijd gesofisticeerder dan shit, schaisse of poep. Vervolgens dacht ik aan mijn koelkast in Parijs, die ook geen deurtje voor het diepvriescompartiment had en ik haalde mijn schouders op. Ik pakte het deurtje en parkeerde het naast de kast. Dan niet, hè? Komt tijd, komt raad. Ik sloot de koelkast, schonk mijzelf een Leffe Dubbel in en zeeg op de bank neer. U ziet de bui vast al hangen, maar ja... ik ben een ezel. Dus ik zag geen buien, neen. Ik vond het zelfs verdomd zonnig buiten en dat stemde mij positief.
Vanmiddag ging ik wat te drinken pakken en toen ontwaarde ik een plasje voor de koelkast.
'Merde!' zei ik weer, want ja... ik heb nu eenmaal een speciale band met Franse uitwerpselen.
Ik opende de deur en zag mijn stukje fèta gebroederlijk naast mijn paprika in een plasje drijven. Ik rolde dan ook met mijn ogen, pakte een dweil en begon mijn koelkast uit te mesten. Mismoedig wierp ik smeltende platen ijs in de wasbak en sopte het viezige smeltwater van de bodem van mijn koelkast.
Ik moet nu twee dingen doen.
Ten eerste moet ik beter naar huisgenote M. luisteren.
Ten tweede moet ik een nieuwe kipfilet en een zak roerbakgroenten voor diezelfde M. kopen.
'Misschien moet je dat ding eens ontdooien,' hoor ik huisgenote M. nog zeggen.
Ja, nee inderdaad. Misschien had ik dat inderdaad moeten doen. Soms ben ik gewoon een beetje een ezel.
Maar goed, de ezel staarde naar het deurtje op de grond en zei eens hartgrondig: 'Merde!', want dat is natuurlijk nog altijd gesofisticeerder dan shit, schaisse of poep. Vervolgens dacht ik aan mijn koelkast in Parijs, die ook geen deurtje voor het diepvriescompartiment had en ik haalde mijn schouders op. Ik pakte het deurtje en parkeerde het naast de kast. Dan niet, hè? Komt tijd, komt raad. Ik sloot de koelkast, schonk mijzelf een Leffe Dubbel in en zeeg op de bank neer. U ziet de bui vast al hangen, maar ja... ik ben een ezel. Dus ik zag geen buien, neen. Ik vond het zelfs verdomd zonnig buiten en dat stemde mij positief.
Vanmiddag ging ik wat te drinken pakken en toen ontwaarde ik een plasje voor de koelkast.
'Merde!' zei ik weer, want ja... ik heb nu eenmaal een speciale band met Franse uitwerpselen.
Ik opende de deur en zag mijn stukje fèta gebroederlijk naast mijn paprika in een plasje drijven. Ik rolde dan ook met mijn ogen, pakte een dweil en begon mijn koelkast uit te mesten. Mismoedig wierp ik smeltende platen ijs in de wasbak en sopte het viezige smeltwater van de bodem van mijn koelkast.
Ik moet nu twee dingen doen.
Ten eerste moet ik beter naar huisgenote M. luisteren.
Ten tweede moet ik een nieuwe kipfilet en een zak roerbakgroenten voor diezelfde M. kopen.
12 Mei '08 - 00:01 | acht
'tis Moederdag
Geschreven door Virginie
11 Mei '08 - 10:29 | dertien
What are the odds?
Geschreven door Rosalie
Gisteren gebeurde er iets bizars. Ik zat bij vriendin J. in Utrecht op het balkon, omdat J. afgelopen donderdag haar paspoort in mijn tas had laten zitten. En dat is niet handig. Maar goed, dat was niet bizarre deel van onze meeting. Neen. J. en ik zaten op het balkon, aten vissoep en laafden ons aan een aangenaam roseetje. Tot we plotseling muziek hoorden.
'Is dat een harp?' echode ik.
'Is dat een cello?' echode J.
'Waar komt dat vandaan?' we sprongen beiden op en bespiedden de omgeving.
We wisselden een verbaasde blik en zeiden: 'Krijg nou wat!'
'Verdomd man, dat is in de woning beneden ons!' zei J. grinnikend.
'Wat bizar!' zei ik, 'Is het wel een harp? Want dat zou echt te raar zijn, dat er net onder jouw kamer mensen een stuk voor harp en cello zitten te spelen. Kom op, zeg. What are the odds, mozeskriebel?'
'Bizar!' was ook J. het met mij eens.
'Ja hee, verdulleme,' zei ik, 'Het is een harp! Ze speelt Chanson dans la Nuit van Salzedo! Dat heb ik ook gespeeld!'
Respect voor de harpiste, hoor. Want Chanson dans la Nuit is niet voor mietjes. Je hele handen gaan namelijk naar de klote van dat stuk.
Toen de eerste verbazing verstreken was en wij nog wat vissoep naar binnen lepelden, hoorden we opeens hoe de harpiste het binnenplaatsje opliep en het tuinmeubilair binnen zette. Wij giechelden besmuikt.
'Als wij nou Hollanders waren dan staken wij onze hoofden over de balkonrand en gilden iets als: 'Hee, was jij dat met die harp en die cello? Wij spelen ook harp en cello!' Maar dat is raar, natuurlijk.'
'Ja, inderdaad,' zei J., 'Da's verdammt raar.'
We hadden duidelijk nog niet genoeg rosé gedronken, ja ja.
En omdat wij dat raar vonden ontzegden we onszelf weer een hilarische ontmoeting en een kans om repertoire uit te wisselen. U begrijpt dat wij vervolgens een beetje beduusd in ons vissoepje staarden en zwijgend van onze roseetjes dronken. De bizarheid van de situatie had ons helemaal lamgeslagen, eerlijk gezegd. Ik ben geen statisticus, maar hallo zeg. Wat is de kans dat er twee cellisten en twee harpisten tegelijkertijd, geheel ende toevallig in hetzelfde woonblok aanwezig zijn. Daar moet de vader van Virginie maar eens zijn licht over laten schijnen...
'Is dat een harp?' echode ik.
'Is dat een cello?' echode J.
'Waar komt dat vandaan?' we sprongen beiden op en bespiedden de omgeving.
We wisselden een verbaasde blik en zeiden: 'Krijg nou wat!'
'Verdomd man, dat is in de woning beneden ons!' zei J. grinnikend.
'Wat bizar!' zei ik, 'Is het wel een harp? Want dat zou echt te raar zijn, dat er net onder jouw kamer mensen een stuk voor harp en cello zitten te spelen. Kom op, zeg. What are the odds, mozeskriebel?'
'Bizar!' was ook J. het met mij eens.
'Ja hee, verdulleme,' zei ik, 'Het is een harp! Ze speelt Chanson dans la Nuit van Salzedo! Dat heb ik ook gespeeld!'
Respect voor de harpiste, hoor. Want Chanson dans la Nuit is niet voor mietjes. Je hele handen gaan namelijk naar de klote van dat stuk.
Toen de eerste verbazing verstreken was en wij nog wat vissoep naar binnen lepelden, hoorden we opeens hoe de harpiste het binnenplaatsje opliep en het tuinmeubilair binnen zette. Wij giechelden besmuikt.
'Als wij nou Hollanders waren dan staken wij onze hoofden over de balkonrand en gilden iets als: 'Hee, was jij dat met die harp en die cello? Wij spelen ook harp en cello!' Maar dat is raar, natuurlijk.'
'Ja, inderdaad,' zei J., 'Da's verdammt raar.'
We hadden duidelijk nog niet genoeg rosé gedronken, ja ja.
En omdat wij dat raar vonden ontzegden we onszelf weer een hilarische ontmoeting en een kans om repertoire uit te wisselen. U begrijpt dat wij vervolgens een beetje beduusd in ons vissoepje staarden en zwijgend van onze roseetjes dronken. De bizarheid van de situatie had ons helemaal lamgeslagen, eerlijk gezegd. Ik ben geen statisticus, maar hallo zeg. Wat is de kans dat er twee cellisten en twee harpisten tegelijkertijd, geheel ende toevallig in hetzelfde woonblok aanwezig zijn. Daar moet de vader van Virginie maar eens zijn licht over laten schijnen...
10 Mei '08 - 13:34 | vier
Kapsalon
Geschreven door Virginie
Voordat ik naar Nijmegen verhuisde, had ik nog nooit van een frietje waterfiets gehoord. Inmiddels is dit legendarisch begrip ook in mijn taal verankerd geraakt, hoewel ik er nog nooit een heb gehad. Gelukkig kon ik er achter komen wat een frietje waterfiets was, zonder er dus een te hoeven eten. Dat hoop ik trouwens ook nog heel lang zo te houden.
Maar nu is er een nieuw friet-fenomeen opgedoken bij de plaatselijke snackbar. Daar wordt namelijk op het bord voor de deur reclame gemaakt voor een frietje kapsalon. En nu wil ik dus weten wat dat is, een frietje kapsalon. Maar ik wil er geen gaan eten... En mijn eigen fantasie maakt er alweer creaties van, die me erg onwaarschijnlijk lijken...
Zo zie ik al frietjes netjes rechtop staan in het bakje en krijg je er een schaar bij om ze in een leuk model te knippen. Of krijg je curly fries, om een permanentje te creeeren? Krijg je een vorkje in de vorm van een schaar? Kun je met behulp van de curry er een rood gekleurd kapsel van maken? En stel er zitten uitjes op, moet dat dan roos voorstellen? Niet erg waarschijnlijk, nietwaar?
Dus vraag ik het u; weet u wat het is? Help me dan uit de brand en vertel hieronder even wat het precies inhoudt. Want ik ben echt niet van plan 6 euro uit te geven om dit raadsel op te lossen...
Maar nu is er een nieuw friet-fenomeen opgedoken bij de plaatselijke snackbar. Daar wordt namelijk op het bord voor de deur reclame gemaakt voor een frietje kapsalon. En nu wil ik dus weten wat dat is, een frietje kapsalon. Maar ik wil er geen gaan eten... En mijn eigen fantasie maakt er alweer creaties van, die me erg onwaarschijnlijk lijken...
Zo zie ik al frietjes netjes rechtop staan in het bakje en krijg je er een schaar bij om ze in een leuk model te knippen. Of krijg je curly fries, om een permanentje te creeeren? Krijg je een vorkje in de vorm van een schaar? Kun je met behulp van de curry er een rood gekleurd kapsel van maken? En stel er zitten uitjes op, moet dat dan roos voorstellen? Niet erg waarschijnlijk, nietwaar?
Dus vraag ik het u; weet u wat het is? Help me dan uit de brand en vertel hieronder even wat het precies inhoudt. Want ik ben echt niet van plan 6 euro uit te geven om dit raadsel op te lossen...
08 Mei '08 - 14:43 | tien
Groningse vingerafdruk
Geschreven door Virginie
Afgelopen week bevond ik mij weer in Groningen. Twee keer zelfs. En hoewel ik helemaal niets tegen Groningen heb (sterker nog, het is een bijzonder leuke stad), hoop ik toch voorlopig er niet meer naar toe te hoeven. Ik heb mijn portie Groningen voor de komende tijd wel even gehad. Want leuk of niet, het blijft een beetje een uithoek van het land. Dus drie keer binnen twee weken op en neer reizen (met onze zo heerlijk betrouwbare NS), vind ik toch echt wel meer dan genoeg van het goede.
Gelukkig voelde Groningen bij het tweede bezoekje al meteen weer heel vertrouwd en bij het derde bezoekje, voelde het al bijna alsof ik al jaren daar op de universiteit rond liep. En blijkbaar straalde ik dat uit. Zelfs in de universiteitsbibliotheek van Groningen, ontkom ik niet aan mijn functie van internationale vraagbaak. Met name de kluisjes voor jassen en tassen waren een geliefd onderwerp waarbij mijn hulp werd ingeschakeld. Blijkbaar lopen er in Groningen aardig wat studenten rond die zelden of nooit in hun UB komen...
De kluisjes hadden dan ook wel een heel interessant systeem. Of nou ja, als je een beetje een nerd bent eigenlijk, dan heeft het systeem best interessante kanten. Gelukkig ben ik een beetje een nerd en zag dus al snel een paar intrigerende aspecten (hee, je moet toch wat als je daar in de buurt mensen staat te werven). Zo kon je met een simpele druk op de 'info'-knop snel achter het nummer van een leeg kluisje komen. Maar zo kwam ik er ook achter, dat dit nummer blijkbaar lukraak gekozen wordt. Je word namelijk niet per se verwezen naar het eerste, dichtbijzijndste lege kluisje. In mijn poging luiheid tot een kunstvorm te verheffen, koos ik er dan ook voor meerdere keren op de info knop te drukken, totdat hij een leeg kluisnummer binnen handbereik gaf en niet een aan het einde van de gang. Nadeel bij dit systeem is natuurlijk wel, dat je niet alleen je zelfverzonnen pincode moet onthouden om het kluisje weer te openen, maar ook het kluisnummer. En dat vindt niet iedereen even makeklijk. Zo heb ik dan ook meerdere handen gezien waarop een groot kluisnummer stond geschreven.
Gelukkig is er voor de studenten die echt geen drie-cijferig nummer kunnen onthouden, ook nog een andere mogelijkheid. Een van de rijen kluisjes werkt namelijk superhip met je vingerafdruk. Je sluit het kluisje af met je vingerafdruk, en wanneer je het weer wilt openen, hoef je alleen je vinger weer op het venstertje te leggen en dan wordt niet alleen je kluisje geopend, maar de computer vertelt je ook meteen welk kluisje je had gekozen. Prachtig, nietwaar? Echt een geweldige uitvinding voor de vergeetachtige student.
Moeten ze alleen nog onthouden welke vinger ze gebruikt hebben voor het afsluiten...
Gelukkig voelde Groningen bij het tweede bezoekje al meteen weer heel vertrouwd en bij het derde bezoekje, voelde het al bijna alsof ik al jaren daar op de universiteit rond liep. En blijkbaar straalde ik dat uit. Zelfs in de universiteitsbibliotheek van Groningen, ontkom ik niet aan mijn functie van internationale vraagbaak. Met name de kluisjes voor jassen en tassen waren een geliefd onderwerp waarbij mijn hulp werd ingeschakeld. Blijkbaar lopen er in Groningen aardig wat studenten rond die zelden of nooit in hun UB komen...
De kluisjes hadden dan ook wel een heel interessant systeem. Of nou ja, als je een beetje een nerd bent eigenlijk, dan heeft het systeem best interessante kanten. Gelukkig ben ik een beetje een nerd en zag dus al snel een paar intrigerende aspecten (hee, je moet toch wat als je daar in de buurt mensen staat te werven). Zo kon je met een simpele druk op de 'info'-knop snel achter het nummer van een leeg kluisje komen. Maar zo kwam ik er ook achter, dat dit nummer blijkbaar lukraak gekozen wordt. Je word namelijk niet per se verwezen naar het eerste, dichtbijzijndste lege kluisje. In mijn poging luiheid tot een kunstvorm te verheffen, koos ik er dan ook voor meerdere keren op de info knop te drukken, totdat hij een leeg kluisnummer binnen handbereik gaf en niet een aan het einde van de gang. Nadeel bij dit systeem is natuurlijk wel, dat je niet alleen je zelfverzonnen pincode moet onthouden om het kluisje weer te openen, maar ook het kluisnummer. En dat vindt niet iedereen even makeklijk. Zo heb ik dan ook meerdere handen gezien waarop een groot kluisnummer stond geschreven.
Gelukkig is er voor de studenten die echt geen drie-cijferig nummer kunnen onthouden, ook nog een andere mogelijkheid. Een van de rijen kluisjes werkt namelijk superhip met je vingerafdruk. Je sluit het kluisje af met je vingerafdruk, en wanneer je het weer wilt openen, hoef je alleen je vinger weer op het venstertje te leggen en dan wordt niet alleen je kluisje geopend, maar de computer vertelt je ook meteen welk kluisje je had gekozen. Prachtig, nietwaar? Echt een geweldige uitvinding voor de vergeetachtige student.
Moeten ze alleen nog onthouden welke vinger ze gebruikt hebben voor het afsluiten...
07 Mei '08 - 11:27 | veertien
Smurfensnot
Geschreven door Rosalie
Vroeger, als mijn zus en ik onze kamers op moesten ruimen, begon mijn moeder altijd tegen mij te sissen zodra mijn zus haar kont gekeerd had.
'Roos,' siste mijn moeder dan, 'Als A. niet oplet dan moet je even dit en dit en dit in de vuilniszak keilen.'
'Oh,' zei ik dan, terwijl ik naar mijn huppelende zusje keek en me afvroeg of dat wel ethisch verantwoord was.
Maar van de andere kant: mijn zus kan gewoon niet opruimen, dus soms moet je dat soort mensen een beetje helpen. En aangezien opruimen mijn middelste naam is en ik een groot genoegen schep in het weggooien van dingen, wilde ik best wel meewerken aan het plannetje van mijn moeder.
Want ja hee, ik ben natuurlijk stiekem hartstikke evil. Dat snapt u ook.
Gisteren moest het kastje in de badkamer worden opgeruimd. De familie krijgt immers gasten en tja, dan ga je natuurlijk je uiterste best doen om alles er spik en span uit te laten zien. Dus pakten mijn zus, de vriendin van mijn zus en ik een vuilniszak en togen naar de badkamer. Daar begon het gezeik.
I. en ik: 'Gooi dat nou weg, manne! Dat is al vijftien jaar oud! Minstens!'
Mijn zus: 'Nee, dat kan ik nog gebruiken! Bemoei je er niet mee!'
I. en ik: 'Gooi weg, manne! Nu!'
Maar nee, hoor. Forget it. Mijn zus staarde ons pissig aan en plantte het potje met crème/gel/shampoo met een veelzeggende knal op de rand van de wastafel.
'Maak je maar geen zorgen,' zei ik grinnikend tegen I., 'Als ze niet kijkt dan smijt ik het wel een keer weg.'
Want ja, hee. Daar heb ik natuurlijk ervaring mee.
'Weet je wat?' zei ik opeens na discussie hondervierenveertig, 'Wat dacht je ervan om van de helft van dit troepje hier gewoon smurfensnot te maken?'
De ogen van mijn zus begonnen helemaal te glanzen, want ja smurfensnot is het natuurlijk helemaal. (Voor degenen die niet weten wat smurfensnot is: het is een plastic boterhammenzakje met daarin tandpasta, shampoo, zeepjes en weet ik veel wat je nog meer in de badkamer kunt vinden). Smurfensnot was vroeger ten strengste verboden bij ons thuis, maar desondanks maakten mijn zus en ik het toch als mijn ouders even zaten te suffen. Dan pakten we wat boterhamzakjes en togen naar de badkamer, waar één van ons op wacht ging staan en de ander naar hartelust de fles badschuim leegde in een zakje. Gisteren mieterden we weer als vanouds allerlei meuk in zakjes en voorwaar ik zeg u: we hadden de grootste lol. Ik noem dat een win-win situatie. Mijn zus ruimde op én ze had nog eens de tijd van haar leven ook nog. Ik ben echt wel een verdomd geniale kinderentertainer. Misschien ga ik wel kinderfeestjes doen, ha!
'Roos,' siste mijn moeder dan, 'Als A. niet oplet dan moet je even dit en dit en dit in de vuilniszak keilen.'
'Oh,' zei ik dan, terwijl ik naar mijn huppelende zusje keek en me afvroeg of dat wel ethisch verantwoord was.
Maar van de andere kant: mijn zus kan gewoon niet opruimen, dus soms moet je dat soort mensen een beetje helpen. En aangezien opruimen mijn middelste naam is en ik een groot genoegen schep in het weggooien van dingen, wilde ik best wel meewerken aan het plannetje van mijn moeder.
Want ja hee, ik ben natuurlijk stiekem hartstikke evil. Dat snapt u ook.
Gisteren moest het kastje in de badkamer worden opgeruimd. De familie krijgt immers gasten en tja, dan ga je natuurlijk je uiterste best doen om alles er spik en span uit te laten zien. Dus pakten mijn zus, de vriendin van mijn zus en ik een vuilniszak en togen naar de badkamer. Daar begon het gezeik.
I. en ik: 'Gooi dat nou weg, manne! Dat is al vijftien jaar oud! Minstens!'
Mijn zus: 'Nee, dat kan ik nog gebruiken! Bemoei je er niet mee!'
I. en ik: 'Gooi weg, manne! Nu!'
Maar nee, hoor. Forget it. Mijn zus staarde ons pissig aan en plantte het potje met crème/gel/shampoo met een veelzeggende knal op de rand van de wastafel.
'Maak je maar geen zorgen,' zei ik grinnikend tegen I., 'Als ze niet kijkt dan smijt ik het wel een keer weg.'
Want ja, hee. Daar heb ik natuurlijk ervaring mee.
'Weet je wat?' zei ik opeens na discussie hondervierenveertig, 'Wat dacht je ervan om van de helft van dit troepje hier gewoon smurfensnot te maken?'
De ogen van mijn zus begonnen helemaal te glanzen, want ja smurfensnot is het natuurlijk helemaal. (Voor degenen die niet weten wat smurfensnot is: het is een plastic boterhammenzakje met daarin tandpasta, shampoo, zeepjes en weet ik veel wat je nog meer in de badkamer kunt vinden). Smurfensnot was vroeger ten strengste verboden bij ons thuis, maar desondanks maakten mijn zus en ik het toch als mijn ouders even zaten te suffen. Dan pakten we wat boterhamzakjes en togen naar de badkamer, waar één van ons op wacht ging staan en de ander naar hartelust de fles badschuim leegde in een zakje. Gisteren mieterden we weer als vanouds allerlei meuk in zakjes en voorwaar ik zeg u: we hadden de grootste lol. Ik noem dat een win-win situatie. Mijn zus ruimde op én ze had nog eens de tijd van haar leven ook nog. Ik ben echt wel een verdomd geniale kinderentertainer. Misschien ga ik wel kinderfeestjes doen, ha!
05 Mei '08 - 10:11 | zeven
De familie S.
Geschreven door Rosalie
Als ik in Normandië ben en ik krijg de kans dan bezoek ik de stranden van D-Day. De laatste keer dat ik er was, was in 2005. Het regende als een beest en ik was me toch een potje depressief, man man. Mijn zus A. en ik stonden aan het stille strand van Omaha Beach en staarden naar het monument in de branding.
'Mèn,' zeiden wij allebei zachtjes.
En dat was nog te veel gezegd eigenlijk.
Toen wij dus even later over een kuststrook liepen die bezaaid lag met bunkers, prikkeldraad en bommenkraters (Point d'Hoc, een in oorspronkelijke staat gelaten stukje Amerikaans grondgebied in Frankrijk) werden we nog wat stiller dan we al waren.
'Ik kan hier echt niet lopen op mijn slippertjes,' krakeelde een landgenote.
A. en ik wisselden een veelbetekenende blik en rolden met onze ogen.
'Man man man,' zei een andere landgenoot, 'Wat is het hier gaaf, het is precies zoals in het computerspel!'
Ik zei niks en mijn zus zei niks en we staarden nog wat naar de bunker aan onze voeten.
Die oorlog zit op de een of andere manier in mijn systeem. Mijn oma onderhoudt al jarenlang contact met de familie S. in de staat Oregon in de Verenigde Staten. De pater familias van deze familie, G., landde de dag na D-Day op Omaha Beach en doorkruiste de Ardennen op weg naar de Rijn. Ergens onderwerp stuitte hij op het plaatsje Sittard, waar hij contact kreeg met mijn overgrootmoeder en haar drie kinderen. Het was mijn oma die vervolgens de vriendschapsbanden onderhield. Kilometers briefpapier en stapels foto's vlogen de afgelopen zes decennia over de Atlantische oceaan heen en weer en mijn zus en ik staarden meer dan eens naar de foto's van mensen die we één keer eerder in ons leven gezien hadden, maar die op de een of andere manier toch heel vertrouwd waren.
Vandaag dodenherdenking, morgen bevrijdingsdag. En ironisch genoeg arriveert morgen tegen de middag een telg van de familie S. in Sittard. K., de dochter van G., komt namelijk voor een paar dagen met haar vriend naar Nederland. En ik besef, terwijl ik naar de duizend-en-één oorlogsgerelateerde programma's op de televisie kijk en de bijzondere verhalen aanhoor, dat er over onze familie ook een bijzonder verhaal te vertellen is. Ik bedoel, what are the odds dat er na meer dan zestig jaar nog steeds zo'n bijzondere band bestaat tussen een ogenschijnlijke willekeurige familie uit Limburg en een ogenschijnlijke willekeurige familie uit Oregon? Een stukje toevallige, maar gezamelijke geschiedenis. Over een man die van Normandië naar de Rijn rende, metertje voor metertje. En als ie ergens een andere kant op was gerend dan was dat bijzondere iets er misschien niet geweest. Zo raar is dat.
Ik hoop dat ik over zestig jaar kan zeggen dat dit bijzondere iets tussen twee families er nog steeds is. Het is een zware verantwoordelijkheid, maar zoiets is mij denk ik wel toevertrouwd.
'Mèn,' zeiden wij allebei zachtjes.
En dat was nog te veel gezegd eigenlijk.
Toen wij dus even later over een kuststrook liepen die bezaaid lag met bunkers, prikkeldraad en bommenkraters (Point d'Hoc, een in oorspronkelijke staat gelaten stukje Amerikaans grondgebied in Frankrijk) werden we nog wat stiller dan we al waren.
'Ik kan hier echt niet lopen op mijn slippertjes,' krakeelde een landgenote.
A. en ik wisselden een veelbetekenende blik en rolden met onze ogen.
'Man man man,' zei een andere landgenoot, 'Wat is het hier gaaf, het is precies zoals in het computerspel!'
Ik zei niks en mijn zus zei niks en we staarden nog wat naar de bunker aan onze voeten.
Die oorlog zit op de een of andere manier in mijn systeem. Mijn oma onderhoudt al jarenlang contact met de familie S. in de staat Oregon in de Verenigde Staten. De pater familias van deze familie, G., landde de dag na D-Day op Omaha Beach en doorkruiste de Ardennen op weg naar de Rijn. Ergens onderwerp stuitte hij op het plaatsje Sittard, waar hij contact kreeg met mijn overgrootmoeder en haar drie kinderen. Het was mijn oma die vervolgens de vriendschapsbanden onderhield. Kilometers briefpapier en stapels foto's vlogen de afgelopen zes decennia over de Atlantische oceaan heen en weer en mijn zus en ik staarden meer dan eens naar de foto's van mensen die we één keer eerder in ons leven gezien hadden, maar die op de een of andere manier toch heel vertrouwd waren.
Vandaag dodenherdenking, morgen bevrijdingsdag. En ironisch genoeg arriveert morgen tegen de middag een telg van de familie S. in Sittard. K., de dochter van G., komt namelijk voor een paar dagen met haar vriend naar Nederland. En ik besef, terwijl ik naar de duizend-en-één oorlogsgerelateerde programma's op de televisie kijk en de bijzondere verhalen aanhoor, dat er over onze familie ook een bijzonder verhaal te vertellen is. Ik bedoel, what are the odds dat er na meer dan zestig jaar nog steeds zo'n bijzondere band bestaat tussen een ogenschijnlijke willekeurige familie uit Limburg en een ogenschijnlijke willekeurige familie uit Oregon? Een stukje toevallige, maar gezamelijke geschiedenis. Over een man die van Normandië naar de Rijn rende, metertje voor metertje. En als ie ergens een andere kant op was gerend dan was dat bijzondere iets er misschien niet geweest. Zo raar is dat.
Ik hoop dat ik over zestig jaar kan zeggen dat dit bijzondere iets tussen twee families er nog steeds is. Het is een zware verantwoordelijkheid, maar zoiets is mij denk ik wel toevertrouwd.
04 Mei '08 - 16:15 | negen
Nog een 60
Geschreven door Virginie
Het lijkt wel alsof iedereen 60 wordt dit jaar. Althans, iedereen die een taart van mij wil ;)
Hoe dan ook, ik vind het allemaal prima, want Rosalie gaf mij deze keer dus weer een prachtig excuus om mijn keukentje in te duiken voor haar vader:

Gefeliciteerd en smakelijk!
Hoe dan ook, ik vind het allemaal prima, want Rosalie gaf mij deze keer dus weer een prachtig excuus om mijn keukentje in te duiken voor haar vader:

Gefeliciteerd en smakelijk!
03 Mei '08 - 13:07 | drie




