U kunt natuurlijk zomaar wat achter de geraniums gaan zitten, maar u kunt dit ook doen met
Rosalie (29) en Virginie (26) van Nuit Blanche. Bijna dagelijks verzorgen de dames namelijk een
gezellig stukske over 't een en ander. Zo showt Virginie haar briljante taarten en bezigt Rosalie
aan de lopende band allerlei rare woorden. En dat allemaal hartstikke graties. Dat moet d'n Ollander
toch wel aanspreken, amaai?
"Ik ben vandaag zo vrolijk, zo vrolijk, zo vrolijk. Ik ben zo vrolijk, zo vrolijk was ik nooit!"
Waarom ik dan zo vrolijk ben? Oh mensen, vandaag is een van mijn wensen in vervulling gegaan; ik heb namelijk mijn eerste bruidstaart mogen maken. Tjongejonge, u had me al moeten zien huppelen toen ik de opdracht kreeg; nu straal ik nog tien keer harder. Want u mag best weten dat ik een beetje groots op mezelf ben, na het zien van het resultaat.
Die doodsangsten die ik in de auto weer heb moeten doorstaan, zijn het dan toch waard. Want ik heb een bruidstaart gemaakt. Een echte. Voor een echte bruid en bruidegom. Op en heusch huwelijk. Een door mij gemaakte bruidstaart. Ja, ik zeg het zo vaak, om mezelf ervan te overtuigen dat dit echt gebeurd is.
Want ik kan het ergens nog niet helemaal geloven, ook al heb ik er zoooveel uren hard aan gewerkt...
Ps. Op de Hyves komen straks nog meer (gedetailleerde) foto's te staan, voor de liefhebber.
Terwijl mijn zuster afgelopen weekend dus een beetje door Leuven kuierde, was ik netjes, lief en braaf aan het werk, jaja.
Voor mij geen aangenaam dagje cultuur snuiven, neenee.
Afgesloten van de wereld zat ik achter mijn bureau, helemaal verdiept in mijn werk.
Overigens vond ik het wel aangenaam werk. Wat heet, ik heb het zelfs ooit zelf gekozen als hobby. Maar ja, dat klinkt ook niet professioneel he, als je aan een ge-wel-dig taartproject bezig bent. Dus noem ik het maar werk, onder het mom van een vooruitziende blik...
Hoe dan ook, verwacht aan het einde van de week dus maar een spectaculaire foto van mijn nieuwste project. En tot die tijd hier alvast een voorproefje; het resultaat van mijn weekend...
Amaai, amaai. Rosalie heeft iets ontdekt. Het blijkt namelijk dat je met een bepaalde 'device' (mooi woord is dat... en ja, daar is geheid ook een Nederlands woord voor, maar komaan, taalpuristje spelen dat doet u maar lekker op uw eigen site, snotverdomme) filmpjes van youtube kunt halen en die op je iPod kunt zetten.
U begrijpt: Rosalie blij, Fritsje de iPod blij.
Amaai, amaai. Al snel ontdekte Rosalie nog iets anders, want Rosalie die is nogal een ontdekkingsreizer, moet u weten. Vooral op het net en meer speciaal waar het youtube aangaat. Op youtube bestaat namelijk een soort van illegaal circuit van menschen die klassieke musicals op het net pleuren en die dan bijvoorbeeld de veelzeggende naam 'sgdhjagdhdsgsh' geven. Ik denk dat ik weet waarom ze dat doen. Volgens mij proberen ze daarmee youtube te slim af te zijn en ja, dat is wijs van die menschen.
U begrijpt: Rosalie al heulemaal blij.
Want ziet u, Rosalie was namelijk nogal verbolgen over het feit dat er van de tien films die Fred Astaire en Ginger Rogers samen gemaakt hebben, er maar één hier in Europa op dvd te krijgen. Voor de andere negen moet je weer naar amazon en dan moet je je dvd-speler weer zonevrij maken en zo. Voor dat soort gedoe heb ik natuurlijk mevrouw mijn zuster (nee, niet Virginie. Mevrouw mijn echte zuster) maar ik vind dat toch best wel irritant en zo. Totdat ik dus ontdekte dat die films allemaal op youtube staan, gewoon 'sgdhjagdhdsgsh' heten en dus downloadbaar zijn voor een iPod.
U denkt vast: klassieke musical schmusical.
Nou, u doet maar lekker, hoor.
Ik praat wel met Virginie, die begrijpt mij tenminste wel.
(Of zoals Virginies moeder dan zegt: Jij en Rosalie, jullie hebben elkaar echt helemaal gevonden, hè?)
Hier een leuk stukske voor andere liefhebbers van ouwe meuk:
Zomaar een zondag in het leven van een groepje rare Limburgers
Geschreven door Rosalie
Wat doen rare Limburgers op zomaar een zondag?
Nou, eerst gaan ze naar de kerk, want daar zingt het koor waar hun vader bijvoorbeeld dirigent van is. Na al deze heiligheid verhuist het hele koor naar de woonst van de rare Limburgers en worden er vier vlaaien uit de koelkast getrokken. Want ja, vier vlaaien, die heeft elke rare Limburger standaard in huis. Vervolgens is het een gezellige bende en wordt de oma van de familie (net 80 geworden en uiteraard ook aanwezig) fraai en meerstemmig toegezongen door het hele koor.
Vervolgens wordt het koor de deur uitgebonjourd en komen er een aantal mannen en een dochter des huizes in rare en nogal lelijke pakjes de kamer binnen. Dit is de muziekcommissie van de fanfare, waarvan de leden net uit een heusche serenade voor een nieuw erelid komen gerold. De resten vlaai worden weer tevoorschijn gehaald, de geluidsinstallatie gaat aan en er wordt geluisterd naar een aantal werken die in de running zijn om gespeeld te gaan worden op het Wereld Muziek Concours van 2009 in Kerkrade.
Als de fanfaremannetjes de deur uitgebonjourd zijn, kijken de rare Limburgers elkaar aan.
'Man oh man,' zeggen ze, 'Het is nog best vroeg. Waar zullen we heen gaan? Aken? Keulen? Sittard? Maastricht? De Ardennen? Brussel? Antwerpen?'
Want de rare Limburgers houden ook nogal van rare en nogal zinloze tripjes op de zondag.
Het wordt Leuven, waar de rare Limburgers een rondje lopen, gniffelen bij elke Fortis bank die ze tegenkomen en vervolgens zich in het befaamde straatje achter het magnifieke stadhuis verschansen om daar even flink en ongegeneerd uit te gaan eten.
U raadt het al: deze rare Limburger heeft zich echt uitermate vermaakt, gisteren.
Nog even en het is weer November. En in November, is het natuurlijk weer tijd om naar het vage Duitse plaatsje te gaan, jaja. U kent het Duitse vage plaatsje noch onze tijdsbesteding aldaar nog niet? Tssssk. Dan heeft u duidelijk vorig jaar november onze logjes niet gelezen. Shame on you, hoor.
Maar goed. In november is het dus weer tijd voor een weekendje vage films in een vaag Duits plaatsje. En een van de redenen waarom het zo'n geweldig weekend is, is de manier waarop het geheel georganiseerd wordt. Het heeft iets, tja, aandoenlijks. Neem nou de website, die enkele jaren terug werd geintroduceerd. Daarop is dit jaar voor het eerst een hele hippe flyer geplaatst met het programma. Niet meer gewoon een lijstje, nee nee, een heusche pop-uppende flyer met mooie kleurtjes erbij. Je zou er bijna vrolijk van worden.
Bijna dan. Want nadeel is wel, dat waar je ook op klikt, overal die pop-uppende flyer verschijnt. Dus ook over alle andere informatie, die dan niet meer te lezen is onder die pop-up. De flyer kun je natuurlijk gewoon wegklikken, maar dan kom je ook automatisch weer in het hoofdmenu terecht... U snapt het probleem denk ik wel. Maar goed, na al die jaren bezoeken van het vage Duitse plaatsje, heb ik wel alle informatie die ik nodig heb. Het enige nieuwe ieder jaar is het programma.
Dit jaar dus dat hippe pop-uppende programma. Wat ik eens in alle rust wilde gaan bekijken. Niet dat de titels me waarschijnlijk veel zullen zeggen, maar ach, 't is een soort van voorpret.
Dus kijk eens met me mee naar het programma (op ware grootte) van dit jaar op de hippe pop-uppende flyer:
Wat? U kunt het niet lezen? Ja, ik dus ook niet. Een onleesbare pop-uppende flyer die alle overige informatie bedekt... Van zo'n georganiseerd festivalletje moet je toch houden...
Afgelopen weekend was ik bijna de hele dag in de Maaspoort in Venlo. 't Was namelijk bondsconcours en aangezien mijn zus elk jaar meedoet met het bondsconcours, is er altijd wel een reden om af te reizen naar Venlo. Of naar Roermond. Of naar Heerlen. Het ligt er maar net aan waar het bondsconcours plaats vindt.
Oh. Ho! U weet natuurlijk niet wat dat is, het bondsconcours. Nou, het bondsconcours is een betrekkelijk geniaal concept. Vier dagen lang spelen Limburgse harmonieën, fanfares en brassbands voor punten. Op allerlei niveaus, van nogal laag tot nogal hoog. Vooral dat nogal hoge niveau is betrekkelijk briljant, vooral in het zuiden des lands. Een waar feest, wat ik u brom. Het bondsconcours zelf is vooral nogal rommelig. Allerlei morsige types strompelen de Maaspoort binnen om het korps waarin hun familieleden, vrienden of dorpsgenoten spelen te bejubelen. Ik verdenk sommige mensen er zelfs van dat het bondsconcours één van de weinige keren in hun leven is dat ze 't turp verlaten, ja ja.
Mijn zus en ik zijn concoursverslaafden. Voor mijn zus is het wat makkelijker om concoursverslaafd te zijn, want die speelt hoorn en omdat ze dat nogal goed kan, is er altijd wel een vereniging die haar mee wil hebben naar het bondsconcours. Ik heb wel eens overwogen om klarinet of zo te gaan spelen, gewoon om er in ieder geval eens in de vier à vijf jaar bij te zijn. Want ik heb niet de illusie dat ik ooit zo goed word in het spelen op een stuk brandhout dat ik ook elk jaar mee kan doen. Wat er precies zo wunderbar aan een concours is, dat kan ik niet precies uitleggen. Ik vermoed dat het iets te maken heeft met het oer-Limburgse karakter van het geheel en de vaak al meer dan honderdjarige geschiedenissen van de verenigingen die meedoen. De gestresste dirigenten. De achtjarige die voor het eerst mee mag op de derde rij klarinetten. Het vage, onleesbare juryrapport. Het Limburgse volkslied dat elk concoursweekend afsluit. De rillingen die over je rug lopen als het koper loepzuiver en -gelijk inzet. De muzikaliteit die je met amateurs kunt bereiken, mits je het handig aanpakt. Het drinkgelag na afloop.
Ik wil ook weer es. Dus als u van een harmonie bent en denkt: nou, wij gaan volgend jaar en hebben nog een harp nodig, geef dan een gil.
Let wel: ik ga alleen op concours bij de Limburgse bond. Die andere bonden zijn toch een beetje voor watjes.
Er is een lampje, waarvan ik niet weet of het bestaat. Ik zou heel graag willen weten of het bestaat, maar daarvoor moet ik een experiment uitvoeren. Het type experiment dat ik heel moeilijk uit kan voeren. Niet omdat ik gevaarlijke chemische stoffen oid nodig heb, neenee, op zich is het een eitje om dat experimentje uit te voeren. Maareh, het is wel heel slecht voor mijn gezondheid. Vooral voor mijn bloeddruk...
Het lampje waarvan ik namelijk graag het bestaan bevestigd wil zien, is het benzinelampje in mijn auto. U weet wel, zo'n lampje dat gaat branden wanneer de tank bijna leeg is. Volgens mij heeft iedere auto dat wel zo'n beetje. Alleen uh, tja, in mijn autootje heb ik het dus nog nooit gezien. Dus helemaal zeker ben ik niet. En dat vind ik heel vervelend. U denkt nu vast: 'duh, das toch simpel, gewoon blijven rijden tot er een lampje gaat branden'. Maar dat kan ik dus niet. Want stel nou er is inderdaad geen lampje; dan sta ik dus op een gegeven moment met een lege tank naast de weg. Iets waar ik bar weinig zin in heb. Of wat nou als ik wel een lampje heb, maar dat het stuk is, en het dus eigenlijk al meerdere malen had moeten gaan branden op die momenten dat ik probeerde door te rijden tot er een lampje zou moeten gaan branden, maar dat dus niet gebeurde waardoor ik denk dat ik geen lampje heb en dus toch maar weer ging tanken voordat ik met een lege tank naast de weg zou belanden (volgt u het nog?).
En dat is dus echt al heel moeilijk voor me, blijven doorrijden. Zodra de benzine-meter op het laatste streepje komt, begint mjin inwendige stemmetje al te roepen dat ik binnenkort moet tanken. En dan begin ik al te rekenen en te plannen wanneer ik dat dan doe. Want als het pijltje het laatste streepje bereikt heeft, kan ik makkelijk nog een keer van Nijmegen naar Venlo rijden. Maar ook een treugweg, dat wordt krap. Althans, in mijn beleving wordt dat krap. Ik probeer het dus wel eens, in een dappere poging het lampje te ontdekken, maar meestal durft mijn bloeddruk het ergens halverwege toch niet meer aan (als het pijltje toch wel heel erg dichtbij, of zelfs op (whaaa erop!!) de E van empty komt te staan. En dan rijd ik toch maar weer een van de vele tankstations op waar ik onderweg langskom. Bij voorkeur de goedkoopste natuurlijk, maar he, bloeddruk breekt wetten he.
Dus tja, nu blijft het toch nog steeds een mysterie he. Heb ik nu een benzinelampje of niet... Duidelijk een van de belangrijke levensvragen...
Soms zou ik willen dat ik mijn gare fotocamera overal mee naartoe sleepte, zodat ik foto's zou kunnen maken van rare dingen die op mijn pad komen. Zoals nu in de UB bijvoorbeeld. In de UB hebben wij van die Albert Heijnmandjes, waar je dan je meuk in pleurt en waarmee je afdaalt de krochten van de letterenbibliotheek in. Ik heb net een negentiende-eews boekske opgevraagd met de welluidende titel 'De Lijkverbranding' en dat in mijn mandje gemieterd. Ik weet niet hoe het met u zit, maar ik vind dat dus een extreem vies woord, dat 'lijkverbranding'. En dat zit 'm vooral in het woord 'lijk', want dat vind ik een van de meest nare woorden uit de Nederlandse taal. Ik noem zoiets ook liever 'een dooie' of 'een kepotte'. Vind ik veel fijner klinken, 'een dooie' of 'een kepotte'. Kijk, dooien en kepotten zijn sowieso al niet fijn, maar laten we dan met z'n allen afspreken dat we er in ieder geval een beetje een gezellig woord voor gebruiken. En dus niet 'lijk'. Getsiederrie.
Afijn, dat negentiende-eeuwse boekske ligt daar dus mooi te liggen in mijn Albert Heijnmandje. Echt, het is dat het zaterdag is en er bijna niemand in de UB zit, want anders zou ik me echt kapot schamen voor een toevallige voorbijganger die een blik in mijn mandje werpt. Want dat doen toevallige voorbijgangers. Vooral als ze zo nieuwsgierig van aard zijn als ik ben. Ik kijk altijd in de mandjes van anderen en dan denk ik: 'Ooooh, die studeert rechten! Ooooh!' of iets in die geest. En daar denk ik dan het mijne van. Want het mijne van dingen denken, daar ben ik echt extreem goed in.
Maar ja. Wat denk je nou als toevallige voorbijganger als je op dit moment in mijn Albert Heijnmandje kijkt? Want wat studeert een mens als hij of zij een boekje met de titel 'De lijkverbranding' in zijn of haar Albert Heijnmandje heeft liggen? De toevallige voorbijganger denkt even na en komt tot de conclusie dat er natuurlijk zoiets bestaat als autopsie bestaat en dat dat vermoedelijk wel iets met geneeskunde te maken zal hebben. Maar dan. Autopsie is natuurlijk niet hetzelfde als crematie. De wakkere toevallige voorbijganger zal zijn wenkbrauwen fronsen en zich in stilte afvragen of artsen tegenwoordig ook al crematies uitvoeren en tot de conclusie komen dat dat zeer zeker niet het geval is.
Vervolgens zullen de raderen in het hoofd van de toevallige voorbijganger als een idioot gaan draaien: 'Lijkverbranding! Nee! Deze student moet een lijk kwijt! Aaaargh, wat te doen? Ik ben een moord op het spoor! Peeuw!' Vervolgens bekijkt de toevallige voorbijganger de bezitster van het Albert Heijnmandje en het boekske en stelt vast dat deze wel heel ineengedoken achter haar computer zit en met een gepijnigde blik in haar ogen iets in een schermpje zit te typen. Wat een tronie, het lijkt wel of deze dame geen nek heeft! (Ik heb momenteel een stijve nek, mijn kop staat scheef op mijn lijf... heel elegant). En mensen die geen nek hebben, die zijn link. Dat weet iedereen. Net zoals mensen wiens ogen te dicht bij elkaar staan. Of mensen die een horrelvoet hebben. Of twee.
Ik denk dat ik dat boekske eens even heel snel op z'n kop ga leggen.
Voordat ik dadelijk in het gevang terecht kom.
Want daar heb ik toch echt even geen zin in, in het gevang...
En voor het geval u het nog niet door had; dit is dus een taart. Niet dat u me ook nog eens een hartverzakking veroorzaakt door eraan te willen gaan draaien zoals mijnheer mijn vader...
Vandaag ga ik wat tegen u aanzeveren over de tijd dat ik in Parijs woonde. Ik weet niet precies waarom, maar ik vermoed omdat het buiten zo'n slecht weer is en ik de verwarming aan heb staan, godbetert. En die verwarming is dan de link naar Parijs, zeg maar. Want in het huis waar ik woonde daar had ik geen verwarming. Alleen maar een ondefinieerbare buis. Die dan een beetje warm werd. Mijn huis was namelijk gebouwd door een architectonische grootheid: Willem Dudok. En die kon natuurlijk leuke, strakke gebouwtjes ontwerpen, maar of het allemaal zo functioneel was daar heb ik toch mijn twijfels over. Een ander fijn ding aan mijn Parijse huis was, dat het in 1938 gebouwd was en dat er sindsdien weinig aan veranderd was. Het was kortom nogal een gare bende. Maar wel een architectonisch verantwoorde gare bende. Want laten we eerlijk zijn, ik denk dat ik met een gerust hart kan zeggen dat er vrijwel niemand die hier leest in zo'n architectonisch verantwoord huis heeft gewoond. Behalve dan de paar lezers hier die daar ook een aantal maanden hebben gesleten. Want die zijn er hier, hoor. Zwaait u anders even naar ze, dat vinden ze vast éééénig.
Toen ik in het Dudok-huis woonde, waren ze buiten aan de weg aan het werken. En dat bracht nogal geinige situaties met zich mee. Zo werd er regelmatig iets afgesloten. Bijvoorbeeld die ene keer dat we geen water hadden. Bijna een heel weekend. Of een hele dag. Weet ik het. In ieder geval: lang. En wat deden wij Nederlandse watermanagers toen? Wij vulden een kliko om het toilet door te spoelen. Daarbij hadden wij erg veel lol, moet u weten. Vooral omdat de kliko nogal een exclusieve kliko was. Het was een 'seulement pour les néerlandais' kliko, want u denkt toch niet dat wij ons schijt- en piswater gingen delen met huisgenoten? No way, José. Dat wij slim waren en zij niet, dat was hun verlies.
Als er in het Dudok-huis gekookt moest worden, dan was dat een interessante onderneming. Er stond een micro-onde, twee elektrische pitjes en een oventje. Best goed, denk je dan. Maar ho. Op de eerste plaats was er op onze verdieping (de zesde) geen keuken, dus moesten we met onze potten en pannen naar de keuken op de vijfde verdieping. En als je dan twee pitjes tegelijk aanzette en ook nog een brood in de oven wilde pleuren dan was het kedeng, stoppen eruit. En dat gebeurde dagelijks. Maar ja, het 'laisser faire' zat er goed in in die dagen, dus dan zei je 'Merde!' en ging verder met je leven.
Ook ging af en toe het brandalarm af, want dan werd er weer ergens een kabel geraakt door de mannetjes die buiten bezig waren met de wegwerkzaamheden. Ik heb wat brandoefeningen meegemaakt in mijn leven, maar zo'n brandalarm heb ik echt nog nooit gehoord. Een herrie, ongelofelijk. En dat om zeven uur ' s ochtends. Rosalie sprong dan uit haar bed, schoot haar ochtendjas aan en rende met haar handen tegen haar oren van de zesde verdieping naar beneden. Waar dan precies de acht Nederlandse bewoners van het huis stonden, terwijl de andere 142 niet-Nederlandse bewoners nog rustig in hun bedjes lagen te ronken, hoogstwaarschijnlijk buitengewoon geïrriteerd door de herrie. De dikke portier van het huis zond ons een meewarige blik (iets als 'vous néerlandais sont vraiment bizarres') en gapend sjokten wij weer naar boven.
Ik heb het Dudok-huis al in geen jaren meer gezien. Het zou gerestaureerd worden en stiekem ben ik toch wel benieuwd naar het hoe en wat. Want stiekem vind ik dat zonde: zo'n gerestaureerd Dudok-huis. Ouwe kraom, zoals wij dat in Limburg noemen, heeft toch een bepaalde charme die je hier niet veel meer ziet. Het huis waar ik nu woon is zo'n kleine tien jaar ouder dan het Dudok-huis, maar jammer genoeg zijn de plafonds verlaagd en is de hele rammel helemaal geïsoleerd en zo. Begrijp me niet verkeerd, ik wil echt niet in de kou zitten, maar ja. Ik ben nou eenmaal een pathetische drol, die het stiekem best leuk vond om in een dekbed gewikkeld achter een oud bureautje te zitten klappertanden. Starend naar een kaars in een wijnfles die hevig flikkerde vanwege de nogal heftige tocht. Schrijvend in een schriftje met daarin dramatisch slecht proza. Très, très bohémienne... al zeg ik het zelf.
P.S. Als de zon scheen zag het Dudok-huis er nog best goed uit, ja ja.
Maar dat is maar schijn, trust me.
U denkt vast: boh, die Rosalie die is vast in een ravijn gevallen met d'r Fritsje. 'Halloooo!' Tok tok. U tikt nu met uw zegelring tegen het scherm. 'Is daar iemand? Post anders even een taart, of zo!' Gelukkig kunnen Octavie (goede themaweek daar, ga dat zien) en Vriend P. voor u bevestigen dat ik afgelopen zaterdag nog leefde, want vriend P. die gaf een feestje en daar waren wij. Octavie zei tegen mij: 'Zeg ben jij druk of zo? Ik lees allemaal van die rare dingen op Twitter en Hyves, gaat het wel goed?'
'Ja ach. Ik adem nog,' zei ik schouderophalend, terwijl ik even demonstratief in- en uitademde, vooral om mijzelf gerust te stellen dat alle onderdelen van mijn luchtwegenstelsel het nog doen.
Kort samengevat is mijn toestand dus als volgt: Ademen: ja. Schrijven: nee.
Maar goed, wat belet mij dan om hier iets uit te braken? Nou weet u, ik bezit dus drie huizen, ja ja. Mijn eerste huis is de universiteit. Daar ga ik naartoe om geleerd gezemel aan te horen en zelf geleerd gezemel voort te brengen. Ik leef daar voornamelijk in een te warme kelder met veul computerschermpjes en af en toe dan mieter ik een stapel papier van jewelste door een groot, vooroorlogs kopieerapparaat en die stapel daar ga ik dan in zitten krassen met een fineliner. Afijn, je moet toch iets in het leven. Mijn tweede huis is mijn werk. Daar zit ik god-weet-niet-wat allemaal te doen aan een bureau met een rode lamp en een dooie orichidee erop. Nou ja, die orchidee staat meer op het bureau van collega Y., maar ik voel me er toch ook wel een beetje verantwoordelijk voor. Zo'n plant is toch een beetje je kind. Dus. Mijn derde huis is mijn woonst, waar ik leef onder het toezicht van een rode muur en een protserige, multi-gekleurde kroonluchter. In mijn woonst doe ik alles wat ik mijn andere twee huizen niet doe: alles achter mij droppen en het vooral niet oprapen. Dat vind ik erg vervelend op de momenten dat ik mijn derde huis betreed, maar ja... omdat ik het zo druk heb met mijn andere twee huizen komt mijn derde huis er bekaaid vanaf.
Wat moet u er nu voor doen om te zorgen dat u niet hetzelfde probleem krijgt als ik? Nou, dat lijk me nogal simpel. Verkopen dat overtollige vastgoed en snel een beetje, hup hup.