Het Johann Nepomuk Hummelgenootschap

Fr?her, wenn als wir noch jung und sch?n waren* had ik met een aantal koorgenoten een dubieus gezelschap. Nou moet u weten dat mijn hele studietijd van dubieuze gezelschappen aan elkaar hangt. Van vijftien kleine tot minder kleine radicale anti-disputen tot splintergroeperingen die als logo een wc-rol met daarop het woord REET voerden. Maar het dubieuze koorgezelschap dat was toch werkelijk een van de mooiste. Dit gezelschap ontstond op een avond in de kroeg. We waren aan de praat geraakt over de componist Johann Nepomuk Hummel, een tijdgenoot van Mozart. Natuurlijk kende weer bijna niemand Johann Nepomuk Hummel en daarom was het zeer interessant om iets over hem te vernemen van de mensen die zich reeds in zijn levenswandel verdiept hadden. Een man met zo'n naam moest wel interessant zijn, waren we uiteindelijk allemaal van mening.

De volgende dag was ik op de universiteit en daar googlede ik op Johann Nepomuk Hummel. Gewoon om eens een plaatje van die man te zien. Nou, dat was schrikken. Johann Nepomuk bleek op z'n zachtst gezegd niet moeder mooiste; klik. Ik lag helemaal in een deuk achter mijn computer en mailde het plaatje rond aan alle in Johann Nepomuk ge?nteresseerde lieden.

Tien minuten later kreeg ik een eerste mailtje terug.
'Eh A-F, waarom stuur jij mij een plaatje van Johann Nepomuk Hummel? Wie is dat eigenlijk? Waar gaat dit over?'
'Johann Nepomuk Hummel!' typte ik driftig terug, 'Weet je wel, daar hebben we het gisteren na de repetitie over gehad!'
Al snel bleek dat ik het mailtje met de enge foto erin naar een aantal mensen verstuurd had die helemaal niet bij het hele gesprek aanwezig waren geweest. Al snel ontstond er een driftige mailcorrespondentie over ons nieuwe idool. Er ontstonden schuilnamen en de taal waarin gecorrespondeerd werd, sloeg al gauw om in een soort interessante variant van het negentiende eeuwse Nederlands.
Het Johann Nepomuk Hummel Genootschap was een feit.

Het genootschap kende een paar grote wapenfeiten die ik hier voor u uit de doeken zal doen. Op de eerste plaats schreef Alois von Estherhazy een biografie die ook nog in verschillende delen in het koorblad verscheen. Niemand begreep er iets van, maar dat mocht de pret niet drukken. Het genootschap had lol en daar waren de koorleden die geen lid waren van het genootschap de dupe van, omdat een aantal leden van het genootschap in de redactie van het koorblad zaten. Al snel werd er een bijeenkomst belegd waarbij Appolonia D. en Geertruida Monkelbaen apfelstrudel bakten en we naar muziek van Johann Nepomuk Hummel luisterden (uiteraard vanaf een langspeelplaat, zoveel was duidelijk). Zuster Philomeen (de non in het gezelschap) deed nog verslag van haar onderzoek naar de invloed van Johann Nepomuks horrelvoet (eerder al beschreven door Alois von Estherhazy in zijn befaamde biografie) op zijn latere werk. Alois vergastte ons op zijn beurt weer op enige fijne biedermaierpo?zie uit het betreffende tijdvak. Mooi was dat. Helaas bleef het bij slechts een bijeenkomst. Een bijna mythische bijeenkomst. Dat dan weer wel.

'Weet je nog?' zei ik vandaag tegen vriendin F. op MSN, 'Het Johann Nepomuk Hummelgenootschap?'
'Ja, met al die belachelijke namen,' grinnikte F., 'God, hoe heette ik ook alweer?'
'Ja, verdorie!' ik moest ook lachen, 'Ik weet de mijne ook niet meer. En dat is jammer, want natuurlijk was ik degene die begon met dat achterlijke namengedoe.'
'Stom zeg,' vond F.
'Ja, ik weet een heleboel andere namen wel nog,' zei ik, 'Alois bijvoorbeeld.'
'Von Estherhazy!' zei F.
'Precies,' zei ik, 'Dat was het. En Geertruida Monkelbaan. Appolonia D. En A. die was non. God, wat was haar naam ook alweer?'
'Dat weet ik niet meer,' zei F.
'Zuster Philomeen!' typte ik.
'Hahahahaha,' lachte F.
'Hahahahaha,' lachte ik, 'maar mijn eigen naam, h?? Wat irritant! Ik weet het echt niet meer.'
'Ja, irritant!' was F. het met mij eens.
'Weet je wat?' zei ik, 'Ik vraag het wel op mijn log. Daar hangen tegenwoordig toch mensen rond die onze namen vast nog wel weten.'

*Eh F., is dit goed Duits?! Ik word toch wel een beetje paranoia nu ik weet dat er specialisten meelezen...

admin Donderdag 03 November 2005 at 3:58 pm | | Rosalie |

Anne-Floor Brockovich

In de film zie je ze altijd. Of in boeken. Van die mensen die van de ene op de andere dag een hele andere draai aan hun leven geven. Die dan denken: 'Vanaf nu ga ik het allemaal anders doen.'
'Tof, hoor!' denk ik dat, 'Dat wil ik ook.'
En dus ga ik (ge?nspireerd door de desbetreffend film of boek) mijn leven ook veranderen. Zo van de ene op de andere dag. Dat is altijd erg spannend en meestal heb ik dan ook grote lol. Twee dagen. Drie dagen. Dan is het weer voorbij. De oude patronen keren terug en Anne-Floor is weer terug bij af. Typisch is dat altijd.

Toch is het op het moment nodig dat er het een en ander verandert. En dus heb ik besloten om zelf lekker de hoofdrol in mijn nieuwe film te gaan spelen. Anne-Floor Brockovich of zo.* Anne-Floor Brockovich moet een lovenswaardig persoon worden die allerlei interessante en oninteressante dingen gaat klaarspelen. Ik noem:

- Anne-Floor Brockovich is ontzettend goed in afwassen. Ze laat afwas nooit langer dan een dag staan en gaat elke dag na het avondmaal netjes een half uurtje pannen schrobben.
- Anne-Floor eet elke avond op z'n Frans. Laat op de avond, op haar dooie gemakje, gezond en met een wijntje erbij.
- Anne-Floor Brokovich' persoonlijke hobby is wassen en strijken. Haar wasmand is altijd maar half vol en een enorme (en behoorlijk in de weg liggende) stapel nog te strijken en op te vouwen was komt eenvoudigweg niet in haar villa voor.
- Anne-Floor Brockovich' villa is haar trots en ze zou het dan ook nooit zo ver laten komen dat ze al haar rotzooi maar wat in haar villa laat rondslingeren.
- Anne-Floor Brockovich is doooool op werkstukken en scripties typen. Hier besteedt zij per dag minstens vijf tot zes uur aan.
- Anne-Floor Brockovich houdt van schrijven en daar gaat ze zich toch iets structureler mee bezig houden.
- Anne-Floor Brockovich vindt dat haar Frans te slecht is en gaat daar als een bezetene wat aan doen, waarop ze datzelfde trucje uithaalt met haar Duits.
- Anne-Floor Brockovich vindt een rotbaantje, wordt daar ontdekt als een bepaald iets (ze is ook heel flexibel) en wordt stinkend rijk.
- Anne-Floor Brockovich gaat weer veul harp spelen en wordt daar verdikkie eindelijk weer eens een keer echt beter in, want Anne-Floor Brockovich had potjandorie nog aan toe naar het conservatorium gekund en doet daar he-le-gaar niks mee.

En als Anne-Floor Brockovich dan al haar ego?stische problemen op een rijtje heeft dan kan Anne-Floor Brockovich weer eens wat voor de medemens gaan doen. Want dat vindt Anne-Floor Brockovich het allercoolst. Dingen voor de medemens doen. Want Anne-Floor Brockovich is natuurlijk ?beraardig, zoveel is duidelijk.

Kortom: Anne-Floor Brockovich has got to clean up her act.
Nu in alle theaters bij u in de buurt!

* Ga nu niet denken dat ik Erin Brockovich een goede film vind of zo. Hij kwam alleen in me op als typisch voorbeeld van zo'n 'My life sucks and I have to clean up my act'-film. En dat is al erg genoeg...

admin Donderdag 27 Oktober 2005 at 5:35 pm | | Rosalie |

Het Beatrixkapsel

Beatrix heeft het voor elkaar. Gisteren kwam ik erachter dat het woord 'Beatrixkapsel' opgenomen is in de nieuwe Van Dale. Way to go, Trix! Dat krijg je ervan als je al bijna 40 jaar hetzelfde kapsel hebt. Nu kan ze met een gerust hart aftreden, onze koningin. Haar doel is bereikt. Ik heb daar dan toch wel respect voor. Standvastigheid vind ik een mooie karaktereigenschap. Zeker wanneer het het Beatrixkapsel betreft. Dat haar heeft me altijd gefascineerd. Hoe lang moet ze elke dag in de kappersstoel zitten om die pruik op haar hoofd in orde te krijgen? En zou ze het ook stiekem zelf kunnen? Of is het dan toch een helm die ze 's ochtends opzet en 's avonds afzet? Het blijft gissen, natuurlijk. Dus ging ik maar eens op het grote boze net zoeken naar een eventuele herkomst van Bea's hair-do en daar vond ik zojuist een beschrijving van hoe het geheel vermoedelijk tot stand komt. Vermoedelijk, h?? Want op zich juich ik het wel toe dat het mysterie rondom de tot stand koming van het Beatrixkapsel in geheimzinnige nevelen (van haarlak natuurlijk) gehuld blijft.

Jaren geleden zat er een nader te bepalen vrouwelijk familielid bij de kapper. Het kan mijn overgrootmoeder zijn geweest, mijn oma, mijn tante of mijn moeder of een paar van deze dames tegelijk. Het is geen zeldzaamheid dat je een familielid tegenkomt bij de kapper. Zo ik laatst mijn oma nog.

'Enne kendj?' zei mijn oma toen.
'Ha oma!' zei ik.

Maar goed, daar had ik het niet over. Het Beatrixkapsel. Een nader bepalen vrouwelijk familielid zat dus bij de kapper, gezellig te keuvelen en een dom boekje te lezen. U weet hoe dat gaat. Komt er zomaar plotseling uit het niets een vrouw binnen. Dat heb je bij kappers, vrouwen die zomaar plotseling uit het niets naar binnen komen.
'Hallo kapper,' zegt de vrouw, 'Ik wil graag precies zo mijn haar!' en ze toont de kapper een foto van Beatrix met het befaamde kapsel. Nou kan ik me zo voorstellen dat je het dan als kapper erg warm krijgt. Het Beatrixkapsel. Slik. Het kapsel waarvan niemand precies weet hoe het zit. Het kapsel dat net zo goed een helm kan zijn. Of misschien wel een dood beest. Je weet het niet. De kapper ging aan de slag en het nader te bepalen vrouwelijke familielid was getuige van hoe de kapper zo goed en kwaad als het ging een Beatrixkapsel probeerde te fabriceren op het hoofd van de vrouw.

'Een beetje meer krul aan de linkerkant, kapper,' zei de vrouw, terwijl ze een kritische blik op de foto wierp, 'Kijkt u maar.'
Met een priemend vingertje wees ze op de foto. De kapper zuchtte en deed wat hem gevraagd werd. Zeker twee uur was ie in de weer.
'De hauws 't motte zeen,' zei het nader te bepalen vrouwelijke familielid later tegen mij, 'Det vrouwmesj tikde neit richtig. Wae wilt noe 'tzelfde kapsel es de keunigin?'

admin Vrijdag 21 Oktober 2005 at 12:32 pm | | Rosalie |

De week van de Pompoensoep

Kijk even uit als u zo in dit jaargetijde een pompoen wilt kopen! Dat u zich niet vergist in het gewicht van dat ding! Niet dat u dadelijk een pompoen van bijna zes kilo aanziet voor een pompoen van twee kilo. Dat heeft namelijk gevolgen voor u en uw naaste omgeving: de Week van de Pompoensoep.

'Zeg eh A-F,' mailde Aderyn mij afgelopen weekend, 'Het was toch een beetje een grote pompoen. Kom je maandag pompoensoep eten?'
'Ja, hoor! Joepi!' zei ik, want ik ben dol op pompoensoep en zeker als ik zelf die rotte pompoen niet hoef te schillen.
Heeft u dat al eens gedaan, een pompoen geschild? Nou, daar kunt u uw mouwen mooi eens voor opstropen, dat kan ik u wel vertellen.

Nou. Dus. Tja. Maandag begon dus de Week van de Pompoensoep. Samen met Rosanne schoof ik bij Aderyn aan en nuttigde daar wat (u raadt het al) pompoensoep.
'Zeg meisjes,' zei Aderyn (dat zei ze niet echt, hoor. Maar het klinkt zo leuk...), 'Ik heb voor jullie allebei meer dan een kilo pompoen. Hebben?'
'Yo,' zeiden Rosanne en ik, 'Dan kunnen we zelf ook pompoensoep maken.Yaay!'
Dat was maandag.

Dinsdag maakte ik pompoensoep in mijn grote bruine jaren '70 pan met grote oranje en rode bloemen op de zijkant die ik ooit van mijn tante kreeg. En u raadt het al: de pan begon tegen mij te praten.
'Zo,' zei de pan betweterig, 'Weet jij wel dat ik ouder ben dan jij?'
'Ja, dat weet ik,' ik rolde met mijn ogen, 'Gefeliciteerd!'
'Is het soms de Week van de Pompoensoep?' wilde de pan weten toen ik anderhalve kilo gekookte pompoen boven hem uitkieperde.
'Ja,' zei ik, 'Hoe raad je het?'
'Zeker weer de schuld van zo'n sukkel die geen inzicht heeft in het gemiddelde gewicht van de gemiddelde pompoen,' zei de pan wijs, 'Ik weet ondertussen wel hoe dat gaat.'
'Ja, dat zal jij weten met je 30 jaar levenservaring,' smaalde ik.
'Je bent al net zo onvriendelijk tegen mij als je tegen je Palm Glas, dat glas met Paracetamol en dat krimpende blauwe drilpuddinkje bent,' sprak de pan mij bestraffend toe.
'Praat dan ook niet tegen mij!' vloog ik uit, 'Al die pratende troep hier ook altijd!'
Ha! Daar had de pan niet van terug.
In stilte at ik mijn pompoensoep.
Dat was dinsdag.

'Vol ben ik nog, h??' zei de pan de volgende dag tegen mij.
'Hou toch je kop,' zuchtte ik, 'Ik heb zelf ook ogen in mijn hoofd. Je hoeft me niet voor te kauwen wat ik zelf ook kan zien.'
'Ik wil terug naar je tante,' zei de pan verongelijkt.
'Nou, de trein naar Limburg gaat om 16 minuten over,' zei ik, 'Veel succes.'
Dat was heel wreed en gemeen van mij. Want de pan kan natuurlijk wel praten, maar lopen? Nou nee.
Maar goed, ik had dus nog een halve pan pompoensoep. Het was immers de Week van de Pompoensoep, dus tja.
'F.!' zei ik dan ook even later op MSN tegen F., 'Heb jij al gegeten?'
'Neen!' zei F.
'Ik heb nog pompoensoep voor twee personen,' zei ik, 'Lijkt dat je wat?'
'Ja, hoor! Joepi!' zei F., die dol is op pompoensoep en blij was dat ze zelf die rotte pompoen niet hoefde te schillen.
Twintig minuten later was ze bij me en ik knalde de pan op het vuur. Gelukkig zei ie niks, want ik vind dat altijd zo vervelend als er derden bij zijn en mijn keukengerei tegen me begint te praten. Spullen met complexen, begin er nooit aan. Erg vermoeiend. Dan kun je nog beter zes keer per jaar de Week van de Pompoensoep hebben.
Dat was woensdag.

Gaat u nu eens na. Het is met die pompoen eigenlijk net als met die broden en vissen van Jezus. Er komt geen einde aan.

-Aderyn en Amroth kopen een pompoen, eten daar zelf twee keer van en maken er een taart van (die ze weggooien, want pompoentaart schijnt vies te zijn).
-Aderyn, Rosanne en Anne-Floor eten pompoensoep.
-Rosanne eet alleen pompoensoep.
-Anne-Floor eet alleen pompoensoep (nou ja, alleen. De pratende pan was er natuurlijk ook nog).
-F. en Anne-Floor eten alleen pompoensoep.

En wie weet wat Rosanne nog allemaal gedaan heeft met die pompoen op woensdag. Of donderdag. Of misschien zelfs vandaag nog gaat doen. Het is immers de Week van de Pompoensoep, daar moet u niet te licht over denken. Het kan u namelijk ook overkomen als iemand in uw omgeving een pompoen van zes kilo aanziet voor een pompoen van twee kilo.
Houd daar dus even ernstig rekening mee...

admin Vrijdag 07 Oktober 2005 at 08:26 am | | Rosalie |

Het experiment met het pratende glas en de paracetamol

Afgelopen vrijdag gooide ik een paracetamol in een glas en ging iets anders doen. Tijdens dat andere ding dat ik aan het doen was (ik weet niet eens meer wat, zo belangrijk was het weer) vergat ik de paracetamol in het glas. De buikpijn die ik had vliedde weg en ik ging vrolijk verder met mijn oh zo belangrijke ding.

Gisteren ontdekte ik dat het glas met de paracetamol erin er nog stond.
'Zo, ben je daar weer,' zei het glas tegen mij, 'Lekker is dat, zeg!'
'H??' zei ik, een beetje duffig, 'Waar heb je het over?'
'Ha!' gilde het glas, 'Vind jij het nog normaal dat jij me meer dan een dag hier laat staan?! Inclusief water, inclusief paracetamol! Ik ben gekke Henkie niet. Het water in mij begint al te verdampen!'
'En ik ben gekke Elisabeth niet,' zei ik, 'Jij praat helemaal niet tegen mij, ik doe maar alsof omdat ik anders niks te schrijven weet op die rare site van mij. En wat ik met jou doe dat maak ik lekker nog altijd zelf uit!'
'Mrpfhw,' zei het glas met de paracetamol erin verongelijkt, zoals alleen een van mijn sprekende glazen gan mrpfhw-en. Ra-zend irritant, maar goed.
'Jij bent een experiment,' vervolgde ik mijn relaas, 'Ik vraag me namelijk al tijden af of het echt niet mogelijk is om paracetamol op te lossen in water! Altijd blijft dat witte goedje een beetje onderin dat glas drijven, weet je. En waarom? Joost mag het weten en zelfs die weet het niet!'
'Jij spoort niet,' zei het glas tegen mij.
'Tsssssk,' ik zette een hautaine blik op, 'Wie spoort er hier nou niet? Jij bent het pratende glas dat momenteel als proefpersoon ... eh ... glas dient! Hou toch gewoon je kop! Al die pratende rommel hier ook altijd! Laat me met rust, ik krijg er hoofdpijn van!'
'Mooi zo, dan kun je me alsnog leegdrinken,' grinnikte het glas zelfgenoegzaam.

Altijd het laatste woord, h?? Die kutglazen ook altijd...

admin Zondag 11 September 2005 at 09:10 am | | Rosalie |

Tik Tak

'Ik was vroeger doodsbang voor Tik Tak,' vertelde vriend R. mij afgelopen dinsdag in de Efteling, 'Dan kwam er zo'n vogel aanvliegen en die prikte een ballon kapot en dan vulde het hele beeld zich met de kleur van die ballon. Huuuu!'
'Hahaha,' zei ik, 'Hahaha. Doodsbang voor Tik Tak. Hahaha.'

Tik Tak was vroeger toen ik nog heel klein was zo ongeveer het enige programma waar ik naar mocht kijken. Ik verdenk mijn ouders ervan dat ze een streng anti-tv beleid voerden en als ik er zo achteraf op terug kijk dan juich ik dat toe. Ik moet er echter wel bij vertellen dat zo'n stringent beleid niet altijd werkt. Als ik bijvoorbeeld naar mijn zus kijk dan denk ik toch dat mijn ouders jammerlijk gefaald hebben, want mijn zus is een tv-verslaafde. Wel een leuke tv-verslaafde, maar dat terzijde.

Heel soms dan zie ik nog wel eens programma's van vroeger, zoals Tik Tak. Met Tik Tak is iets heel bizars aan de hand, moet u weten. U weet vast wel dat er bij Tik Tak aan het begin altijd van die schaapjes door zo'n poortje gaan, terwijl er een klokje tikt en de maan en sterren boven een huisje staan te stralen. Nou, zo af en toe kwam er dan in plaats van een laatste schaapje een hondje.
'Jij en A. wisten altijd precies of er een hondje of een schaapje kwam,' zei mijn moeder ooit eens tegen mij, 'En je vader en ik begrepen echt niet waar jullie dat nou aan zagen.'
'Oh ja, is dat zo?' grinnikte ik, 'Dat kan ik me helemaal niet meer herinneren dat ik dat altijd precies wist.'

Dus ging ik laatst eens Tik Tak kijken. Even checken of ik de gave nog had.
'Een hondje!' riep ik met kinderlijk enthousiasme uit, terwijl ik met armen en benen zwaaide.
Alsof dat wat zou helpen, met armen en benen zwaaien.
Uiteraard kwam er een schaapje.
Toen werd het even heel stil in Villa Anne-Floor.

Ik ben het kwijt, mensen. Ik baal echt ontzettend.

admin Donderdag 08 September 2005 at 11:23 am | | Rosalie |

In Memoriam Konijn B.

Konijn B. is niet meer. Hij werd 13 jaar oud, wat in mensenjaren zoiets is als 110 of zo. Erg uitzonderlijk, volgens de dierenarts. Mijn zus kreeg hem toen ze 10 jaar werd, van mijn oom en tante. Ze noemde hem B. en dat was een hele coole naam voor een konijn. Maar konijn B. werd oud en kreeg allerlei ouderdomskwaaltjes en dus besloten we dat het beter was om maar met het beestje naar de dierenarts te gaan. Dat deed mijn vader uiteindelijk en ik verdenk hem er sterk van dat hij het stiekem ook heel erg vond. Best erg, zo'n stom konijn. Maar ja, als zo'n beest 13 jaar lang in je kamer staat dan wen je er toch wel aan.

'Hee konijn!' zei ik altijd als ik binnenkwam, 'Hoe is ie?'
Niet dat het konijn dan wat terug zei, maar goed. Ik denk toch dat ie mijn aandacht wel kon appreci?ren.
De laatste maanden hebben A. en ik nog verscheidene malen de Duitse carnavalshit 'Ja, er lebt noch!' voor 'm gezongen, maar het mocht niet meer baten...

Mijn vader heeft konijn B. in een kistje onder de vrouwenmantel in onze tuin begraven.
Vrijdag organiseert mijn moeder een koffietafel.
Het zal mij benieuwen wat dat gaat inhouden. Koffietafels voor konijnen zijn niet zo gangbaar, volgens mij.

admin Dinsdag 23 Augustus 2005 at 11:23 am | | Rosalie |

Woesj!

Ik zat zo te denken over een log in vraagstelling. Dat ik hier dan een stomme stelling neerkwak en dat u daar dan op gaat reageren. Maar wees nou eerlijk, dat is toch dom? Logs in vraagstelling zijn voor mietjes! Mensen die logs in vraagstelling schrijven die moeten maar even niks typen en wachten tot er echt wat gebeurt, of zo.

Voor wie ze niet kent, die zogenaamde logs in vraagstelling gaan zo:
Bladibladibla.
En wat denkt u?

Nou ja. Ik bedoel maar. Ahum. Tja.
Toch kan ik mij heel goed voorstellen dat men zich soms het een en ander afvraagt, dat heb ik ook wel eens. En dan is het erg fijn om een log te hebben, want dan kan men over de vraagstelling debateren. Maar ja, je hebt twee soorten vraagstellingen, denk ik dan.
Soort nummer 1: Ik vraag mij iets af, kan daar niet van slapen en verlang nu stante pede een antwoord!
Soort nummer 2: Ik moet iets loggen, want anders lopen mijn lezers weg, maar ik weet niks, dus doe ik maar een log met een vraagstelling!
Die laatste daar houd ik dus niet van, h?? Als je niks weet kun je ook best wat ouwehoeren, zoals ik nu. En volgens mij is het best grappig, want stiekem leest u nog steeds door.

Maar goed, geen log met een vraagstelling dus. Ik wou alleen even zeggen dat ik blij was met het feit dat ik gisteren mijn oren heb laten uitspuiten en ik de medemens nu weer fatsoenlijk kan verstaan.
Dat uitspuiten ging ongeveer zo:

Woesj! Plop! Rechteroor doet het weer!
Woesjwoesjwoesj! Plop! Linkeroor doet het weer!

Het linkeroor zat namelijk iets meer dicht dan het rechteroor.
Typisch dat je daar blijkbaar toch nog gradaties in hebt, denk ik dan. Ik had nog foto's willen maken van wat er uit mijn oor kwam (zo'n beeldverslag leek me in ieder geval leuker dan een log in vraagstelling), maar om de een of andere duistere reden wordt het bakje met oorsmeer altijd meteen afgevoerd, zonder dat ik er een glimp van op kan vangen. Misschien vindt u het gek of vies dat ik dat dan wil zien, maar ik vind dat eigenlijk niet meer dan logisch. Als zo'n bakje namelijk verdacht snel uit mijn blikveld wordt verwijderd dan is er toch iets aan het handje met het goedje dat in dat bakje drijft. Iets wat niet door de beugel kan. Iets wat ik niet mag zien. Misschien heeft de inhoud van het bakje wel oogjes. Of spreekt het een of andere rare pidgin. Je weet het niet, h?? En dat woont dan in mijn oor om de drie jaar! Zonder dat ik het ooit gezien heb. Dat is toch schandalig? De gemeente weet toch ook waar ik woon en hoe ik eruit zie? Bah zeg. Wat oneerlijk.

Dus eh ja. Denkt u dat een actiecomit? 'Wat bivakkeert er nu in Godesnaam weer in mijn oorschelp?' enige kans van slagen heeft? Of moet ik maar meteen een boze brief naar Balkje schrijven?

admin Woensdag 17 Augustus 2005 at 08:05 am | | Rosalie |

Wat Uri kan, kan Anne-Floor ook!

Gisteren was ik met mijn mijn ouders en mijn zus bij mijn oma. We keken naar de TV show van die enge Ivo Niehe (dat haar! ieuw!) en daar kwam opeens Uri Geller in beeld, de beroemde lepelbuigman!
'Uri Geller!' gilden A. en ik, 'De beroemde lepelbuigman!'
Uri had natuurlijk weer allemaal interessante dingen te melden en wij luisterden ademloos toe.
'Zo,' zei Uri, 'En pak nu allemaal maar eens een kapot horloge erbij, dan ga ik dat even fixen!'
'Ha!,' zei oma, 'Ik heb er nog een liggen! Dat gaan we gewoon doen!'
En weg was oma. Uri begon zijn act en even later kwam oma met haar horloge aanrennen.
'Oma,' zeiden wij, 'Hij is al bezig!'
'H?, dat is jammer,' zei oma, terwijl ze het horloge op de tafel legde, 'Het was toch grappig geweest!'
'Ach oma,' zeiden mijn zusje en ik opgewekt, 'Wat Uri kan, dat kunnen wij al jaren.'
En dus ging A. een beetje beachelijk 'Doe het!' tegen het horloge schreeuwen en ging ik heel hard nadenken dat het horloge het moest doen.
'Je kan er om lachen,' zei A. toen ze het horloge bij haar oor hield, 'maar nu tikt ie wel.'
'Whahaha!' zei ik, 'Geef hier!'
Tikketikketik deed het horloge. Heel zachtjes. Mijn zus en ik kwamen niet meer bij.
'Ik hoor niks,' zei mijn immer sceptische vader.
'Weet u wat, oma?' zei A., 'Als het elf uur is en het horloge geeft elf uur aan dan moet u maar even bellen.'

Toen we twintig minuten later thuis zaten belde mijn oma.
'Hij doet het nog steeds,' zei ze grinnikend, 'Het is twee over elf.'
Mijn moeder keek mij een beetje eng aan.
'Ach mam, ik weet al jaren dat ik de Uri Geller gave heb,' grinnik ik, 'Ik doe daar alleen niks mee en ik moet nog oefenen met het ombuigen van lepels, dat lukt me nog niet zo goed!'
Waarop we allemaal heel hard moesten lachen.

Vanochtend om twaalf uur liep het horloge nog steeds, volgens persbureau oma.
Heel misschien zou ik hier wel rijk mee kunnen worden, denk ik dan, maar Anne-Floor de beroemde lepelbuigvrouw vind ik niet echt klinken...

admin Vrijdag 12 Augustus 2005 at 4:44 pm | | Rosalie |

Vriend R. vertelt Anne-Floor over zijn vakantie

Vriend R.: En ja, je weet hoe dat gaat. G. en ik hebben de hele vakantie druk gespeculeerd over allerlei fijne onderwerpen zoals bukkake en zo.
A-F: Bukkake?
A-F: Eh?
Vriend R.: Weet jij niet wat dat is? WEET JIJ NIET WAT DAT IS? Google maar eens op afbeeldingen.

(Ik tik en tik en zie allemaal bakjes met rijst, waarvan ik me eigenlijk afvraag waarom mijn twee vrienden daar de hele vakantie over zouden speculeren. Witte rijst? Bruine rijst? Rijst met nootjes? Wat prefereer jij? Nou, toch meer Basmati rijst! Deed ie eigenlijk leuk h?, die Boudewijn Buch, als rijstleider. Ja, jammer dat ie dood is. Maar to the point: Hoe lang kook jij ze meestal? Onwaarschijnlijk, en zeker als u zou weten waar mijn vrienden het meestal over hebben, dat zijn hele andere onderwerpen. Dus daarop open ik Wikipedia en begin na enkele seconden echt keihard te lachen).

A-F: Whahahahaha! Heet dat zo?
Vriend R.: Ja, wist je dat niet?
A-F: Nee, maar ik zal het nooit meer vergeten, dat beloof ik je.
Vriend R.: Stonden er nog mooie plaatjes bij?
A-F: Nee, er stonden alleen maar plaatjes van rijst.
A-F: Op wikipedia staat namelijk dat het ook een bepaalde manier van rijst bereiden is.
A-F: Dan wil je liever niet weten wat ze daar dan instoppen.

admin Donderdag 11 Augustus 2005 at 12:24 pm | | Rosalie |