Wat ik nu toch meer had, zeg.
Ik zat dus in de trein en las wat in Norwegian Wood van Haruki Murakami, terwijl ik op Fritsje de iPod naar verantwoorde en minder verantwoorde muziekjes luisterde.
Opeens tikte er iemand op mijn schouder. Het was de conducteur die blijkbaar graag mijn kaartje wilde zien. Ik deed een oordopje uit, keek hem aan en verontschuldigde me.
'Sorry, ik was verdiept in mijn boek,' zei ik.
'Maakt niet uit,' zei de conducteur, 'Maar laat me raden. OV-weekkaart?'
'Hahaha, was het maar waar,' zei ik en ik overhandigde hem mijn enkeltje zonder korting.
Dat is nou nog eens lollig, twee weken nadat je 31 bent geworden.
Al zeg ik het zelf.
Wij hebben een lek in ons dak.
Het lek manifesteerde zich aan de hand van een plasje water voor het toilet.
Een mens zou nog kunnen denken, dat iemand naast het potje gepiest had.
Maar aangezien er een druppel aan het plafond hing, konden we die mogelijkheid al snel overboord zetten.
Wat trouwens ook interessant is: er zit een verdieping tussen het dak en het toilet. Om maar even aan te geven dat dit geen zielig lekje is. Dit is een lek waar je 'U' tegen zegt. Nog even en ons huis verdwijnt in een gat. Minstens.
Als ik nu op de wc zit, kijk ik recht in een emmertje.
Ik vind dit alles heul bijzonder.
Vooral dat het lek langs de muur naast de verwarmingsketel sijpelt.
U begint nu vast allemaal te gillen van 'Kortsluiting!' en 'Brand!' en 'Pas op!'
Maar ik blijf heul stoicijns daaronder.
Dit is waarschijnlijk de snelste manier om aan een fatsoenlijke woning in Nijmegen te komen.
Dus dat het maar lekker sijpelt.
Ik zit al met mijn koffertje met dierbare spulletjes klaar om uit het raam te springen.
Vriend R. heeft Harry Mulisch vermoord.
Of beter gezegd, hij heeft 'm doodgelezen.
Ja, dat leest u goed. Doodlezen. Een speciale gave van onze R.
Afgelopen vrijdag zat ik aan den dis met de moordenaar, vriend P. en vriendin M.
'Vrienden,' sprak vriend R. plechtig, 'Ik maak mij ernstige zorgen.'
'Oh ja, joh?' grinnikten wij melig, de ernstige blik in R.'s ogen vakkundig negerend.
We hadden namelijk net wat over poep zitten keutelen en toen ging R. opeens serieus zitten doen. Ja, sorry hoor. De momenten waarop je een serieuze kop opzet, die moet je nauwkeurig uitkiezen, vind ik altijd.
'Mulisch gaat zeer binnenkort dood,' zei R.
Plotseling werd het heul stil aan de tafel. Want ja, het ging plots om onze held. Harry het Fossiel.
'Ja maar ja,' zeiden wij, 'Hij is ook al 300, hè. Het kan niet door blijven gaan.'
'Maar dat bedoel ik niet,' zei R., 'Ik heb hem namelijk doodgelezen.'
'Doodgelezen?!' echoden wij.
'Ja, doodgelezen,' zei R., terwijl hij ons droef aankeek.
Even viel er een pijnlijke stilte.
'Kijk,' zei R., 'Schrijvers die gaan altijd dood als ik hun oeuvre uitheb. Dat is me al drie keer eerder gebeurd. Dus stelde ik het lezen van mijn laatste ongelezen boek van Harry maar steeds uit. Totdat ik er een tijdje geleden genoeg van had en Archibald Strohalm er toch maar bijgepakt heb. En ja... nu is hij dus ernstig ziek.'
'Neeee,' zeiden wij.
'Niet Harry!' huilden wij.
'Moordenaar!' brulden wij, waarna wij met een deegroller, een riek en een brandende fakkel achter R. aanrenden door het centrum van Roermond.
En ja, nu is het zover.
Harry M. is niet meer.
Zucht.
(En ja, het log is even uit z'n winterslaap... dat kon even niet anders).
Van de week porde ik eens even aan dit log.
Het zag er namelijk nogal doods uit.
'Eij log,' zei ik, 'Leef je nog?'
Geen reactie.
Potdomme.
Ik kratste mij eens achter een oor en gaf het log opnieuw een zetje.
Nog steeds niks.
Nou, toen brak er nog net geen paniek uit.
Het log was dood! Neen!
Dus ik een kistje regelen en vlaaien voor de koffietafel en dergelijke.
En toen.
Opende het log één oog.
'Rot op,' zei het log, 'Ik doe aan winterslaap.'
Nou. Fijn is dat.
Zit ik hier te kijken met dat kistje en al die vlaaien. Voornamelijk zjwarte proemevlaai, hè. Begrafenisvlaai.
En ik hou niet eens van zjwarte proeme.
Nondetenèr.
U heeft er vast al een jaar op zitten wachten. De Grote Nuit Blanche Prinsjesdagspecial. Ja. Het lijkt mij erg logisch dat u daar op heeft zitten wachten. De Grote Nuit Blanche Prinsjesdagspecial is namelijk Nogal Episch. Met hoofdletter N en hoofdletter E, hè. Oh, u weet niet waar ik het over heb? Nou, schaamte daalt op u neder, ja. Lees hier maar even de versies van 2007, 2008 en 2009. En blijf er niet in, hè?
Dit jaar werd ik op gegeven moment opgebeld door de vrouw die blij is dat de mensen haar fysio betalen.
'Luuster eens, Rosalie,' zei de vrouw die blij is dat de mensen haar fysio betalen, 'Wat moet iek met Prinsjesdag aantrekken?'
'Dat,' zei ik resoluut, 'interesseert mij geen ene hol, zolang je je haar maar kamt.'
'Na ja,' zei de vrouw die blij is dat de mensen haar fysio betalen.
'Ja, sorry hoor,' zei ik, 'Zolang jij blijft weigeren om die borstel die ik je gestuurd heb te gebruiken, blijf ik er opmerkingen over maken.'
'Ja, net zoals dat logje toen,' zei de vrouw die blij is dat de mensen haar fysio betalen met een zucht, 'Weet jij wel hoe vaak Alexander daar uit citeert?'
'Ha!' zei ik, 'Kan Alexander lezen dan?'
'Iek snap niet wat jij bedoelt,' zei de vrouw die blij is dat de mensen haar fysio betalen gepikeerd.
(Ja, u denkt nou... wat een vrijheden permitteert die Rosalie zich tegenover deze Koninklijke Hoogheden. Maar dat mag ik. Als huisvriend, hè.)
'Alexander!' hoor ik de vrouw die blij is dat de mensen haar fysio betalen aan de andere kant van de lijn roepen, 'Rosalie doet gemeen.'
'Ja hee, Max,' klinkt het in de verte, 'Je kent Rosalie toch. En die mag dat wel, die is namelijk een huisvriend, ja.'
De man die van operettepakjes houdt had gesproken en ik voelde hoe de vrouw die blij is dat de mensen haar fysio betalen met haar ogen draaide.
'Maar goed,' vervolgde ze haar verhaal, 'Wat iek dus raar vind, is dat iek in een avondjurk op een balkon moet staan en dat iek daar dan een hoed bij draag.'
'Ja,' zei ik, 'Dat is ook raar.'
Want ja, als je een beetje van etiquette weet, dan weet je dat je nooit, maar dan ook NOOIT een avondjurk en een hoed tegelijk draagt. Behalve dan als je een rare rojaltie bent en meedoet aan zoiets raars als Prinsjesdag. Wat een kwatsj is dat, zeg.
'Laurentien vindt 't wel leuk,' klonk het aan de andere kant, 'zo'n avondjurk en een hoed tegelijk.'
'Ja, maar ja,' zei ik, 'Dan weet je ook meteen waarom ik haar 'de vrouw die denkt dat het Carnaval is' noem.'
'Ja, hahaha,' lachte de vrouw die blij is dat de mensen haar fysio betalen, 'Hahahaha. Maar goed, iek zou liever wat van de familiejuwelen dragen. Maar dat wiel Trix niet, die vindt dat te opzichtig.'
'Nee, je snapt het niet,' zuchtte ik, 'Trix wil gewoon graag een UFO op heur hoofd. Daarom noem ik haar altijd 'de vrouw met de UFO', snap je?'
'Ja, dat klinkt wel logisch, ja.'
'Dat dacht ik toch.'
'Nou ja, iek zie wel. Kijk je diensdag?'
'Nee,' zei ik hardvochtig, 'Ik moet werken, weet je. Ik wel. Werken. Arbeiten. Iets doen voor je geld.'
'Jij bent vervelend,' zei de vrouw die blij is dat de mensen haar fysio betalen,'Iek ga ophangen, ja.'
'Nou, hoie hè,' zei ik.
De vrouw die blij is dat de mensen haar fysio betalen en ik, wij zijn niet zo goed samen. Ik ben meer van de vrouw die denkt dat het Carnaval is. Da's gewoon een rare. Net als iek.. eh ik.
Maar goed, vandaag keek ik dus even naar hoe de hele familie weer op de balkonia stond. Kijk, die troonrede... da's allemaal tot daar en toe. Maar mijn huisvrienden op het balkon, da's natuurlijk veel interessanter. De vrouw die blij is dat de mensen haar fysio betalen, keek superieur in de camera en zwaaide statig heur onderdanen toe. Met op haar hoofd een hoed. De vrouw met de UFO is duidelijk oppermachtig, zoveel is duidelijk. Maar ja. Toen zag ik de vrouw die denkt dat het Carnaval is. Die was gewoon in decent rood! Na ja, be-lach-e-lijk. Een teleurstelling, beste mensen. U heeft geen idee. Geen rare prints. Geen belachelijke hoeden. Geen rare en onflateuze modellen. Ik vond d'r niks aan, nee. Er viel dit jaar weinig te lachen, daar bij Prinsjesdag.
'Saai was het, hè?' sms'te de vrouw die blij is dat de mensen haar fysio betalen mij een half uur geleden, 'Ja, dat was vanwege de crisis. Trix vond dat het niet te uitbundig mocht. Maar Alexander en iek mogen dan wel weer een huis bouwen in Sri Lanka. Niet verder vertellen, comprendo?'
Ik zuchtte.
Die rare rojalties.
Ben maar blij dat u er geen huisvriend van bent, ja.
Want die mensen zijn echt onnavolgbaar.
Zelfs voor mij.
En toen, beste mensen, kreeg Virginie het Verlossende Telefoontje van het garagemannetje.
Of eigenlijk belde de receptie van het hotel.
Of Virginie even naar beneden wilde komen, want het garagemannetje die was er.
En toen deed Virginie dat maar.
Vol spanning wachtte ik op de hotelkamer op de uitkomst van het sleutelexperiment.
Ik ijsbeerde wat van links naar rechts en draaide wat duimen.
En toen kwam Virginie terug.
Met de eingetüte sleutel in de ene hand en een nieuwe, werkende sleutel in de andere hand.
'Scheisse,' dacht ik, waarmee ik meteen weer even zo ongeveer het enige Duitse woord dat ik fatsoenlijk uit kan spreken, oprakelde.
Ik had namelijk gehoopt dat ze de sleutel niet na hadden kunnen maken en dat het een uiterst zeldzame sleutel betrof en dat die dan uit Japan zou moeten komen en dat dat dan twee weken zou duren en dat ik dan niet naar mijn werk kon en dat ik dan in tranen op zou bellen en dat ik mij duizendmaal zou verontschuldigen en dat ik in de tussentijd stiekem aan mijn mojito zou slurpen en en en...
Maar goed, het mocht niet zijn.
Dus pakte ik mijn handdoekje en begaf me richting mijn privépool. Alwaar ik een uitmuntende Audrey H.-imitatie ten beste gaf en wat belangwekkende literatuur tot mij nam. En deed alsof ik nog twee hele weken Duitschland voor den boeg had. Mijzelve bedriegen, daar ben ik echt een meester in.

Het is dat ik de verwerpelijke kennis heb dat GTST wel eens een cliffhanger over de zomer heen getild heeft, maar anders was dit geval hier de geschiedenis in gegaan als de meest langgerekte cliffhanger ooit.
U bent geheid afgehaakt.
Boe voor u!
Maar! Als u zoveel om zou gaan met allerlei rare negentiende-eeuwse types als ik op het moment doe, dan zou dat uw leven ook aanzienlijk vertragen.
En u zou zich afvragen of het allemaal wel zo snel moet.
Nou.
Het antwoord is neen.
Elke maand een logje. Lijkt mij wel prima.
Ja, dat gaat het helemaal worden in 2011.
Maar goed, we waren dus in Jena en ik had dus Virginies sleutel gesloopt. Dus wij de dag erna naar een Madzda garage. (En ja, dat heet Madzda, ja). Toen ging Virginie een boel ingewikkeld Duits praten (wat ik overigens helemaal verstond, maar zelf wauwelen? Hahahaha. Nee.) en in het kort kwam het hier op neer:
We hadden dus twee sleutelhelften.
De Duitse garagemannetjes gingen proberen om daar een nieuwe sleutel van te fabrieken.
En als dat niet zou lukken, dan zouden ze met een laser komen en het hele slot eruit branden, om dan op de cilinder te kijken wat het sleutelnummer was.
Ja.
Echt.
En de laser zou roze zijn, want dat wilde ik graag.
'Rosa,' zei ik.
Rosa. Rosalie. U snapt het. Hèhè.
Maar goed, toen pakte een van de Duitse garagemannetjes onze twee sleutelhelften af.
'Was machen Sie damit?' wilde Virginie weten, want ja... die deed het woord.
'Ich habe den Schlüssel eingetütet,' zei het Duitse garagemannetje en hij toonde ons de sleutelresten in een plastic zakje.
Dat was het moment waarop Virginie en ik elkaar helemaal verbouwereerd aanstaarden.
Het Duitse garagemannetje had namelijk een woord gezegd dat wij allebei nog nooit gehoord hadden: eingetütet. 'In een tuutje doon,' zeggen wij in Limburg, maar het kan dus korter. Ja nee.
En dan denk je dat je alles van Duits weet. Na.
Wordt vervolgd.
Op 17 oktober 2010.
Dan weet u dat alvast.
'Help! Ik heb geen slippers bij me!' piepte ik richting Virginie, toen we op het punt stonden om in het zwembad van ons hotel te duiken.
'Do not worry,' zei Virginie, 'Ik heb nog een paar slippers in de kofferbak van de auto liggen, die kun je wel pakken.'
'Yaay,' zei ik en met de sleutel in de hand huppelde ik naar de parkeerplaats.
Aldaar stak ik de sleutel in het slot van de kofferbak en draaide.
En toen... en toen!
'Krak!' deed de sleutel.
En in plaats van een paar slippers had ik opeens twee sleutelhelften.
'Nee!' dacht ik.
En 'Godmiljaar! Nondeju! Snotverdulleme!'
Daarop vroeg ik me af of het misschien niet beter was om te verdwijnen. Gewoon, zomaar in het niets. Om de trein te pakken naar Dresden. En daar een nieuw leven te beginnen als Liesl Pumpernickel. Maar bij nader inzien vond ik dat toch een beetje een overdreven reactie voor het slopen van een sleutel.
En dus toog ik maar naar Virginie.
De vrouw met de oplossingen.
Hoera voor Virginie.
(Wordt vervolgd)
Vorige week zondag legden Prosper, Virginie en ik even aan vriendin J. uit dat Algemeen Beschaafd Limburgs een utopie van jewelste is.
'Kijk,' zeiden wij, 'Het zit dus zo: elk turp heeft z'n eigen variant van het taaltje.'
En vervolgens zeiden wij een voor een onze versie van het woord 'oud' om dit te illustreren.
'Alt,' zei Virginie (Venlo).
'Aad,' zei Prosper (Roermond).
'Oud,' zei ik (Sittard).
Ja, dat vindt u raar, hè. Dat mijn versie 't meest op ABN lijkt. U denkt namelijk dat hoe zuidelijker je komt, hoe groter de negorij wordt. Nou, dat is ook zo. Maar Sittard is natuurlijk de parel van de provincie, het baken van beschaving. Het laatste veilige toevluchtsoord voor Heerlen, zeg maar.
Maar goed, dialecten dus. De afgelopen paar dagen kruist dialect regelmatig mijn pad, want door een spoorwegonderbreking in Arnhem reis ik deze weken noodgedongen via Den Bosch naar mijn werk. En in die trein van Utrecht naar Den Bosch kom ik allemaal Limburgers tegen. En dat is lollig, want dan kan ik het spel 'Raad-het-dialect' spelen. Dan zet ik mijn iPod uit, beweeg vervolgens een beetje alsof ik zit te swingen op mijn muziek, maar eigenlijk luister ik stiekem de Limburgse mensen in kwestie af.
Zo zaten er gisteren twee dames tegenover mij, die even gezellig de hele familie doorspraken.
'Jao jao, Charlot van Marie is gesjlaag, wah.' (Ja ja, Charlot van Marie is geslaagd, hè).
Het 'wah' was voor mij een inkopper, want bij 'wah' denk ik meteen 'Oostelijke Mijnstreek'.
En dan denk ik meteen: Heerlen, Kerkrade, de buurt van Vaals.
Voor Kerkrade en Vaals was het dialect van de dames te verstaanbaar. Want Kerkrade en Vaals, mensen. Daar spreken ze een taaltje dat taalkundig officieel onder de Duitse dialecten valt. Benrather linie, hè. Die moesten weer zo nodig een klankverschuiving meer doen dan de rest van Nederland.
'Wao zaot Charlot op sjool den?' vroeg de een op gegeven moment. (Waar zat Charlot op school dan?)
'Op 't Bernardinus,' zei de ander.
Bernardinus.
School in Heerlen.
100 punten voor Rosalie.
Vandaag zat er een Limburgse familie in de coupé naast mij. Een vader, een moeder, een zoon en een oma.
Oma zat driftig te bellen.
Een rollende r, jongen. U wil het niet weten.
Een rollende r is ook altijd een inkopper. Rollende r betekent: Maasdorp. Dat zijn dorpen (de naam zegt het al) die aan de Maas liggen en niet al te ver van Sittard, als ik me niet vergis.
'Waorrrrrr gaot geerrrrrr den eate?' vroeg oma op gegeven moment. (Waar gaan jullie dan eten?).
Het was even stil toen haar gesprekspartner haar vraag beantwoordde.
'Aoh,' zei oma, 'Bie de Hafenstube!' (Oh, bij de Hafenstube).
Hafenstube.
Vreetschuur in Grevenbicht.
Grevenbicht = Maasdorp.
200 punten voor Rosalie.
Ik ben goehoed. Al zeg ik het zelf.
Maar ja. Het kunnen duiden van Limburgse dialecten is een talent waar je dus werkelijk geen ene fuck aan hebt.
Heb ik weer, hoor.
Even over deze website, hè.
Dat ding ziet er echt abnormaal aftands uit.
Ik ga daar wat aan doen, heb ik besloten. Ook al heb ik eigenlijk niet bijster veel vrije tijd op het moment.
'Als ik er alleen al naar kijk,' zei Virginie gisteren tegen mij, 'Dan denk ik: gadverdamme. Ik wil niet loggen!'
En dat, beste mensen, lijkt mij niet zo'n goede zaak.
Dus ik ga deze lellike site eens even doorontwikkelen.
Gisteren heb ik er een spamvraag opgezet.
De kop is eraf.
Mocht u het antwoord niet weten dan bent u a. te dom om te poepen of b. ernstig kleurenblind.
U mag in dat geval zelf kiezen wat er met u aan de hand is.
Zo ben ik dan ook wel weer.
|
Toon berichten 1-10 van 394 |
Volgende Pagina »