Hallo liebe leute.
Het was hier wat stil, maar hee... ter verdediging: ik schrijf een scriptie, ja.
Snotmiljaar.
Ik zal even de afgelopen weken voor u uit de doeken doen.
Ik had dus een nervous breakdown.
'Aaaaah, ik ga dood!' dacht ik.
Dus ik tegen mijn baas: 'Aaaaah, ik ga dood!'
Mijn baas: 'Je gaat niet dood.'
Dus ik tegen mijn scriptiebegeleider: 'Aaaaah, ik ga dood!'
Mijn scriptiebegeleider: 'Je gaat niet dood.'
En verdomd, ze hadden nog gelijk ook.
Want ik leef nog steeds.
Ha. Wat een feest.
Dus ik de inleiding van mijn scriptie schrijven, h??
Tussen stapels wazige boeken en bergen kopietjes.
De afwas wandelde door mijn kamer en de vuile was stapelde zich op.
'Typerdetyptyptyp,' deed ik.
En ik zeverde wat op twitter.
En ik zeverde nog wat op twitter.
En alle volgers verlieten mij, want ze vonden mijn strontvervelend.
Maar ja.
Volgers zijn ook niet alles, h??
Dus ik die inleiding schrijven en inleveren.
Ik typte er maar meteen een excuusmail bij zo van: 'Ja sorry, dat ik zo dom ben, h?. Maar ik vind het dus zelf he-le-maal niks, dat je het even weet.'
Ja joh.
Dat vond ik echt.
Dus ik zonet naar de scriptiebegeleider.
'Rosalie,' zei die, 'Waarom stuur jij mij van die rare mails?'
'Ja, omdat ik mij afvraag of het wel goed genoeg is,' zei ik.
'Ja, ik dacht nog: dat wordt een drama,' zei hij, 'maareh... het is een hartstikke goed stuk.'
'Oh,' zei ik.
'Weet jij dat je heel goed kan schrijven?' zei hij.
'Eh... ja,' zei ik toen maar, want zo ben ik dan ook wel weer.
Ja, kom nou.
Dus.
Welkom in de wondere wereld van Rosalie.
Waar dingen nooit goed genoeg zijn, gemeten langs haar eigen meetlatje.
Maar waarin de dingen die ze dan produceert toch beter blijken te zijn dan de dingen die de grote gemene deler produceert.
Ik heb zo'n vermoeiend leven.
Gadverdamme.
Ik zat vandaag in de trein. Op weg naar het ouderlijk huis.
'Ik bel wel even wanneer ik precies aankom,' had ik gisteravond tegen mijn papa gezegd, 'Ik vermoed rond de middag.'
'Is goed, hoie,' zei mijn vader.
'Hoie,' zei ik.
En toen ging ik dus slapen en hoppa, daarna in de trein.
Autistisch als ik ben, bel ik mijn vader altijd als ik Mook gepasseerd ben.
'Papa,' zeg ik dan, 'Ik kom zo en zo laat. Als er nog iets is, dan bel ik wel.'
'Is goed, hoie,' zegt mijn vader dan.
'Hoie,' zeg ik dan ook.
Afijn. Goed. We passeren Mook en ik kijk in mijn tas.
Godmiljaar.
Potdomme.
Nondeknetter.
Telefoon thuis laten liggen.
Je kunt dan natuurlijk gaan vragen of je iemands telefoon mag gebruiken.
Maar iedereen in mijn coup? was a. bejaard, b. Duits of c. zag er eng uit.
Dus ja. Dan houdt het wel een beetje op, hoor.
Ik haalde vervolgens mijn schouders op en deed een beetje van laissez-faire en zo.
Dat kan ik helemaal niet, laissez-faire. Ik zie dan hoe mijn vader en ik proberen om elkaar te bereiken en dat dat niet lukt en dat mijn ouders niet thuis zijn en dat ik op straat moet slapen en dat en dat en dat...
Na een paar minuten dacht ik: 'Ik kan natuurlijk A. (mijn zus) bellen en vragen of zij papa even belt.'
Vervolgens dacht ik: 'Nee, hier klopt iets niet.'
En toen fronste ik mijn wenkbrauwen.
Waarop mij te binnen schoot dat ik zonder telefoon ook mijn zus niet kan bellen.
Ja, zo ziet u maar. De moderne mens is vergroeid met zijn gadgets. Het is ook wat.
En zo raasde Rosalie telefoonloos en piekerend door de groene, Limburgse akkers en aan de blauwe hemel schoten de wolken voorbij.
Totdat ik een aha-erlebnis kreeg.
'Eureka!' dacht ik, 'Ik ga op bezoek bij oma. Ik moet toch haar nieuwe penthouse nog bewonderen. En oma heeft een telefoon!'
(Ja. Een penthouse, ja. Mijn oma is verhuisd en heeft tegenwoordig met afstand het beste uitzicht dat je in heel Sittard kan hebben. Recht op de stadsomwalling, de Grote Kerk en het oude Ursulinenklooster. Fan-tas-tisch. Echt. En op ongeveer 500 meter van mijn ouderlijk huis. Dus als mijn oma's telefoon het niet zou doen, dan kon ik altijd nog heul hard gaan roepen vanaf het balkon of iets met rooksignalen doen...)
Toen ik aan kwam lopen, kwam mijn oma net naar buiten op het balkon en ik zwaaide uitbundig.
Mijn oma fronste haar wenkbrauwen. Die dacht vast: 'Wat is det veur unne gek?'
'Oooooh, doe b?s 't!' jodelde ze even later, nadat ze me herkend had.
Eindelijk had ik een telefoon gevonden. Hoera! Ik belde mijn vader en kreeg van mijn oma een bord stamppot met spek. En aardbeien en kiwi toe.
Huis zoet huis.
Ik houd er nogal van om bij mensen naar binnen te kijken, moet u weten.
En dan bij voorkeur vast te stellen dat het bij die mensen een nog grotere troep is dan bij mij.
Nou moet ik zeggen dat er een heel leuk straatje is op mijn weg naar de supermarkt/station/binnenstad. Daar loop ik dan doorheen en dan zie ik onder andere een interieur met een oranje muur en een Maria (vrij lelijk, edoch briljant), een interieur met een zwart-wit poster van Audrey Hepburn en een coole lamp met polkadotjes (classy!) en een interieur met bruine schrootjes langs de muur, een breedbeeld-tv (doorsnede: ongeveer 3 meter, no kiddin'), een enorm keyboard en een man met een accordeon. Ik verzin dit niet, h?? Dit is gewoon de realiteit van sommige mensen. Schrootjes, een enorme breedbeeld-tv, keyboards en accordeons. Laat dat maar eens goed tot u doordringen.
Nu moet ik zeggen dat ik dat heel goed kan, bij mensen naar binnen kijken.
Dan heb ik, zeg maar, stevig de pas erin en met opgewekte tred passeer ik een huis.
En vervolgens komt de truc, h?. Dan doe ik even zo zoef-zoef met mijn oogballen en ha, dan heb ik dus een geheel interieur ge?nspecteerd.
Just like that.
Kost mij geen enkele moeite.
Jarenlange ervaring, h?.
En discreet ook nog es. Boh.
Maar goed, ik loop net dus naar de supermarkt. En bij het huis met de enorme keuken in de voorkamer passeert mij een ouder echtpaar van een jaar of '70.
'Zo hee,' jodelt de vrouw opeens uit het niets, 'Dat is een mooie keuken! Vind je niet, Henk?'
Henk mompelt wat en ik draai me even vol ongeloof om.
Henk en zijn vrouw (ik denk dat ze Mia heet) vatten post voor het huis en onderwerpen de keuken aan een keuring.
'Nou nou nou, mooi hoor!' zegt Mia.
Na. De onbeschaamdheid!
Echt, dames en heren, het is nu een half uur geleden en haar echo galmt nog steeds door de buurt.
Conclusie van dit relaas:
Als professioneel interieurgluurder kan ik maar ??n ding zeggen.
Wat een stelletje ont-zet-ten-de amateurs.
Ik was dus op de Dam, h??
Nou, dat was wat.
Ik stond een beetje naar de grond te staren en een beetje na te denken over de oorlog en zo.
Toen er plotseling iemand begon te schreeuwen.
En er een knal klonk.
Daarna zag ik vanalles.
Ik zag een jongen met een capuchon op, die voor me uit wegholde, maar wel nog even zijn arm uitstak om wat foto's te maken.
Ik zag een vrouw van middelbare leeftijd die haar bejaarde vadertje door de chaos probeerde te laveren. 'Rustig maar, pap,' zei ze, 'We gaan langs de kerk door, we gaan weg, hier.'
Ik zag twee jonge meisjes, bij wie de tranen over de wangen stroomden. Een onmetelijk grote angst sprak uit hun ogen.
Middenin de chaos stond ik even stil. In mijn ooghoek zag ik dat de politie de hekken bij de Nieuwe Kerk opzij schoof.
En ik koos mijn pad.
'Godmiljaar, mam!' foeterde ik even later in mijn mobieltje, toen ik over de Nieuwezijds Voorburgwal liep, 'Ga ik ook eens naar de Dodenherdenking, zeg!'
Ik ben echt heel erg geschrokken. Maar niet van het incident zelf, eigenlijk.
Meer van hoe bang wij blijkbaar met zijn allen zijn.
Daar moeten we wat aan doen, mensen.
Want het slaat echt he-le-maal nergens op.
Hallo allemaal!
Een welgemeende groet vanuit wasserette Rosalie!
Nondeju, zeg. Ik heb me vandaag echt helemaal onnozel gewassen.
Ja nee. Echt waar.
Zooi in de wasmachine.
Spul erbij.
Wasmachine aan.
Tralalalala.
En dat dan x35.
U kent het wel.
En omdat zo'n wasmachine er even over doet om dingen te wassen, besloot ik om ook maar eens even wat handwas te gaan doen.
Ik ben namelijk zo'n drol die veel te veel spullen heeft die op de hand gewassen moeten worden.
Of gestoomd, ook zowat.
Ooit keek ik bij het kopen van kleding nog wel naar de praktische kant van de zaak. Maar nu doe ik dat niet meer. Kom nou. Als iets past en het ziet er leuk uit, dan koop ik het. Wie dan leeft, wie dan zorgt. Dadelijk loop ik morgen onder een auto en dan heb ik er alleen maar bescheten uitgezien, omdat ik alleen maar van die kleding heb die je in de wasmachine kunt mieteren. Nee. Dat lijkt mij dus geen goed idee.
Maar ja, deze opvatting zorgt er dus voor dat sommige kledingstukken twee jaar lang in de wasmand liggen, h??
Dat collega's dan zeggen: 'Hee, heb je dat nieuw?'
En dat ik dan zeg: 'Eh neuh, da's best wel oud.'
Eigenlijk zou ik dan moeten zeggen: 'Ik heb het namelijk eindelijk eens gewassen.'
Maar dat doe ik dan niet, h??
De schone schijn ophouden, joh. Dag en nacht. Daarvoor ben ik op aard.
Afijn, ik ging dus de handwas doen. Ik panty's uitwassen. En mijn zwarte pakje met witte borduursels (cute mensen, cute!). Maar toen kwam ie, mijn pi?ce-de-resistance: de oranje-rode wintertrui met megacol. Toen ik het ding in het water liet zakken en 'm even later optilde, was ongeveer al het water uit de gootsteen verdwenen. En druipen dat ding, joh! Niet normaal, het zou verboden moeten worden.
Nu komt dus ein-de-lijk de crux van dit wonderlijke verhaal: ik kan dus niet wringen.
Nee serieus. Ik kan dat niet.
Dus ik een beetje aan mijn trui duwen.
'Hmpf,' deed ik.
Er liep wat water in de gootsteen.
Ik wiste het zweet van mijn voorhoofd.
'Na,' zei ik.
En ik legde de trui op het rekje boven het trapgat. Met een handdoekje eronder. Goed van mij, h?!
Kom ik een half uur later op de gang: trapgat zeiknat.
Nou. Einfach wunderbar.
Ik en huishoudelijke taken, h??
Da's niet zo'n goede combi.
Maar ik ben verder wel heel aardig, hoor.
Dus ik ben best nog wel van nut voor deze maatschappij, ja.
Ik ging net even een placemat ophalen bij de studentenbalie. Die kun je daar krijgen, namelijk. Je moet er wel veel geld voor neerleggen, hoor. En het kan wat tijd kosten, maar dan heb je ook wat: een fijne placemat met daarop je naam. En iets van bachelor in dit geval. Nou moet ik toegeven dat die placemat al een tijdje op mij lag te wachten, hoor. Ik ben namelijk niet zo van de actie wat betreft regeldingen voor mezelf.
Dus kreeg ik een brief van de studentenbalie.
'Eij!' zei die brief, 'Kom je placemat eens afhalen, ja!'
'Ja ja ja,' zei ik en ik ging weer verder met mijn andere, uiteraard uiterst belangrijke bezigheden. Zoals het spelen van farmville op facebook. En twitter. Afijn, u kent het wel.
Maar vandaag kwam ik langs de studentenbalie en toen dacht ik: 'Wat het hekje, ik ga even dat ding ophalen.'
En toen had ik 'm opeens. Een placemat met daarop in koeienletters mijn prachtige namen.
'Elisabeth Theodora Hubertina Monica,' zei de placemat vrolijk.
Ja hee, ik verzin dat niet, h?? Zo heet ik dus. En nee, da's verder niet erg, hoor. Ik ben daaraan gewend. En het is ook een kwestie van relativeren: je kan bijvoorbeeld ook Appollonia heten. Of Philippa. D?t is pas erg.
Verder levert zo'n naam altijd veel olijke praat op in de kroeg. Iedereen wil wel zo'n gek kennen met 37 namen. Dan kun je namelijk dit soort lekker ongenuanceerde gesprekken voeren:
'Ik ken dus zo'n belachelijke Limburger met 56 namen h?? Weet je hoe die heet?'
'Nou?'
'Elisabeth Theodora Hubertina Monica!'
'Ga weg. Hubertina?! Doe normaal. Nee. Dat. Kan. Niet.'
'Vind je dat nou niet fraai?'
'Fraai? Fraai? Ik zou me verhangen!'
Etc. etc.
Ik snap het probleem nooit zo met die Hubertina. Ik ken echt absurd veel mensen die Hubertina heten, hoor.
Ze zijn wel allemaal familie van mij.
Hmmm.
Dat is op zich raar.
Maar goed. Hallo, zeg.
Dat u niet zo heet, dat wil niet zeggen dat het niet de norm kan worden.
Ik ga dus voor Hubertina in de namen-top-10.
Of anders Huubke.
Als het allemaal weer es niet hip genoeg voor u is.
Afgelopen vrijdag zaten
Octavie,
Cyriel, vriend P., vriendin M. en ik in een restaurantje in Roermond.
Daar keuvelden wij onder andere over onze gezamenlijke hobbie, de neerlandistiek. En over andere mensen die neerlandistiek bedrijven of bedreven. Men had het op bepaalde momenten roddelen kunnen noemen. Maar daar doen wij niet aan, aan roddelen. Neen, man. Stel u voor, zeg.
Toen we over onze mede-neerlandici uitgerod... eh gepraat waren, maakten wij zonder veel omhaal een ommezwaai naar een aanpalend gebied van de nobele taalkunde, de schrijverij. En zo kwamen wij over het volgende te spreken: de deplorabele staat van de stukjesschrijverij op het internet.
Ja, u leest het goed. De deplorabele staat van de stukjesschrijverij op het internet.
Da's wat wij gezellig met z'n allen doen, zeg maar.
En dus steunden en kreunden wij dramatisch en grepen naar ons voorhoofd, terwijl de voorbeelden van ultieme treurnis over de tafel vlogen. U had erbij moeten zijn, het was een indrukwekkend gezicht, al die wijze mensen bij elkaar.
'Er moet een keurmerk komen,' zei ??n van ons, 'Want dit kan niet langer!'
'Ja, en een clubje,' zei een ander.
'Een dispuut!' jubelde ik uitgelaten.
'Nee, geen dispuut,' de anderen keken mij hoofdschuddend aan.
Het was even stil.
'Een gilde!' besloot Cyriel.
'Miljaar, een gilde!' gilden wij als uit ??n mond.
En toen hadden we opeens een gilde.
Het Gilde der Schoonschrijvers.
Ja ja.
Vooralsnog hebben wij nog niet veel leden in ons gilde, moet u weten.
Wij zijn allemaal nogal exclusieve tiepjes, zeg maar.
Als wij in de middeleeuwen hadden geleefd, dan hadden wij vast een enge broederschap opgericht. Met paarse gewaden en kaarsen in doodskoppen en dergelijke. Maar ja, wij leven niet in de middeleeuwen. Helaasch. Dus dan moet het maar even zo. Het is niet anders.
Tja, en wat nu?
U kunt natuurlijk proberen of u erbij mag, h??
Maar let wel: bezint eer ge begint.
Dadelijk wordt u nog geprikt met een gloeiende pook of zo.
Want een beetje middeleeuwsigheid daar zijn we dan ook weer niet vies van.
Als op Fritsje de Ipod iets van Bach voorbijflitst, dan staart een plaatje van Der Johann Sebastian mij aan. Maar niet zomaar een plaatje. Nee, een gefotosjopt plaatje van Der Johann Sebastian met een Ray Ban zonnebril. Genialiteit, echt. Het plaatje zelf heb ik niet meer (vond het ooit op google), maar het effect van het plaatje is ongeveer zoiets:

Ik weet niet wat het is, maar ik word altijd melig van Bach, vandaar dat ik zo'n gek plaatje bij mijn Bach-afspeellijst gezet heb. Ik vermoed dat dat komt omdat zoveel mensen zo serieus doen over Bach. Ik ga namelijk altijd ontzettend in de contramine van serieuzigheid, moet u weten. Dit tot grote irritatie van een groot deel van de menschheid overigens. Wat gek is, want begrijp me niet verkeerd, hoor: ik erken 's mans briljantie, heus waar. Maar ja. Die serieuzigheid, dat kan ik dus niet aan. Ik moet dan altijd aan mijn vader denken, die ooit op een Bach- & Goethereis voor leraren muziek en Duits ging. En aan die mij verder volslagen onbekende reisgenoot van hem die de hele dag orgelconcerten van Bach wilde luisteren in de bus. En wat mijn vader daar dan vond, van de hele dag orgelconcerten van Bach in de bus. Laten we zeggen, ik heb het niet van een vreemde, dat recalcitrante.
In diezelfde categorie ('Doe toch eens niet zo serieus!') heb ik trouwens ook de volgende poster ophangen, h?? Een cadeau van
Amiek aus Berlin ja:

Ik vind het een geniale poster.
Waarschijnlijk vindt u het allemaal erg flauw. Maar ja, leg u er maar bij neer. D'r zijn namelijk maar weinig mensen die mijn kronkels helemaal begrijpen. Dus ehm... juist. Over die posters, trouwens: d'r is er ook een van Bach die de afwas doet. En een van Schubert die een kippenpoot eet (hilaaaarisch, echt!). Maar wat het mooie aan deze posters is, dat ze afkomstig zijn van ??n van 's werelds meest vermaarde orkesten, de Berliner. Daarom mag ik de Berliner, die houden ook van de combi Kunst en Flauwe Grapjes. Ik mag ze trouwens ook om hun geniale
twitteraccount, maar dat terzijde. (Of misschien toch niet zo terzijde. Die twitteraccount brengt namelijk veel vreugd in mijn leven, hoor. Onderschat dat niet.)
Moraal van dit verhaal? (U denkt vast: 'Waaaaaar gaaaaaaaaat dit in Godsnaam heen?')
Nou. Ehm... er is geen moraal. Want een moraal is serieus en daar doe ik dus even niet aan.
En daarom ga ik nu even heel wild op en neer springen op de Messiah van H?ndel.
Gewoon omdat het kan.
Ja.
U kent mij ondertussen wel, h??
Nou. Dan zal ik u niets vreemds vertellen, wanneer ik toegeef dat ik af en toe nogal geobsedeerd kan zijn door iets.
Op het moment is dat even foto's maken van alles wat los en vast zit.
Vind ik wel lollig. Voor zo lang het duurt, h??
Dus ik zaterdagavond tegen mijn ouders: 'Kom manne, dan gaan we de zonsondergang fotograferen.'
En daar gingen we.
Drie fr?liche Leute im Fr?hling en drie camera's.
En ??n statief.
Niet van mij hoor, dat statief.
Zo geobsedeerd ben ik nou ook weer niet.
'D'r zit wel een industrieterrein tussen ons en die zonsondergang,' zei mijn pa.
'Ach man,' zei ik.
'We moeten echt tot voorbij Millen lopen, willen we een beetje foto's kunnen maken,' zei mijn pa.
'Ach man,' zei ik.
'Dat halen we dus nooit,' ging mijn vader onverstoorbaar verder.
'Lalalalala!' zong ik, terwijl ik mijn handen tegen mijn oren drukte.
Maar ja, ik wist wel dat ie eigenlijk gelijk had, hoor. Mijn vader heeft namelijk altijd gelijk.
Dus ik rennen door het Limburgse veld, h??
Om maar op tijd voorbij Millen te zijn.
Nou, daar had u bij moeten zijn. Een rennende Rosalie.
Hi-sto-risch. Echt.
Maar ja, niks geen schone zonsondergang voor ons. Eerst zat er inderdaad een industrieterrein voor en later heul veul bomen. Dus zette ik mijn camera maar precies achter de grens (op Nederlands grondgebied) en maakte een foto van mezelf (op Duits grondgebied). Ik durf te wedden dat u dat in ieder geval niet dagelijks doet. En terwijl mijn moeder bloesems fotografeerde en mijn vader experimenteerde met z'n Canon en z'n statief, maakte ik nog maar een springfoto van mezelf:
'Wat ben je toch ook een gek,' zei mijn moeder, toen ik haar het resultaat liet zien.
'Ja ja,' zei mijn vader, terwijl hij z'n camera op de Keutelbeek (ja nee, die hebben wij in Sittard. Echt!) richtte, 'Het is wel 30, maar het kind zit er nog steeds in, hoor.'
'Nou, ik vermoed dat het kind er ook nog wel even in blijft zitten,' zei ik, 'Volwassenheid, jakkiebah! Ieuw!'
En zo liepen wij nog gem?tlich wat door het veld. Als we een rood-wit geblokt kleedje bij ons hadden gehad en drie abrikozenvlaaien dan hadden we een ultiem Limburgs tafereeltje kunnen vormen, daar aan de rand van de Keutelbeek, met uitzicht op het Duitse gat Millen. Maar ja, sleep maar eens met drie abrikozenvlaaien ?n een statief. Dat doe je eens maar nooit weer, dat kan ik u wel vertellen.
Even over die aswolk uit IJsland, h?? Wat een gedoe, man man man.
Door dat ding is er vanavond geen enkele Nederlandse rojaltie bij het feestje van koningin Magrethe van Denemarken.
Ik verveel mij dan ook stierlijk, dat snapt u.
Dus toen ging ik maar naar buiten, want het KNMI beloofde mij een extreem mooie zonsondergang door die verrekte aswolk.
Nou ja, toch nog wat, h??
Dus ik naar buiten. Maar ja, echt een wijds uitzicht heb ik hier niet. Dus maakte ik maar een foto van de oranjeroze-achtige lucht. En dacht daarbij meteen aan de lucht toen ik in 2007 bovenop de Reichstag stond. En ik vraag me nu af of er toen ook een aswolk was. Kijkt u even mee, dan. Eerste foto=Nimwegen. Tweede foto=Berlin.

We worden gewoon bezeikt waar we bij staan. Of zoals we in Limburg zeggen: V'r waere betoep, ouwhoer hei. Aswolk, mijn hol.
« Vorige Pagina |
Toon berichten 11-20 van 394 |
Volgende Pagina »